Meer participatie vereist revisie arbeidsmarktbeleid

Om de doelgroep van de Participatiewet meer kansen te bieden, voldoen kleine aanpassingen in het arbeidsmarktbeleid niet. Er zijn fundamentele wijzigingen nodig, aldus de samenstellers van het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken.

De Participatiewet heeft als doel om zoveel mogelijk mensen, incluis mensen met een beperking, aan het werk te helpen. Echter, de evaluatie van de wet in 2019 laat zien dat de baankansen voor de doelgroep nauwelijks zijn gestegen. De cruciale vraag is hoe het tij kan worden gekeerd. Welke strategieën en regelingen zijn doeltreffend bij het faciliteren van deze groep vaak kwetsbare burgers? Het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken zocht naar antwoord en concludeert dat de zienswijze en aanpak van het beleid fundamenteel anders moeten.

Hier liggen grote opgaven voor het brede arbeidsmarktbeleid. De burger moet veel meer bij de vormgeving van het beleid worden betrokken. Ook moet het beleid beter getoetst worden aan wat mogelijk is in de uitvoeringspraktijk. Beleid gestoeld op onrealistische aannames is weinig effectief. Verder is een integrale aanpak nodig, waarbij actoren uit verschillende domeinen nauw samenwerken. En tot slot moet het arbeidsmarktbeleid de vraag naar arbeid actiever beïnvloeden. Nu ligt de focus vooral op versterking van het aanbod, zoals scholing en bemiddeling.

Vertrouwen ontbreekt wederzijds

Om ongeacht welk beleid te laten slagen, is vertrouwen tussen overheid en burger onmisbaar. Uit het maatschappelijk debat over het verlies aan ‘de menselijke maat’ blijkt dat dit vertrouwen de laatste jaren deuken heeft opgelopen. De Toeslagenaffaire en de legio problemen bij de uitvoeringsorganisaties zijn allicht slechts het topje van een ijsberg.

De Participatiewet ademt eerder wantrouwen dan vertrouwen van de overheid in de burger uit. De wet bevat veel tekst over de verplichtingen van burgers die een uitkering ontvangen, en over de handhaving van regels. Wat hierin steeds naar voren komt, is de vraag of de overheid de ‘calculerende burger’ wel wil en kan vertrouwen.

Andersom is ook vertrouwen van de burger in de overheid nodig, terwijl dat niet zo vanzelfsprekend is. Een onlangs verschenen kwalitatieve studie laat zien dat dit vertrouwen er bij mensen in de bijstand lang niet altijd is. Sterker nog, juist vanwege hun gebrek aan vertrouwen in de overheid klopt deze groep burgers niet bij de gemeente aan als ze hulp nodig hebben. Hun problemen kunnen daardoor groter worden dan ze al waren.

We hebben het hier overigens over een gemêleerde groep mensen die niet op gelijke voet aan de samenleving deelnemen en zich vaak onvoldoende vertegenwoordigd weten.

Gemeentelijke experimenten

Verschillende gemeenten hebben geëxperimenteerd met projecten, gebaseerd op een alternatieve beleidstheorie in de Participatiewet, om bijstandsgerechtigden weer volwaardig mee te laten doen aan de samenleving. In deze experimenten kwamen de laatsten in aanmerking voor tijdelijke ontheffing van arbeids- en re-integratieverplichtingen, intensivering van de begeleiding of vrijlating van inkomsten uit arbeid. Of de projecten winst hebben opgeleverd?

Onderzoek laat bescheiden resultaten zien, maar concludeert tegelijkertijd dat een strengere aanpak niet vanzelfsprekend tot betere uitkomsten leidt. De onderzoekers pleiten er dan ook voor dat gemeenten ruimte blijven houden om te experimenteren met de invulling van participatiebeleid (zie ook Edzes e.a. 2020).

Integrale aanpak

Mensen in de bijstand hebben vaak problemen op meerdere gebieden: slechte gezondheid, hoge schulden, beroerde huisvesting en een zwakke binding met de arbeidsmarkt. Vaak vormen ziekte of arbeidsongeschiktheid de onderliggende problematiek. Een integrale aanpak lijkt voor de hand te liggen. De decentralisaties in het sociaal domein in 2015 zouden dat ook mogelijk maken voor gemeenten. Ruim zes jaar na dato blijkt de praktijk weerbarstiger dan de beleidsvoornemens, de domeinen ‘werk’ en ‘maatschappelijke ondersteuning’ zijn nog steeds sterk gescheiden werelden.

Fundamenteel ander arbeidsmarktbeleid

Wat niet helpt om mensen maatschappelijk weer op de been te krijgen, zijn de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De eisen die aan werknemers worden gesteld, liggen steeds hoger met als gevolg dat mensen geregeld afhaken. De meest belovende manier om iedere werkzoekende, ook degenen met een beperking, zo veel mogelijk aan het werk te helpen, zijn ‘banen op maat.’

Een groot deel van de bijstandsgerechtigden heeft een niet-westerse migratieachtergrond en zij worden maar al te vaak geconfronteerd met discriminatie op de arbeidsmarkt. Zij hebben daardoor minder kans op werk, ook wanneer zij qua achtergrondkenmerken niet verschillen van autochtone bijstandsgerechtigden.

Om iedereen uit de doelgroep van de Participatiewet meer kansen te bieden, is behalve een fundamentele wijziging van het arbeidsmarktbeleid ook meer vertrouwen nodig, tussen overheid en burgers en tussen burgers onderling. Dan hebben we het dus over oplossingen die passen in een zo breed mogelijk geformuleerd kader, waarin het arbeidsvraagstuk vooral wordt gezien als een sociaal vraagstuk dat een integrale aanpak behoeft en waarin de burger een stem heeft die door de overheid wordt gehoord.

Patricia van Echtelt is werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en redactielid van Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. Deze bijdrage is een bewerking van het redactioneel van Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, jaargang 37, nummer 3.

 

Foto: Marien van Os (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1329 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. De Participatiewet laat cliënten slechts werken door het leveren van een ‘tegenprestatie’ voor minimaal 20 uur in de week. Vooral in die sectoren die het op de arbeidsmarkt slecht doen door slechte betaling en slechte arbeidsvoorwaarden mogen cliënten van de Sociale Dienst met een arbeidsplicht worden ingezet. Van normale betaling middels salaris is hierbij geen sprake.
    Het is voor veel instellingen en bedrijven financieel aantrekkelijk om deze mensen wegens een tegenprestatie te laten werken aangezien het voor hen in feite om gratis arbeid gaat.
    De Participatiewet is in feite een cynische naamgeving aangezien aangezien cliënten van de Sociale Diensten helemaal niet kunnen participeren in werk met normale arbeidsverhoudingen.
    De Participatiewet is ideologische stok om mee te kunnen slaan dit om het arbeidsethos in stand te houden en als waarschuwing dient voor al degenen die niet willen of kunnen werken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *