‘Je moet eens in een Finland gaan kijken’, kreeg ik van een vriendin te horen toen ze de paper Leefvormen in een ouder wordende samenleving had gelezen. Op verzoek van de Tweede Kamer verkennen Krijn van Beek en ik daarin hoe een ouder wordende samenleving zich kan ontplooien tot wijken en buurten waar mensen naar elkaar omkijken. Cruciaal in ons verhaal is de ‘arrangeur’ (een sociaal werker of een dorpsondersteuner) die individuen met elkaar verbindt, mensen introduceert in netwerken en nieuwe netwerken opzet.
In Finland ‒ bedoelde die vriendin ‒ lopen ze voor, hebben ze veel meer ouderen, goed ontwikkeld sociaal werk en een nog florerende verzorgingsstaat. En misschien, zo was de suggestie, heb je er ook wel buurten waar mensen naar elkaar omkijken. Op naar Finland dus.
Dubbele vergrijzing
Net als Nederland kent Finland een dubbele vergrijzing: een snelgroeiend aantal ouderen die ook nog eens steeds ouder worden. Finland wordt gezien als een van de snelst vergrijzende landen in Europa en de overheid maakt zich zorgen over de druk op de zorg, over de pensioenen en is naarstig op zoek naar zorgpersoneel. Van de inwoners is 23,3 procent ouder dan 65 jaar, in Nederland is dit 20,5.
Tevredenheid met het leven, zinvolheid en de afwezigheid van depressies – de groep scoorde onverwacht goed
Ook vergelijkbaar met Nederland is dat verreweg de meeste ouderen (92 procent) thuis wonen, al dan niet met ondersteuning. De inzet op zo lang mogelijk thuis wonen is net als in Nederland het beleid van de overheid.
Gelukkige zestigers
Hoe gaat het met die ouderen? Aan de universiteit van Jyväskylä (waar je vanuit Helsinki komt met een treinreis van ruim drie uur) hebben onderzoekers bijzonder ‘materiaal’ in handen. Sinds 1968 volgen ze daar een groep van (oorspronkelijk) 369 kinderen. Met tussenpozen van zeven tot negen jaar meten ze van deze groep de gemoedsgesteldheid. Inmiddels zijn het zestigers, en de laatste meting is van 2020 en 2021, toen ze 61 waren.
Ondanks corona ging het toen goed met deze late middle agers, vertelt onderzoeksleider Katja Kokko op de sfeervolle campus van de universiteit, die met zijn negentiende-eeuwse oorsprong doet denken aan Anglo-Amerikaanse campussen.
Tevredenheid met het leven, zinvolheid en de afwezigheid van depressies – de groep scoorde onverwacht goed. In vroeger tijden zou je dat rond die leeftijd niet verwachten, zegt Kokko. Vergeleken met 60-plussers van enkele decennia geleden zagen ze bij deze nieuwe zestigers veel meer positiviteit: emotionele stabiliteit, veel zelfcontrole en veel empathie met anderen.
Les voor de bewegingssector
Nu staan de Finnen al acht jaar bekend als de gelukkigste mensen op aarde (volgens het World Happiness Report van de VN), maar dit is geen typisch Fins verschijnsel, merkt Kokko op. Volgens de internationale wetenschappelijke cultuur worden de bevindingen dat ouderen tegenwoordig gelukkiger zijn breed ondersteund. In Nederland laat ook onderzoek van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) zien dat het percentage gelukkige 55- tot 65-jarigen in de afgelopen twintig jaar is gestegen.
De grotere gezondheid werd voor een deel veroorzaakt door een positieve geestesgesteldheid
Een opvallend inzicht van de universiteit van Jyväskylä kwam onlangs van gerontologie-professor Taina Rantanen. Zij vond niet alleen dat 75-plussers veel gezonder zijn dan hun leeftijdsgenoten van dertig jaar geleden; die grotere gezondheid werd voor een deel veroorzaakt door een positieve geestesgesteldheid. Iemand met zin in het leven gaat eerder wandelen. Dus: welbevinden bepaalt de mate van fysieke activiteit en niet andersom. Mensen die depressief zijn, hebben geen energie om fysiek actief te zijn. Een belangrijke les voor de bewegingssector voor ouderen.
Social hubs
Anderhalf uur treinen naar het zuidwesten ligt de voormalige textielindustriestad Tampere, ook met een stevige universiteit, maar met een volstrekt andere atmosfeer. Na new town Jyväskylä roept Tampere de sfeer op van een oude textielstad à la Tilburg of Enschede.
De vierde faseBeleidsmakers voor ouderen zijn dol op wat ze de ‘derde fase’ in het leven noemen. Dat zijn ouderen die na hun 65e nog erg vief en actief zijn, pakweg tot 70-80 jaar. Daarna treedt de vierde levensfase in en komt, of je wilt of niet, het ontvangen van zorg meer centraal te staan. Maar pas op, zeggen kritische Finse onderzoekers, die kijk draagt een groot risico in zich: dat mensen afgeschreven worden, niet meer in staat worden geacht tot agency. ‘Ook in de vierde levensfase neem je nog steeds beslissingen’, zegt Heli Valokovi van de Tampere Universiteit. |
Tampere kent verspreid over de stad een handvol social hubs. In de kern is een social hub een ruim opgezet gebouw dat de wijk een scala aan diensten biedt: ontmoetings- en vergaderplekken, een goedkoop restaurant, groepsactiviteiten (zeer populair: zingen en theater, maar ook gymmen en spelletjes), fysiotherapie, servicewoningen en allerhande gratis diensten en advies. De bedoeling is dat ouderen zinvol en zelfstandig in de buurt kunnen wonen of zo nodig in een inpandige woning.
Op een doordeweekse dag zit het restaurant tussen de middag bomvol met vooral ouderen
Het gebouw wordt gerund door een sociaal bedrijf dat gefinancierd wordt uit de gemeentekas. Mensen weten de weg naar het centrum goed te vinden; de beroepskrachten bogen op duizenden ‘contacten’ per maand. Buurtbewoners komen vooral af op al de activiteiten die vrijwilligers, professionals en bewoners organiseren. Het gebouw van de social hub is een brandpunt van activiteiten. Tien jaar geleden belden de professionals en vrijwilligers ook nog weleens van deur tot deur aan, maar dat lijkt niet meer nodig om mensen te bereiken. Op een doordeweekse dag zit het restaurant tussen de middag bomvol met vooral ouderen, voor een goedkope maaltijd van nog geen 10 euro.
Social workers
Belangrijk in de hubs zijn de sociaal adviseurs. De sociaal adviseur helpt mensen individueel met zeer uiteenlopende vragen en problemen. In de wijk Kuusela heet het gebouw Kuuselakeskus en is de sociaal adviseur Katariina. Katariina omschrijft haar werk in de kern als het ondersteunen van individuele mensen.
Door hoogleraar Heli Valokovi aan de Tampere universiteit was me eerder al uitgelegd dat Finland geen traditie heeft in community organizing; sociaal werkers richten zich op het ondersteunen van gezinnen en individuen. Dat past ook bij de individualistische karakter van het land; mensen nemen graag hun eigen beslissingen. Katariina maakt zoals alle sociaal adviseurs afspraken, heeft een spreekuur en begeleidt mensen door de krochten van de verzorgingsstaat en van bedrijven. In 90 procent van de kwesties voorkomt ze dat mensen naar een ander loket moeten.
In Jyväskylä is van bovenaf een heel nieuwe leefgemeenschap uit de grond gestampt
Toch doet Katariina meer dan al die individuele ondersteuning. Ze vertelt dat ze ‘goed naar de buurt luistert’, mensen met elkaar in contact brengt en zelfs meebouwt aan nieuwe netwerken. Is er behoefte aan een nieuwe theatergroep? Katariina helpt met het opzetten ervan. Social apps helpen bij het vormen van nieuwe platforms. Ze doet sterk denken aan de ‘arrangeur’ die we in onze paper voor de Tweede Kamer beschreven. Zo verbindt ze het kinderzangkoor aan de ouderenclub die graag het gesprek over de oorlog op gang houdt.
Minidorp voor gezinnen en ouderen
De social hubs zijn een typisch lokaal verschijnsel in Tampere, gevormd in een decennia oude traditie. In Jyväskylä is van bovenaf een heel nieuwe leefgemeenschap uit de grond gestampt. Op initiatief van een maatschappelijke onderneming zijn er in zes flinke woonblokken van vijf verdiepingen 122 appartementen gebouwd, met veel hout, ‘duurzaam, intergenerationeel en leeftijd- en geheugenvriendelijk’.
Van een mix van gezinnen en ouderen wordt verwacht dat ze in dit ‘Kalon block’ een beetje op elkaar letten, zo nodig boodschappen voor elkaar doen. Of, zoals onlangs gebeurde, in wisseldiensten een 90-jarige man na een oogoperatie om de beurt oogdruppels toedienen. Allemaal opdat iedereen zo lang mogelijk in het dorp kan blijven wonen.
‘We noemen het welzijn in plaats van zorg’, zegt Katariina Välikangas van Yrjö & Hanna Foundation. Haar collega, CEO Petri Kokkonen vult aan: ‘Het is ons opgevallen dat mensen zich hier beter voelen, echt gezonder zijn. We weten ook uit internationaal onderzoek, deels ook uit Nederland, dat gemeenschappelijke sociale actie medische noden voorkomt.’ (Kokkonen doelt waarschijnlijk op het onderzoek Sterke sociale steun houdt ouderen langer uit het verpleeghuis ‒ Longitudinal Aging Study Amsterdam). Uiteindelijk is zorg aan huis natuurlijk ook mogelijk. ‘Huiscoördinatoren’ die bewoners met van alles ondersteunen, moeten erop letten of dat nodig is.
Wie in het dorp mogen wonen, wordt bepaald door de lokale overheid
De huizen zijn van hout en duurzaam gebouwd, en in de sneeuw maakt het een sfeervolle indruk. Een oudere dame laat glimmend van trots haar tweekamerappartement zien, met de modernste snufjes en een serre die de zon onwaarschijnlijk goed vasthoudt, waardoor het bij -20 graden in de buitenlucht nog steeds goed toeven is op haar balkon. Wasmachines, fietsenbergingen en niet te vergeten de sauna’s – in Finland kan een woongemeenschap niet zonder ‒ bevinden zich in gemeenschappelijke ruimten elders in het blok.
ZorgcirkelsZorgcirkels zijn in Nederland in opmars. Het concept van voormalig psycholoog Henk Geene ‒ een kleinschalig netwerk van buurtgenoten die elkaar ondersteunen ‒ is enorm populair. In Finland is hiervan nog weinig sprake, het gebeurt nog incidenteel, zoals de oogdruppelaars voor de man na zijn operatie. Maar het verlangen in het Kalondorp in Jyväskylä is er duidelijk wel. Katariina Välikangas: ‘We zouden wel graag willen dat er een vaste vrijwilligersring is, maar we hebben daar niet echt een model voor. En we missen ook de vrijwilligerscultuur die in Nederland wel bestaat.’ Dat Finland tot voor kort een goed werkend gezondheidssysteem vanuit de overheid had, helpt daar ook niet aan mee. Recente bezuinigingen zijn niet gericht op het verminderen van de kwaliteit, maar wel op de toegang, zegt Petri Kokkonen. |
Wie in het dorp mogen wonen, wordt bepaald door de lokale overheid. De beroepskrachten schatten in wie bij wie matcht. In workshops zijn de bewoners van tevoren voorbereid op een communale oriëntatie. In de huiskamer – de eerste plek waar je komt als je naar binnengaat, en dus niet in een gang of een liftruimte – is te zien dat dat goed uitpakt. Een oudere dame leidt een gezelschap van twintig ouderen geconcentreerd langs quizvragen waarmee de kennis van de Finse geschiedenis wordt getest. Ingetogen maar betrokken wordt er meegespeeld.
Verplichtende socialisatie?
In Tampere en Jyväskylä wordt geprobeerd de ideale omstandigheden te creëren waardoor mensen actief worden, zich om hun buurvrouw gaan bekommeren. Dat lukt niet altijd goed, zoals in een wooncomplex in Helsinki. In een woonblok van dezelfde eigenaar als het blok in Jyväskylä hebben bewoners de plicht ingevoerd om te participeren, maar met minder succes. Kokkonen: ‘Socialiseren kun je niet opleggen. Zeggen dat mensen ook moeten schoonmaken bijvoorbeeld, tenzij je ziek bent, dat werkt niet.’
Maar hoe werkt het dan wel? Mensen erop voorbereiden helpt, zo laat Jyväskylä zien. Maar ook door het gewoon te gaan doen. ‘En als je van vissen houdt dan wil je misschien een visclub oprichten.’
Marcel Ham is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Met dank aan Outi Jolanki van de Tampere Universiteit.
Foto: Wellness Gallery Catalyst Foundation via Pexels