Zet complotdenkers niet weg als gekken

Complotdenkers worden gezien als paranoïde personen met irrationele waanvoorstellingen die zeer gevaarlijk zijn voor onze samenlevingen. Maar verkettering helpt ons niet te begrijpen waarom zo veel mensen zich aangetrokken voelen tot complottheorieën, betoogt socioloog Jaron Harambam, die vandaag op dit onderwerp hoopt te promoveren.

Vandaag is de laatste dag dat de Amerikaanse National Archives alle eerder geheim gehouden overheidsdocumenten over de moord op JFK moet vrijgeven. Meer dan 3000 nooit eerder vrijgegeven documenten en meer dan 30.000 eerder vrijgegeven stukken die geredigeerd waren.

Dit is waar veel mensen die het officiële verhaal wantrouwen vurig op gewacht hebben. Sinds die beruchte dag in november 1963 doen veel verschillende verhalen de ronde over wie nu precies achter die moord zit en waarom. De hoop is dat het vrijgeven van deze documenten eindelijk duidelijkheid zal geven.

President Trump heeft, ondanks schijnbare weerstand van de FBI en de CIA, afgelopen zaterdag per tweet laten weten dat hij dit niet zal tegenhouden. Hij bedient eerder genoemde mensen, vaak complotdenkers genoemd, hiermee duidelijk op hun wenken. Zou de waarheid dan eindelijk boven tafel komen? We zullen het zien.

Wantrouwen en alternatieve verklaringen

Het officiële verhaal over de moord op JFK is zeker niet de enige aanslag waar twijfels over zijn. Verschillende schokkende wereldgebeurtenissen hebben in de afgelopen decennia aanleiding gegeven tot argwaan en speculatie over wat er dan wel echt aan de hand zou zijn. Zo wordt er om verschillende redenen getwijfeld aan het verhaal dat de terroristische aanslagen van 9/11 het werk zouden zijn van Al Qaida die met hun gekaapte vliegtuigen de Twin Towers zouden hebben doen instorten. Ook de officiële verhalen over de meer recente terroristische aanslagen die wij hier in Europa hebben gemaakt worden breed gewantrouwd. De verdenking is steeds dat onze eigen overheden, inlichtingendiensten of andere machtige partijen hier wat mee te maken hebben.

Het zijn echter niet alleen dit soort dramatische gebeurtenissen die op twijfels, vragen en verdenkingen kunnen rekenen. Ook de meer structurele mechanismes van hoe onze maatschappijen in elkaar steken worden danig gewantrouwd en van alternatieve verklaringen voorzien: zo zou de westerse geneeskunde gecorrumpeerd zijn door de macht van de grote farmaceutische bedrijven die enkel uit zijn op hun eigen gewin, en is de wereld zoals wij die door de mainstream media te zien krijgen structureel gemanipuleerd in het voordeel van de machthebbers. Natuurlijk kunnen ideeën over buitenaards leven en over hoe onze overheden dit angstvallig geheim willen houden hier niet ontbreken.

Wie denkt dat wij moderne computertechnologieën te danken hebben aan slimme wetenschappers in dienst van het Amerikaanse leger komt bedrogen uit. Zou het niet veel aannemelijker zijn dat zij hebben afgekeken van de ruimteschepen die daar neergestort zijn? Of misschien zijn die buitenaardse wezens met de introductie van deze technologieën eigenlijk al lang bezig met een invasie van de aarde.

 Nietsontziende aluminiumhoedjes dragende gekken

De wereld van vragen, mysteries, twijfels, verdenkingen en alternatieve verklaringen die allemaal onder de noemer van de complottheorie geplaatst worden is een diverse. Ze zijn bovendien razend populair: uit verschillende kwantitatieve onderzoeken blijkt dat aanzienlijke delen van Westerse samenlevingen niet langer de officiële verklaringen van autoriteiten zoals de wetenschap, media en politiek voor waar aannemen. Afhankelijk van het onderwerp en de formulering gaat het hier om tien, twintig, veertig procent van de bevolking.

Toch worden deze mensen en hun ideeën zowel binnen als buiten de wetenschap zwaar gepathologiseerd. Complotdenkers worden gezien als paranoïde personen met irrationele waanvoorstellingen die bovendien zeer gevaarlijk zouden zijn voor onze samenlevingen. Het stereotype van de vastbijtende nietsontziende aluminiumhoedjes dragende gekken zit hierdoor diep in ons culturele bewustzijn verankerd. Iets als complottheorie bestempelen is daardoor een machtig retorisch wapen om allerlei alternatieve geluiden en kritieken te diskwalificeren. Een complottheorie staat immers voor lariekoek en waanzin.

Dit gepathologiseerde begrip van complotdenken leunt sterk op het werk van wetenschapsfilosoof Karl Popper en politiek geschiedkundige Richard Hofstadter en heeft veel academisch werk hierover sindsdien beïnvloed. Zulke geleerden zien complottheorieën ten eerste als slechte wetenschap: ze reduceren complexe verschijnselen tot simpele verklaringen, maken verkeerd gebruik van bewijs, zoeken selectief naar bevestiging van hun ideeën en zijn ongevoelig voor tegenstrijdig bewijs.

Zij zien complottheorieën ten tweede als paranoïde politiek: ze zijn de gesystematiseerde imaginaire angstbeelden van samenzwering en bedrog, en bezien de wereld als een apocalyptische strijd tussen absoluut goed en kwaad. Omdat complotdenkers tegen de politieke deugden van gematigdheid, overleg en consensus in gaan, bedrijven zij geen goede politiek, zo is hun argument.

Deze denkers waarschuwen voor de maatschappelijke gevaren van een populairder wordend complotdenken. Het zou leiden tot een demonisering van bepaalde groepen, culturele conflicten, politiek extremisme, radicalisering, geweld, terrorisme, en ga zo maar door. Complottheorieën zijn, volgens dit perspectief, een groot gevaar voor de gezondheid en het functioneren van democratische samenlevingen.

 Wegzetten als implausibel

Maar dit gepathologiseerd begrip van complotdenken is om een aantal redenen problematisch in de wetenschappelijke studie naar dit fenomeen. Het kan, ten eerste, sterk afgevraagd worden in hoeverre complottheorieën nu per definitie ingebeeld en paranoïde zijn. Er zijn zo veel voorbeelden te noemen uit de recente geschiedenis van daadwerkelijk gebeurde samenzweringen en geheime operaties achter de schermen. We hoeven alleen maar aan de CIA te denken en de vele coups die zij mogelijk hebben gemaakt, of meer recentelijk, de door Snowden en Wikileaks onthulde afluisterpraktijken en het LIBOR schandaal waaruit bleek dat banken jarenlang belangrijke rentepercentages in hun voordeel manipuleerden.

Misschien nog wel belangrijker is dat zo’n gepathologiseerd begrip geenszins helpt bij het begrijpen van waarom zo veel mensen nu aangetrokken zijn tot complottheorieën. In plaats van afkeuren en wegzetten als implausibel en idioot, is het sociologisch gezien veel productiever om  te onderzoeken wat deze ideeën nou betekenen voor complotdenkers en wat nu precies de beweegredenen van hen zijn om zich hiermee bezig te houden.

Het Nederlandse complotdenkersmilieu

Hoe ziet de cultuur van complotdenken er eigenlijk uit? Wat zijn de ideeën, praktijken, biografieën en identiteiten van de mensen die onderdeel zijn van dit milieu, en hoe verhouden deze zich tot de mainstream? En hoe kan de huidige populariteit van complottheorieën verklaard worden?

Om deze vragen te beantwoorden heb ik mijzelf twee jaar lang off- en online ondergedompeld in het Nederlandse complotdenkersmilieu, en klassieke etnografische methodes gehanteerd om meer te weten te komen over de leefwereld van deze mensen.

Het spectrum van wat als complottheorie wordt gezien bestrijkt veel verschillende onderwerpen. Ondanks deze verscheidenheid staat de werking van onze instituties, zoals de media, de wetenschap, de overheid, en de economie, centraal. Het argument is dat deze instituties niet langer werken zoals ze bedoeld zijn omdat een elite deze beheerst en voor eigen gewin inzet.

Ook wantrouwen complotdenkers de kennis die zij produceren. Ze zijn volgens hen helemaal niet zo objectief en onomstotelijk als beweerd wordt: feiten worden volgens complotdenkers actief geconstrueerd en zijn altijd het product van bepaalde mensen in een bepaalde tijd en plaats. Dit begrip opent uiteraard de mogelijkheid van manipulatie.

Dwars door categorieën

Zoals recente kwantitatieve studies ook laten zien slaat de populariteit van complottheorieën dwars door categorieën heen als leeftijd, geslacht, ideologische overtuiging, religie, inkomen, opleiding en etniciteit. Er is, in andere woorden, niet één typische complotdenker.

Duidelijk is dat zij zich afzetten tegen de massa’s goedgelovige mensen, de makke schapen, door zichzelf als ‘kritische denkers’ te zien. Zij zijn op verschillende manieren op jacht naar een diepere waarheid, een diepere werkelijkheid die zou verklaren wat er echt aan de hand is. Niets is namelijk wat het lijkt. Hun doel is om het officiële verhaal wat de meeste mensen voor waar aannemen te ontmaskeren.

Ik onderscheid drie typen complotdenkers zichtbaar: activisten, terugtrekkers en bemiddelaars. Waar activisten ten strijde trekken om anderen te overtuigen van hun waarheid, proberen terugtrekkers hun eigen leven eerst te veranderen en zo anderen hun voorbeeld te laten volgen, terwijl bemiddelaars vooral bezig zijn verschillende gezichtspunten met elkaar in contact te brengen.

Hoewel ook hier een verscheidenheid aan individuele levenslopen mij bekend werden, zag ik in de levensverhalen van complotdenkers duidelijke kenmerken van grotere sociologische veranderingen zoals secularisering, mediatisering, democratisering en globalisering opdoemen. Deze ontwikkelingen hebben allen de mogelijkheid van een onomstotelijke waarheid op losse schroeven gezet, waardoor er een culturele ruimte is ontstaan waarbinnen complottheorieën aannemelijk zijn geworden en kunnen floreren.

Mythejagers, net als wetenschappers

Wat opvalt aan de complotdenkerscultuur is de enorme affiniteit met de sociale wetenschap. Veel van de argumenten die complotdenkers maken in hun kritiek op kennis en instituties lijkt regelrecht afkomstig uit zowel de positivistische, neo-marxistische en constructivistische wetenschapsdisciplines. Ook het wantrouwen dat complotdenkers zo karakteriseert heeft niet alleen een oorsprong in het werk en gedachtegoed van Marx, Nietzsche en Freud, maar is evengoed te vinden in veel verschillende academische disciplines: literatuur en cultural studies, narratief onderzoek, semiotiek, feministische theorie, kritische theorie en, niet in de laatste plaats, de sociologie zelf.

Wetenschappers in al deze tradities neigen, net als complotdenkers, echte mythejagers te zijn: zij beweren allen inzicht te hebben in de echte, ware of diepere realiteit, achter, onder of voorbij de alledaagse ideeën en ervaringen van gewone mensen.

Door deze nauwe affiniteit is het moeilijk om complotdenken apart te zetten als een pathologische praktijk. Het laat juist zien hoe moeilijk het is om een fundamenteel onderscheid te maken tussen wetenschap en complotdenken. Daar zijn ze in de ivoren toren van de academie zeker niet blij mee. Want wat wij doen in de wetenschap is toch duidelijk beter, nietwaar?

Jaron Harambam is socioloog. Hij verdedigt vandaag aan de Erasmus Universiteit zijn proefschrift “The Truth Is Out There”: Conspiracy Culture in an Age of Epistemic Instability.

FOTO: infliv (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1403 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Beste Jaron;
    Allereerst felicitaties met je proefschrift. Goed om dit onderwerp nader in kaart te brengen.
    Nu wat opmerkingen:

    De moord op Kennedy heeft nog steeds vele onbeantwoorde vragen en genegeerde feiten.
    In 1966 verscheen al de studie van J. Joesten : ‘De waarheid over de moord op Kennedy’.
    Het boek begint met: ‘Bepaalde feiten m.b.t. de moord op president Kennedy zullen om redenen van staatsveiligheid pas over 75 jaar (nu dus) openbaar worden gemaakt’. Earl Warren, voorzitter van de commissie die de moord onderzocht, verklaart dit. Meneer Warren heeft het dus over feiten !
    De auteur van het boek geeft in zijn analyse helder aan dat een en ander wordt genegeerd c.q. niet klopt.

    Dat het bleef zeuren werd duidelijk in de film JFK van Oliver Stone uit 1991. De film was aanleiding tot een hernieuwde discussie en politieke besluitvorming in de VS over de moord.

    We zullen nu dus moeten zien of de nieuwe openbaarmakingen tot helderheid leiden. Of tot opnieuw de conclusie dat zeer evidente feiten werden genegeerd. En dat het Warren verhaal op essentiële punten nog steeds niets opheldert. En dus mogelijk fake is.
    Ik wil maar zeggen dat je een heel volk niet kunt blijven negeren of als ‘complot-denkers’ kunt blijven wegzetten. Onze eigen Bijlmerramp, nu 25 jaar geleden, heeft ons de uitdrukking opgeleverd ‘onder de pet houden’. Zegt genoeg lijkt me.

    Iets anders is dat door de toegenomen regeldruk burgers in toenemende mate de kans lopen het slachtoffer te worden van perversiteiten. Een perversiteit ontstaat wanneer een op zich logische op legitieme regel wordt toegepast in een situatie waar deze niet (meer) past. Zie hiervoor : Ken je het land achter de regels, standaarden en protocollen ? (Google).
    Hier gebeurt dus in de ogen van de slachtoffers iets volstrekt onlogisch. Zonder dat deze hier verhaal op kunnen halen. Wat is dat voor logica hier ? Een complot ?
    Zie bijvoorbeeld in de Groene deze week de cumulerende ellende die onbekende schuldeisers kunnen generen. En er is niets aan te doen. Een complot ?

    En dan zijn er natuurlijk de nodige ervaringen binnen het eigen gezin of familie die niet begrepen worden, maar toch ergens vandaan moeten komen. Wie flikt mij dit ? En waarom ?

    Ik wil maar zeggen dat de ‘logica van het gevoel’ (A.Cornelis) mensen heel duidelijk kan zeggen ‘dat er iets niet klopt’. En zolang bevredigende antwoorden daar op uitblijven zullen andere verklaringen worden gezocht. Complot-denken is er slechts één van. En niet altijd onterecht. Dit geldt ook voor wetenschappers.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *