Fundamentele verandering begint niet bij empathisch professionalisme

Hans Bosselaar bepleitte onlangs empathisch professionalisme. Hij wil bestaande organisatielogica omdraaien en de relatie tussen cliënt en sociaal professional (weer) centraal stellen. Maar volgens Jeanet de Jong en Ard Sprinkhuizen redeneert Bosselaar vanuit het dominante discours dat hij zelf bekritiseert.

Wanneer er een ‘probleem’ wordt geconstateerd is de reflex steevast om een nieuwe functienaam, type, rol of term te gaan bedenken, al dan niet voor een nieuw op te voeren professional. Begin vorig jaar stelden Krijn van Beek en Marcel Ham op dit platform dat er arrangeurs nodig zijn om generaties te verbinden. Pieter Hilhorst sprak een half jaar later over professionele versimpelaars, als oplossing voor sociaal werkers die worstelen met praktische knelpunten in het dagelijks werk.

Een kwartiermaker opperde om een hippe functienaam te creëren om het narratief te kantelen

Tijdens een voorbereidend gesprek met allerhande stakeholders (voor een gesprek met de staatssecretaris) over de toekomstvisie Wmo, opperde een kwartiermaker dat we voor een probleem in de uitvoering van de wet een nieuwe hippe functienaam moeten creëren om het narratief te kantelen. Het zijn slechts enkele recente voorbeelden die laten zien hoe het discours over systemische vraagstukken wordt gedomineerd door ‘nieuw is beter’.

Instrument voor organiseren

Bosselaar richt zich in zijn artikel specifiek op uitvoerders van de Participatiewet, deels betreft dat sociaal werkers. Hij adresseert zeker iets belangrijks: hij stelt terecht dat het relationeel werken onder sociaal professionals is gereduceerd tot instrument voor het organiseren vanuit New Public Management, als organisatiewijze die past binnen neoliberaal beleid.
Als er al relationeel wordt gewerkt, is dat ter ondersteuning van beheersbaarheid, voorspelbaarheid en eenduidigheid. Uitzonderingen daargelaten, want die zijn er ook best, gelukkig maar.

Inhoudelijk niet duurzaam is een understatement

Als voorbeelden noemt Bosselaar maatwerk en cliënt centraal. Hij noemt de relatie vanzelfsprekend, en ‘vanzelfzwijgend’. Een treffende formulering. Met als gevolg, zo stelt hij, kloppende dienstverlening, die inhoudelijk niet duurzaam is. Hij heeft daar een belangrijk punt. Sterker nog: ‘inhoudelijk niet duurzaam’ is een understatement, gezien alle rapporten over cliënten en burgers die niet gezien en gehoord worden in de hulp- en dienstverlening (zie onder andere Van der Zwaard, 2021).

De kracht van herhaling

De oplossing die Bosselaar vervolgens aandraagt lijkt onschuldig, maar is verre van dat. Hij wil de bestaande organisatielogica omdraaien en de relatie tussen cliënt en sociaal professional (weer) centraal stellen. Bosselaar schetst dat begrippen als maatwerk en cliënt centraal in zwang zijn geraakt als tegenwicht om cliënten eerst en vooral als dossiers, trajecten of doelgroepen, in plaats van als mens in een context. Maar dit bleek onvoldoende om de uitvoeringspraktijk te kantelen.

Bosselaars oplossing is om niet te starten bij de genoemde begrippen, maar bij een andere kijk op professionaliteit. De relatie tussen cliënt en sociaal professional centraal stellen is daarbij lovenswaardig, maar het kwalijke in zijn betoog schuilt in de manier waarop hij dat wil doen. Bosselaar giet over het relationele werken een sausje van ‘iets nieuws’, door de term empathisch professionalisme te munten. Feitelijk doet hij dan hetzelfde als in de voorbeelden aan het begin van dit artikel: hij gaat met woorden spelen. Het veranderen van begrippen alleen leidt niet tot omkering van organisatie- en systeemlogica, dat hebben we ervaren.

Herhaling is een belangrijke karaktertrek van het rituele

De oplossing van Bosselaar draagt juist bij aan het onderliggende systeem van de organisatielogica die hij ter discussie stelt. De Koreaans Duitse filosoof Byung-Chul Han (2025) laat vanuit het belang van rituelen zien wat het risico daarvan is en hoezeer de dominante economische logica van meten en produceren in alles is doorgedrongen. Dat is op zich niets nieuws, maar wel relevant in hoe wij het goede willen doen.

Han stelt onder andere dat herhaling een belangrijke karaktertrek is van het rituele. Herhalingen stabiliseren en verdiepen de aandacht. In deze tijd verliezen we volgens hem het vermogen tot herhaling, steeds zijn we op zoek naar iets nieuws, naar iets dat kan vervangen of oplossen. En uiteraard, soms is dat nodig, niet alles verdient herhaling en verdieping, maar goed vakmanschap is daar wel op gebaseerd.

Productiedwang

Al die nieuwe nadrukken, typen professionals, functienamen en nieuwe vormen lijken volgens Han gedreven te worden door productiedwang: ‘De productiedwang als dwang tot het nieuwe verdiept alleen het moeras van de routine.’ Die productiedwang is het gevolg van een seriële waarneming: ‘Een voortdurende kennisneming van nieuwe zaken blijft nergens bij stilstaan.’
Het gevolg is dat we niet meer de aandacht hebben voor wat er al is aan vakmanschap, aan de breed gewortelde professionele kennisbasis (zie onder andere de canon van het sociaal werk) en nauwelijks de vraag stellen hoe we dat kunnen versterken.

De sociaal werker heeft geen behoefte aan allerlei pseudo-creatieve oprispingen

Sociaal werk, met wat basale functienamen als opbouwwerk, maatschappelijk werk en sociaal-pedagogische hulpverlening staat al sinds jaar en dag stevig in haar schoenen. De sociaal werker als specialist in het generalistisch werk in het brede sociaal- en zorgdomein heeft geen behoefte aan allerlei pseudo-creatieve oprispingen uit het beleidsdomein en de consultancy-wereld.

Al die fratsen dragen vooral bij aan een slechte positionering, en minder herkenbaarheid van de eigenheid en bijdrage van professionals. Ook frustreert het de beroepsidentiteit, beroepseer en -trots en de collectieve professionaliteit in het sociaal werk.

Overmoed

Tot slot iets over het begrip empathisch professionalisme zelf. Bosselaar heeft het over je ‘systematisch’ kunnen verplaatsen in de cliënt. Dat klinkt alsof je het verplaatsen in een ander kunt professionaliseren of afdwingen. Dat klopt niet. We weten uit onderzoek dat we ons het beste kunnen verplaatsen in mensen die op ons lijken (Bloom, 2016).

Beweren dat je je altijd kunt verplaatsen in de ander, dat zou getuigen van overmoed

Juist in het werk in de sociale sector lukt dat niet altijd, omdat een leven zo anders kan zijn dan dat van de professional. Beweren dat je je altijd kunt verplaatsen in de ander, dat zou getuigen van overmoed.

Bescheidenheid past het sociaal werk, in de wetenschap dat enig inlevingsvermogen zeker kan bijdragen. Maar het is gevaarlijk terrein als je empathie zo centraal stelt en denkt daar een professioneel sausje van betekenis over te kunnen gieten.

Aandacht voor bestaand vakmanschap

Het gaat kortom niet om een heroriëntatie van vakmanschap, maar om het serieus nemen van het bestaande vakmanschap. Dat is in evenwicht door wetenschap, experts, ervaringsdeskundigen, en hoe organisaties van professionals daarop sturen en borgen. Beleid en dominante beleidsbegrippen, daar moet een professional zich toe verhouden.

Relationeel werken vormt van oudsher al de kern van het vakmanschap

Maar dat is niet het enige richtinggevend kader. De kracht van sociaal werk moet vooral gezocht worden in de eigen beroepsidentiteit, die in meer dan honderd jaar vorm heeft gekregen. Relationeel werken vormt daarin van oudsher al de kern.

Misschien moeten we daar als professie meer aandacht aan besteden en dat serieus nemen, in plaats van oplossingen zoeken in slimme functiebenamingen die goed aansluiten bij de zoveelste beleidshype, maar die feitelijk niets toevoegen. Blijf stevig in je eigen schoenen staan. Of, om Sennett nog maar eens aan te halen: vakmanschap is het werk goed doen omwille van het werk zelf. Dat geldt ook voor sociaal professionals. ‘Goed’ heeft weinig te maken met de dominante economische organisatielogica. Laten we gaan staan voor en investeren in bestaand vakmanschap. Dat vakmanschap begint en eindigt altijd relationeel.

Jeanet de Jong is beleidsadviseur bij de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk en onderzoeker. Ard Sprinkhuizen is senior onderzoeker bij het  Kenniscentrum Sociale Innovatie en lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning Hogeschool Utrecht.

 

Foto: Edmond Dantès via Pexels.com

Literatuur

Baart, A. (2013). De Zorgval. Thoeris.

Bloom, P. (2016). Against empathy. The Case for Rational Compassion. Ecco books.

Byung-Chul Han. (2025). Over het verdwijnen van rituelen. De Nieuwe Wereld/Ten Have.

Ham, M., & Van Beek, K. (2025, 6 januari). Ouder wordende samenleving heeft arrangeurs nodig. Sociale Vraagstukken. Geraadpleegd op 16 februari 2026, van https://www.socialevraagstukken.nl/ouder-wordende-samenleving-heeft-arrangeurs-nodig/

Hilhorst, P. (2025, 7 augustus). Professionele versimpelaars helpen uitvoerend professionals. Sociale Vraagstukken. Geraadpleegd op 16 februari 2026, van https://www.socialevraagstukken.nl/professionele-versimpelaars-helpen-uitvoerend-professionals/

Kruiter, A. J., De Jong, J., Niel, J., & Hijzen, C.(2008). De rotonde van Hamed. Maatwerk voor mensen met meerdere problemen. Centre for Government Studies, Universiteit Leiden.

Movisie (2025). De stem van sociaal werkers. De Grote Raadpleging van het Sociaal Werk 2025. Movisie.

Sennett, R. (2024). De ambachtsman. De mens als maker. Meulenhoff.

Van der Zwaard, W. (2021). Omwille van fatsoen. De staat van menswaardige zorg. Boombestuurskunde.

Reacties 1

  1. Het doet me stiekem altijd deugd om kritiek op de verdere technocratisering van het welzijnswerk en de ggz te lezen. Des te meer als Byung-Chul Han wordt aangehaald!
    En toch begint er de laatste tijd iets te knagen als ik een dergelijk artikel zie verschijnen op Sociale Vraagstukken of op een vergelijkbare website van de gevestigde kenniscentra en instituten.

    Mijns inziens zijn dit soort artikelen deel geworden van het meta-ritueel om het systeem terug te fluiten, maar het dient eigenlijk geen andere functie dan dat het systeem kortstondig kan pronken met het feit dat het bekritiseerbaar is, om vervolgens niet te veranderen. Het is een soort viering van repressieve tolerantie.

    Op ditzelfde platform verschijnt volgende week wéér gewoon een kek acht-stappenplan om “je cliënt door proces X te loodsen”. Of wordt er een nieuwe dataset uit de VS gepresenteerd als onderbouwing voor een universeel, sciëntistisch feit zonder vraagtekens te zetten bij het gebrek aan culturele vertaalslag; laat staan dat hardop de vraag wordt gesteld of naturalistische feiten überhaupt bestaan binnen sociale systemen.

    Eigenlijk gaat de kritiek dus gewoon niet diep genoeg. Het haalt slechts kortstondig de druk van de ketel. En ik ben bang dat ik dit soort artikelen over 10 jaar nog steeds lees, met weinig resultaat behalve dan dat men zal zeggen: “Toch prettig… dat we het systeem vrij kunnen bekritiseren.”
    Of, durven jullie deze ideologische artefacten en structuren dieper te bevragen op epistemische legitimiteit? Dat zou wat zijn.

    De ultieme ironie is dat een enkeling dit leest en misschien denkt: “Wat een onzin!”, of nog véél erger: “Interessant perspectief! Die neem ik mee naar de volgende systeemkritische brainstormsessie.” 😉

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *