Als je de uitspraken leest van Kamerleden in het artikel Politici: veel te weinig ervaringsdeskundigen in de zorg over ervaringsdeskundigheid, dan valt het volgende op. De goede bedoelingen en warme woorden van Kamerleden gaan ongeveer gelijk op met gebrek aan (diepere) kennis over het ervaringsdeskundige vak.
Tal van varianten
Ik constateer een hoog gehalte aan instrumenteel denken over inzet van ervaringsdeskundigheid, in vrijwel uitsluitend werksituaties in de uitvoering, met direct burger/cliëntcontact. Daarnaast komt belangenbehartiging voorbij als ervaringsdeskundige verschijningsvorm, en wordt er verwezen naar het VN-verdrag Handicap in de praktijk.
Dat laatste dat roept bij mij meer een associatie op met participatie dan met gelijkwaardig samenwerken. Ik proef vooral ggz-context in het gezamenlijke verhaal van deze Kamerleden, met een specifiek uitstapje naar transgenderzorg via Sylvana Simons.
Er lijkt overwegend nogal smal te worden gekeken naar het werkgebied van ervaringsdeskundigheid, dat in de voorbije jaren tal van varianten is gaan tellen. Niet alleen in de zorg, maar ook volop in het sociaal domein. De ggz en de verslavingszorg hebben wellicht de oudste papieren als het om ervaringsdeskundigheid gaat, maar ervaringsdeskundigen zijn ook actief en van waarde op tal van andere vlakken. Zoals bijvoorbeeld bij huiselijk geweld, dakloosheid, armoede en schulden of inclusie.
Eerst diploma halen
D66 brengt nog een andere beperkende gedachte naar voren door te verwoorden wat vooral mensen buiten het ervaringsdeskundige vak logisch of geruststellend zullen vinden: de ervaringsdeskundige moet wel eerst een diploma halen. Dat kan echter ten koste gaan van uitstekende ervaringsprofessionals die hun sporen in het vak al lang en breed verdiend hebben. En ook zou het de weg afsluiten naar professioneel ervaringswerk voor mensen die op een andere manier leren dan traditioneel in de schoolbankjes, bijvoorbeeld via een meester-gezel-constructie.
Er is weinig of geen oog voor wat ervaringsdeskundigheid ook nog kan brengen
Samengevat gaat het in de verhalen van de geïnterviewde Kamerleden veelal om ervaringsdeskundigen die uitvoerend werk doen in direct contact met (ggz-)cliënten of belangen van deze cliënten behartigen. En dat zien veel Kamerleden best zitten.
Mooi extraatje
Al met al waart er een geest van: met de toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigheid kunnen we alles wat we al jaren gewend zijn te doen, met een mooi extraatje wat verrijken. Maar daarmee verandert er niets wezenlijks aan het beleid en de praktijk van de zorg en het sociaal domein. Er komt slechts een extra optie of puzzelstukje bij op tafel voor burgers en cliënten.
Impliciet blijft de insteek van zorg, begeleiding of ondersteuning daarmee net zo resultaatgericht als ze was. Er is weinig of geen oog voor wat ervaringsdeskundigheid ook nog kan brengen. Zoals een verschuiving van focus van het resultaat (bijvoorbeeld: iemand gaat voor de buitenwereld merkbaar ‘beter’ functioneren, of problemen worden opgelost) naar het proces en het fundament van mensen in de leefwereld (iemand voelt meer rust of evenwicht, boekt zelfvertrouwen, ervaart meer plezier of zingeving, et cetera). Terwijl een goed proces en een verstevigd fundament nu juist zo belangrijk zijn voor mensen om van daaruit volgende ontwikkelingsstappen te zetten.
Magere score
Alleen Attje Kuiken van de PvdA kijkt verder dan haar neus lang is, zij legt een koppeling tussen ervaringsdeskundigheid en beleid: ‘De inzet van ervaringsdeskundigen kan de afstand tussen de papieren werkelijkheid in Den Haag en de uitwerking van beleid verkleinen.’
Als enige geeft zij blijk van de notie dat ervaringsdeskundigheid veel gelaagder in te zetten is dan uitsluitend uitvoerend, op de werkvloer. Dat laatste is zeker ook uiterst waardevol, maar het is slechts één manier van het inzetten van ervaringsdeskundigheid.
‘Ervaringsdeskundigheid kost alleen maar. Gaan jullie ook nog eens een keer wat opleveren?’
Het is alles bij elkaar een erg magere score die de Tweede Kamer op de mat legt. En een kopie van wat je ziet bij veel welwillende beslissers bij organisaties in het werkveld: beperkte kennis en beperkte inzichten. Dat is enorm zonde, want er is zo ontzettend veel meer mogelijk als je de kennis hebt vergaard om werkelijk te kunnen zien wat er allemaal mogelijk is met ervaringsdeskundigheid.
‘Het veld doet er niets mee’
Dan nog iets over de constatering dat ‘het veld er niets mee doet’. Waar de politiek niet of onvoldoende bij stilstaat, is de invloed van de manier waarop zorg of ondersteuning wordt gefinancierd. Die financiering werkt taak- en resultaatgerichtheid in de hand. Dat maakt dat iets ‘nieuws’ als ervaringsdeskundigheid, dat ‘er ook nog eens bij komt’ en nogal eens als iets ‘vaags’ wordt gezien, bij veel organisaties maar moeizaam omarmd wordt.
De wijze van financieren werkt ook bestuurlijke luiheid in de hand: waarom zou je je verdiepen in, laat staan sterk maken voor iets nieuws, waarvan niet overduidelijk lijkt wat het oplevert – zowel inhoudelijk, maar vooral ook in financiële zin (‘wij doen alleen waarvoor we betaald worden’)? Dat ben ik in het veld maar al te vaak tegengekomen: ‘Ervaringsdeskundigheid kost alleen maar. Gaan jullie ook nog eens een keer wat opleveren?’
Zo ben je in het werkveld afhankelijk van bestuurlijke witte raven die vanuit intrinsieke overtuiging wél gaan staan voor ervaringsdeskundigheid – willekeur dus. En als die witte raaf naar een andere bestemming vliegt, kun je bij de opvolg(st)er vaak helemaal opnieuw beginnen om diegene te overtuigen van nut en noodzaak van ervaringsdeskundigheid in al haar verschijningsvormen.
Ivoren torens van bestuurlijk Nederland
Als in de Tweede Kamer het beperkte beeld blijft bestaan van ervaringsdeskundigheid als slechts iets uitvoerends en daarop vervolgens het beleid wordt geschoeid, dan verandert de entree van ervaringsdeskundigheid hooguit iets in de marge van de dagelijkse praktijk van de zorg of het sociaal domein.
Van een werkelijke omwenteling is zo geen sprake. Dat is eeuwig jammer. Maar voor wie het moet doen met de oppervlakkige kennis van ervaringsdeskundigheid bij het doorsnee Kamerlid, zal het al heel wat zijn als ervaringsdeskundigen een partijtje mee mogen blazen op de werkvloer in de praktijk – onveranderd ver weg gepositioneerd van de ivoren torens van bestuurlijk Nederland.
Jeroen de Haan-Rissmann is senior ervaringsdeskundige bij Movisie
Foto: Gerard Stolk (Flickr Creative Commons)