De desillusie van een social worker

Medelijden heb ik met de achtduizend jonge mensen die dit jaar gestart zijn met de opleiding social work. Mensen helpen, iets bijdragen, iets kunnen betekenen voor de ander. Ze hebben geen idee, schrijft de pas afgestudeerde, 22-jarige social worker Saskia Verhagen.

Zelf startte ik in 2016 met mijn opleiding social work aan de hogeschool Saxion in Enschede. Ik kreeg de kans om van mensen helpen mijn werk te maken. Ik kon mijn geluk niet op, ik wist het zeker; dit was het voor mij. Vanuit de veilige onderwijsbubbel mocht ik beginnen aan een voorzichtige kennismaking met de hulpverleningswereld. Gespreksvoering, theorie, reflectie, ik verslond het, ik geloofde het. Bij mijn eerste stages ontving ik lovende woorden van mijn stagebegeleiders en keer op keer kreeg ik de bevestiging van mijn omgeving: ‘Saskia je bent goed in je werk!’

De perfecte social worker spelen

Toch knaagde er iets, een onzekerheid die ik niet kon duiden. Iets waar ik geen woorden voor had. In de loop van de tijd was ik goed geworden in het voldoen aan de verwachtingen van mijn omgeving. Ik had geleerd het hulpverleningsmasker te dragen, ik kon de ‘perfecte social worker’ spelen. Dat was het probleem niet. Maar wat dan wel?

Een extra stage dan maar, ik ben immers een van die gemotiveerde studenten en ik wil me oprecht ontwikkelen, niet voor de punten, maar om mijn werk later zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. En toen…. een schok, desillusie door het vinden van de juiste woorden of misschien door het stellen van de juiste vraag. Ja, ik werd geloofd in mijn rol als hulpverlener, maar geloofde ik nog wel in de hulpverlening?

Alsof ik een nummer ben in een calculator

Waar draait zorg om? Tijdens de opleiding hebben we het hier veel over gehad. De mens? Welzijn? Menswaardigheid? Rechtvaardigheid? We bespraken de internationale definitie, maar in het werkveld lijken al die mooie woorden hun betekenis verloren te hebben en ingeruild te zijn voor dat ene woord: geld.

‘Het voelt alsof ik een nummer ben dat door mensen wordt verwerkt in een calculator: die willen we wel, die willen we niet,’ zei een van de jongeren waar ik mee heb gewerkt tegen mij. Ik wou dat ik hem tegen kon spreken, maar ik stuitte tegen zorgzwaartepakketten, zorgverzekeraars met prestatiecodes, minutenregistraties, wantrouwen en geen enkele zeggenschap over mijn eigen werk. Ben ik hiervoor opgeleid? Is dit waar wij het tijdens de opleiding over gehad hebben? Helden heb ik gezien, superhulpverleners, maar eigenlijk altijd ondanks het systeem, nooit dankzij.

Productie in plaats van menselijkheid

Natuurlijk begrijp ik dat zorg betaalbaar moet zijn. Ik begrijp dat de hulpverlening complex is, ik snap dat we als beroepsgroep altijd om zullen moeten gaan met schaarste. Maar is dit waar ik voor opgeleid ben? Wie heeft oog voor de mensen waar het uiteindelijk over gaat? Oog voor de kinderen die van het kastje naar de muur worden gestuurd en na jaren op een wachtlijst nog steeds geen passende hulp krijgen? Het lijkt wel of de bezuinigingsdruk zijn eigen verspilling veroorzaakt.

Minister Hugo de Jonge deed in maart 2019 de uitspraak dat de marktwerking in de gezondheidszorg is doorgeslagen en moet worden ingeperkt. ‘Minder markt, meer samenwerking’. Geweldig, maar als ik eerlijk ben, zie ik het nog niet gebeuren. Jaren van marktwerking hebben ervoor gezorgd dat we elkaar als concurrenten zijn gaan zien. We zijn gaan geloven dat we bedrijven zijn en dat we moeten denken in termen van productie in plaats van in termen van menselijkheid.

Verstrikt raakte ik samen met mijn cliënten in de jungle van indicatoren die de decentralisatie heeft opgeleverd. Ik zag kinderen in een hulpverleningscarrousel terechtkomen waar ik hulpverlener nummer tien was, ik zag wanhoop, ik zag verdriet, ik zag schaamte. Weer een band met iemand opbouwen, weer je verhaal vertellen aan een vreemde en weer teleurgesteld worden, soms ook door mij.

Afgestudeerd en machteloos

Vorige week ben ik afgestudeerd en ik heb het gevoel dat ik vast zit. Dezelfde idealen die ik had toen ik begon, de idealen die mij enthousiast maakte voor dit vak, diezelfde idealen doen mij nu twijfelen. Twijfelen om iets totaal anders te gaan doen. Het voelt alsof ik geen invloed heb op de invulling van het werk waar ik voor opgeleid ben. Ik voel mij bekneld, ik voel mij machteloos, ik voel mij gefrustreerd. Kan ik binnen dit systeem authentiek zijn?

Mensen helpen, iets bijdragen, iets kunnen betekenen voor een ander. Ik gun het mijzelf, ik gun het al die achtduizend eerstejaars. Ik hoop dat ik er ooit ook weer echt in ga geloven.

Saskia Verhagen (22 jaar) is afgestudeerd aan de opleiding Social Work op de hogeschool Saxion in Enschede. Naast de opleiding Social Work, volgde zij het Honours Programma Health Care & Social Work. 

 

Foto: Daniel (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 10992 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (17)

  1. Wat een catastrophe:jarenlang keihard gestudeerd,een ideaal nagestreefd,en nu de desillusie :”kan ik wel authentiek zijn in mijn werk straks?”Het is een retorische vraag.Het antwoord stemt intens bedroefd.
    Je wilde iets voor je naasten betekenen,maar loopt vast in de bureaucratie.Hoe ver kan een maatschappij afglijden?Jonge enthousiaste studenten een realiteit voorspiegelen die in werkelijkheid niet bestaat.
    Hoe koud en kil kán de wereld zijn.
    Saskia,hopelijk vind je alsnog je bestemming!!

  2. Dapper en goed dat je zo snel al bij de kern van het probleem bent.

    Je bent een instrument van een verdienmodel wat er voor zorgt dat een paar elite-maffia-politieke-ambtenaartjes ergens in dat proces overheidsgeld kunnen afromen, excessieve salarissen krijgen en daarvoor zijn nodig: useful-idiots, werkmieren en zoveel mogelijk psychisch belaste mensen.

    Echte oplossingen?
    Dan komt het verdienmodel in gevaar. In de jeugdzorg, in de GGZ, ..

    Een rotte wereld die snel nog veel rotter wordt.

  3. Het is heel juist ‘aangevoeld’ dat de jeugdzorgketen ‘iets’ mist, recente wetenschap om veel beter te wegen hoe te meten. De wetgeving waarmee gewerkt wordt, geeft te veel ruimte voor speculeren en gokken, wat niet ten dienste is van een juist hulptraject.
    – Vragen als deze worden niet beantwoord in de keten:

    1. Waarom hoeft in verzoeken tot OTS en/of Uithuisplaatsing (UHP) niet uitgelegd en bewezen te worden dat de ouders de ‘aantoonbaar verstrekte voorlichting om een beschermingsmaatregel te voorkomen’ aantoonbaar niet of duidelijk onvoldoende hebben geaccepteerd? >{noot: 1: Artikel 255 BW1 lid 1. “De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling (gezinsvoogdij) indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling èrnstig wordt bedréígd, èn:
    a. de zorg die in verband met het wègnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of ònvoldoende wordt geàccepteerd, èn
    b. de verwàchting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn{?}, de veràntwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, {niet?!} in staat zijn te dragen.” – Zelden krijgen ouders bedoelde voorlichting vooraf}<.
    2. Waarom hoeft in verzoeken tot OTS en/of UHP niet bewezen te worden, in volgbare uitleg , dat de vermeende ‘ernstige bedreiging’ thuis zoveel ernstiger is dan de ernstige schade die bij het uitvoeren van een beschermingsmaatregel wetenschappelijk aangetoond gepaard gaat?xiii
    3. Waarom wordt er geen diagnòstieke nulmeting – volgens beroepscode – uitgevoegd en als bewijs bij het verzoek naar de kinderrechter verstrekt, zeker wanneer ouders er om vragen c.q. bij onenigheid, en is er groot verzet wanneer ouders dan een beroep doen op artikel 810a Rechtsvordering, alsof ouders, met legaal gebruik maken van BW1:247 en artikel 24 lid 1 van het prevalerend internationaal kinderrechten-verdrag, “tegenwerken”, “niet accepteren”? Het “niet accepteren” wordt nimmer aangetoond. Het vooraf goed en breed voorlichten, met dan een keuze, ook niet.
    4. Waarom hoeft in verzoeken tot OTS en/of UHP niet uitgelegd te worden op welke basis de verwàchtingen [naar sub b lid 1 uit BW1:255] door een sociaal werker c.q. jeugdzorgwerker gebaseerd zijn – op de ontwikkelingspsychologische of pedagogische wetenschap?
    5. Waarom is BW1:265b zo vaag gecodificeerd om een kind door een laagopgeleide bij een G.I. uithuis te mogen plaatsen, terwijl dat wetenschappelijk gezien aan veel duidelijker eisen zou moeten voldoen vanwege de tegenhanger, de [wetenschappelijk] aantoonbare schade van zulk maatregel? >{noot: 2: BW1:265b lid 1. “Indien dit noodzakelijk is ‘in het belang van de verzorging en opvoeding’ van de minderjarige of tot ‘onderzoek’ van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de {ondeskundige} gecertificeerde instelling (G.I.), bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.” -{Vaak is dat geen diagnostisch open onderzoek conform IVRK24 lid 1. Daarom zouden ouders voorlichting behoren te krijgen, wanneer ze hoogwaardiger gezondheidszorg wensen, en kennis te hebben van Rv810a. Ouders moeten dus ongezegd zèlf actief zijn op onbekende wegen}<.x}
    6. Hoe komt het dat aan scheidende ouders niet dírect (bij ruzie, bij politie gemeld, of bij inschrijven bij scheidingsrechtbank) een training van bijv. Villa Pinedo wordt aangeboden, en de G.I. bij een omgangs-OTS zich niets aantrekken van voorlichten (BW1:262) en de door G.I.’s verkregen mogelijkheden in https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/omgangssabotage-g-i ? Er wordt veel geklaagd over het afwachten en escaleren door de G.I.. {Deze vragen zijn ook de RvdK voorgelegd, zonder antwoord/ Awb}.

    Waar deze vragen wegens recente wetenschap van groot belang worden voor de ontwikkeling, hechting en veiligheidsgevoel van de opgroeiende, zou toch deze wetenschappelijke inzichten als bedreigend voor het jeugdzorgkind, meegewogen worden, tegen de vermeende bedreigingen die de niet-diagnostisch-bevoegde jeugdzorgwerkers denken te zien, temeer daar Cora Bartelink, 2018, in haar proefschrift bevond dat hun beslissingen van onder hypocognitie te sterk gekleurd werden door eigen (jeugd)ervaringen; en zegt de titel van het proefschrift van René Clarijs, 2013, niets?: “De Tirannie in de Jeugdzorg”?!

    Joseph J. Doyle vond in 2007 en later dat uithuis te plaatsen kìnderen – die thuis mochten blijven – beter af waren, dan de wel uithuisgeplaatsten, waar de eerste groep niet weggeplaatst werd dòch thuis de juiste hulpverlening (gezondheidszorg) in het gezin verkregen; en prof. Jo Hermanns heeft dat toch ook gevonden in diens Zeelandse studie!
    Arts Ursula Gresser, 2015, sprak rechters aan hoe schádelijk het wegplaatsen van één of beide ouders in het kind is.
    Daniel Weinberger vond dat er zèlfs schade ontstaat in het DNA.xiii En zo zijn er meer wetenschappelijke bevindingen in de laatste jaren die schade van kinderbeschermingsmaatregelen bevestigen. Susan L. Smith vond in 2010 in een zeer groot onderzoek reeds dat “de reguliere jeugdbescherming de kennis niet matcht bij de case”.

    Dit ìs de jeugdbeschermingsketen (vanaf alle AMHK’s, RvdK-afdelingen t/m G.I.’s) verstrekt aan kennis; de ontvangstbevestigingen zijn verkregen; dòch waar ouders een copie van sites zoals https://jeugdzorgwetenschap.jimdosite.com/wetenschap-bevestigt/ in productie verstrekken, negeren kinderrechters deze, òndanks de uitspraak van de CRvB in LJN BD1113. xxii
    De eindnoten:
    x : https://jeugdbescherming.jimdofree.com/wetten-en-regelgeving/goede-precedente-uitspraken/rv810a-lid-2-met-precedent/
    xiii : https://jeugdzorg.wixsite.com/jeugdzorg/wetenschapvoorbeleid
    xxii : http://www.wetboek-online.nl/jurisprudentie/ljnBD1113.html

    Deze wetenschap wordt zelden doorgegeven aan de jeugdzorgwerkers om een gewetensvoller afweging te maken, en dat is pijnlijk voor diegenen die dit uiteindelijk onderkennen.

  4. Me uit het hart gegrepen !!! Precies hetzelfde voel en merk ik ook. De overheid, gemeenten, de instellingen…ze hebben állemaal de mond vol van samen werken, in een ander zijn schoenen gaan staan, van mens vriendelijk werken, van cliënt gestuurd werken, van “out-of-the-box-denken, van “ergens voor staan”…. Het tegendeel is eerder en vaker het geval. O wee, als je het lef (nog..) hebt om buiten de lijntjes te kleuren, als je vindt dat het, bij deze cliënt, bij dit gezin anders móet dan volgens het boekje…. Als je het lef hebt om te betwijfelen dat een verwijzing naar een z.g “keten partner” niet de oplossing is… Als je het lef hebt om cliënten (dan) andere ideeën aan de hand te doen, om (ook) eens over na te denken… O wee. Terwijl dat misschien (en uiteindelijk) veel beter voor de cliënt zou zijn en/of goedkoper zou worden voor de belastingbetaler…. Heb het lef eens… Nou, nee. Tenminste, als jij je baan wilt behouden. Want met die losse flex-contractjes lig je er zo (gemakkelijk) uit…
    Veel mensen in Zorg en Welzijn hebben er al jaren Tabak van, maar durven hun mond niet (meer) open te doen. Tegenover elkaar, als collega’s (heel soms) nog wel, maar zeker niet tegenover “het management”. Zelfs, als een collega “betrapt” wordt op Werkelijke Zorg en dan het veld moet ruimen, durven ze niet één vuist te maken.
    O, ja. Ik wéét waarover ik praat… Ik zit nu meer dan 20 jaar in Zorg en Welzijn. Ook ik had in het begin het idee een verschil te kunnen maken. En dat wàs ook zo. Toen nog wel. Maar daarna steeds minder. Niet omdat ik het niet wilde, of niet probeerde. Nee, “de regels en het boekje”…gehanteerd door het management, zorgden daar voor.
    Praat me niet van “marktwerking”. En zeker niet in de zorg. Als mensen zorg nodig hebben omdat ze het zelf (misschien even) niet meer trekken, dan zou dat niet met een “Albert Heijn, Jumbo of Aldi”-mentaliteit moeten worden uitgezocht en “ingekocht”…. Cliënt-gericht werken? Naast de cliënt staan? Laat me niet lachen !
    Ik “moet” nog maar een paar jaar, tot aan mijn pensioen. Ik hoop het zo lang nog uit te houden.
    Mocht er geen “kentering” komen en dus de marktwerking niet worden afgeschaft…dan zie ik het somber in. Voor al die Social Workers, voor de cliënten, maar bovenal voor Nederland…
    Want uiteindelijk krijgt iedereen een keer, direct of indirect, te maken met de zorg. Is het niet voor jezelf, dan is het wel voor je (klein) kinderen, of je (groot)ouders. Dán zul je “aan den lijve” voelen hoe het is om bekeken en behandeld te worden met Euro-tekens in de ogen….
    Wilt u dat niet? Kies dan de volgende keer eerder links dan rechts…. Links is (iets) socialer ingesteld…

  5. Ik ben jurist en geloofde in de rechtsbescherming zoals we die geregeld hadden. Momenteel zet ik me voor individuen in die iets willen dat ‘omgeregeld’ is. Met kennis van het systeem doe ik een beroep op de hardheidsclausules en redelijkheid en billijkheid. Hoewel…. Er is niet altijd succes, dus is dit gevoel heel herkenbaar.

  6. Fijn te zien dat er studenten ook een eigen inzicht krijgen in deze sector.
    Waarom start je niet een eigen organisatie en/of vereniging met gelijk gestemden op basis van je geleerde lessen. Stel je hebt ieder jaar de helft van de gelijkgestemden die niet door de selectie komen omdat ze zoals jij zaken inzien dan heb je zelfs met de helft van die groep al een flinke organisatie opgebouwd die de balans terug kan brengen in het gehele systeem.

  7. Een herkenbaar verhaal, wat ik na mijn afstuderen in 2007 aan zag komen, dus heb ik mijn eigen praktijk opgezet, waar ik nog enige vrijheid van handelen heb, niet altijd makkelijk om tegen de gevestigde orde op te boksen, wel veel voldoening in mijn werk als een cliënt en echt geholpen is.

  8. Goed geschreven. Ik begrijp jouw gevoel. Ik werk sinds 2004 als Social worker. Ik vind het werk nog steeds erg leuk. Je kan iets betekenen voor de cliënt. Daar gaat het mij om. We zijn allemaal een nummer, maar ik vind het juist fijn dat ik vervangen kan worden als ik vakantie heb of ziek ben. De cliënt staat centraal. Je bent waardevol voor de samenleving. Veel succes (en sterkte)!

  9. Saskia Super bedankt, hoe mooi kan je mijn gedachten omschrijven over de hulpverlening.
    Ik ben net boven de 50 en in 2013 naast werk de opleiding gaan volgen tot psychosociaal therapeut 4 jaar. Kleine praktijk gehad, en bij 2 instellingen ambulante begeleiding gedaan.
    Het naast iemand gaan staan, je verbinden en daadwerkelijk vanuit bewogenheid de ander weer op weg helpen en leven te geven is door het door het “systeem”, de protocollen en wat de cliënt allemaal aan moet voldoen, is het leven gevende er al uitgetrokken.
    Het gaat uiteindelijk om zo,n hoogst mogelijke indicatie en het toeschrijven van erge psygische stoornissen zodat de geldstroom opgang komt. Organisatie belang zodat we onze positie niet verliezen en groeien spelen ook mee.
    Wat vaak het meest nodig is, dat hulpvragers ervaren dat er iemand is die de persoon ziet in hun strijd, behulpzaam is, aandacht heeft en samen werken aan hoop voor de toekomst.
    Zoals een kind het voorbeeld kan volgen van liefhebbende stimulerende ouders die het beste voor hun kind willen en met vertrouwen in deze wereld op weg helpen.

  10. Hallo,

    Ik herken een deel van je verhaal. Het is inderdaad lastig werken in een sector waarbij de nadruk ligt op ‘besparen’. Ik ben er echter van overtuigd dat er ook uitzonderingen zijn. Er bestaan organisaties waarbij er wel vanuit idealen en passie gewerkt wordt en waarbij je authentiek kunt zijn. Je moet alleen goed zoeken en kijken of een organisatie bij je past. Het klopt dat het overgrote deel van de sector is zoals jij het schets, maar er zijn zeker mogelijkheden om wel de hulpverlener te zijn die jij wilt zijn. Geef de moed niet op. Ga op zoek naar (kleinere) jeugdzorgaanbieders. Je kunt echt wel een verschil maken en gelukkig zijn in je werk, als je de juiste werkplek vindt.

    Groetjes L.

  11. Wat je zoekt bestaat wel degelijk. In de organisatie waar ik werk zit authenticiteit, eerlijkheid, echt in plaats van gespeeld vakmanschap, diep in ons dna. En zijn we tegelijk super zakelijk. Zonder dat we daar registraties, protocollen, vaste vergaderingen, teams of leidinggevenden voor nodig hebben. Hoe dat werkt lees je in onze zomerreflectie die ik graag met je deel: leren.begintbijjou.nl. In de hoop dat je niet opgeeft. Het kan niet anders dan dat er ook andere organisaties zijn die fris en zelfbewust in het leven staan. Ik hoop dat je er een vindt waar je wel met jouw talenten uit de voeten kunt.

  12. Hoi Saskia,

    Ik herken in wat je schrijft. Mooi verwoord. Toch denk ik dat het juist in dit zorgsysteem het ontzettend belangrijk is om juist te blijven staan als hulpverlener. Om te blijven staan is het inderdaad nodig om authentiek te kunnen zijn en je dromen te kunnen navolgen. Maar die mogelijkheden zijn er! Er zijn zeker organisaties te vinden die hetzelfde hierin staan en juist tegengeluid willen laten horen.
    Daarbij is de echtheid die je hebt tegenover de cliënt is wat je zelf hebt en uitstraalt, niet iets wat het systeem jou kan afnemen.

    Succes met je zoektocht 😉

  13. Weerbarstige problemen, tegenstrijdige belangen, soms in combinatie met ontoereikendheid van de zorg, stelt mij voor de kernopgave om ondanks alle belemmeringen een zorgzame relatie te ondergaan en er voor zorg te dragen dat de cliënt de best mogelijke zorg krijgt die voorhanden is.

    Dit is waar ik aan vast hou. Als social worker begrijp ik volkomen waar Saskia nu tegenaan loopt. Door in jezelf te blijven geloven en soms van de gebaande paden af te wijken is wat een zorgverlener onderscheidend maakt, en je dit o zo mooie vak kan blijven volhouden.

    Uiteindelijk is het enige wat belangrijk is, is dat de client/patient opstaat met een glimlach en naar bed gaat met een glimlach. Wat daar tussen gebeurt hebben we niet altijd invloed op.

  14. Hèhè eindelijk weer eens een fris zelfreflectie geluid en professionele verbazing.. Hulde! Wat je omschrijft Saskia is al zo oud als de weg naar Methusalem. De sector ontbeert zelfbewustzijn, tegendraadsheid waar het nodig is, en probeert krampachtig aan professionele standaarden te voldoen die we ons door beleidsmakers op laten leggen, maar die niet passen op de werkelijkheid. Er zijn te weinig John Beckersen als manager die een eigen toon en profiel voor de welzijnssector durven te definiëren. Ons werk moet gebaseerd zijn op menselijkheid in relaties en niet op protocollen. De methodiek ben je uiteindelijk zelf (gebaseerd op vakkennis ) en ieder draaiboek daarbij is verschillend.
    De twijfel van jou is heel herkenbaar. Maar ga niet bij de pakken neerzitten. Durf tegendraads te zijn. Uiteindelijk vind je je eigen balans en vinden anderen jou. Ik zit niet in de positie, maar ik zou je meteen aannemen en de rode loper uitrollen en zeggen: ga je gang Saskia, doe het anders als je dat nodig vindt. Je hebt de spirit om de wereld naar je hand te zetten. En de regels en de instituties daar zijn anderen voor.

  15. Dag Saskia,

    Jouw verhaal, hoewel veel me bekend voorkomt, stemt me verdrietig. 22 jaar, pas afgestudeerd en nu al het door jou omschreven gevoel. Toch kan het ook anders. Zoals in sommige reacties te lezen valt zijn er organisaties waarin je zelfstandig kunt/ mag werken, sterker; het wordt van me verwacht. Geef dus niet op en kijk uit naar een organisatie die bij je past, ze zijn er! Daarbij vind ik het erg belangrijk om te blijven denken dat in ‘mijn’ werkkamer waar ik in gesprek ga met mijn cliënten, wij samen, de cliënt en ik de dienst uitmaken. Een beetje eigenwijs zijn in de eigen werkwijze is belangrijk voor ieders persoonlijke ontwikkeling en groei. Ik ben een Maatschappelijk Werker van 61 jaar en heb veel plezier en voldoening in/ uit m’n werk ondanks de ambtelijke molens die mij ook wel eens zwaar om m’n nek hangen! Zolang ik de cliënt centraal kan blijven stellen houd ik moed en hoop ik op een betere toekomst! Iets dat ik jou zeer gun. We hebben mensen als jij nodig die kritisch durven en kunnen (maar ook willen) zijn. Hulde daarvoor.

  16. Dag Saskia,

    Zo uit het hart geschreven. We hebben mensen zoals jij juist hard nodig. ik proef het meer om me heen. het ‘systeem’ loopt op zijn laatste benen. Hulpverleners die vanuit het hart durven werken – en hun professionele bagage op orde hebben – gaan in de nabije toekomst de koers betalen. Jij vindt je weg wel…., dapper dat je dit bericht hebt geschreven.

    O ja, dit bericht zou toch ook een gigantische wake up call voor de HBO Social Work moeten zijn. het opleidingssysteem leeft in een parallelle systeemwereld, waarin opleiden vanuit het hart niet op de eerste plaats staat….. Word wakker!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *