Als je mij vraagt wanneer ik voor het laatst ben gediscrimineerd, moet ik daar even over nadenken. Dat klinkt misschien gek, want ik houd me veel bezig met het thema. Maar toch is het lastig om het me precies voor de geest te halen. Dat komt omdat ik het vaak niet zeker weet. Werden we in dat restaurant nou niet goed geholpen omdat mijn vrouw en ik een lesbisch koppel zijn? Mag mijn kind niet met dat andere kind spelen omdat hij twee moeders heeft? Vaak blijft het ongewis. Maar nog belangrijker: net als veel mensen probeer ik er soms niet te veel bij stil te staan. Steeds opnieuw beseffen dat je gediscrimineerd wordt, is namelijk geen fijne ervaring. Dus probeer ik het soms van me af te schudden. ‘To shake it off’, noemt Taylor Swift dat.
Melden: de pijn op tafel
Als we de wetenschappelijke literatuur erbij pakken, is dat ook helemaal geen vreemde strategie. Ervaringen van discriminatie zijn schadelijk voor je gezondheid, zo laten verschillende onderzoeken zien. Niet alleen je mentale gezondheid, maar zelfs je fysieke gezondheid lijdt eronder (zie paragraaf 1.1 van dit rapport voor een hele stapel studies hierover).
Veel organisaties hebben geen verdere aanpak van discriminatie dan alleen een meldpunt
Praten met mensen die je vertrouwt, werkt wel goed. Bijvoorbeeld met vrienden, je partner, je familie, of – voor religieuze mensen – leden van de eigen geloofsgemeenschap (zie paragraaf 1.2 van hetzelfde rapport). Daardoor kun je je gesteund voelen en ervaren dat het niet jouw schuld was. En dat is weer belangrijk om jezelf te beschermen tegen de negatieve gevolgen van discriminatie.
Nadruk op melden
Maar in de aanpak van discriminatie wordt de nadruk juist gelegd op praten met mensen die je (nog) niet kent of vertrouwt. We hebben in Nederland een landelijk dekkend netwerk van antidiscriminatievoorzieningen waar je discriminatie kunt melden. En dat niet alleen: op mbo’s moet verplicht een meldpunt zijn voor stagediscriminatie, werkgevers moeten zorgen voor een vertrouwenspersoon en bijvoorbeeld ook bij andere organisaties, zoals de KNVB, kun je discriminatie melden. Sterker nog, veel organisaties die ik ken, hebben geen verdere aanpak van discriminatie dan alleen een meldpunt.
Discriminatie als fact of life
Wat opvalt is dat er onterechte verwachtingen zijn van meldsystemen. Men gaat er gemakkelijk van uit dat mensen ook daadwerkelijk alle discriminatie zullen melden. Je kunt campagnes blijven voeren, maar dat leidt er nooit toe dat mensen álle discriminatie melden. Zo beschreven mbo-studenten met een migratieachtergrond in een onderzoek van Verwey-Jonker discriminatie als een fact of life: iets waar je toch niks aan kunt doen.
Discriminatie melden voelt voor veel mensen even zinloos als mopperen op het slechte weer
Discriminatie melden voelt voor veel mensen even zinloos als mopperen op het slechte weer. En dat is een belangrijke reden om niet te melden, hoorden we bij Movisie ook in een onderzoek dat wij een paar jaar geleden deden. Ook gaven mensen aan geen tijd of energie te hebben om telkens opnieuw te melden. Net als ik zien veel mensen het niet zitten om steeds weer hun pijn op tafel te leggen.
Excuus om niets te doen
Alleen inzetten op het idee dat iedereen al zijn discriminatie-ervaringen moet melden, sluit dus niet aan bij de behoeften van mensen die regelmatig gediscrimineerd worden. Maar dat is niet het enige probleem. Wanneer er geen meldingen zijn, kunnen gemeenten, scholen, werkgevers en sportclubs denken dat het hun niet aangaat. Ik ben al menig gemeente tegengekomen die geen beleid maakt tegen discriminatie omdat ‘er bijna geen meldingen zijn.’
Vooral bij racisme staat ontkenning door witte mensen een effectieve aanpak vaak in de weg
Uit onderzoek weten we al dat we als mensen de neiging hebben om wel te erkennen dat discriminatie en racisme bestaan, maar te denken: niet bij ons. Vooral bij racisme staat ontkenning door witte mensen een effectieve aanpak vaak in de weg (zie dit onderzoek). Het kan zelfs zo zijn, er geen aanpak van discriminatie komt, en dat de schuld in de schoenen van de slachtoffers wordt geschoven want ‘die willen niet melden’. De ultieme victim blaming: word je ook nog eens geacht het zelf op te lossen en als je dat niet voldoende doet, is dat ook nog eens je eigen schuld.
Hulp preventie en aanpak
Wat dan wél? Ik zou zeggen: leg minder nadruk op melden als doel op zich, en meer op de mogelijkheid om hulp te krijgen als slachtoffer. ‘Melden’ klinkt alsof je vooral iets moet benoemen en beschrijven, waarna het klaar is. Dat is in sommige gevallen helaas ook zo. Maar er zijn gelukkig ook bedrijven en zeker ook antidiscriminatievoorzieningen die slachtoffers écht ondersteunen, en helpen om de discriminatie die zij ervaren te stoppen. Ironisch genoeg is dat niet verplicht: gemeenten moeten wel een plek bieden waar je kunt melden en waar je wordt ‘bijgestaan’, en dat doen ze via de antidiscriminatiebureaus, maar ze hebben geen verplichting als het gaat om preventie of het daadwerkelijk stoppen van discriminatie. Terwijl juist dát is waar slachtoffers behoefte aan hebben.
Een hardwerkende medewerker van het antidiscriminatiebureau had geen macht en middelen om het gezin te helpen
Nu zet maar 35 procent van de gemeenten in op het stoppen van langdurige discriminatie. Als bijvoorbeeld een vluchtelingengezin wordt getreiterd door de buurtbewoners, dan kunnen de slachtoffers dat melden en worden ze ‘bijgestaan’, maar moeten ze maar afwachten of er ook wordt ingegrepen (terwijl dit wel degelijk kan. Zoals we konden zien in de docu Oprotten uit Giethoorn waarin een gezin van Turkse afkomst het leven zuur werd gemaakt door buurtbewoners. Een hardwerkende medewerker van het antidiscriminatiebureau had daar zelfs geen macht en middelen om het gezin te helpen.
Formele taak
Stel je voor dat we verkeersongelukken hetzelfde zouden behandelen als discriminatie. Dan worden verkeersslachtoffers vooral opgeroepen om te melden als ze zijn aangereden, maar wordt lang niet altijd een gevaarlijk kruispunt verbeterd om zo toekomstige ongelukken te voorkomen. En de aangereden slachtoffers blijven ook vaak gewoon liggen op de straat.
Leestip:Meer lezen over Nederlandse gemeenten en hun antidiscriminatiebeleid? Movisie heeft de nieuwe monitor Lokaal antidiscriminatiebeleid 2025 gepubliceerd. |
Ik pleit voor een formele taak voor gemeenten om discriminatie te voorkomen (lees in dit dossier hoe je dat doet) én te stoppen, met uiteraard de middelen om dat ook uit te voeren. Dat discriminatie dan ook gemeld kan worden, zou bijzaak moeten zijn: het zou immers niet moeten gaan om het verzamelen van cijfers, maar ook om helpen van slachtoffers.
We hoeven niet méér meldingen, we hebben méér verantwoordelijkheid en meer proactief handelen nodig
Hetzelfde geldt wat mij betreft voor bedrijven, scholen, sportclubs, zorginstellingen et cetera. Ze zouden actief moeten zorgen dat discriminatie onder personeel en vrijwilligers wordt voorkomen en gestopt (lees hier hoe je dat doet). En ook discriminatie voorkomen naar leden, leerlingen, klanten en cliënten zou een formele taak moeten zijn van instellingen en organisaties (lees hier hoe je dat doet). Dit sluit ook aan bij een recent rapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme dat pleit voor minder vrijblijvendheid in de aanpak van discriminatie.
Kortom, we hoeven dus niet méér meldingen, we hebben méér verantwoordelijkheid en meer proactief handelen nodig. Want als we discriminatie beter voorkomen, dan wordt to shake it off minder nodig.
Hanneke Felten is bij Movisie senior onderzoeker en projectleider effectief discriminatie bestrijden