Goede bedoelingen, weinig bewijs: tijd voor evidencebased democratiebeleid

Overheden, maatschappelijke organisaties en wetenschap investeren volop in interventies om te depolariseren en de democratie te versterken. Mariken van der Velden en Bert Bakker betogen in drie stappen dat dit vraagt om gecoördineerde en grondig geteste interventies.

Stap 1: definiëren polarisatie en democratische weerbaarheid

Zorgen over maatschappelijke onrust en polarisatie klinken wijdverspreid. Maar polarisatie wordt daarbij vaak voorgesteld als één probleem, terwijl het in werkelijkheid uit verschillende processen bestaat (Bakker & Lelkes 2024; Verloove, 2023).

Omdat polarisatie en democratische veerkracht meerdere vormen kennen, is een passende interventie kiezen moeilijk

Daarom moeten we een bredere definitie hanteren van gedrag in een democratie (Felten, 2026), waarbij schadelijk gedrag verwijst naar processen zoals uitsluiting en delegitimisering. Bevorderlijk gedrag noemen we democratische veerkracht en definiëren we als het bredere geheel aan capaciteiten dat het democratische leven ondersteunt, waaronder democratische attitudes, weerstand tegen antidemocratische oriëntaties, deliberatieve vaardigheden, mediawijsheid en democratische betrokkenheid.
Juist omdat polarisatie en democratische veerkracht meerdere vormen kent, is het moeilijk te bepalen welke interventie in een specifieke situatie passend is. Contact tussen groepen werkt bijvoorbeeld wel tegen affectieve polarisatie (negatieve gevoelens tegenover politieke tegenstanders), maar niet tegen antidemocratische opvattingen (Voelkel et al., 2024).

Stap 2: ‘Amerikaanse bril’ afdoen

Een groot deel van het onderzoek naar (de)polarisatie en democratische veerkracht komt uit de Verenigde Staten: een systematische review laat zien dat bijna de helft van de interventies hierop gebaseerd is (Van der Velden et al., 2026). Veel van de onderzochte interventies zijn ontworpen voor een context waarin twee duidelijke kampen, zoals de Democraten en Republikeinen, tegenover elkaar staan.

Wat laat de literatuur uit Amerika zien? Holliday en collega’s (2025) presenteerden een overzicht dat niet heel optimistisch stemt: 1) polarisatie is lastig te verminderen; 2) de effecten van interventies zijn kortdurend en verdwijnen over tijd; en 3) het blijkt dat interventies die polarisatie zouden moeten verminderen, zelfs polarisatie vergroten. Wat goed voelt, werkt dus niet altijd goed.

De Nederlandse context is fundamenteel anders

Kunnen we inzichten uit Amerika zomaar in Nederland gebruiken? Nee, want de Nederlandse context is fundamenteel anders met een meerpartijenstelsel, coalitiepolitiek en een lange traditie van consensus en compromissen. Politieke tegenstellingen lopen vaak langs meerdere dimensies tegelijk en politieke blokken zijn minder stabiel. Hierdoor zijn concepten zoals affectieve polarisatie niet altijd direct vertaalbaar naar meerpartijensystemen (Wagner 2021).

Dat zien we ook terug in de praktijk. Zo wordt momenteel geëxperimenteerd met deep canvassing – intensieve, persoonlijke gesprekken aan de deur – een methode waarvoor in de Verenigde Staten bewijs bestaat dat het affectieve polarisatie kan verminderen. In Nederland wordt deze aanpak inmiddels ook toegepast. Maar systematische evaluaties van de effectiviteit van dit soort initiatieven ontbreken nog. Daardoor is onduidelijk of deze interventie in de Nederlandse context daadwerkelijk werkt.

We moeten systematisch toetsen wat werkt binnen onze eigen democratische context

Uit ons eigen onderzoek naar interventies blijkt bijvoorbeeld dat het bekende Worlds Apart-filmpje van Heineken, dat in de Verenigde Staten sterke depolariserende effecten liet zien, in Nederland geen meetbaar effect heeft op polarisatie.

Stap 3: naar evidencebased democratiebeleid

In Nederland bestaat inmiddels een breed palet aan initiatieven om polarisatie te verminderen en democratische weerbaarheid te vergroten. Veel projecten worden met goede bedoelingen opgezet, maar zelden wordt op een consistente manier gemeten of ze daadwerkelijk effect hebben. Professionals kiezen vaak voor het evalueren van interventies aan de hand van meer kwalitatieve benaderingen. Hoewel dit kan leiden tot zeer waardevolle inzichten over de beleving en ervaringen van mensen die deelnamen aan een interventie, is het met deze methodes echter lastig (zo niet onmogelijk) om het causale effect van het programma op (de)polarisatie vast te stellen.

Het vaststellen van het causale effect is wel nodig, omdat onze meta-analyse van experimenteel onderzoek laat zien dat interventies zeer uiteenlopende effecten kunnen hebben: sommige verminderen polarisatie, andere hebben geen effect, en sommige vergroten polarisatie zelfs (Van der Velden et al., 2026). Kortom: om te weten of programma’s echt werken zullen professionals meer gebruik moeten gaan maken van de gouden standaard in de sociale wetenschap: de experimentele methode (McDermott, 2002).

Veel interventies uit het veld zijn vele malen complexer

Om het causale effect vast te stellen gebruiken wetenschappers, inclusief wijzelf, veel experimenten. In een typisch experiment worden deelnemers in een vragenlijst aselect (door het opgooien van een virtueel muntje) toegewezen aan een controlegroep, interventie A of interventie B. Als polarisatie afneemt (of democratische weerbaarheid toeneemt) in conditie A (of B) ten opzichte van de controlegroep, dan zien we dat als bewijs voor het effect van de interventie.
Dit soort onderzoek is nuttig  (Voelkel et al., 2024), maar is niet perfect: de interventies moeten passen binnen een dergelijke onderzoeksopzet en bestaan doorgaans dus uit een korte video, een stukje tekst lezen, of een berichtje luisteren. Veel interventies uit het veld zijn vele malen complexer.

Recht doen aan de complexiteit

Wij betogen dat het tijd is voor systematische samenwerking tussen professionals en de wetenschap. We kunnen hier veel leren van gedragseconomen, zoals Esther Duflo (winnaar van de Nobelprijs in 2019) die baanbrekend onderzoek doet naar de effecten van interventies om armoede te bestrijden. In zogenaamde veldexperimenten wordt het causale effect van een interventie vastgesteld. Wij bepleiten een systematisch programma met veldexperimenten.

Waarom heeft de zwembond nauwelijks polarisatie rondom lhbtiqa+ personen, maar de KNVB wel?

Deze benadering doet ook recht aan de complexiteit van de problemen. Neem bijvoorbeeld de polarisatie rondom lhbtiqa+ personen. Waarom heeft de zwembond nauwelijks polarisatie rondom lhbtiqa+ personen, maar heeft de KNVB de grootste problemen rondom dit thema? Waarom gaat de invoering van Paarse vrijdag en genderneutrale toiletten op de ene school probleemloos, terwijl dit op andere plekken tot grote spanning (en zelfs intimidatie) kan leiden? We weten het niet. Systematische evaluaties met experimentele opzet kunnen helpen om sportbonden, scholen, gemeenten et cetera de juiste handvatten te geven.

Dezelfde standaard hanteren

De democratie versterken vraagt niet om meer interventies, maar vooral om beter geteste interventies die aansluiten bij de Nederlandse context. Dat vraagt om een verschuiving van losse projecten naar evidencebased democratiebeleid. In andere beleidsvelden, zoals gezondheidszorg of onderwijs, is het inmiddels vanzelfsprekend dat interventies systematisch worden getest en geëvalueerd met veldexperimenten.

Zonder systematische kennis blijven interventies grotendeels gebaseerd op intuïtie en goede bedoelingen

Democratiebeleid zou dezelfde standaard moeten hanteren. Dat betekent: veldexperimenten, systematische evaluaties, pilots en nauwe samenwerking tussen wetenschap en praktijk. Zonder dat soort systematische kennis blijven interventies tegen polarisatie en voor het versterken van de democratie grotendeels gebaseerd op intuïtie en goede bedoelingen. Dat vraagt ook iets van ons als wetenschappers: samen op willen trekken met beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en professionals om kennis te ontwikkelen die direct toepasbaar is in de praktijk. Wij staan hier klaar voor, jullie ook?

Mariken van der Velden is hoogleraar Politiek & Media aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt de Perspectieven in Polarisatie Community. Bert Bakker is universitair hoofddocent politieke communicatie en Coördinator Open Science aan de Universiteit van Amsterdam en codirecteur van het Hot Politics Lab.

 

Foto: Cesar Harada (Flickr Creative Commons)