Heb je weleens van een vriend gehoord dat hij zijn loon niet uitbetaald kreeg of dat een kennis werd ontslagen toen ze zwanger bleek? Indien dit niet het geval is, kom je dus niet in aanraking met Ivan of Alicja of een van de andere 1 miljoen arbeidsmigranten die onze economie en samenleving draaiende houden. Verstopt in glazen kassen of donkere distributiecentra zorgen anonieme arbeidsmigranten voor de goedkope Hollandse tomaten in de schappen van onze supermarkt.
Hardnekkige wantoestanden
Werkgevers, de uitzendbranche en de baas van de arbeidsinspectie spreken allemaal schande over de misstanden. ‘Het is Nederland onwaardig’, zegt de minister. De zin: ‘De Commissie is geschrokken van het groot aantal malafide uitzendbureaus en de slechte, soms schrijnende huisvestingssituaties van arbeidsmigranten’ komt echter niet uit het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer (2020), maar van de parlementaire commissie Lessen uit recente arbeidsmigratie uit 2011.
Wat er wettelijk wél mag, vinden we dat werkelijk oké?
Abominabele huisvesting of ontslag bij ziekte ‒ het zijn hardnekkige wantoestanden die wettelijk niet mogen. Maar wat er wettelijk wél mag, vinden we dat werkelijk oké? Dat arbeidsmigranten bijna altijd het minimumloon verdienen, flexwerken en in dienst zijn van een uitzendbureau? Dat zij zelden een training of cursus krijgen, ook geen Nederlandse les? Dat zij al het nachtwerk en routinematige werk doen dat zo slecht is voor de gezondheid?
Arbeidsmigranten worstelen op dagelijkse basis met bestaansonzekerheid. Of zoals Malgorzata Bos-Karczewska schrijft: ‘Arbeidsmigranten lijken op surfers die alles doen om niet van de plank te vallen’ (Trouw 10 november 2023).
Werkgevers, die het meeste financiële voordeel hebben, zouden veel meer kunnen en moeten doen
Dat is niet goed voor henzelf, maar ook niet voor onze economie en onze samenleving. We trekken helemaal geen lessen uit onze gastarbeidersgeschiedenis. Naar de ‘nieuwe’ generatie arbeidsmigranten uit Polen, Roemenië en Bulgarije wordt nauwelijks omgekeken ‒ niet door werkgevers, niet door de overheid, niet door ons. Ja, anders dan de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders gaan veel arbeidsmigranten weer retour. Maar nog steeds blijft ongeveer de helft in Nederland. We laten ons in slaap sussen door de mythe van de tijdelijkheid.
Moe en versleten
Wat gebeurt er in de toekomst met al die mannen en vrouwen als ze moe en versleten zijn van het lopendebandwerk of de vijftien kilometer per dag in een distributiecentrum? Werkgevers, die het meeste financiële voordeel hebben, zouden veel meer kunnen en moeten doen. Duurzame inzetbaarheid, een leven lang leren, taalles ‒ dat moet ook voor arbeidsmigranten gelden. En waarom worden zij niet bijgeschoold om te werken in de zorg of de installatiebranche ‒ beter werk en maatschappelijk een stuk nuttiger dan onze pakketjesindustrie? Er ligt ook een taak voor mbo-instellingen die mensen kunnen scholen en Nederlands leren.
Gemeenten worden ook eindelijk wakker. In Rotterdam, Den Haag en Brabant zijn programma’s en worden steunpunten georganiseerd – wie volgt? De gemeente is alleen niet voor iedereen de beste vriend, zeker niet als je Roemenië gewend bent. Verbindingen zijn nodig met maatschappelijke zelforganisaties.
Hebben welzijnsorganisaties ‘nieuwe’ burgers goed in het vizier?
En hebben de welzijnsorganisaties de ‘nieuwe’ burgers wel goed in het vizier? Hebben zij voldoende Polen of Bulgaren in dienst? We weten door expertisecentrum Pharos dat zwangere Bulgaarse vrouwen geen goede toegang hebben tot geboortezorg, de kinderen niet naar de kinderopvang gaan, soms zelfs niet naar school. Onderzoekers van de Erasmus Universiteit wijzen op schooluitval en eenzaamheid van kinderen en tieners uit Oost-Europa. Zij lijden onder de precaire werksituatie van hun ouders. Surfen is echt alleen maar af en toe leuk.
Als consument hebben we ook boter op ons hoofd. Waarom wel biologische eieren kopen en erop letten dat ons T-shirt niet is gemaakt door Chinese kinderhandjes terwijl we in eigen land onbekommerd onze tomaten halen? En we willen blijkbaar wel graag ons pakketje door arbeidsmigranten afgeleverd krijgen, maar willen geen praatje met ze maken.
Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie
Foto: Joris van den Einden