Van wetenschappers wordt steeds vaker gevraagd dat hun onderzoek een maatschappelijke bijdrage levert. Kennisinstellingen op hun beurt benadrukken regelmatig het belang van maatschappelijke impact in hun valorisatiestrategie of slogan. Dit roept vragen op over de relatie tussen wetenschap en samenleving.
Vragen zoals: welke verantwoordelijkheid heeft de wetenschap richting de (toekomstige) maatschappij, gaat de rol van de wetenschap verder dan alleen kennis opdoen, moet ze ook oplossingen aandragen en moet de maatschappelijke problematiek leidend zijn in het formuleren van onderzoeksvragen? Om de bijdrage van de wetenschap aan de samenleving - en vice versa - van waarde te laten zijn, moet de relatie tussen de twee meer structuur krijgen.
Relevant, hoe dan?
Vaak wordt geponeerd dat universiteiten verplicht zijn maatschappelijk relevant onderzoek te doen, omdat ze voor een groot deel gefinancierd worden door de belastingbetaler. Maar wat maakt onderzoek maatschappelijk relevant? En op welke termijn beoordelen we dat? Denk bijvoorbeeld aan longitudinaal of levenslooponderzoek dat soms pas na decennialange dataverzameling inzicht kan geven in (intergenerationele) veranderingen in bijvoorbeeld welzijn of onderwijsuitkomsten.
De precieze invulling van de samenwerking met burgers, bedrijven en non-profit organisaties kan sterk verschillen
Hoewel er genoeg data in en met behulp van de samenleving wordt verzameld – via bijvoorbeeld vragenlijsten, experimenten, en interviews – blijven de resultaten vaak buiten haar bereik. Een academisch artikel dat achter een betaalmuur verdwijnt en weinig gelezen wordt – wat regelmatig gebeurt in de wetenschap - voelt wrang aan voor belastingbetaler en deelnemer.
Maatschappelijke betrokkenheid uit zich regelmatig in eenzijdige wetenschapscommunicatie, maar de samenwerking tussen wetenschappers en maatschappelijke partners neemt tegenwoordig ook andere vormen aan. De precieze invulling van de samenwerking met burgers, bedrijven en non-profit organisaties kan sterk verschillen. Een Duits onderzoek naar partnerschappen in de sociale en geesteswetenschappen laat zien dat deze diverse rollen kunnen aannemen en allerlei vormen van kennis kunnen genereren. Denk bijvoorbeeld aan het contextualiseren van een sociaal probleem, of aan het signaleren en voorzien van een sociale verandering.
Het formuleren van een specifieke maatschappelijke bijdrage is moeilijk: sociale en geesteswetenschappers zijn bijvoorbeeld goed in kritisch reflecteren op sociale veranderingen maar minder behendig in het aandragen van oplossingen. Hun mogelijke bijdrage is vaak indirect en conceptueel en varieert per discipline. Dat maakt maatschappelijke impact lastig zichtbaar en meetbaar, terwijl dit wel steeds meer een criterium is de beoordeling van financieringsaanvragen.
Wie doet wat?
Vanuit universiteiten en subsidieverstrekkers komt weinig sturing op de vraag wat impact precies betekent, en hoe die gemeten zou kunnen worden. Dit is niet verwonderlijk, omdat impact niet volledig controleerbaar is en onderdeel uitmaakt van een proces tussen partners.
Hoe niet-academische partners impact ervaren, geeft allicht een heel ander perspectief
Denk hierbij bijvoorbeeld aan attributiefouten. Beoordeel de maatschappelijke relevantie van onderzoek daarom niet op de mate van impact, maar op hoe grondig en eerlijk hierop gereflecteerd wordt, en door wie. Hoe niet-academische partners impact ervaren, geeft allicht een heel ander perspectief.
Onderzoekers hebben een verantwoordelijkheid om hun resultaten en methodologie open met het publiek te delen. Of om vragen vanuit de maatschappij te onderzoeken, zoals gebeurt in de Groningse Wetenschapswinkels. Ook de roep om meer samen te werken met ervaringsdeskundigen en participatieonderzoekers heeft baat bij een vooraf afgebakende taakverdeling. Geven ervaringsdeskundigen advies over de onderzoeksopzet, of denken ze ook mee over de interpretatie van de resultaten? Verzamelen participatieonderzoekers enkel data, of schrijven ze tevens mee aan een wetenschappelijk artikel? Mogen deze onderzoekers suggesties doen over hoe de resultaten gedeeld worden?
Gedeeld eigenaarschap
Om écht participatief onderzoek te doen, moet de doelgroep de mogelijkheid hebben om aan alle fases mee te doen.
Gedeeld eigenaarschap is niet voor ieder onderzoek wenselijk
Mensen die normaliter op afstand van de wetenschap staan, kunnen zo een betekenisvolle rol vervullen. Een mooi voorbeeld hiervan is het onderzoek In a Heartbeat waarbij de ervaringsdeskundigheid van burgerwetenschappers het onderzoek zelf verbetert én het vertrouwen in onderzoek groeit.
Gedeeld eigenaarschap is niet voor ieder onderzoek wenselijk. Misschien willen of kunnen burgerwetenschappers niet in alle fasen betrokken worden. Door rollen in gezamenlijkheid te definiëren, macht te delen en in te zetten op ieders talenten wordt een samenwerking sterker en gelijkwaardiger. Het belang hiervan wordt ook onderstreept door de Afrikaanderwijk Coöperatie in Rotterdam die vanwege onderzoeksmoeiheid zelf het heft in handen heeft genomen, bij onderzoek over onderwerpen die voor de bewoners van belang zijn.
Het risico bestaat dat impact een tick-the-box-vraag wordt
De samenwerking tussen wetenschappers en maatschappelijker partners wordt door een aantal andere praktische zaken bemoeilijkt. Bijvoorbeeld taalbarrières, bureaucratische procedures en gebrek aan tijd en middelen staan langdurige partnerschappen in de weg. Nu moeten wetenschappers vaak zelf uitvogelen hoe ze impact kunnen bereiken. Het risico bestaat dat impact een tick-the-box-vraag wordt, goed voor het imago van de universiteit of tot tevredenheid van de subsidieverstrekker.
Borging
Impact is een vak apart. Uit een rapport van de Erasmus Universiteit blijkt dat onderzoekers meer kritische gesprekken over impact nodig hebben, en meer steun vanuit de universiteit kunnen gebruiken om echt maatschappelijk betrokken hun werk te kunnen doen.
Wat zouden universiteiten en onderzoekers kunnen doen om impact meer te borgen?
- Ten eerste kunnen universiteiten genoeg middelen en fte’s vrijmaken om samenwerkingen goed te faciliteren, denk aan aparte teams die specifiek op het gebied van kennisuitwisseling werken. Deze teams kunnen zorgdragen voor warme en langdurige contacten met maatschappelijker partners.
- Ten tweede kunnen er cursussen aangeboden worden aan onderzoekers, die niet enkel gaan over wetenschapscommunicatie maar ook over samenwerking en het opzetten van partnerschappen. En ook ingaan op de vraag hoe maatschappelijke impact en academische integriteit het best gecombineerd kunnen worden. Al doende kan maatschappelijke betrokkenheid een structurele overweging worden in relevante onderzoeksprojecten.
- Ten derde is het belangrijk om over de representativiteit en beloning van maatschappelijke partners na te denken. Kan de universiteit een verbindende rol spelen door verschillende partijen aan tafel te brengen, zoals gemeenten en ervaringsdeskundigen)? City Deal Kennis Maken brengt bijvoorbeeld kennisinstellingen, gemeenten en bewoners samen in een breder netwerk om te werken aan stedelijke vraagstukken.
De kracht van een samenwerking ligt in de mogelijkheid om iedere partij te laten doen waar zij goed in is, waarbij ieders kennis op waarde wordt geschat. Universiteiten en maatschappelijke partners moeten zoveel mogelijk de samenwerking opzoeken, maar tegelijkertijd eerlijk zijn over wat iedere partner (niet) kan doen. Aldus wordt maatschappelijke impact, in de breedste zin van het woord, een realiteit.
Saskia Postema is Project Manager Challenge Based Education (en Project Lead van City Deal Kennis Maken Delft) aan de Technische Universiteit Delft, Tessa Ubels is Research Fellow (postdoctoraal onderzoeker) aan de University of Brighton.
Foto: Hindrik Sijens (Flickr Creative Commons)