Zwangerschapsdiscriminatie hardnekkig probleem op werkvloer

Het mag niet, maar het gebeurt toch: zwangere vrouwen en jonge moeders worden op de werkvloer gediscrimineerd. SEO-onderzoeker Justus van Kesteren beveelt twee acties aan om werkgevers te prikkelen om de regels goed na te leven.

Na de geboorte van hun eerste kind loopt de carrière van vrouwen een deuk op. Dit staat bekend als de babyboete. Hun inkomen daalt met zo’n 35 procent in de zes jaar na de geboorte van hun kind. Doordat ze minder gaan werken, verdienen ze minder en bouwen ze minder pensioen op. Die achterstand halen ze later moeilijk in. Daardoor zijn vrouwen vaker financieel afhankelijk van hun partner, wat hen kwetsbaar maakt als een relatie eindigt.

Regels genegeerd

De overheid probeert het risico op de babyboete te verkleinen. Partners hebben meer recht gekregen op geboorteverlof, zodat beide ouders kunnen bijdragen aan de zorg. Ook is er beleid om de kinderopvang stap voor stap betaalbaarder te maken, waardoor werk en zorg beter te combineren zijn.

Het probleem is niet zozeer dat regels ontbreken, maar dat werkgevers ze niet goed naleven

Daarnaast hebben zwangere vrouwen recht op gelijke behandeling op de werkvloer. Op papier zijn de kansen voor moeders, kortom, beter dan ooit.

Toch blijft hun positie in de praktijk kwetsbaar. Het probleem is niet zozeer dat regels ontbreken, maar dat werkgevers ze niet goed naleven. Uit ons nieuwe onderzoek In verwachting van gelijke behandeling blijkt dat 44 procent van de recent bevallen vrouwen op de arbeidsmarkt vermoedelijk te maken krijgt met zwangerschapsdiscriminatie. [i]

Vooral vrouwen met een toch al zwakke positie, zoals werkzoekenden en vrouwen met een flexibel contract, worden getroffen. Zij worden afgewezen bij sollicitaties, zien hun contract niet verlengd of lopen salaris of promotie mis. Met name vrouwen zonder startkwalificatie zijn kwetsbaar. Zij lopen een grotere kans om gediscrimineerd te worden vanwege hun zwangerschap of prille moederschap. Omdat werkgevers hen als makkelijker vervangbaar beschouwen, reageren zij mogelijk eerder negatief op zwangerschap of moederschap.

Grote gevolgen

Die benadeling is wel te verklaren vanuit het perspectief van de werkgever. Een zwangere werknemer brengt nu eenmaal kosten en uitdagingen voor de personeelsplanning met zich mee. Denk aan extra pauzes tijdens de zwangerschap, verlof en een periode waarin iemand minder inzetbaar is. Werkgevers moeten vervanging regelen en inwerken, en bijvoorbeeld een kolfruimte aanbieden.

Uit ons onderzoek blijkt dat 46 procent van de werkgevers hierdoor knelpunten ervaart bij het naleven van de regels. Dit speelt vooral bij kleinere en meer winstgerichte organisaties. Zij beschikken doorgaans over minder personele capaciteit en flexibiliteit om uitval op te vangen, waardoor verstoringen in de personeelsplanning sneller ontstaan en lastiger op te lossen zijn. In kleine teams heeft het wegvallen van een medewerker bovendien relatief grote impact, waardoor de werkdruk voor de overblijvende collega’s toeneemt.

Maatschappelijk is dit zorgwekkend. Door de babyboete blijft waardevol arbeidspotentieel onbenut en raken moeders vaker financieel afhankelijk. Daardoor doen zij eerder een beroep op sociale voorzieningen.

Volgens het VN-Bevolkingsfonds UNFPA kan de babyboete bijdragen aan dalende geboortecijfers. Vrouwen stellen onder anderen het krijgen van kinderen uit of zien er zelfs van af, uit vrees voor inkomensverlies en carrièreproblemen. Dalende geboortecijfers hebben grote gevolgen. Een krimpende groep werkenden moet onze welvaart dragen en een groeiende groep ouderen ondersteunen. Dat leidt tot druk op zorg- en pensioenvoorzieningen.

Internationale vergelijking

Andere landen worstelen met vergelijkbare problemen en proberen geboortes actief te stimuleren. Soms op manieren die ver van ons afstaan. Zo voerde China een belasting in op voorbehoedsmiddelen, kregen twintigers in Frankrijk een brief op de mat met de aansporing om na te denken over kinderen, en introduceerde Hongarije een levenslange belastingvrijstelling voor moeders met drie of meer kinderen.

Moeders zouden op zijn minst gelijke kansen moeten krijgen op de arbeidsmarkt

Deze voorbeelden zij niet per se aan te bevelen – geboortepolitiek is zelden effectief – maar laten wel zien hoe passief Nederland is vergeleken met andere landen. Moeders zouden op zijn minst gelijke kansen moeten krijgen op de arbeidsmarkt.

Actie vereist

De huidige praktijk laat zien dat formele rechten en praktijk nog niet altijd op elkaar aansluiten. Dat vraagt om actie op twee fronten.

  • Betere informatie

Ruim 60 procent van de werkgevers en 58 procent van de vrouwen die zwangerschapsdiscriminatie meemaken kent de regels rond verlof en gelijke behandeling niet goed. Die informatie is weliswaar te vinden op de website van de Rijksoverheid, maar bereikt hen onvoldoende. Een gerichte verspreiding via partijen waarmee moeders en werkgevers in contact staan rondom de zwangerschap – bijvoorbeeld UWV en verloskundigen – leidt tot meer kennis van rechten en plichten en vermoedelijk ook tot betere naleving van de regels.

  • Strengere gevolgen bij overtreding

Slechts 26 procent van de vrouwen die zwangerschapsdiscriminatie ervaren, maakt er melding van. Zij die wel melding maken, hoeven in de meeste gevallen niet op hulp of structurele veranderingen te rekenen. Zolang overtreding van de regels weinig gevolgen heeft, is het niet te verwachten dat het gedrag van werkgevers verandert.

Door meldingen beter op te volgen en bijvoorbeeld standaard schadevergoedingen bij zwangerschapsdiscriminatie op te leggen, worden de prikkels voor werkgevers sterker om moeders uiteindelijk wel gelijk te behandelen.

Justus van Kesteren is onderzoeker en senior projectleider bij cluster Arbeidsmarkt van SEO Economisch Onderzoek.

 

Noot:

[i] Van Kesteren, J., Vlaanderen, M., Ruit, R.; Veuger, C. (2026) In verwachting van gelijke behandeling. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek

 

Foto: Matilda Wormwood via Pexels.com