Racisme zit ook in alledaagse taal

Sinds de dood van George Floyd spreken mensen zich over de hele wereld massaal uit tegen racisme. Beelden van omstreden historische figuren en instanties worden beklad en omvergetrokken; dagelijkse ervaringen met racisme worden gedeeld tijdens demonstraties en in de media. Lotte Thissen pleit voor bewustwording van racisme in de alledaagse taal die we gebruiken.

Alledaags racisme (Philomena Essed introduceerde in 1984 deze term die helaas nog altijd relevant is) zit diepgeworteld in hoe en welke taal wij gebruiken in instituties en in het alledaagse leven. Institutionele ‘taal’ wordt gebruikt door overheid en media. Een voorbeeld daarvan zijn sollicitatieformulieren en enquêtes in Amerika en het Verenigd Koninkrijk waarin je onder persoonlijke gegevens je ras of etniciteit moet aankruisen. In Nederland is het gebruik van woorden als autochtoon en allochtoon of westers en niet-westers ook een voorbeeld van institutionele taal.

Institutionele taal beïnvloedt de taal die we onderling gebruiken

Het voorstel om de term ‘ras’ in de Duitse grondwet af te schaffen is een voorbeeld van hoe je denken over institutioneel taalgebruik kunt veranderen. In 2018 heeft tijdschrift OneWorld kritisch gereflecteerd op haar eigen taalgebruik en besloot vervolgens bepaalde uitdrukkingen en termen niet meer te gebruiken.

Een, naar mijn mening, belangrijk besluit, aangezien institutionele taal van invloed is op de tweede soort taal, namelijk de alledaagse taal die we onderling gebruiken in interacties op straat, bij vrienden en op feestjes. Wanneer beleidsstukken, politici, bestuurders en media bepaalde uitdrukkingen en woorden continue gebruiken, dan zal dit ook overgenomen worden in alledaagse taal.

De taal opschonen

In een column in Trouw (21 november 2019) stelt Pieter Boele van Hensbroek dat institutioneel racisme niet verdwijnt als we de taal opschonen van woorden als blank, gouden eeuw, VOC-mentaliteit – daar is meer voor nodig.

Ik ben het daar niet mee eens, taalgebruik heeft namelijk een groot effect op hoe we voelen ergens wel of niet bij te horen, zoals ik heb laten zien in mijn proefschrift en eerder op deze site.

Alledaags en bedekt racisme in taalgebruik afdoen als overgevoelig en subjectief

Taal is het middel waarin we de nuances in het ons wel of niet erbij horen voelen duidelijk maken. Het is daarmee zeer heikel en gevoelig, want hoe mensen taal opvatten en interpreteren verschilt per persoon en is daarmee subjectief. Daarom worden alledaagse ervaringen van racisme vaak afgedaan als overgevoelig en subjectief, omdat je het niet, zoals andere zaken in het leven, in een cijfer kunt vatten.

Tegelijkertijd is er wel degelijk onderzoek dat bewijst dat alledaags en bedekt racisme leidt tot gezondheidsproblemen. Die zogenaamd subjectieve gevoelens en ervaringen dienen we dus serieuzer te nemen. Een manier om dat te doen is ons bewust zijn van de taal die we alledaags en in instituties gebruiken en van het effect van die taal – naast het grondig aanpassen van structurele ongelijkheden op de arbeidsmarkt en huizenmarkt. Ik zal dit illustreren met een voorbeeld.

Wat er gebeurt als institutionele termen diversiteit ontkennen en negeren

Voor mijn proefschrift heb ik etnografisch veldwerk gedaan in Limburg. Ik heb bijna een jaar meegedraaid in een supermarkt die in de volksmond ‘de Turkse winkel’ genoemd wordt. Dat label zegt al iets over die winkel, terwijl de winkel meer dan alleen Turkse producten verkoopt. Tijdens het meewerken in de winkel, vroegen witte Nederlanders vaak aan medewerkers, waaronder ikzelf: ‘Wat doen jullie daar mee?’

Ondanks dat deze vraag vaak uit pure nieuwsgierigheid en interesse wordt gesteld, stelt de vraag een homogene culinaire groep voor, wie dat ook moge zijn. De medewerkers in de winkel hadden een Turkse, Marokkaanse en Koerdische achtergrond maar waren allemaal ook Nederlanders en Limburgers. Die diversiteit werd op één hoop gegooid door het gebruik van het label ‘jullie’. Wanneer institutionele termen als ‘allochtoon’ en ‘niet-westerse etnische minderheden’ diversiteit blijven negeren en ontkennen, zullen dit soort generalisaties in stand worden gehouden in ons onderlinge alledaags taalgebruik, zij het met de beste intenties.

We moeten ons bewust worden van de rol van alledaagse taal

Dit laat zien hoe taalgebruik groepsdenken en het denken in rassen in stand houdt. Mijn suggestie zou zijn om vragen, die zeker uit nieuwsgierigheid en interesse gesteld worden, op zo’n manier te stellen dat ze zo vrij mogelijk zijn van generalisaties en reducties van diverse groepen mensen. In dit specifieke geval, probeer de vraag vanuit jezelf te stellen: ‘Ik zie dit product, wat zou ik daarmee kunnen doen?’ of ‘Ik zie dat dit product enkel Turkse etiketten heeft, waar kan ik dit voor gebruiken?’

Wanneer we weg willen van het opdelen van onze samenleving in zogenaamd homogene en afgebakende groepen of ‘rassen’ dienen we ons bewust te worden van de rol die alledaags taalgebruik daarin speelt.

Lotte Thissen is cultureel antropoloog gespecialiseerd in multiculturalisme, meertaligheid, sociale verhoudingen en identiteitsvraagstukken. Ze is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit Maastricht.

 

Foto: FaceMePLS (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 3140 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Ik vind het lastig, ik kan me in de teneur van het artikel vinden, maar bij dergelijke stellingname komt bij mij toch de vraag: waar ligt de grens? Veel van het ‘racisme’ waarnaar verwezen worden valt voor mij in de categorie ‘bewust of onbewust pesten’. Als je iemand wil pesten dan gebruik je iets waarin die persoon anders is dan de rest: “rooie”, “flapoor”, “dombo”. Als ik iemand niet langer “flapoor” mag noemen, omdat dat racistisch wordt gevonden, dan zoek ik wel een andere term om dezelfde persoon in een hoekje te drukken. Het verbieden van woorden zal dit niet verhelpen.
    De oplossing zit hem meer in het begrijpen van je eigen en andermans taalgebruik. Een goed voorbeeld staat in het bovenstaande artikel. Er wordt in de Turkse Winkel vanuit gegaan dat er met ‘jullie’ een ras of afkomst wordt bedoeld. Dat kan zo zijn, mijn interpretatie was in eerste instantie anders. Ik interpreteerde ‘jullie’ in deze context als ‘jullie van de winkel’, en dan is de vraag ‘wat doen jullie ermee’ een terechte compacte vorm van de vraag: “Dit is de winkel waar jullie in werken, waarom verkopen jullie dit, en waarvoor zouden jullie dit zelf gebruiken?”
    Ook het benoemen van de winkel als ‘Turkse Winkel’ hoort hierbij, het is een duidelijke aanwijzing over welke winkel het gaat, alle buurtbewoners, van alle etniciteiten, rassen, oorstanden en haarkleuren begrijpen over welke winkel het gaat. Het is in mijn ogen niet meer dan een compacte aanduiding,

  2. Van der Lindens primaire interpretatie van ‘jullie’ in: ‘jullie van de winkel’, is plausibel en had als óók mogelijke betekenis in Thissen proefschrift moeten worden opgegeven. Het lijkt er nu op dat zij ‘coûte que coûte’ slechts wil vinden wat ze zoekt: racisme, thema, mode en passie van onze tijd!

    T beroept zich op Ph. Essed, een hachelijke guru. Een stukje van PhE maakt dat duidelijk.
    Essed: ‘Het woord ras werd uitgevonden in de negentiende eeuw. Men was uit op een verklaring voor de vermeende Europese superioriteit in termen van geld, wapens en techniek. De verklaring van die zogenaamde culturele superioriteit werd een biologische. Immers: ras zit zogenaamd in de genen. Er werd legitimatie gezocht voor het onderdrukken van andere volkeren. Dus het witte ras werd een kenmerk van culturele superioriteit.’ (‘bold’ van s.d.)
    Bron: De Van der Leeuw-lezing van Sunny Bergman. 34E LEZING Door Sonny Bergman. Opgetekend bij Weblog Grutjes op … 2016

    De flotsams en jetsams van Essed! Met haar gebruik van de tegenstribbelende of ook laatdunkende woorden ‘zogenaamde’(2x) en ‘vermeende’, weet je wat je als Esseds neutrale recensent te wachten kan staan. Het onderschept mogelijke kritiek haar onwelgevallig, want ‘vermeend’ is ‘ad libitum’ waar of niet waar, en met ‘zogenaamd’ idem dito. Vanwege die voorbehoedende handicaps liever niet met haar in discussie gaan, is daarom wetenschappelijk aanbevelenswaardig.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *