We zijn het ontwend om met verwarde mensen samen te leven

Verwarde burgers behoren deel uit te maken van de samenleving. De vraag is hoe we dat ook weer doen, samenleven met mensen die zich anders gedragen. Bestuurlijke overheden -maar ook de burgers- zullen hiermee aan de slag moeten.

Een jaar of 7 geleden werd ik door de toenmalige wethouder Zorg in Roosendaal gepolst of ik zitting wilde nemen in een te vormen groep van stakeholders of sleutelfiguren om in mijn woonbuurt een woonvoorziening voor uitbehandelde drugsverslaafden te begeleiden. Ik stemde toe. Kort daarna bracht het college van B&W zijn voornemen naar buiten. Het zal weinigen verbazen dat het voorstel van het gemeentebestuur tot grote commotie leidde, in de lokale politiek én in de betrokken buurt.

Zorg moet maar onder de brug worden geleverd

Vele discussies later deelde de gemeente het buurtcomité mee dat de ziektekostenverzekeraar af zag van zijn bereidheid om een dergelijke voorziening te financieren, dit vanwege de voorgenomen wijziging in de bekostiging van de zorg, later decentralisaties genoemd. De scheiding tussen wonen en zorg gold in de visie van de verzekeraar ook voor de opvang van dakloze drugsverslaafden. Dus ze financierde nog wel de verslavingszorg maar niet langer de huisvesting ervan. De zorg moest maar onder de brug of aan de doos worden geleverd, of zoiets.

En toen werd ik wethouder en kreeg ik dit dossier op mijn bureau. Als verantwoordelijk wethouder volg ik met grote belangstelling de vorderingen van het Aanjaagteam Verwarde Personen, onder leiding van oud-minister Liesbeth Spies. Onlangs bracht het team een tussenrapportage uit, mede gebaseerd op een literatuuronderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) naar “verwarde personen” (zie ook het artikel op deze site).

Hieruit komen trends naar voren die suggereren dat er een toename is van incidenten met verwarde personen in het publieke domein die mogelijk is gerelateerd aan de afbouw van residentiële zorg en het onvoldoende op gang komen van geschikte alternatieve (ambulante) zorg.

Bestuur en samenleving zijn er nog niet klaar voor

Als bestuurder die deze taken over zijn schutting geworpen krijgt, verbaast me dat niet. Als de landelijke overheid de residentiële zorg afbouwt en tegelijkertijd een nieuwe organisatie - de gemeente - met een krapper budget systeemverantwoordelijk maakt, dan kun je dit verwachten. Het Aanjaagteam verwarde personen is een goed initiatief, ik had alleen graag gezien dat het eerder was gekomen.

Maar dat gezegd hebbende, doemt onmiddellijk de vraag op: wat te doen? Voorop moet staan dat de beweging vanuit de instellingen en tehuizen naar de buurt en tussen de gewone burgers een goede is. Onlangs bracht de commissie Dannenberg daarover een prima rapport uit waarin nadrukkelijk gepleit wordt voor een meer inclusieve samenleving. Wie kan er tegen zijn dat we mensen met ander gedrag beter tussen ons in kunnen laten leven, omdat dat zoveel beter is voor zowel hen zelf als de samenleving? Maar zo’n beweging moet wel grondig en rustig worden voorbereid. De vraag is of het bestuur of de samenleving er wel klaar voor zijn.

Het antwoord is helaas nee, de maatschappij is nog lang niet klaar om problematische medeburgers in haar midden op te nemen. En daarmee wordt meteen de spagaat duidelijk waarin bestuurders verkeren. Enerzijds moeten ze er staan voor de ‘problematische medeburgers’, de voormalige patiënten die zichzelf staande moeten houden buiten de instelling waar ze tot dan woonden, en anderzijds moeten ze er zijn voor de ‘gewone burger’ die opkomt voor de rust in zijn woonomgeving.

Als politiek bestuurder is dat een lastig dilemma, vooral omdat de kiezers niet zitten te wachten op deze verrijking van hun buurt. Bij discussies over de vestiging van voorzieningen, hoor je vaak dat iedereen voor is, ‘maar niet hier in onze buurt’.

We moeten weer wennen aan verwarde mensen

De commissie Spies onderscheidt vier categorieën verwarden:

- mensen die verward gedrag vertonen, geen overlast veroorzaken maar wel persoonlijk leed kennen;

- mensen die hulp of zorg nodig hebben, overlast veroorzaken maar niet gevaarlijk zijn;

- mensen die eerder in aanraking zijn geweest met strafrecht of specialistische (gedwongen) zorg;

- en mensen met een strafrechtelijke titel die forensische zorg nodig hebben.

Deze indeling moet niet gebruikt worden om nieuwe hokjes te maken, zo waarschuwt de commissie terecht.

Dat de samenleving nog niet is ingericht om ruimte te bieden aan medeburgers die verward gedrag vertonen of overlast veroorzaken, heeft alles te maken met de individualisering van de afgelopen decennia. Het opperste geluk bestond er immers uit dat ‘ieder lekker zijn eigen ding kon doen’. Het mag dan ook niet verwonderen dat we het ontwend zijn om ons tot anderen te verhouden, vooral als die een tikkeltje ‘vreemd’ zijn. En toch zullen we er aan moéten wennen. Het hangt samen met het leren accepteren dat het leven niet perfect is. En dat er in je buurt ook medeburgers wonen waar je misschien in eerste instantie niet op zit te wachten.

Opvoeden is ook niet gemakkelijk

Aan het bestuur de taak om mensen het gevoel te geven dat ze in het leren accepteren van het onvolmaakte gesteund worden en er daarbij niet alleen voor staan. Net zoals het onze taak is om aan de mensen die af en toe verward zijn, duidelijk te maken dat het gemeentebestuur er ook voor hen is. Om dat te kunnen doen moeten de uitgangspunten voor iedereen duidelijk zijn: je buren overlast bezorgen, mag niet, maar als het onverhoopt toch gebeurt, dan gaan we samen wel weer verder. Het is net als opvoeden, dat is ook niet altijd gemakkelijk. Grensoverschrijdend gedrag van je kind accepteer je ook niet, maar uiteindelijk laat je hem niet in de steek.

Sommige verwarde en overlast gevende mensen moeten we wellicht toch weer laten opnemen - als zelfstandig begeleid wonen een brug te ver blijkt - maar dat moet uitzondering zijn en mag geen regel worden. De inclusieve samenleving hoort aan iedere burger ruimte te bieden, dat kost weliswaar tijd en constante bijsturing, maar, en dat wordt helaas nog wel eens vergeten, het leidt ook tot een verrijking van het geheel.

Hugo Polderman is wethouder van de gemeente Roosendaal. Dit artikel is gebaseerd op zijn inleiding voor de Zorgsalon ‘Verwarde mensen in de wijk’, georganiseerd door Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University.

Foto: Roel Wijnants (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 963 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Goed artikel, Als je niemand kent met verslaving of een verleden met verslaving, of dat nu drugs, alcohol, gokken, eten, gamen, noem maar op is, dan klinkt dat eng als er een opvang in je buurt komt, hetzelfde met asielzoekers, huis vol polen van een of ander uitzendbureau, vooroordelen genoeg. Maar mbt verwardheid is de keuze reuze, dat kan een psychose zijn door middelengebruik, of het gebrek er aan door afkickverschijnselen, korsakov, dementie, beroerte, blinde woede, intens verdriet, machteloosheid, depressie, manie, noem maar op. We gaan het vaker meemaken, het gebeurt nu al, en niet alleen omdat we meer en sneller nieuws voor geschoteld krijgen, Er lopen meer gekken los dan er vast zitten zeggen we dan, straks ook bij u in de buurt.

  2. Ik denk dat iedereen zo onderhand wel weet dat de toename van verwarde mensen te maken heeft met politiek bestuur en bezuinigingen. Zodra iemand deze mensen wel wil helpen heb je weer te maken met datzelfde probleem voor degene die wil helpen.
    En dan zou het aan de maatschappij liggen? Bestuur heeft van dit land een verschrikkelijk koud iets gemaakt waarin ieder initiatief om een ander te helpen afgestraft wordt door financiele gevolgen.
    Ik word zo beroerd van wat dat zaligmakende liberale onzingedoe de afgelopen jaren met de maatschappij heeft gedaan. Alles voor de rijken, maar die helpen niemand, alleen zichzelf.

  3. In 1982 publiceerde ik in MGV een artikel met de titel ‘De wijkagent, een
    klassehelper ?’ Dezelfde problematiek. Dezelfde niet-oplossingen.
    Mensen willen geen onrust in hun wijk, dus weg met degenen die dat veroorzaken.
    Om wat voor reden dan ook maar. Dat is in 30 jaar dus niet veranderd.
    En dat zal het waarschijnlijk nooit.Het lijkt dus niet handig daar de oplossing te zoeken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *