COLUMN Hou eens op over leefwereld en systeemwereld

De valse tegenstelling tussen leefwereld en systeemwereld slaat ieder gesprek dood, vindt Monique Kremer.

Ga naar een conferentie over het sociaal domein of op werkbezoek in een ‘krachtwijk’ en je kan erop wachten. En ja hoor (gaap), daar komt-ie weer: de ‘systeemwereld’ en de ‘leefwereld’ ‒ het onvermijdelijke begrippenpaar. Op kleurrijke slides worden ze graag gevisualiseerd als twee losse cirkels of een diepe kloof.

Bij de term systeemwereld verhardt de toon: die is lelijk, onverschillig, bureaucratisch

De leefwereld wordt altijd op zangerige toon gepresenteerd: die is mooi, echt en vooral in de verdrukking, niet gekend. Bij de term systeemwereld verhardt de toon: die is lelijk, onverschillig, bureaucratisch. Burgers zijn in dit verhaal de kenners van de leefwereld, professionals en gemeenteambtenaren staan voor de systeemwereld. En die hebben geen enkel zicht op de leefwereld.

Geld en macht

Dit verhaal lijkt niet erg meer op waar Habermas, de grondlegger van de terminologie, aandacht voor vroeg. In het onvolprezen Lexicon nabijheid en sociaal werk legt René Gabriëls uit dat Habermas vooral wees op de kolonisatie van de leefwereld door het systeem (dus niet systeemwereld). Hij bedoelde daarmee dat het alledaagse leven doorspekt is geraakt met economische en bureaucratische logica’s, oftewel geld en macht.

Het systeem is dus helemaal niet vervreemd geraakt van de leefwereld, maar heeft juist een te grote rol gekregen. Dat zien we in de praktijk terug bij professionals die door new public management aan banden worden gelegd, maar evengoed bij burgerinitiatieven die splijten door ruzies over geld of wie de baas is.

Ik ken de leefwereld! Ik ben de leefwereld!

Hou daarom eens op met het romantiseren van de leefwereld. Burgers zijn ook echt niet per definitie de hoeders van de leefwereld – ook zij leven met verschillende systemen. En geef burgers ook niet het alleenrecht van de kennis daarover. Ervaringsdeskundigen kunnen momenteel anderen soms wel erg makkelijk wegdrukken. Ik ken de leefwereld! Ik ben de leefwereld! Als iemand dakloos is geweest, snoeren de mensen met een warme woning zichzelf de mond. Als iemand van kleur praat over discriminatie, durven de witte aanwezigen niets meer in te brengen.

Hoe belangrijk deze verhalen ook zijn, er zijn ook onderlinge verschillen tussen ervaringsdeskundige mensen. Bovendien is het juist de bedoeling dat het gesprek op gang komt met gebruik van verschillende bronnen van kennis. Van burgers én van wetenschappers en professionals.

Niemand neemt het meer op voor systemen, of beter: voor bureaucratie. Begrijpelijk, we hebben wel heel veel staaltjes van gebrek aan medemenselijkheid gezien, waaronder het toeslagenschandaal. Maar soms is er te weinig van. We zien te vaak dat het op toeval berust of mensen goede hulp krijgen. Dan moet je maar net de juiste hulpverlener treffen, die wél tijd neemt, die eens doorvraagt. En dan moet er ook nog een klik zijn ‒ je moet wel aardig gevonden worden. Laten zien dat je je best doet. Of je in de WW een sanctie krijgt als je minder solliciteert dan verplicht is ‒ het ligt er maar aan wie je treft.

Perspectieven samenbrengen

De leefwereld ligt helemaal niet buiten professionals of uitvoeringsmedewerkers. Zij hebben de zware taak al die verschillende perspectieven samen te brengen. En juist mensen die werken in de hulpverlening hebben in hun eigen leven vaak te maken gehad met tegenslagen. Vraag maar eens aan de leerlingen op het roc waarom ze kiezen voor sociaal werk of jeugdhulpverlening. Een deel van de professionals werkzaam in de ggz heeft zelf psychische problematiek aan den lijve ondervonden.

Zorgen dat deze levenservaring op een goede manier wordt verankerd in hulpverleningssystemen is zinvoller dan de constante zelfkastijding van professionals die zich buiten de geïdealiseerde leefwereld (laten) plaatsen.

Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie (ACVZ)

 

Foto: Joris van den Einden

Dit artikel is 7734 keer bekeken.

Reacties 6

  1. Het ‘new public management’ heeft wel een management systeem gecreëerd dat in grote mate aan ontmenselijking in sociale organisaties heeft geleid.
    De inhoud van het werk is hierbij niet leidend meer maar wordt ondergeschikt gemaakt aan bedrijf economische doelstellingen hetgeen resulteert in een slechte kwaliteit van het werk en een verminderde motivatie bij de werknemers.
    Het neoliberale denken waar het managementdenken het logisch gevolg van is wordt thans nog in grote mate nagevolgd en blokkeert denken over een beter en meer menselijk hulpverleningssysteem.

  2. Dat is te zeggen. Enige afstand tussen de systeem- en de leefwereld hoort erbij en is ook goed. Anders wordt het als de systeemwereld de vijand wordt van de leefwereld en dat is hier op R’dan Zuid het geval. Verder zou ik mijn medebewoners van Feijenoord niet onderschatten; velen mogen dan in tal en last verkeren maar ze zijn niet dom en weten goed wat ze willen. Ze worden echter arm, dom en onmondig door u kunt wel raden wie.
    Hetzelfde geldt voor de werkers van de dagelijkse pedagogische praktijk; mensen die bij uitstek goed werk verrichten maar die stank voor dank krijgen en wie institutionele minachting ten deel valt door….

    Dat het jeugdbeleid op Rdam Zuid dan ook faliekant mislukt komt door het domme en eigengereide tekentafelbeleid van de systeemdenkers, dat niet doorleefd is vanuit de praktijk van alle dag.

    http://www.pedeng.nl/rdom

  3. Interessant, het geeft me stof tot nadenken, dank.
    Ik herken dat er een karikaatuur van leefwereld en systeem(wereld) op allerlei plekken geëchood wordt, waarbij het systeem hoodzakelijk als iets kwaadaardigs lijkt te worden weggezet en niet als iets wat door mensen (ook burgers) gemaakt en gevuld is. Ik snap dat een column wat puntigheid vraagt, maar dat u als hoogleraar Actief Burgerschap stelt dat er geen tegenstelling tussen de twee zou bestaan, en oproept ‘er maar over op te houden’, daar merk ik toch tegen te willen protesteren. Erover ophouden zou voorbij gaan aan de zorgwekkende signalen die er wel degelijk zijn dat er vanalles mis gaat, en die juist via de verschillende bronnen van kennis beluisterd kunnen worden.

  4. Het is inderdaad een onjuiste tegenstelling, omdat ‘het systeem’ wordt voorgesteld als een natuurverschijnsel (of natuurramp) en daarmee wordt miskend dat ook hier, net als in ‘de leefwereld’, actoren aan het werk zijn die keuzes maken, dingen in beweging zetten, etc. Het is zaak dergelijke actoren op misstanden aan te spreken, zodanig dat ze zich niet achter een systeem kunnen verschuilen. Daaraan voorafgaand moet je wel zien vast te stellen welke voordelen actoren kunnen behalen door bepaalde keuzes te maken, en ook: waarom zij denken dat hun cliënten baat zouden kunnen hebben bij bepaalde regels, maatregelen, uitvoeringspraktijken, etc.

  5. De praktijk laat zien dat in de moderne samenleving de leefwereld vaak wordt gedomineerd door de systeemwereld, waarbij de belangen van instituties en systemen vaak belangrijker worden geacht dan die van individuen. Dit fenomeen wordt duidelijk aan de hand van verschillende voorbeelden:

    Kijk naar de Wet- en regelgeving: De overheid en andere instituties leggen talloze wetten en regels op aan individuen, die vaak ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor hun levens. Deze regels worden vaak opgesteld zonder voldoende inspraak van de burgers en worden strikt gehandhaafd, ten koste van de individuele vrijheid en autonomie.

    Dan het economisch systeem: Het kapitalistische economische systeem legt de nadruk op winstmaximalisatie en groei, wat kan leiden tot uitbuiting van werknemers, vernietiging van het milieu en toenemende ongelijkheid. De belangen van grote bedrijven en financiële instellingen wegen vaak zwaarder dan die van individuele burgers.

    En wat te denken van technologische ontwikkelingen: De opkomst van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie en big data heeft geleid tot een toenemende controle en surveillance van individuen. Bedrijven en overheden verzamelen en analyseren constant gegevens over burgers, wat kan leiden tot inbreuken op de privacy en autonomie.

    Al met al blijkt uit deze paar voorbeelden dat de systeemwereld vaak de leefwereld domineert en individuen beperkt in hun vrijheid en zelfbeschikking. Ik ben dan ook de mening toegedaan dat het belangrijk is om niet alleen kritisch te blijven kijken naar de machtsverhoudingen, maar kortdaad te streven naar een samenleving waarin de belangen van individuen gewaarborgd blijven.

  6. Als mensen met ervaringen bijvoorbeeld met dakloosheid of discriminatie spreken, worden zij vaak genegeerd door degenen in comfortabelere posities, uit ongemak en angst om ongelijkheid onder ogen te zien. Deze dynamiek is slechts het topje van de ijsberg en past in het proces van emancipatie en bewustwording. Ongelijkwaardige posities vragen niet om reacties van “houd nu eens op met zeuren”, maar eerder erkenning en steun, vanuit het bewustzijn dat de collectieve kennis van ervaringsdeskundigen bijdraagt aan een rechtvaardiger samenleving.

    Daarom vragen we aandacht van Monique, en anderen in vergelijkbare posities, om het eigen ongemak te omarmen, ruimte te maken en actief bij te dragen. Dus omarm niet alleen je eigen kennis maar organiseer en nodig uit om juist andere perspectieven op co-creatieve wijze te betrekken in je eigen doen en laten. Juist daar waar de systeemwereld het verst in de leefwereld is doorgedrongen (bv bij armoede en toeslagen) is de kennis en het verzet van de mensen die dit ondergingen onmisbaar voor het humaniseren van het systeem. Als het de bedoeling is dat het gesprek op gang komt met gebruik van verschillende bronnen van kennis, van burgers én van wetenschappers en professionals dan moet je dus juist ruimte maken voor de stem van degenen zonder macht en geld.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *