Bij D66 zijn de panelen van politieke urgentie verschoven: minder klimaat, meer migratie. In het kabinet van voormalig ‘klimaatdrammer’ Jetten valt het eerste thema niet onder één van de zes ‘hardnekkige problemen’ waarvoor het een speciale taskforce heeft opgezet en het tweede wél. De stelling dat deze verschuiving, die beter aansluit bij sentimenten onder de bevolking, hem het premierschap heeft opgeleverd, bevat niet veel overdrijving.
In de meeste westerse landen is migratie al decennialang een urgenter politiek vraagstuk dan klimaat
Hierin is Nederland verre van uniek. In de meeste westerse landen is migratie al decennialang een urgenter politiek vraagstuk dan klimaat. Hoe kunnen we dit verklaren? En kunnen politici die klimaat meer urgentie willen geven iets leren van de omgang met migratie?
Een eerste verklaring kan zijn: migratie is simpelweg een meer reëel vraagstuk. Migranten en hun kinderen zijn nu eenmaal oververtegenwoordigd in het veroorzaken van problemen zoals criminaliteit en werkeloosheid. Maar deze verklaring is om minimaal drie redenen niet plausibel. Ze kan bijvoorbeeld, zoals Hein de Haas laat zien in zijn boek Hoe migratie echt werkt, niet duiden waarom de negatieve focus vaak veel meer ligt op asiel- dan op arbeidsmigranten, terwijl de laatste groep groter is en ook problemen veroorzaakt.
En als we de vergelijking doortrekken naar het klimaatvraagstuk: de immense negatieve gevolgen daarvan zijn uitvoerig gedocumenteerd en alom zichtbaar, dus hoezo is dat een minder reëel probleem? Aan een gebrek aan kennis of massale klimaatontkenning ligt het ook niet: onderzoek toont aan dat burgers in de meeste landen prima op de hoogte zijn van klimaatverandering en dat het percentage klimaatontkenners laag is en daalt.
Soft denial
Hoe dan het verschil te begrijpen? Sociale wetenschappers hebben in de laatste decennia twee passende verklaringen ontwikkeld. De eerste kijkt naar politieke mogelijkheden: in hoeverre bestaat er voor politici ruimte om een vraagstuk op de agenda te zetten?
Omarming van het klimaatvraagstuk heeft veel burgers van westerse landen weinig te bieden
Voor migratie kunnen zij hiervoor putten uit breed gedragen gevoelens van nationale verbondenheid. Hieruit kunnen trouwens prachtige zaken voortkomen, zoals het Oekraïense verzet tegen de Russische invasie. Maar het leidt ook vaak tot uitsluiting van diegenen die minder als onderdeel van de natie gelden: migranten. Daarnaast biedt burgerschap van een westers land toegang tot privileges zoals onderdeel zijn van een natie met een hoge status en toegang tot relatief goedbetaald werk. En zit het even tegen, dan is er de verzorgingsstaat. Het moeten delen hiervan met nieuwkomers geldt al snel als verlies.
Omarming van het klimaatvraagstuk heeft veel burgers van westerse landen juist weinig te bieden. Het betekent dat veel geneugten van het goede leven (vliegen, vlees eten, veel kleren kopen) ingeperkt of in ieder geval duurder worden. De rekening van die omarming komt ook bij die burgers zélf te liggen en niet enkel bij de ‘Ander’ (de migrant). Bovendien bestaat er niet zoals als een ‘parlement van mensen van de toekomst’.
Migratie als probleem voelt dichtbij. Klimaatverandering – althans, voor westerse burgers – voelt nog niet zo dichtbij als dat het in de toekomst zal doen. Daardoor blijven veel burgers rond klimaat hangen in een staat van soft denial: ze weten dat het bestaat, zien het als probleem, maar doorleven dit niet volledig: ze passen hun levensstijl of hun stemgedrag er nauwelijks op aan.
Urgentie staat niet vast
De tweede sociaalwetenschappelijke verklaring gaat er vanuit dat de urgentie van problemen niet vaststaat, maar door framing kan worden beïnvloed. Zo hebben rechtspopulisten door migratie negatief te linken aan zoveel mogelijk gebeurtenissen het succesvol ‘geculturaliseerd’, in de woorden van Jan Willem Duyvendak en collega’s. Daardoor is het in veel landen een urgenter onderwerp met een meer rechtse consensus geworden.
Migratieframes bevatten, naast doem, een visioen op iets moois
Wat kunnen actoren die klimaat een urgenter issue willen maken hiervan leren? Het dominante frame van klimaatverandering is doorgaans nogal bureaucratisch. Het staat bol van streefgetallen, onderzoeksresultaten en verslagen van beleidsconferenties. Feiten en overleg zijn belangrijk, maar op zichzelf bieden ze geen aansprekend verhaal waardoor burgers gemobiliseerd zullen worden.
Hier tegenover staat de klimaatframing van een beweging als Extinction Rebellion, die vol is van apocalyptische doemscenario’s. Doem leidt echter vaak tot apathie en is dus ook niet genoeg. Migratieframes bevatten ook doem, maar combineren dit met iets anders: een visioen op iets moois, door bescherming van de nationale identiteit. Wie klimaat urgenter wil maken, moet het dan ook daarin zoeken: een positief verhaal, met klimaatverandering als begin van een gezamenlijke duurzame toekomst. Hoe luidde die campagneslogan ook alweer? Het kan wél.
Thijs van Dooremalen is als universitair docent verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden. Dit artikel is een bewerking van een essay uit het boek Citizenship in Nativist Times, dat onlangs verscheen bij Jan Willem Duyvendaks afscheid als hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Onlangs verscheen tevens van Van Dooremalen het boek Chasing Events (Palgrave MacMillan).
Foto: Still uit Protest tegen AZC (2 oktober 2025), IJmond360, Youtube