Kan de verstoorde verhouding tussen overheid en burger hersteld?

De ‘professionele vriend’ is een sociaal werkende die zich precies daar begeeft waar het meestal wringt tussen burger en samenleving. Het concept werd ooit bedacht door Hans van Ewijk, inmiddels gepensioneerd als hoogleraar Grondslagen van het maatschappelijk werk. Kan de professionele vriend het zo beschadigde vertrouwen tussen burger en overheid herstellen? Marc Räkers vraagt zich dat af en zocht Van Ewijk op.

Dat het wringt tussen burger en samenleving is zonneklaar. Aan de ene kant staat de systeemwereld van de overheid, met al haar regels, formele procedures, beschikkingen en toetsmomenten, aan de andere kant de burger met verschillende sociale problemen en belevingen. Met vaak aan beide kanten onbegrip over elkaar. De professionele vriend beweegt zich in dit speelveld en zorgt er voor dat de relatie weer vloeibaar kan worden. Nu de verhouding overheid-burger op veel terreinen ernstig verstoord is en men zich ook in Den Haag verontrust afvraagt hoe dit weer te herstellen wordt het tijd om weer eens goed naar de ‘professionele vriend’ te kijken.

‘Ik haat ze allemaal’

Neem bijvoorbeeld de toeslagenaffaire. Regelmatig spreek ik Christina, een van de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Hoe er met ouders als Christina, vaak vrouwen, is omgegaan en hoe zij dit zelf hebben ervaren wordt pijnlijk duidelijk in de aangrijpende documentaire ‘Alleen tegen de staat’ (nog te bekijken op NPO start, aanbevolen!). In deze film vertellen vijf vrouwen hoe zij de afgelopen tien jaar beleefd hebben. Dat zij volledig zijn afgeknapt op de overheid is wel de grootste gemene deler. De overheid is hun grootste vijand geworden. ‘Ik haat ze allemaal, ze mogen van mij allemaal doodvallen’, zegt een van de geïnterviewden uit de grond van haar hart.

Misschien was ‘Alleen’ een nog betere titel voor deze film geweest. Alle vijf de vrouwen vertellen dat zij door instanties en instellingen structureel negatief benaderd zijn en dat zij zich in de steek gelaten voelden. Maar voor alle vijf geldt ook dat het contact met vrienden, familie en bekenden langzaam maar zeker afnam. Het mechanisme ‘waar rook is, moet ook vuur zijn’ had wat dit betreft een heel wrange uitwerking. Daarbij kwam de bittere armoede die deze affaire met zich meebracht, waardoor het steeds moeilijker werd om sociaal mee te blijven doen. Zelfs de eigen kinderen konden vaak maar weinig, of soms geen, begrip opbrengen voor de ingewikkelde situatie waarin hun moeder was beland. Iedereen kon maar moeilijk geloven dat de oorzaak hiervan volledig van buiten kwam.

Niet één professionele vriend – best pijnlijk

Wat mij opvalt is dat de vijf vrouwen die in de documentaire aan het woord komen helemaal niet spreken over hulpverleners of andere functionarissen met wie zij wel een goed contact hadden. Die wel uitgebreid de tijd namen om naar hun verhaal te luisteren en die wel naast hen gingen staan. Niet één ‘professionele vriend’. Dit is best pijnlijk, maar vooral een belangrijk signaal voor ons als sociale sector. En voor de overheden die als beleidsmakers en opdrachtgevers veel invloed hebben op de positionering van werkers in het sociaal domein.

Onder invloed van de terugtrekkende overheid, marktwerking en vooral het chronische wantrouwen van de overheid in de burger is de positie van de werkers in de sociale sector flink onder druk komen te staan. De toegang tot ondersteunende voorzieningen is behoorlijk geprotocolleerd en ook de uitvoering ervan is doordrenkt met formele procedures. Voor bijna alles is een beschikking nodig en voor het verkrijgen van zo’n toegangsbewijs moeten vaak ingewikkelde aanvraagprocedures doorlopen worden. Enveloppen vol bewijsstukken en andere onderbouwingen moeten ingediend worden; telkens weer moet je met ziel en zaligheid op tafel. De overheid is vooral bang voor misbruik en daarom zijn er, meestal met brede steun uit de Tweede Kamer, flinke drempels opgeworpen. En ook tijdens het gebruik van voorzieningen is er vaak steeds opnieuw sprake van intensieve controle op de rechtmatigheid. Zo moest Christina bijvoorbeeld, voor het verkrijgen van een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning, toch weer opnieuw uitgebreid en onderbouwd met talloze stukken aantonen dat zij door te toeslagenaffaire in problemen kwam. Terwijl zij tegelijkertijd door Den Haag al ‘erkend’ was als slachtoffer.

Nu is dit wantrouwen van de overheid in haar eigen burgers als een boemerang bij diezelfde overheid teruggekomen; het vertrouwen van de burger in de overheid is, onder anderen onder invloed van de toeslagenaffaire, tot een nulpunt gedaald. Populisme en anti-overheidsgeluiden zijn een gevolg hiervan. Rondom de laatste verkiezingen sprak zelfs minister president Rutte over een andere bestuurscultuur en over zijn behoefte om de relatie overheid-burger weer te verbeteren.

Christina, slachtoffer van de toeslagenaffaire

Christina heeft drie zoons. Als gevolg van de toeslagenaffaire is zij met haar gezin een keer daadwerkelijk ontruimd omdat  de belastingdienst haar huurtoeslag verrekende met haar ‘toeslagenschuld’, waardoor zij de huur niet meer kon opbrengen. Een tweede keer hebben we dit, met veel lawaai, op een haar na weten te voorkomen. Na de eerste ontruiming werd Christina door haar gemeente (Apeldoorn), gezien de noodsituatie, tijdelijk ondergebracht in een woning van Riwis Zorg en Welzijn, een instelling die woonbegeleiding biedt. Deze instelling wilde vervolgens ook Christina en haar gezin gaan begeleiden, maar Christina stelde zich op het standpunt dat zij geen begeleiding nodig had. Het lag immers niet aan haar maar aan de belastingdienst dat het tot een ontruiming was gekomen.

Riwis en de gemeente eisten vervolgens dat zij toch een persoonlijkheidsonderzoek zou ondergaan en dat zij zich ‘begeleidbaar’ zou opstellen. Verder werd verwacht dat zij zich onder beschermingsbewind zou laten plaatsen en moest zij inzicht bieden in haar relatie met haar kinderen. Er werd zelfs gedreigd om een van de kinderen uit huis te plaatsen omdat er een ‘onveilige’ situatie zou zijn ontstaan. Christina hield voet bij stuk en Riwis startte een uitzettingsprocedure. Christina zou zich niet aan de afspraken houden die in de huur/hulpverleningsovereenkomst waren vastgelegd en daarom geen recht hebben om in hun woning te verblijven.

Door stevige druk van buiten op Riwis en de gemeente, onder anderen georganiseerd door ondergetekende, is de tweede uitzettingspocedure niet daadwerkelijk doorgezet. Hiervoor heeft zelfs het ministerie van Binnenlandse Zaken nog flink op de gemeente moeten inpraten om hen ervan te overtuigen dat Christina echt slachtoffer is van de toeslagenaffaire en dat haar zelf niets te verwijten valt. En dat het dus volkomen terecht en begrijpelijk is dat zij begeleiding afwijst. Overigens is Christina onlangs verhuisd naar een aan haar toegewezen ‘normale’ sociale huurwoning. Zonder opgelegde begeleiding.

‘We waarschuwen elkaar voor het sociaal wijkteam’

‘De druk op sociaal werkers is de afgelopen periode erg groot geweest’, zegt emeritus-hoogleraar Hans van Ewijk. ‘Als sociaal werkers zijn wij onderdeel geweest van het systeem dat grote druk op burgers uitoefende, en in feite zijn we dat nog steeds’. Hoewel de meeste mensen in het sociaal werk terecht zijn gekomen omdat ze, spreekwoordelijk, ‘mensen willen helpen’, zijn we mede onder druk van de wantrouwende wet- en regelgeving toch steeds meer verworden tot ‘state agents’, uitvoerders van beleid. Volgens Hans van Ewijk is het daarom goed dat de bom van de toeslagenaffaire is gebarsten; de toon van de overheid is hierdoor langzaam weer wat aan het bijdraaien. Dit biedt ook kansen voor een herpositionering van het sociaal werk.

‘We waarschuwen elkaar voor het sociaal wijkteam’, vertelde Christina mij onlangs, ‘zorg vooral dat je er niet mee in aanraking komt, want je komt er alleen nog maar verder door in de problemen en voor je het weet staat Veilig Thuis op de stoep om je kinderen weg te halen’. De bedoeling van de sociaal wijkteams is juist om zorg en hulp dichter bij burgers te brengen en om vooral meer vanuit de eigen leefwereld van burgers te werk te gaan. Toch is de beleving vaak precies andersom. Deze achterdocht maakt effectief werken voor de sociale wijkteams erg moeilijk.

De houding van een professionele vriend is er een van nabijheid en oprechte interesse. Hoe zijn mensen in de problemen geraakt, wat is er gebeurd? Het kost vaak enige moeite - en tijd - om achter het echte verhaal te komen, ook omdat mensen zich vaak voor hun situatie schamen. En omdat sociale problemen zelden op zichzelf staan. Meestal zijn er meerdere aanleidingen die er toe leiden dat mensen in de problemen raken. Als sociaal werker is het belangrijk om het hele verhaal te kennen. We kunnen ons niet permitteren om slechts met één aspect bezig te zijn en al het andere buiten beschouwing te laten, tenminste niet als we willen zoeken naar structurele verbetering van de situatie.

De rol van professionele vriend is ingewikkeld, maar het is vooral ook een prettige rol. Juist vanuit de tussenpositie die je zo inneemt kun je als sociaal werkende naar beide kanten van betekenis zijn. Je bent niet echt vertegenwoordiger van de staat, maar ook niet alleen de belangenbehartiger van de burger. Nabij als een vriend, maar met professionele vaardigheden.

Marc Räkers is verbonden aan Eropaf! De film van het gesprek met Hans van Ewijk is te bekijken via de website van Eropaf! (In gesprek met Hans van Ewijk). Hierin wordt het belang en perspectief van het concept ‘professionele vriend’ uitgewerkt. De inaugurale rede ‘Maatschappelijk werk in een sociaal gevoelige tijd’ waarin Van Ewijk het concept uitwerkt is te lezen op de Canon Sociaal Werk Nederland.

 

Foto: DANNY G via Unsplash

Dit artikel is 2592 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. “De houding van een professionele vriend is er een van nabijheid en oprechte interesse.”

    Een contradictio interminis aangezien professionaliteit juist een zekere afstand tot de cliënt en cliëntsysteem veronderstelt, Precies de rol de die sociale hulpverlener vervuld bij het faciliteren en controleren van allerlei overheidsregels die de cliënt betreffen. Je kunt niet gelijk de uitvoerder van overheidsregels zijn en de rol van advocaat voor de cliënt spelen.

  2. Wanneer de ondeskundigen (geen specialisten) bij het wijkteam er niet uit komen, wordt er ‘gemeld’ naar het AMHK (wat ook wel onVeilig uiThuis geheten wordt), en omdat de beschermingsketen niet diagnostisch bevoegd is, wordt het afvoerputje beschermingsmaatregel open gezet. Men is zo ondeskundig dat niet afgewogen wordt met de recente bevindingen in de wetenschappen, waaruit telkens blijkt dat een beschermingsmaatregel ernstig schadelijke kanten kent voor de opgroeienden! Het rapport op https://kinderbescherming.jimdofree.com/kritiek-van-deskundigen/onderzoek-met-gevolg/wetenschappelijk-rapport-werkelijkheidsvinding/ geeft veel bewijs!
    Zo is ‘jeugdzorg’ ook een institutie geworden waar met groot wantrouwen naar gekeken wordt, temeer daar meerdere onderzoeken gemiddeld uitkomen op 75% niet goed; drie op de vier jeugdzorgkinderen krijgt niet de passende hulptrajecten. Vaak als men er niet uitkomt, wordt de ouder beschuldigd om de rechter een machtinging te laten verstellen tot dwangzorg.
    De jeugdzorg affaire is al voorspeld uit de Toeslagenaffaire, waardoor ook dwangzorg voor het kind in zicht kwam. En het is dus te vaak schadelijker dan de vermeende bedreigingen van de ontwikkeling!

  3. We zijn allemaal een product van onze samenleving. De interactie tussen mensen en de wisselwerking tussen overheid en burger maakt hoe we denken en wie we zijn, zo ook de sociaal werker. De sociaal werker heeft een specifieke rol in onze samenleving. Ik heb het beroepscompetentieprofiel voor de sociaal werker even gelezen en er staat:
    ‘De sociaal werker agendeert knelpunten en aantasting van burgerrechten en de sociaal werker signaleert onrechtmatigheden en onregelmatigheden in wet- en regelgeving’. Hiermee heeft de sociaal werker de rol gekregen om misstanden te signaleren en te agenderen. De andere kant van de medaille is dat de andere partij (overheid) moet ontvangen en luisteren. Waar gaat het mis? Maar nog belangrijker: wat is de oplossing dat de burger (lees jij en ik) niet vermorzeld wordt tussen sociaal werker en overheid die niet naar elkaar luisteren? Ik heb de overtuiging dat de intentie van alle professionals goed is, maar dat we in de loop van de jaren een systeem hebben opgetuigd vanuit wantrouwen. Mogelijk had het geholpen als sociaal werkers, gesteund vanuit hun beroepscompetenties, landelijk aan de bel hadden getrokken? En kan deze rol er zijn om in de toekomst soortgelijke situaties te agenderen. Één randvoorwaarde moet aanwezig zijn en dat is….. luisteren en willen horen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *