Niet ‘invechten’ maar de norm verbreden om discriminatie uit te bannen

De recente Black Lives Matter-demonstraties lieten zien dat onze samenleving nog lang niet inclusief genoeg is. Dat niet alle burgers gelijkwaardig zijn. Dit erkennen is een eerste stap. De tweede stap is dat we onze eigen rol en instituties kritisch bekijken en verbreden wat we als maatschappij waarderen en stimuleren. Kortom, dat we de norm verbreden.

Hoe vaak betrap ik mezelf niet op seksistische of racistische gedachten? Dat ik bij een praatprogramma ineens besef dat ik de witte mannelijke expert die comfortabel ruimte inneemt en met lage stem zijn mening verkondigt meer deskundigheid toedicht dan de vrouwelijke expert met een smaller lichaam en snellere spraak. Dat ik bij een cabaretier die opgegroeid is in een migrantengezin voor mezelf constateer dat hij zulke intelligente dingen zegt, en mezelf daarna afvraag waarom ik dat het opmerken waard vind. Maar ook dat ik bewust tegen mezelf moet zeggen dat ik degene in de rolstoel moet aanspreken, en niet degene die de rolstoel duwt.

Veel te vaak. Een Master in Genderstudies en vele jaren onderzoekservaring naar processen van uitsluiting maakt blijkbaar niet dat ik alle stereotype denkbeelden losgelaten heb en kan voorkomen dat ik mensen tekort doe met mijn inschatting.

Verandering gaat niet zonder ongemak

Eerder schaamde ik op zulke momenten. Tegenwoordig probeer ik blij te zijn dat ik deze momenten bij mezelf herken (en mezelf blijkbaar aan het ontwikkelen ben van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust onbekwaam’). Ik probeer deze momenten juist te benoemen, om te illustreren dat seksisme, racisme en validisme (vooroordelen over en marginaliseren van mensen met een functiebeperking) in iedereen zitten en verankerd zijn in bredere maatschappelijke structuren. Ik benoem deze momenten van implicit bias niet om ze goed te praten, maar om ze bespreekbaar te maken. Alleen dan kunnen we veranderen.

Hoewel deze patronen misschien niet geheel uit te bannen zijn, is het namelijk belangrijk dat we ze bij onszelf en in onze instituties herkennen. Dat we ze willen herkennen. En dat we ze onder de loep nemen en bevragen. Dit vraagt een reflectieve, kwetsbare opstelling. Het vraagt dat we onze automatische defensieve reacties – gericht op zelfbescherming – even loslaten en een moment van ongemak verdragen. Dit kan vooral voor mensen die in de comfortabele positie zitten dat zij zelden persoonlijk ongemak ervaren of geloven dat zij altijd onwrikbaar ‘juist’ moeten zijn (iets waar ik zelf vaak last van heb) even wennen zijn.

Bouwen aan inclusieve samenleving draait om verbreding van de norm

Het bouwen van een inclusieve samenleving en inclusieve instituties draait om ruimte maken. Ruimte maken voor mensen, benaderingen en perspectieven die afwijken van de norm die vaak onzichtbaar is. Dit vraagt vier stappen:

Erkennen dat uitsluiting grotendeels onbewust en subtiel is
Als we mechanismen van uitsluiting willen aanpakken is het belangrijk dat we kunnen reflecteren op onze eigen rol en die van de bestaande regels en codes. Het uitgangspunt ‘Ik bedoel er niets verkeerds mee, dus het is niet verkeerd’ staat vooruitgang in de weg. Vooroordelen zijn vaak onbewust en diep ingesleten in de maatschappij, in grapjes, spreekwoorden, reclames, wet- en regelgeving, media en politiek. Gloria Wekker (2017) spreekt dan ook van een ‘cultureel archief’.

Wanneer het voornamelijk witte mannen zijn die in een actieve, leidende rol worden afgebeeld, heeft dit effect op de verwachtingen ten aanzien van mannen en vrouwen. En wat doet het met je ambities wanneer je als kind met een donkere huidskleur alleen witte ballerina’s of hockeyers ziet? Of als je in je naaste omgeving alleen homofobe grapjes hoort? Vaak zijn we onszelf niet bewust van zulke stereotype denkpatronen en manieren waarop maatschappelijke ongelijkheid vorm krijgt.

Daarnaast zijn mechanismen van uitsluiting vaak heel subtiel. Losse opmerkingen, vragen en blikken vormen structuren van uitsluiting door herhaling. Zo gebeurt het dat iemand een keer terloops vraagt ‘Waar kom je ECHT vandaan?’ of ‘Wat vind jij als moslim nu van deze terroristische aanslag?’, of opmerkt ‘Wat spreek je goed Nederlands!’, terwijl de aangesproken persoon dagelijks zulke vragen en opmerkingen krijgt. Hoewel meestal goedbedoeld, bombarderen ze iemand tot buitenstaander. Daarom worden ze ook wel ‘micro-agressies’ genoemd, of in de woorden van Philomena Essed (2017) ‘alledaags racisme’ (zie ook hier). Door het onbewuste en subtiele karakter zijn zulke voorvallen op het moment zelf moeilijk te interpreteren, en dus ook slecht te adresseren.

Om opener, reflectiever en sensitiever te zijn met betrekking tot de werking van uitsluiting en onze eigen rol, moeten we beginnen met de erkenning dat deze mechanismen grotendeels onbewust en onopvallend zijn.

Huidige normen verbreden
De aanwezigheid van een grote variatie aan mensen draagt niet bij aan ‘diversiteit’ wanneer zij allemaal door dezelfde hoepel moeten springen en zich op dezelfde manier moeten gedragen om erkend, gewaardeerd en gepromoot te worden.

Zo lang positieve kwalificaties zoals ‘leiderschap’, ‘expertise’, ‘professionaliteit’ en ‘objectiviteit’ meer aan bepaalde lichamen, lichaamshoudingen, kleding, stemmen, communicatiestijlen en levensstijlen worden gekoppeld dan aan andere is de organisatie niet inclusief. Wat we als maatschappij of organisatie waarderen en stimuleren, de norm, moet verbreed worden.

Eerst de huidige normen herkennen
Om de norm te verbreden moet de bestaande norm wel zichtbaar zijn. Dit gaat bijvoorbeeld om het herkennen dat ‘leiderschap’ wordt gekoppeld aan extraversie en stelligheid; dat we fulltime inzet meer waarderen dan parttime inzet; of dat iemands taalvaardigheid belangrijker is dan hetgeen diegene zegt. Het gaat om het herkennen dat medische kennis over hartfalen eigenlijk alleen kennis is over het mannelijke hart (zie ook hier), en dat ‘algemene’ psychologische principes vooral gebaseerd zijn op onderzoek onder witte psychologiestudenten.

Als we de norm meer divers en inclusief willen maken, zullen we de huidige normen eerst moeten herkennen, evenals de manieren waarop wij deze elke dag in stand houden (in onze opvoeding, geroddel, promotiecriteria en talkshows), en de manieren waarop deze normen sommige mensen voortrekken boven andere.

Onbevooroordeeld naar elkaar luisteren
Inclusie en verbreding van de norm vraagt vervolgens dat we verder kijken dan de norm en stereotypen. Zoals Halleh Ghorashi vaak uitlegt, is het belangrijk dat we ook iemand die we in een oogwenk categoriseren als ‘de ander’ als een uniek en veelzijdig individu zien. Dat we diegene inschatten en beoordelen op basis van diens unieke talenten. Dat we dus verder kijken dan iemands taalvaardigheid, en luisteren naar wat hij of zij te zeggen heeft. Dat we verder kijken dan een vluchtelingenstatus, en iemands activistische verleden zien.

Verbreding van de norm vraagt hiermee om openheid, interesse en erkenning. Tolerantie en onverschilligheid is onvoldoende. Cruciaal is ‘uitstel van oordeel’ (en van ego), om onbevooroordeeld en niet-defensief te luisteren van mens tot mens, naar elkaars ervaringen, rollen, ambities, angsten, en dromen. Ghorashi noemt dit een ‘interspace’ of ‘vertraagde tussenruimte’ voor verbinding.

Kortom, het ‘invechten’ van minderheden vormt misschien wel een sleutel tot gelijkheid, maar niet tot gelijkwaardigheid. Hiervoor is het nodig dat we kijken naar onszelf als individu, institutie en maatschappij, naar de dominante norm, en dat we met belangstelling en openheid ruimte maken door de norm te verbreden.

Marieke Slootman werkt als diversity officer education en als socioloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

Foto: Robert Lagendijk

Bronnen

Wekker, G. (2017). Witte onschuld: paradoxen van kolonialisme en ras. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Essed, P. (2017). Alledaags racisme (derde herziene druk). Amsterdam: Van Gennep.

 

Dit artikel is 2227 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Werkloosheid en leeftijd discriminatie zijn de grootste maatschappelijke discriminatoire uit sluiters.
    (Massa) migratie gevoed door overwegend economische noodzaak zorgen ervoor dat deze ‘nieuwelingen’ onder dezelfde neoliberale condities komen te vallen. Uitsluiting is het gevolg en het neoliberale ‘invechten’ wordt dan onvermijdelijk.
    Dit alles voorbij goed en kwaad en morele oordelen blijken hier geen vat op te hebben.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *