Slordig advies van RVS over sociale verbondenheid

De directeur van de beroepsvereniging van sociaal werkers, Jan Willem Bruins, ziet veel omissies in het recente advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Hij mist vooral de erkenning dat het werken aan sociale verbinding een vak apart is.

Er wordt veel gepleit voor meer samenwerking tussen sociaal werkers en de (medische) professies in het zorgdomein. Verondersteld wordt dat personeelstekorten in de zorg door het sociaal werk opgevangen kunnen worden en dat meer preventief werken in het sociaal domein tot lagere zorgkosten leidt. Sociaal werk wordt in deze gedachtegang vooral gezien als een dienstmaagd van de zorg.

Betere samenwerking

Er bestaat veel wetenschappelijk bewijs voor de sterke samenhang tussen fysiek, mentaal en sociaal welzijn. Het belang van de sociale determinanten van gezondheid wordt steeds meer erkend. Bijvoorbeeld in de notitie Gezondheid breed op de agenda van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en recent in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.

We gaan de artsen toch ook niet opeens medische coaches noemen

In lijn hiermee worden tal van initiatieven ontplooid om de samenwerking tussen zorg en welzijn te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan Welzijn op recept dat artsen stimuleert om meer samenwerking te zoeken met sociaal werkers. Dat voor die samenwerking een modieuze functienaam is bedacht (welzijnscoach), helpt niet om van het sociaal werk een herkenbaar beroep te maken in het medisch domein. We gaan artsen toch ook niet opeens medische coaches noemen.

Plaatsvervangende schaamte

Het valt toe te juichen dat er in het medisch domein meer aandacht is voor het belang van sociale gezondheid. Daarover gaat ook het recente advies Werken aan sociale verbondenheid in een geïndividualiseerd zorgstelsel van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Ik las het rapport echter met enige plaatsvervangende schaamte.

Het beroep dat bij uitstek gaat over sociale verbondenheid komt in het hele advies niet voor

De Raad adviseert medische professionals in hun werk socialer te kijken, en zich niet te beperken tot de vaak individueel gerichte behandeling van patiënten, maar is zelf een voorbeeld van het probleem dat de Raad zegt te willen oplossen.

Het beroep dat bij uitstek gaat over sociale verbondenheid komt in het hele advies niet voor. Sociaal werkers in ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra zijn blijkbaar onbekend bij de RVS.

Om de focus op individuele werkwijzen te doorbreken, vindt de Raad dat er in de medische zorg meer groepsgericht gewerkt moet worden. Maar de beroepsgroep die dat al decennia doet in ziekenhuizen ziet de raad over het hoofd. Geen woord over sociaal werkers in de oncologie, hartrevalidatie of nefrologie.

Andere omissies

Het sociaal werk is gericht op individuen of op groepen en gemeenschappen. De RVS had in haar advies kunnen verwijzen naar de sociaal werkers in de gezondheidszorg die veel ervaring hebben met groepsgericht werken. Denk naast de genoemde sociaal werkers in ziekenhuizen ook aan sociaal werkers in de palliatieve zorg, de dementiezorg en de Parkinson-zorg.

De Raad realiseert zich te weinig dat het werken aan sociale verbondenheid een vak apart is

Al vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd het groepssociaal werk ontwikkeld en wetenschappelijk onderbouwd. Voor haar advies sprak de Raad echter wel met verpleegkundigen, maar niet met sociaal werkers. Ook de beroepsverenigingen van sociaal werkers in de gezondheidszorg zijn blijkbaar onbekend bij de RVS. Deze omissie benadrukt het belang van het op 2 april aanstaande te verschijnen expertiseprofiel van het sociaal werk in de gezondheidszorg, geschreven door sociaal werkers in ziekenhuizen, verpleeghuizen en revalidatiecentra. [i]

Sociale diagnoses waren in de vorige eeuw wel complementair aan medische diagnoses

De Raad realiseert zich te weinig dat het werken aan sociale verbondenheid een vak apart is. Om meer met groepsgerichte methoden te gaan werken, zou er volgens haar in de artsenopleiding een vak als groepsdynamica moeten komen. Ik denk niet dat we de artsen dat moeten aandoen. Het werken met groepsdynamieken is complex en een vak apart.

Niet voor niets zeiden Amerikaanse artsen meer dan een eeuw geleden al dat hun medische diagnoses te beperkt waren om recht te doen aan de patiënt. Zij wilden tevens sociale diagnoses en trokken daarvoor sociaal werkers aan. Ook in Nederland werden rond die tijd sociaal werkers aangesteld in ziekenhuizen. Sociale diagnoses waren in de vorige eeuw wel complementair aan medische diagnoses.

In zekere zin waren we toen dus verder in de samenwerking tussen zorg en welzijn dan wat we nu met het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord proberen te bereiken.

Betuttelend en oppervlakkig

Het RVS-rapport heeft behalve omissies ook iets betuttelends en oppervlakkigs. Het bevorderen van sociale verbondenheid is niet iets dat artsen of verpleegkundigen er wel even bij kunnen doen of iets dat ontstaat als er in de architectuur van ziekenhuizen iets verandert. Als het zo eenvoudig zou zijn om meer sociale verbondenheid te creëren, dan zouden de mensen dat echt wel zelf doen.

Sociale verbondenheid is zowel bron van geluk als van ongeluk. Dat geldt voor liefdesrelaties, werkrelaties, familierelaties en alle andere relaties. Ieder mens draagt biografische, genetische en maatschappelijke tekorten met zich mee. Het verlangen naar sociale verbondenheid is vaak paradoxaal: de mens wil het wel èn wil het niet. Precies van dat soort dilemma’s hebben sociaal werkers verstand.

Jan Willem Bruins is directeur van de beroepsvereniging van sociaal werkers (BPSW)

[i] Download Expertiseprofiel Gezondheidszorg Sociaal Werker, BPSW 2026.

 

Foto: Tara Winstead via Pexels.com