Staatsgeweld is een blinde vlek bij middenklassers

Staatsgeweld is een blinde vlek bij academici, politici, journalisten en middenklassers die de status quo niet hoeven uit te dagen, en die ook niet zwart zijn. Zij weten niet tot welk geweld de staat overgaat als zij uitgedaagd wordt, ook in Nederland.

De staat bezit het geweldsmonopolie en dus eindigt elk werkelijk politiek moment met geweld. Afgelopen zaterdag werden in het van Gogh museum kunstenaars gearresteerd die protesteerden tegen sponsoring van het museum door Shell. In Spijkenisse werden begin 2017 demonstrerende feministen gearresteerd. Vreedzame anti-zwarte Piet demonstranten werden in 2016 te Rotterdam afgetuigd door politieagenten. Maagdenhuis-bevrijders werden in 2015 door stillen opgepakt en een week lang gevangen gezet. Een demonstrante werd tijdens de koningskroning in 2012 opgepakt. Soms wacht de staat overigens niet tot het politieke moment zich materialiseert. In 1997 werden aan de vooravond van de Eurotop te Amsterdam honderden mensen opgepakt die zouden kunnen demonstreren. Wie het zwaard opneemt tegen de staat – of ook maar zou kunnen opnemen -, zal door het zwaard omkomen.

Iedere politicoloog weet dat het definiërende kenmerk van de staat het monopolie op geweld is. Wie staat zegt, zegt geweld. En wie geweld bestudeert, kan niet heen om de staat als grootgebruiker daarvan. De reële gevolgen van dat in tekstboeken vermelde geweldsmonopolie worden – behalve door mensen die omwille van hun zwarte lichaam door de politie worden vernederd in een praktijk die eufemistisch etnisch profileren genoemd wordt - door de middenklasser niet ondervonden. Tot het moment dan dat die middenklasser de staat of de status quo – en de staat is natuurlijk altijd hoeder van de status quo - uitdaagt. Dan volgt geweld.

En het is dat staatsgeweld dat een blinde vlek vormt bij academici, politici en journalisten die de status quo niet hoeven uit te dagen, en ook niet zwart zijn. Zij weten niet tot welk geweld de staat overgaat als zij uitgedaagd wordt. Het verschil tussen niet weten en niet willen weten is daarbij klein, maar ook een klein verschil is een verschil.

Alleen verontwaardiging over Amerikaanse politiemoorden

Er zijn minstens vijf afweermechanismen waarmee we vol kunnen houden dat de staat vredelievend is en dat niet politiek verzet nooit uit elkaar geslagen wordt. Ten eerste leidt politiegeweld tegen burgers alleen tot verontwaardiging als het in het buitenland plaats vindt. In Nederland overlijden met enige regelmaat arrestanten, al dan niet na in een nekklem te zijn genomen. Onze verontwaardiging evenwel reserveren wij exclusief voor Amerikaanse politiemoorden. De Nederlandse politie -onze politie- kan niet werkelijk gewelddadig zijn en evenmin werkelijk racistisch.

We geloven het alleen als het op camera staat

Ten tweede reageren wij slechts dan op geweldmeldingen als het op camera staat. Door de Amsterdamse politie opgepakte studenten stelden geslagen te zijn. Dat staat evenwel niet op camera en dus is het inderdaad het woord van de staat tegen dat van studenten. Wie geloven wij dan? Wie willen wij dan geloven? En wie kunnen wij dan geloven? Dan geloven wij de staat, althans kranten nemen de versie van de politie over en politici doen er het zwijgen toe.

De door de Rotterdamse politie uitgedeelde kaakslagen tegen zwarte demonstranten vielen echter niet te ontkennen. Zij staan op internet. Er is een filmpje met daarop een vanwege de staat neerdalende regen van kaakslagen op het weerloze gezicht van een door witte agenten vastgehouden zwart lichaam. De slavernij is voorbij, maar de staat leeft en het geweldsmonopolie met haar. En dus volgden er Kamervragen die iedereen inmiddels al weer vergeten is. Er waren wat artikelen waarin journalisten vragen opwierpen, ook dat. En daarmee wordt het derde afweermechanisme relevant.

Ook een afweer: een uitzondering op de regel

Wat we niet ontkennen kunnen, classificeren we als uitzondering op de regel. Zie daar het derde mechanisme. De vredelievende staat als regel, waarop de inrekening van studenten, feministen, kunstenaars en zwarten uitzonderingen vormen, betreurenswaardige uitzonderingen weliswaar, maar ook dat zijn uitzonderingen.

Dat zijn het natuurlijk niet. Ook te Dordrecht in 2011 werd onder andere Quincy Gario gewelddadig opgepakt. En ook te Gouda in 2015 werden zwarte burgers gewelddadig opgepakt. Sindsdien vervolgt het Openbaar Ministerie Kno'Ledge Cesare, die op camerabeelden genekklemd wordt door de politie, maar volgens diezelfde politie tijdens de nek-klem een agent zou hebben geknepen. Plaatsvindend in elk ander land zouden we de vervolging staatsintimidatie noemen, maar het vindt niet in een ander land plaats, en dus hebben wij terug te vallen op een vierde mechanisme.

‘Het is democratisch gelegitimeerd’

Het vierde mechanisme is de stelling dat de staat niet alleen het geweldsmonopolie bezit, maar het legitieme geweldsmonopolie. De staat is door ons democratisch gelegitimeerd om geweld te gebruiken. Het geweld is democratisch gezegend, wat de kaakslagen wellicht niet minder pijnlijk maakt maar wel legitiem. Daar zou wellicht wat voor te zeggen zijn indien politieke partijen namens ons effectief toezicht houden op geweldsuitoefening.

Dat is natuurlijk niet zo. Burgemeesters gaan over het geweldsapparaat, niet de wethouders, laat staan de gemeenteraad. En de gretigheid waarmee de Amsterdamse en Rotterdamse burgemeesters het namens hen ingezette geweld verdedigden was niet van antidemocratische sentimenten vrij. De geheime dienst bleek daarbij de gangen van anti-Zwarte Piet demonstranten te volgen – net zoals de geheime dienst vroeger de gangen van Soekarno, Hatta en Anton de Kom volgde -, zonder dat het parlement hier weet van heeft. Het parlement heeft het evengoed te doen met de informatie dat het Ministerie van Justitie hen verschaft en zoals wij weten is dat ministerie niet in zijn eerste leugentje gestikt. Soms vertrekt een minister als de leugen te opzichtig wordt, te duidelijk, te on-Nederlands. Soms keft nog een Kamerlid, maar de politiestaat trekt verder en academici en journalisten trekken met haar mee.

Laatste redmiddel: het wordt beter

Wie toch de ogen niet wil sluiten wil, kan als ultimum remedium terugvallen op het laatste, vijfde mechanisme. Ja, de staat is ook in Nederland gewelddadig, ja, dat is structureel en ja, dat is illegitiem, maar het wordt beter. Vroeger was het immers slechter. En het is waar. Niet in deze eeuw werden Soekarno en Hatta in Boven-Digoel geïnterneerd. Inderdaad herinnert enkel de Coen-tunnel nog aan het door de VOC uitroeien van bewoners van het eiland Banda. Inderdaad kan niemand zich nog heugen dat Curaçaoër Tula gekruisigd werd, al komt dat ook door het op dit punt selectieve staatsonderwijs. En de overlevenden van de slachting van Rawagede zijn inderdaad inmiddels bejaard – en er zijn dan toch maar mooi overlevenden, die nu bovendien een schadevergoeding krijgen, weliswaar na jaren traineren door de staat. En is het tegenwoordig niet ondenkbaar dat Domela Nieuwenhuis gevangen gezet zou worden?

Allicht. Net zoals het in 1991 ondenkbaar was dat het de Nederlandse politie zou zijn geweest die Rodney King in elkaar had geslagen. En net zoals het in datzelfde 1991 ondenkbaar was dat Nederlandse journalisten, politici en wetenschappers naar de punt van hun schoen zouden turen als camerabeelden zouden tonen dat de Nederlandse politie een zwarte burger aftuigt. In de VS was er in 1991 dan toch in elk geval nog verontwaardiging.

David Hollanders is docent aan de Tilburg School of Economics and Management.

Foto: Shirley de Jong (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. Goed stuk. En dit gaat dan alleen maar over ‘echt’ geweld. Maar het geweldsmonopolie van de staat gaat veel verder: het geven van celstraf voor belastingontduiking, het geven van boetes wegens spijbelen, etc. Daar heeft de brede bovenklasse al helemaal geen zicht op of gevoel bij, terwijl de ‘boze rechtse kiezer’ met recht het gevoel kan hebben dat de Staat de vrijheid van burgers inperkt om het belang van de hoogopgeleide ‘belastingkrijger’ te beschermen. Het verbod om vanaf je 14de te gaan werken (i.p.v. twijfelachtig onderwijs te volgen) is er een voorbeeld van dat het helemaal niet alleen maar beter wordt dan vroeger, juist jonge mensen worden veel meer overweldigd door de staat dan vroeger.

  2. En al die politieke momenten die niet eindigen met geweldsgebruik, zijn die niet “werkelijk politiek”? Dus niet-politiek?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *