Drie op de vijf Nederlanders zijn bang dat hun kinderen het slechter zullen krijgen dan zij zelf. Het huidige kabinet wil dit voorkomen. Al in de inleiding stelt het coalitieakkoord: ‘Generaties lang was het logisch dat kinderen het beter zouden krijgen dan hun ouders. Dat kan nog steeds: daar zijn we optimistisch over.’
Maar daar is wel wat voor nodig. Daarom komt de term ‘generaties’ liefst achtmaal voor in de tekst. Wie zei dat politici niet verder kijken dan de volgende verkiezingen? Maar zal het kabinet deze beloftes ook waarmaken?
Materiële omstandigheden
Het is nuttig onderscheid te maken tussen de materiële levensomstandigheden van de jongere generaties en hun welbevinden en gezondheid. In mijn boek Generatiestrijd - Feit en fictie over generaties heb ik verschillende generaties op een groot aantal terreinen vergeleken.
Hierbij houd ik er rekening mee dat jongere generaties zich per definitie in een eerdere levensfase bevinden dan oudere generaties. Ik vergelijk daarom de jongere generaties steeds met oudere generaties toen die zich in dezelfde levensfase bevonden. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik generatie Z – die nu 16 tot 30 jaar oud is – vergelijk met generatie X dertig jaar geleden, toen die eveneens 16 tot 30 jaar oud was.
In materieel opzicht gaat het de jongste generatie voor de wind
Dan blijken er – anders dan de meerderheid van de bevolking denkt – geen aanwijzingen te zijn dat de jonge generatie in materieel opzicht slechter af is dan voorgaande generaties. Zo is het gemiddelde inkomen van de huidige jongeren, gecorrigeerd voor inflatie, vergelijkbaar met dat van voorgaande generaties.
Zij hebben zelfs beduidend meer vermogen en bijna even vaak een eigen woning als de babyboomers in dezelfde levensfase hadden. Daar komt bij dat Gen Z veruit de hoogst opgeleide generatie ooit is. Van de Gen Z’ers van 25 jaar en ouder heeft inmiddels 55% een diploma van het hoger onderwijs, terwijl dit van de babyboomers nog niet een kwart was. Het enige materiële aspect waarop Gen Z slechter scoort, is dat zij veel vaker flexibel werk hebben dan eerdere generaties. In materieel opzicht gaat het de jongste generatie dus voor de wind, maar ze ervaren wel meer werk- en daardoor ook meer inkomensonzekerheid.
Gezondheid en welbevinden
Qua gezondheid en welbevinden is het beeld wat minder gunstig voor de jongste generaties. In de leeftijd van 20 tot 29 jaar heeft bijna een op de drie Gen Z’ers overgewicht, tweemaal zoveel als de babyboomers destijds op dezelfde leeftijd hadden. Bijna 9% van de Gen Z’ers heeft zelfs ernstig overgewicht, tegenover nog geen 2% van de babyboomers destijds.
Ook de subjectieve gezondheidsbeleving verslechtert iets: 85% van de Gen Z’ers vindt hun gezondheid goed, terwijl dit van de babyboomers in dezelfde levensfase 89% was. Er zijn ook signalen voor een achteruitgang in mentaal welbevinden van jongeren. Van de jongeren van 16 tot 30 jaar heeft iets meer dan de helft de afgelopen vier weken angst- of depressiegevoelens gehad, terwijl dit in 2014 38% was.
Het meest zorgelijk is dat het aantal suïcides op jeugdige leeftijd toeneemt
Gen Z’ers zijn ook iets minder gelukkig en tevreden dan voorgaande generaties. De toename van mentale problemen onder jongeren wordt wel toegeschreven aan hun socialemediagebruik, bijvoorbeeld door Jonathan Haidt in zijn geruchtmakende boek Generatie angststoornis.
Het meest zorgelijk is dat ook het aantal suïcides op jeugdige leeftijd toeneemt. Waarschijnlijk zullen 14 op iedere 10.000 Gen Z’ers zich voor hun 30ste van het leven beroven (op basis van gegevens van het CBS, Statline), tegenover 12 in generaties Y (de Millennials) en X en 11 bij de babyboomers.
Kabinetsmaatregelen
Wat wil het kabinet nu doen om de welvaart en het welbevinden van de jonge en toekomstige generaties te verbeteren? Op materieel gebied lijken ‘gezonde overheidsfinanciën’ voorrang te krijgen boven de individuele welstand. Een oud misverstand – dat het kabinet herhaalt – is dat een hoge staatsschuld toekomstige generaties opzadelt met een hoge last.
Daarbij wordt vergeten dat de toekomstige generaties niet alleen de staatsschuld erven, maar ook de tegoeden. Bovendien erven zij het overheidsvermogen – variërend van wegen en dijken tot de goudvoorraad van De Nederlandsche Bank – dat op bijna het dubbele van de staatsschuld wordt geschat.
Veel jongeren zullen niet eens een jaar recht hebben op een WW-uitkering
Om de overheidsfinanciën ‘gezond’ te maken, wil het kabinet fors bezuinigen op collectieve voorzieningen. Daar zullen de jonge generaties uiteindelijk het meest door getroffen worden. Neem de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd, die in 2033 zou moeten ingaan. Iedereen die nu 60 jaar of ouder is, heeft daar geen last van. Maar Gen Z’ers zullen hierdoor waarschijnlijk nog een jaar langer moeten doorwerken dan al werd voorzien, in ieder geval tot hun 71ste. De oplopende bezuinigingen op de zorg en de sociale zekerheid zullen de jongere generatie op latere leeftijd raken, als zij hierop een groter beroep gaan doen.
Wat doet het kabinet aan de inkomensonzekerheid van vooral jongeren? Het korte antwoord is: niets. Het Centraal Planbureau stelt in zijn doorrekening droogjes: ‘De zekerheid van het inkomen neemt af door het coalitieakkoord.’ Dit komt doordat de lasten voor werknemers stijgen terwijl de socialezekerheidsaanspraken (WW en Wia) verslechteren.
Veel aandacht kreeg de verkorting van de maximale WW-duur van twee naar één jaar. Maar voor de jongere generatie is net zo belangrijk dat de opbouw van WW-rechten wordt vertraagd. Nu geeft één jaar werk recht op één maand WW, maar dat zal minder worden (hoeveel is nog niet duidelijk). Hierdoor zullen veel jongeren niet eens een jaar recht hebben op een WW-uitkering.
Niet concreet
Draagt het kabinet wel bij aan een betere gezondheid en meer welzijn van de jongere generaties? Het coalitieakkoord spreekt hierover veel mooie voornemens uit, maar veel concreter dan ‘investeren (…) in preventie en welzijn’ wordt het niet.
Het blijft omstreden in hoeverre het socialemediagebruik verantwoordelijk is voor de mentale problemen
Ook bij de geestelijke gezondheidszorg wordt ingezet op preventie en ‘vroege interventie en voorkomen dat problemen te zwaar worden’. Maar dat lijkt haaks te staan op de opdracht aan de ggz om zich minder op lichte zorg en meer op complexe zorg te richten.
Wel wil het kabinet een minimumleeftijdsgrens van 15 jaar voor sociale media. Dat sluit aan bij het advies van Jonathan Haidt, al blijft omstreden in welke mate het socialemediagebruik verantwoordelijk is voor de mentale problemen bij jongeren.
Conclusie
De ruime aandacht die generaties in het coalitieakkoord krijgen, betekent niet per se dat het voorgenomen kabinetsbeleid in het voordeel van de jongste – en toekomstige – generaties zal uitpakken. Het beleid waarvan jongere generaties zouden moeten profiteren is nog heel vaag, terwijl een aantal meer concrete maatregelen hen juist meer zal benadelen dan de oudere generaties.
De leefbaarheid voor toekomstige generaties hangt vooral af van de inspanning van andere landen
Uiteindelijk is de grootste bedreiging voor toekomstige generaties de klimaatverandering. Het kabinet houdt in ieder geval vast aan het klimaatdoel van een volledig circulaire economie in 2050. Maar ook als dat doel gerealiseerd wordt – wat vooral van volgende kabinetten zal afhangen – hangt de leefbaarheid van Nederland voor toekomstige generaties natuurlijk vooral af van de inspanning van andere landen.
Paul de Beer is emeritus hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is mede gebaseerd op zijn recente boek Generatiestrijd – Feit en fictie over generaties.
Foto: Sebastiaan ter Burg (Flickr Creative Commons)