Met beter beleid kun je je vrijwilligers behouden

Aan de voordeur komen vrijwilligers binnen, om net zo gemakkelijk via de achterdeur weer te verdwijnen. Hoe kunnen organisaties vrijwilligers overtuigen om langer te blijven? Onderzoekers Maikel Meijeren en Lucas Meijs van de Erasmus Universiteit Rotterdam zochten het uit.

Organisaties staan om vrijwilligers te springen. Ze doen grote moeite om vrijwilligers te werven en langdurig aan zich te binden. Echter, doordat vrijwilligers hun werk onbetaald doen, is er geen financieel drukmiddel om hen te binden. De pool van vrijwilligers is daardoor over de tijd heen sterk in beweging. Het is een komen en gaan van vrijwilligers, zowel aan de voordeur als aan de achterdeur.

Draaideureffect

De al langer bestaande trend is dat vrijwilligers zich minder snel committeren aan één en dezelfde organisatie. Mensen zoeken in vrijwilligerswerk een afspiegeling van wat ze in het eigen leven belangrijk vinden.

Als hun doelen bereikt zijn of veranderen, ontstaat er een mismatch met de organisatie

Doordat interesses variëren, wisselen mensen ook vaker en makkelijker van vrijwilligerswerk Oftewel, de doelen die vrijwilligers in hun werk nastreven, moeten overeenkomen met de doelen in hun privéleven.

Als doelen bereikt zijn of veranderen, ontstaat er een mismatch met de organisatie en gaan vrijwilligers op zoek naar iets anders. Vanuit het perspectief van vrijwilliger zelf en de civil society is dat mooi. Er gaat geen vrijwillige energie verloren als andere doelen elders worden nagejaagd. Vanuit het perspectief van organisaties is het wel problematisch: zij investeren tijd en geld in werving, selectie en training en zien vrijwilligers vervolgens snel weer vertrekken.

Redenen vertrek

Er zijn drie belangrijke redenen waarom organisaties vrijwilligers zien vertrekken.

  • Persoonlijke omstandigheden

Mensen stoppen met vrijwilligerswerk, door gezondheidsproblemen, veranderingen in de gezinssituatie of doordat ze, vanwege werk of studie, geen tijd meer hebben. Uit ons onderzoek blijkt dat juist deze groep heel tevreden was over hun vrijwilligerservaring. De verwachtingen die ze hadden van vrijwilligerswerk zijn grotendeels ingelost. Ze voelden zich gewaardeerd en gesteund door de betreffende organisatie en ze zijn sterk geneigd hun vrijwilligerswerk aan te raden bij anderen. Dit impliceert dat velen graag door hadden willen gaan, maar dat persoonlijke omstandigheden dat in de weg stonden.

  • Doelen zijn behaald, of onbereikbaar gebleken

De vrijwilliger die zijn of haar doel bereikt heeft en daarna besluit dat het daarmee klaar is, past bij de trend om vrijwilligerswerk te zien als instrument om een specifiek doel te halen. Een illustrerende quote uit ons onderzoek: ‘Ik wilde elf vluchtelingen helpen bij hun integratietraject, vervolgens heb ik elf vluchtelingen geholpen en toen vond ik het goed geweest.’

Vrijwilligers die bij een organisatie vertrekken omdat ze hun doelen daar niet kunnen bereiken, is de andere kant van dezelfde medaille. ‘Het kwam steeds vaker voor dat ik wachtte op een vluchteling die vervolgens niet kwam opdagen. Daarmee ging een uur van mijn waardevolle tijd verloren. Ik kwam geen stap verder, en dat werd voor mij frustrerender en frustrerender.’

Vergeleken met de vrijwilligers die stoppen vanwege persoonlijke omstandigheden, is deze groep vaker ontevreden over hun vrijwilligerservaring, omdat sommigen hun doelen niet hebben kunnen halen.

  • Organisatorische tekortkomingen.

Organisatorische tekortkomingen zijn voor veel vrijwilligers een bron van frustratie. Denk met name aan slechte supervisie, beroerde communicatie en vrijwilligersfuncties met te veel of te weinig taken.

Organisatorische tekortkomingen zijn schadelijk voor de continuïteit van vrijwilligerswerk, en voor werving van nieuwe vrijwilligers

Wat opviel in ons onderzoek was dat deze groep vertrekkers het meest ontevreden was over hun vrijwilligerservaring. De verwachtingen die ze hadden over hun vrijwilligerswerk waren niet of nauwelijks ingelost, ze voelden zich gewaardeerd noch gesteund en ze zouden het vrijwilligerswerk niet aanbevelen bij anderen.

Organisatorische tekortkomingen zijn schadelijk voor de continuïteit van het vrijwilligerswerk, en voor de werving van nieuwe vrijwilligers.

Beter beleid overtuigt

Organisaties kunnen niet altijd iets aan het verloop onder vrijwilligers doen. Het beleid kan nog zo goed zijn, maar als mensen door persoonlijke omstandigheden hun vrijwilligerswerk niet meer kunnen inpassen in hun leven dan ben je als organisatie meestal machteloos. Mogelijk zouden meer flexibele constructies, passend bij de situatie van de individuele vrijwilliger, deels uitkomst kunnen bieden.

Een goed beleid en een goede organisatie doen ertoe. Ze kunnen het draaideureffect verminderen

Ook mensen die via hun vrijwilligerswerk doelen in het leven nastreven, zijn moeilijk te behouden als ze die doelen eenmaal bereikt hebben of wanneer ze tot het inzicht komen dat ze die doelen via hun huidige vrijwilligerswerk niet kunnen realiseren.

De grote groep vrijwilligers die stopt vanwege de tekortkomingen binnen organisaties, is het gemakkelijkst te behouden. Dat veronderstelt overigens wel dat organisaties hun tekortkomingen verminderen.

Een goed beleid en een goede organisatie doen ertoe. Ze kunnen het draaideureffect verminderen. Goed beleid is gericht op het vermogen vrijwilligers te werven en te behouden.

Behoud van vrijwilligers begint bijvoorbeeld bij jaarlijkse retentiegesprekken waarbij gevraagd wordt wat gedaan kan worden om iemand volgend jaar nog te behouden. Soms gaat het om tijdelijk minder doen, vaker gaat het om het aanpassen van plaats, tijd en inhoud van het werk. Laagdrempelige aanpassingen kunnen het retentiebeleid van organisaties aanzienlijk verbeteren.

Dat niet iedere vrijwilliger overtuigd kan worden om bij een organisatie te blijven, is evident. Er zijn nu eenmaal, onvoorziene persoonlijke omstandigheden die voortzetting van het vrijwilligerswerk in de weg kunnen staan. Organisatorische onvolkomenheden echter kunnen gecorrigeerd worden. Een verbeterd beleid kan vrijwilligers die erover denken om te stoppen, zo blijkt uit ons onderzoek, soms wel degelijk overtuigen om toch nog wat langer te blijven.

Maikel Meijeren is postdoctoraal onderzoeker vrijwilligerswerk en civil society aan de afdeling Business & Society Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Lucas Meijs is hoogleraar civil society en strategische filantropie aan de afdeling Business & Society Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De wetenschappelijke versie van dit artikel is hier te lezen.

 

Foto: Solidair e (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1241 keer bekeken.

Reacties 6

  1. De Participatiewet is een groot probleem omdat je dan alles moet melden zodat mensen met een uitkering zich liever niet verroeren en dus thuis blijven. Daarnaast zie je bij vrijwilligerswerk dezelfde processen als elders in de grote mensen wereld: mensen die zo nodig de baas willen spelen tot aan pesterijen toe. Tenslotte mag de discussie over arbeidsethos ook wel los geweekt worden. Moet al dat vrijwilligerswerk wel?

  2. Vrijwilligers worden vaak als vuilnis behandeld. Mijn beste maat reed ruim een jaar lang drie dagen per week mensen met een beperking ’s ochtends naar hun dagbesteding en ’s avonds weer terug naar huis. In Friesland met z’n mooipraat over mienskip! Het vrijwilligerswerk betekende: ’s avonds ook vroeg naar bed, want tegen halfzeven ’s ochtends al onderweg met het busje. Nooit een woord van waardering, nee: toen de organisatie een keer was vergeten om op zondagavond de sleutels van het busje te brengen, werd van hem verlangd dat hij die sleutels komen halen! Dat was de druppel. Zelf zette ik mij twee jaar met hart en ziel vrijwillig in voor de lokale omroep, die elk jaar een kwart miljoen subsidie krijgt. Maar toen ik een keer mijn mening gaf, goed onderbouwd zodat de krant die publiceerde, werd ik als een schurftige hond op straat gezet. Begin met mij niet weer over vrijwilligerswerk!

  3. wat voor vrijwilligerswerk geldt, geldt ook voor de arbeidsmarkt an sich. Er zijn genoeg mensen met een uitkering, ook kaaskoppen die voor een habbekrats voor de klas willen staan. Ze hebben echter geen zin in de reïntegratie cowboys en blijven zodoende liever met de luie krent op de bank liggen. Ik erger me nogal aan het feit dat veel scholen salarisverhogingen aanbieden om mensen te trekken. Dit zal best een beetje werken maar wat voor volk trek je aan? Zolang de Participatiewet niet door een Basisinkomen vervangen wordt, zie ik het donker in voor de hele arbeidsmarkt alsook voor de mensen met een uitkering.

  4. Goed dat onderzoek naar vrijwilligers werk is gedaan. Is misschien de omvang van de drie groepen die worden genoemd. Wat betekent een grote groep ? En als de leiding van de vrijwilligers ook uit vrijwilligers bestaat wat heeft zij dan nodig?

  5. @ Joe Argusoog,

    heel herkenbaar en degenen die vrijwilligers als vuil behandelen zijn vaak zelf ook vrijwilligers. Tijd om de discussie over arbeidsethos uit de lappenmand te halen. Moet al dat vrijwilligerswerk wel en waar is het allemaal goed voor? Thans is er zoiets als een Doe-dag, waarbij alleen de leuke klussen gepromoot worden waar dan weer een specifiek volkje op afkomt. Diezelfde mensen hebben vaak geen zin in corvee of wc’s schoonmaken. Ze willen werken zolang het leuk blijft.

  6. Waardering van vrijwilligers zou speerpunt moeten zijn van iedere organisatie die met vrijwilligers werkt. Als er maar 1 iemand is die vertrekt omdat die zich onvoldoende gewaardeerd voelt, zou dat reden moeten zijn voor een extra ingelaste bestuursvergadering. En waardering is niet alleen een leuke attentie met kerst, maar vooral de juiste aandacht en persoonlijke benadering, voortdurend.
    Mensen komen voor de doelstelling van de club, ze blijven omdat (als) ze zich een gewaardeerd onderdeel van het geheel voelen. Dat onderdeel voelen is waar ze het voor doen, al zullen ze dat niet altijd hardop zeggen. Dat onderdeel voelen van is ook de belangrijkste motivatie om zich in te zetten.
    “Jaarlijkse retentiegesprekken” zou ik daarom willen vertalen in de dagelijkse, wekelijkse vraag: hee, leuk dat je er weer bent, hoe is het met je? En dan tijd nemen voor het antwoord. En de week erop nog weten waar je het over gehad hebt. Moeilijker is het niet, makkelijker ook niet.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *