Feminisme zonder grenzen
Door Doortje Lenders
Kort na het behalen van de olympische gouden medaille door Jutta Leerdam schreven twee Dolle Mina’s, Anne Buunk en Sara Khosdelazad, in NRC een opiniestuk over de ophef die rond haar was ontstaan. Waar veel progressievelingen vonden dat ‘juichen voor Jutta’ gelijkstaat aan het normaliseren van het fascistische en racistische gedachtegoed van haar partner, de Republikeinse influencer Jake Paul, pleitten de twee vrouwenrechtenactivisten juist voor mildheid naar de schaatsster en haar fans. ‘Echte verandering ontstaat niet door individuele morele perfectie, maar door de bereidheid om ondanks onze tekortkomingen de handen ineen te slaan’, zo valt te lezen in het stuk.
Die oproep bereikte het tegenovergestelde effect. Na wat interne reuring verscheen er een tweede opiniestuk, ditmaal op Joop (het opinieplatform van BNNVARA). ‘Ja, het struikelen over elke misstap doet af aan het doel van maatschappelijke verandering’, schrijft auteur Michelle Klijn, ook een Dolle Mina. ‘Maar doet juichen voor, aanmoedigen van, en aandacht geven aan mensen die consequent compleet haaks handelen op je doel, niet meer af aan je beweging? Raak je dan niet juist je koers kwijt?’ Er is dan misschien geen morele perfectie vereist, maar er is toch zeker wel een morele ondergrens die bewaakt dient te worden.
Waar vrijwel elke activistische beweging ontstaat uit een moment van saamhorigheid en een gedeeld doel – zo ook de Dolle Mina’s, waar ik mezelf in 2025 bij aansloot – blijken achter dezelfde catchy leuzen vaak verschillende idealen schuil te gaan. Moet het hedendaagse feminisme de contouren scherper aftekenen? En wie bepaalt dan eigenlijk waar de grenzen liggen?
Grenzeloos
Je kan natuurlijk ook denken: we staan allemaal voor gendergelijkheid, dus laat iedereen dat lekker op z’n eigen manier doen. Toch wordt al snel duidelijk dat niet alles onder de noemer feminisme zomaar welkom is. Bij een bijeenkomst voor christelijke jongeren die tegen het recht op abortus zijn, waar we met een groep Dolle Mina’s een tegendemonstratie hielden (volg je het nog?), sprak ik de organisator – iemand met een uitgesproken anti-abortusstandpunt. Zij vertelde dat zij zichzelf feminist noemde. De helft van de geaborteerde foetussen is immers vrouwelijk, dus het ging óók om vrouwenlevens! Ja… Nee.
Is het bekritiseren van Jutta Leerdam een legitiem verzet tegen fascisme of een gebrek aan zusterschap?
Op een dieper niveau komt de behoefte aan feministische grenzen voort uit het besef dat je met goede, rechtvaardige intenties toch foute, onrechtvaardige keuzes kunt maken. Stel je bijvoorbeeld een groep voor die zich inzet voor meer veiligheid op straat. Als dit allemaal mensen zijn die voornamelijk positieve ervaringen hebben gehad met de politie, zullen ze misschien pleiten voor meer blauw op straat. Toch is het nog maar de vraag of die beleidswijziging voor een meer rechtvaardige samenleving zou zorgen: de aanwezigheid van politie vergroot de kans dat mannen van kleur etnisch worden geprofileerd als potentiële dader. En ook voor vrouwen van kleur, transgender-personen en dakloze mensen kan de politie een bron van onveiligheid zijn.
De bevrijding van de ene groep kan anderen dus verder onderdrukken. Deze constatering vormt de basis van het begrip ‘intersectionaliteit’. Filosoof Amia Srinivasan verwoordt het in The Right to Sex (Nederlandse vertaling: Het recht op seks) als volgt: ‘Het centrale inzicht van intersectionaliteit is dat elke emancipatiebeweging – feminisme, antiracisme, de arbeidersbeweging – die zich enkel richt op wat de leden van de betreffende groep (vrouwen, mensen van kleur, de arbeidersklasse) met elkaar gemeen hebben, een beweging is die vooral de leden van die groep ten goede komt die het minst onderdrukt zijn.’ Een feminisme dat zich richt op wat alle vrouwen bindt, bijvoorbeeld onveiligheid op straat, ziet over het hoofd hoe verschillende groepen vrouwen worden geraakt door problemen én oplossingen.
Veel hedendaagse vrouwenrechtenactivisten zeggen daarom: feminisme is intersectioneel, of het is niet.
Opzij en de Spice Girls
Een beetje feminisme heeft dus grenzen nodig. Maar jezelf een intersectionele beweging noemen, lost nog weinig op: vaak is het namelijk helemaal niet duidelijk wat intersectionaliteit in een specifieke situatie vraagt. Heb je je prioriteiten wel op orde als je aandacht vraagt voor het recht op topless zwemmen terwijl vrouwen wereldwijd te maken hebben met zaken als femicide, huwelijksdwang en genitale mutilatie? Kun je feminist zijn en niet zo veel om het klimaat geven? Sluiten illustraties van vulva’s en baarmoeders, die je vaak op ludieke protestborden, T-shirts en accessoires ziet, vrouwen uit die geen vagina hebben? Is het bekritiseren van Jutta Leerdam een legitiem verzet tegen fascisme of een gebrek aan zusterschap?
Een feminisme dat de antwoorden op deze vragen voorkauwt, loopt het risico dogmatisch te worden. Progressieve bewegingen krijgen dan ook vaak het verwijt meer bezig te zijn met elkaar de les lezen dan met daadwerkelijke verandering bewerkstelligen. In het essay Tussen girlboss en thuisblijfmoeder: wil de echte feminist opstaan?, dat vorig jaar verscheen in OneWorld Magazine, constateert Aisha Mansaray dat ze zich niet op haar plek voelt in de vierde feministische golf. ‘Ook al was ik thuis in de academische wereld: het moderne feminisme voelde ontoegankelijk; te theoretisch, soms pretentieus.’
Ze verlangt terug naar het feminisme dat ze in de jaren negentig bij haar moeder zag: een verpleegkundige die de huishoudelijke taken gelijk verdeelde met haar partner, die dankzij haar werk vanzelfsprekend contact had met vrouwen van alle klassen en kleuren, en die Opzij las én naar de Spice Girls luisterde.
Het verlangen naar een begrijpelijk, ‘common sense feminisme’ wordt onmiddellijk gekaapt door de conservatieve flank
Maar in het hedendaagse feminisme lijkt daarvoor geen plek. Het verlangen naar een begrijpelijk, ‘common sense feminisme’ wordt onmiddellijk gekaapt door de conservatieve flank: op sociale media zijn talloze ‘feministische’ influencers actief die menen dat bevrijding alleen bestaat binnen het heterohuwelijk, dat het moederschap de natuurlijke rol van de vrouw is, en dat transgender-vrouwen geen echte vrouwen zijn. Mansaray zoekt naar een ‘derde weg’, die de inzichten van het intersectioneel feminisme verenigt met ‘het nuchtere, eigengereide feminisme van mijn moeder’.
Gediplomeerd feminist
Hoewel intersectionaliteit een idee is dat is ontstaan vanuit de geleefde ervaring van vrouwen van kleur, is het vooral ontwikkeld en verspreid binnen intellectuele kringen. In de hedendaagse interpretatie legt het veel nadruk op taalgebruik en symboliek: wel of niet juichen voor Jutta? Dat zijn precies de zaken die voor veel praktisch geschoolde, of anderszins praktisch ingestelde mensen niet intuïtief zijn en weinig urgent voelen. Juist een groep die belangrijke feministische thema’s aan den lijve ondervindt, kan zich daarom vervreemd voelen door een feminisme met strikte grenzen. Denk aan thema’s als armoede onder vrouwen, het gebrek aan publieke voorzieningen voor moeders, en de ongelijke verdeling van zorgtaken, die toch een stuk harder aankomt als je huishoudelijk werk niet kunt uitbesteden aan een oppas of een schoonmaker.
Dat is zonde, want sinds ik Dolle Mina ben, heb ik niet zozeer geleerd van de mensen die veel van intersectionaliteit weten – ik had namelijk al een filosofie-diploma en een boekenkast vol feministische literatuur. Maar wel van de Koerdische, Filipijnse en Braziliaanse vrouwen die ik heb leren kennen. Van de vrouwen die mbo hebben gedaan, die in een streng christelijke gemeenschap zijn opgegroeid, transgender-vrouwen, vrouwen die uit een PVV-nest komen. Vrouwen die huiselijk geweld hebben meegemaakt, die hoogleraar zijn, die gevlucht zijn voor oorlog. Als de feministische kaders duidelijker waren afgetekend, had ik waarschijnlijk alleen maar kopieën van mezelf ontmoet.
Een activistische beweging definieert zichzelf vaak aan de hand van haar standpunten, en dat is ook logisch: het is de kant die het meest zichtbaar is en die actief wordt uitgedragen tijdens demonstraties. Maar elke beweging schept ook een ruimte waarin allerlei verschillende mensen samenkomen om over elkaars leven en ervaringen te leren. Wat er binnen de beweging gebeurt, is minstens zo fundamenteel. Door de focus te verschuiven van de standpunten naar de interne dynamiek, ontstaat er ruimte voor een meer praktische invulling van intersectionaliteit. Revolutie zit niet alleen in de mensenmassa die over straat gaat, maar over de twee onbekenden die de avond ervoor samen een spandoek beschilderen op de vloer van een tl-verlichte gymzaal.
Brand identity
De Franse denker Albert Camus schreef na de Tweede Wereldoorlog, en tijdens de daaropvolgende opkomst van het communisme, dat het maar eens klaar moest zijn met al die grootse idealen. In de naam van zo’n hoger doel, of dat nou etnische zuivering of de klassenstrijd is, worden uiteindelijk altijd onrechtvaardige middelen ingezet. Onder de streep wordt de wereld er niet eerlijker op. In het essay Waar verzet begint. Een filosofie van activisme karakteriseert filosoof Roel Meijvis de houding van Camus als volgt: ‘In plaats van in de verte te kijken moeten we om ons heen kijken, en opkomen voor de onrechtvaardigheid die we hier en nu aantreffen.’
Misschien heeft de feministische beweging geen gedetailleerd einddoel nodig om vóór te strijden
Misschien heeft de feministische beweging geen gedetailleerd einddoel nodig om vóór te strijden (Een wereld waarin mannen en vrouwen gelijk zijn! Nee, een wereld waarin vrouwen de macht hebben! Nee, een wereld waarin gender helemaal niet meer bestaat!), zolang we het eens zijn over het onrecht waar we ons tégen verzetten. Een activistische beweging heeft nou eenmaal geen brand identity die door verschillende managementlagen is goedgekeurd en is gevat in een pakkend acronym, en dat is maar goed ook. Het hoort een zootje ongeregeld te zijn van mensen die het nooit helemaal met elkaar eens gaan zijn.
Dat betekent overigens niet dat het een kleurloze boel moet worden waarin alle verschillen worden weggepoetst. Integendeel: de twee tegenstrijdige opiniestukken over Jutta zetten aan tot denken, omdat ze beide geworteld zijn in verzet tegen oprukkend fascisme en verschillende interpretaties van intersectionaliteit uitlichten. Ze bewijzen dat er verschillende geluiden binnen een beweging kunnen bestaan – en zijn daarmee een schoolvoorbeeld van goed feminisme.
Feminisme: ruimte, maar ook grenzen
Door Anja Meulenbelt
Als ik niet al een halve eeuw feministe was en ik zou het artikel van Doortje Lenders lezen, dan zou ik er niet aan beginnen. Wat een problemen, zeg! En is er echt geen andere oplossing mogelijk dan, zoals ze in haar conclusies formuleert, dat je je erbij moet neerleggen dat feminisme dan maar een zootje ongeregeld moet zijn?
Dat je nooit alle vrouwen in één keer achter dezelfde doelstellingen kunt krijgen, is duidelijk. Vrouwen zijn namelijk geen groep. We zijn de helft van de mensheid, en zoals het intersectionaliteitsdenken al aangeeft: we hebben te maken met meer verschillen dan die tussen mannen en vrouwen. Al in 1985 was het voor mij duidelijk dat we behalve sekse ook te maken hadden met klasse en kleur. Onder andere. Ik gaf er les over aan vrouwen, hulpverleners, ik schreef er een boek over. De overkoepelende term ‘intersectionaliteit’ moest nog komen.
Geen one size fits all
Ten eerste. Een van de eerste dingen die ik leerde binnen die nieuwe vrouwenbeweging die we de Tweede Golf noemden, was dat het niet mogelijk is om maar één feminisme te hebben, one size fits all. Ook toen al waren er verschillende stromingen, en ontstonden de eerste groepen die voor zichzelf begonnen, zoals Paarse September voor lesbische vrouwen en Sister Outsider voor zwarte vrouwen. Die twee groepen waren weer heel leerzaam voor witte en hetero-vrouwen, om te beseffen dat het niet mogelijk was om met één tienpuntsprogramma te komen waar de gehele vrouwenbeweging achter kon staan. Daarvoor verschillen we eenvoudig te veel van elkaar. Daarvoor zijn de prioriteiten te verschillend voor een vrouw die niet alleen maar vrouw is, maar ook vluchteling, of te maken heeft met racisme, of in armoede is groot geworden. Maar dat betekent nog niet dat een zootje ongeregeld het enige alternatief is, want dat schiet niet op.
Niemand heeft de autoriteit om te zeggen: jij mag je een feminist noemen en jij niet
Als feministen hebben we veel bereikt. Binnen twee, drie generaties namen we afscheid van de starre opvatting dat vrouwen alleen geschikt zijn voor een dienstbaar huisvrouwenbestaan, van moederschap en huishouden. En het aan mannen moesten overlaten om buitenshuis het geld te gaan verdienen. Maar in de huidige tijd is de emancipatie gestagneerd. Mannen zijn te weinig meegeëvolueerd, er is nog steeds geen eerlijke verdeling van de zorg, terwijl het kostwinnerschap is afgebroken en vrouwen ook de kost moeten verdienen. Het aantal vrouwen dat het niet redt en in een burn-out terechtkomt, is drastisch gestegen.
Weet waarover je het hebt
Ten tweede. Dit is in ieder geval een conclusie die we meenemen, eens is afgesproken dat wij geen partij zijn met een politbureau en ook geen kerk met een paus. Niemand heeft de autoriteit om te zeggen: jij mag je een feminist noemen en jij niet. Dat zal mij er niet van weerhouden om in ieder geval mijn eigen visie op feminisme verder te ontwikkelen, en dat al een halve eeuw, en in ieder geval te durven zeggen wat er in mijn feminisme niet bij hoort. Afwijzen van transgender-vrouwen ga ik niet accepteren. Ook moet ik niets hebben van zich feministen noemende vrouwen die iets tegen moslims hebben, en schamper zeggen: er zijn zelfs feministen die niets hebben tegen vrouwen met een ingepakt hoofd in de Tweede Kamer. Ik ken zo’n feministe, dat ben ik. Tegen de vrouw die denkt dat alle moslims achterlijk zijn, zeg ik: je zoekt het maar uit, maar racisme, want dat is het, heeft géén plaats in mijn feminisme. Ik heb de moeite genomen, dat was geen straf, om kennis te maken en vriendschappen te sluiten met moslims, en een studie te maken van islam en feminisme. Ik heb ervoor gezorgd dat ik weet waar ik het over heb. Ik verwacht ook van andere zich feminist noemende vrouwen dat dat is wat ze doen.
Wie het heeft over hét feminisme zit er al meteen naast. Want dat is er niet
Er is dus nooit maar één feminisme geweest, en wie het heeft over hét feminisme zit er al meteen naast. Want dat is er niet. Maar ik ga er niet van uit dat er tussen een dictatoriaal aangegeven ‘echt’ feminisme en een zootje ongeregeld geen andere mogelijkheden zijn. Zoals we ook politieke partijen hebben die van elkaar verschillen maar toch in een parlement moeten samenwerken, al is dat op het ogenblik een weinig inspirerend voorbeeld.
Eerlijk delen en niet slaan
Ten derde. Ik heb even het begin van de nieuwe Dolle Mina’s aangekeken en ben toen lid geworden. Ik houd me graag op de achtergrond, want ik vind dat de nieuwe generatie het voor het zeggen moet hebben. Maar ik heb wel, en met plezier, deelgenomen aan discussies en ook voor Dolle Mina Amsterdam een workshop gegeven. Dit is het probleem waar jij, Doortje, het ook over hebt. Aan de ene kant wil de nieuwe Dolle Mina open zijn voor zoveel mogelijk verschillende vrouwen. Aan de andere kant botsen er dan meteen vrouwen op elkaar. Mag je ook Dolle Mina zijn als je tegen abortus bent, of als je het niet goed vindt dat Mina’s zich mengen in de demonstraties voor de rechten van Palestijnen?
Dat is geen vraagstuk met een simpele oplossing, maar dit is mijn idee.
Om effectief te kunnen zijn en niet eindeloos bezig te zijn met onderlinge verschillen, is het belangrijk om enige duidelijkheid te hebben over de grondbeginselen van de organisatie. Om een voorbeeld te geven: dit zijn de grondbeginselen van BIJ1, ik was erbij om die te formuleren. Ten eerste: radicale gelijkwaardigheid, ten tweede: economische rechtvaardigheid, ten derde: internationale solidariteit. Over elke twee poten bij elkaar zou ik zo een stevig verhaal kunnen houden. Zo komt er nooit werkelijke gelijkwaardigheid. Niet tussen vrouwen en mannen, maar ook niet tussen vrouwen onderling, als er niet sprake is van een eerlijker verdeling van armoede en rijkdom. Vandaar dat ik behalve feministe ook een socialist ben (en dat al was voor het feminisme hier losbarstte).
Om maar een voorbeeld te noemen: ik vind dat de Tweede Golf veel heeft veranderd, maar ook is gestagneerd. Zo vind ik dat emancipatie veel te vaak wordt gezien als een individueel traject, iets wat je in je eentje doet, en vooral bedoeld is als bij voorkeur carrière maken. En aangezien nog steeds veel te weinig mannen bereid zijn om de zorg thuis eerlijk te delen, zie je nu gebeuren dat er hoogopgeleide vrouwen in staat zijn om carrière te maken dankzij de lageropgeleide vrouwen die geen carrière kunnen maken, maar ingehuurd worden om een flink deel van de zorg van vrouwen over te nemen. De schoonmakers, kinderopvangers, en andere vormen van (slecht)betaalde zorg. Voor mij als feministe is het dus nodig om niet alleen te kijken naar de loonkloof tussen mannen en vrouwen, maar ook naar die tussen vrouwen onderling. We moeten het ook hebben over klasse en kleur. Mijn kortste definitie van feminisme is eerlijk delen en niet slaan.
Essentiële grondbeginselen
Ten vierde. Wat Dolle Mina zou kunnen doen, is kijken of het mogelijk is om het eens te worden over de meest essentiële grondbeginselen, die ervan uitgaan dat er meer verschillen zijn en meer ongelijkheid en onrechtvaardigheid dan alleen die tussen mannen en vrouwen. Dat bedoel ik dus met intersectionaliteit. Dat lost niet alles op, maar dat maakt duidelijk waarmee we rekening moeten houden. Bijvoorbeeld dat een groep die alleen bestaat uit witte vrouwen de neiging zal hebben om de eigen problemen als ‘algemeen’ te zien en die van andere vrouwen als bijzaak.
Wat Dolle Mina kan doen, is met de grondbeginselen ook grenzen aan te geven
Wat Dolle Mina kan doen, is met de grondbeginselen ook grenzen aan te geven. En tegelijk zo open mogelijk te zijn voor nieuwe vrouwen die nog niet gepokt en gemazeld zijn in het dominante feminisme. Ik zou zeggen: zorg voor een interessant scholingsprogramma, over al die vraagstukken en verschillen. Accepteer dat niet alle vrouwen al aan het begin alles voor zoete koek slikken, maar vraag wel aan hen om zich open te stellen voor nieuwe informatie. Bijvoorbeeld: accepteer dat veel cisgender-vrouwen niet veel begrijpen van transgender-vrouwen, maar vraag wel of ze daar meer over willen weten. Zorg ervoor dat witte vrouwen meer te weten komen over racisme, en dus ook over moslims, Aziatische vrouwen, vrouwen met een geschiedenis in kolonialisme en slavernij. Zeg nee tegen vrouwen die zich feministe noemen maar abortus willen verbieden. Tenslotte is zelfbeschikking over het eigen lichaam en eigen leven een belangrijk onderdeel van welk feminisme dan ook.
Ik verwacht niet dat iedereen binnen een week mijn kennis en opvattingen over Palestina zal overnemen – ik heb daar zelf tenslotte dertig jaar over gedaan – maar accepteer dat er wel Mina’s zijn die weten waar ze het over hebben en willen demonstreren voor internationale solidariteit. Als Dolle Mina’s.
Leer van elkaar
Zo ongeveer. Een combinatie van vasthouden van gedeelde en aangenomen grondbeginselen, en tegelijk een behoorlijke ruimte voor vrouwen om zich te oriënteren, en later nog te beslissen of ze zich bij Dolle Mina thuis kunnen voelen.
Zet een flinke hoeveelheid bijscholing in werking. Welke thema’s verdienen meer kennis en meer inzichten, en wie kun je uitnodigen om je daarbij te helpen? Wie gaat zich bezighouden met het bestrijden van geweld? Een cursus over racisme in alle variaties en ook aandacht voor wat het betekent om wit te zijn? Is te doen. En spannend.
Juist vrouwen die niet vanzelfsprekend aan het gemiddelde dominante beeld voldoen, hebben ons veel te vertellen
Zoek samenwerking. Ik hoorde wat mensenrechtenactiviste Saida Derrazi zei bij de doop van het Minafest van Dolle Mina: we kunnen samenwerken, maar wij houden onze eigen groep aan (dat is S.P.E.A.K, een groep voor moslima’s). En ik was er ook bij toen twee vrouwen, een Afghaanse en een Iraanse, vertelden dat ze hier in Nederland ook een eigen steungroep hebben, maar ook dat zij graag contact houden met Dolle Mina. Niet in plaats van maar ook. Leer van elkaar. Juist vrouwen die niet vanzelfsprekend aan het gemiddelde dominante beeld voldoen, hebben ons veel te vertellen.
Accepteer dat er werkgroepen zijn die een bepaald thema willen oppikken. Zo zie ik dat er een feministische organisatie is die zich bezighoudt met alles rondom menstruatie, ook de menstruatiearmoede. Heel goed idee. Voor mij niet zo opwindend, want ik ben al dertig jaar niet meer ongesteld. Zo kunnen er binnen de eenheid van Dolle Mina’s die elkaar vinden op grondbeginselen, ook groepen zijn die zich bezighouden met een specifiek onderwerp, of een bepaalde manier van samenwerken.
Er kan echt meer dan accepteren dat het nu eenmaal een zootje ongeregeld is, Doortje.
Doortje Lenders is filosoof, schrijver en hoofdredacteur van filosofieplatform Bij Nader Inzien.
Anja Meulenbelt is schrijfster en activiste. Ze kreeg op 21 mei 2026 als eerste vrouw de P.C. Hooft-prijs uitgereikt voor haar beschouwend proza. In haar meest recente boek Niet van gisteren (2025, Uitgeverij De Bezige Bij) gaat ze dieper in op de onderwerpen die ze in dit artikel beschrijft.
Foto Anja Meulenbelt: Frank Ruiter
Foto Doortje Lenders: Kamiel Dankers