De zomer is de periode waar de regen warmer is dan de rest van het jaar. Ik moet aan deze grap denken als ik mijn auto in de garage van het UWV parkeer. Boven wacht de bestuursvoorzitter Maarten Camps mij op met een vriendelijke lach. Aanleiding voor ons gesprek, dat anderhalf uur in beslag zal gaan nemen, is de recente berichtgeving over toestanden rond de beoordeling van arbeidsongeschikten.
De menselijke maat zou volledig ontbreken. Stevige taal
Ik loop al even mee op het thema menselijke maat. Toen ik het bericht in het AD las en daarna de uitzending van EenVandaag bekeek, dacht ik meteen: ‘Dit kan nooit het echte verhaal zijn.’ In dat verhaal ben ik wel geïnteresseerd, vandaar dat ik nu hier zit.
Berichtgeving
De portee van de berichtgeving was dat het UWV veel fouten maakt in de beoordeling van aanvragen voor een WIA-uitkering (voor werknemers die na twee jaar ziekte meer dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn). Er werd een heuse ‘klokkenluider’ opgevoerd die suggereerde dat deze misstanden groter zijn dan de toeslagenaffaire met vele gedupeerden die niet in beeld zouden durven te komen uit angst voor represailles van het UWV. De menselijke maat zou volledig ontbreken. Stevige taal.
Teletijdmachine
We vliegen even een paar jaar terug in de tijd. In 2020 begint de toeslagenaffaire in zijn volle omvang duidelijk te worden. Een parlementaire commissie schrijft een snoeihard rapport met de niets verhullende titel Ongekend onrecht. Kort daarop valt het kabinet-Rutte III. De Belastingdienst krijgt er ongenadig van langs. Los nog van stuitend institutioneel racisme, ontbreekt de menselijke maat volledig in de behandeling van de dossiers.
Menselijke maat
Hoe zat dat ook alweer met die menselijke maat? Die gaat over het vermogen van organisaties om de mens boven het systeem te plaatsen. Dat manifesteert zich in afwijken van het systeem wanneer de context daarom vraagt, anders verantwoorden, goed luisteren en breed kijken en een cultuur waarin medewerkers bij complexe gevallen elkaar helpen om goede afwegingen te maken.
De menselijke maat is vaak ingewikkeld: er is zelden een objectief goed antwoord mogelijk
De menselijke maat is vaak ingewikkeld: er is zelden een objectief goed antwoord mogelijk, maar je kunt het wel heel erg verkeerd doen als er te weinig aandacht voor is en de bedrijfscultuur niet meewerkt.
Andere uitvoeringorganisaties
De Belastingdienst was beslist niet de enige uitvoeringsorganisatie die met de menselijke maat worstelde. Onder invloed van denken in termen van automatisering, efficiëntie en KPI’s verdween de menselijke maat ook bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het UWV uit beeld. De SVB had daarbij nog het ‘geluk’ dat ze voor de toeslagenaffaire al het pgb-drama hadden meegemaakt (zorgverleners die niet op tijd hun loon kregen van de SVB) en daarmee voorlagen op het UWV in het herstellen van de menselijke maat. Maar ook bij het UWV gingen er wat lampjes branden in die tijd.
Veranderingen
Vanaf 2020 probeert het UWV over de hele linie menselijke maat logica toe te passen. Er is een maatwerkplaats waar medewerkers heen kunnen met complexe vragen, de beruchte KPI’s worden aangepast. En er is zelfs een heuse Menselijke Maat Monitor die meet of cliënten zich gezien, gehoord en geholpen voelen.
Lang niet iedereen voelt zich vrij om van bestaande procedures en regelgeving af te wijken
Geen koek en ei
Zoals bij alle organisaties gaat zo’n proces bepaald niet vanzelf, daar is Maarten Camps openhartig over. De medewerkers willen wel, maar de managers vinden het soms een stuk ingewikkelder en lang niet iedereen voelt zich vrij om van bestaande procedures en regelgeving af te wijken. De Monitor laat zien dat er progressie is om cliënten te zien en te horen, maar cliënten verzuchten nog wel eens dat UWV-medewerkers heel aardig zijn, maar dat ze toch niet hebben geholpen. De menselijke maat kost soms ook gewoon geld en de relatie tussen het ministerie en het UWV staat daardoor soms onder druk. En, voor wat betreft de WIA, wat helemaal niet helpt is het tekort aan verzekeringsartsen, de flink stijgende vraag naar WIA-uitkeringen en een hopeloze wet.
Klokkenluiden
In dat verband is de term klokkenluider wat potsierlijk. Immers heeft het UWV zelf al bij herhaling aangegeven dat de wet niet deugt, is er een rapport verschenen van een onafhankelijke commissie OCTAS met drie opties om de wet te verbeteren en suggereert het eindverslag van de formateur van het nieuwe kabinet ruimte om de wet daadwerkelijk te veranderen.
Huidige wet
Volgens het OCTAS-rapport, dat wordt omarmd door het UWV, is de huidige wet zowel voor de uitvoerders als burgers te complex, onuitvoerbaar en onrechtvaardig. Ik ga dat niet eens uitleggen want daar heb ik een hele column voor nodig.
Allerlei bochten moeten worden afgesneden om erger te voorkomen
In een situatie waarbij een wet te complex is en er bovendien een flinke schaarste is door te weinig verzekeringsartsen en een stijging van aanvragen, is de menselijke maat eenvoudigweg niet te doen. De uitvoering wordt roeien met de riemen die je hebt, en allerlei bochten moeten worden afgesneden om erger te voorkomen.
Zo kunnen mensen van boven de 60 nu zonder tussenkomst van een verzekeringsarts een uitkering krijgen en beperken verzekeringsartsen hun rapporten om tijd te hebben voor meer persoonlijk contact met cliënten en voor meer beoordelingen. Dat daardoor niet meer altijd herleidbaar is hoe een beoordeling tot stand is gekomen, is niet meer dan logisch. Dat daar ook fouten insluipen is evenzo logisch. En daar kunnen ook best stevige gevallen bijzitten.
Terugkeer naar werk
Hoe nu verder? Camps is een voorstander van de tweede optie van het OCTAS. Die heet ‘Werk voorop’. In deze variant ligt de nadruk op wat mensen wél kunnen en het intensief begeleiden van mensen naar werk. Het vreemde is namelijk dat de inspanningen in de WIA primair gericht zijn op het vaststellen van de hoogte van de uitkering, en dus niet op de terugkeer naar werk.
‘Werk voorop’ is evident logischer en beter dan het huidige systeem
Bij ‘Werk voorop’ wordt alles omgedraaid: eerst re-integratie en dan pas een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Mensen krijgen zo tijd en begeleiding om passend werk te vinden. Het is aan iedereen duidelijk dat werken vooropstaat als mensen dat kunnen en vooral dat werken in alle gevallen loont. Dat is niet alleen een financieel verhaal, maar ook goed voor de eigenwaarde van mensen.
Menselijke maat en werk voorop
Het OCTAS-rapport focust op de algemene gevolgen van een nieuw systeem voor cliënt en uitvoering en wil toe naar een minder complexe wet met meer vertrouwen. Naar mijn onbescheiden mening is ‘Werk voorop’ evident logischer en beter dan het huidige systeem. Het is bovendien essentieel om het onbenutte arbeidspotentieel zo goed mogelijk te benutten in een schaarse arbeidsmarkt. Ook biedt het volop kansen voor maatwerk, juist omdat eerst gekeken wordt hoe mensen weer aan het werk kunnen, waarbij context er altijd toe doet.
AD en EenVandaag bedankt
De redacties van het AD en EenVandaag kan ik bedanken. Weliswaar klopte er niet veel van de ronkende teksten, maar ze hebben me wel op het spoor gezet om eens uit te zoeken wat we nu met de WIA moeten. Het moge duidelijk zijn dat doorgaan op de huidige weg geen optie is. Gelukkig ligt er al een verstandig rapport en kan Eddy van Hijum, de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aan de slag.
Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast adviseur van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).