Ga naar een conferentie over het sociaal domein of op werkbezoek in een ‘krachtwijk’ en je kan erop wachten. En ja hoor (gaap), daar komt-ie weer: de ‘systeemwereld’ en de ‘leefwereld’ ‒ het onvermijdelijke begrippenpaar. Op kleurrijke slides worden ze graag gevisualiseerd als twee losse cirkels of een diepe kloof.
Bij de term systeemwereld verhardt de toon: die is lelijk, onverschillig, bureaucratisch
De leefwereld wordt altijd op zangerige toon gepresenteerd: die is mooi, echt en vooral in de verdrukking, niet gekend. Bij de term systeemwereld verhardt de toon: die is lelijk, onverschillig, bureaucratisch. Burgers zijn in dit verhaal de kenners van de leefwereld, professionals en gemeenteambtenaren staan voor de systeemwereld. En die hebben geen enkel zicht op de leefwereld.
Geld en macht
Dit verhaal lijkt niet erg meer op waar Habermas, de grondlegger van de terminologie, aandacht voor vroeg. In het onvolprezen Lexicon nabijheid en sociaal werk legt René Gabriëls uit dat Habermas vooral wees op de kolonisatie van de leefwereld door het systeem (dus niet systeemwereld). Hij bedoelde daarmee dat het alledaagse leven doorspekt is geraakt met economische en bureaucratische logica’s, oftewel geld en macht.
Het systeem is dus helemaal niet vervreemd geraakt van de leefwereld, maar heeft juist een te grote rol gekregen. Dat zien we in de praktijk terug bij professionals die door new public management aan banden worden gelegd, maar evengoed bij burgerinitiatieven die splijten door ruzies over geld of wie de baas is.
Ik ken de leefwereld! Ik ben de leefwereld!
Hou daarom eens op met het romantiseren van de leefwereld. Burgers zijn ook echt niet per definitie de hoeders van de leefwereld – ook zij leven met verschillende systemen. En geef burgers ook niet het alleenrecht van de kennis daarover. Ervaringsdeskundigen kunnen momenteel anderen soms wel erg makkelijk wegdrukken. Ik ken de leefwereld! Ik ben de leefwereld! Als iemand dakloos is geweest, snoeren de mensen met een warme woning zichzelf de mond. Als iemand van kleur praat over discriminatie, durven de witte aanwezigen niets meer in te brengen.
Hoe belangrijk deze verhalen ook zijn, er zijn ook onderlinge verschillen tussen ervaringsdeskundige mensen. Bovendien is het juist de bedoeling dat het gesprek op gang komt met gebruik van verschillende bronnen van kennis. Van burgers én van wetenschappers en professionals.
Niemand neemt het meer op voor systemen, of beter: voor bureaucratie. Begrijpelijk, we hebben wel heel veel staaltjes van gebrek aan medemenselijkheid gezien, waaronder het toeslagenschandaal. Maar soms is er te weinig van. We zien te vaak dat het op toeval berust of mensen goede hulp krijgen. Dan moet je maar net de juiste hulpverlener treffen, die wél tijd neemt, die eens doorvraagt. En dan moet er ook nog een klik zijn ‒ je moet wel aardig gevonden worden. Laten zien dat je je best doet. Of je in de WW een sanctie krijgt als je minder solliciteert dan verplicht is ‒ het ligt er maar aan wie je treft.
Perspectieven samenbrengen
De leefwereld ligt helemaal niet buiten professionals of uitvoeringsmedewerkers. Zij hebben de zware taak al die verschillende perspectieven samen te brengen. En juist mensen die werken in de hulpverlening hebben in hun eigen leven vaak te maken gehad met tegenslagen. Vraag maar eens aan de leerlingen op het roc waarom ze kiezen voor sociaal werk of jeugdhulpverlening. Een deel van de professionals werkzaam in de ggz heeft zelf psychische problematiek aan den lijve ondervonden.
Zorgen dat deze levenservaring op een goede manier wordt verankerd in hulpverleningssystemen is zinvoller dan de constante zelfkastijding van professionals die zich buiten de geïdealiseerde leefwereld (laten) plaatsen.
Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie (ACVZ)
Foto: Joris van den Einden