Jongerenparticipatie bij drugspreventie vraagt om bewuste keuzes en een zorgvuldig proces. Tegelijkertijd worstelen professionals in de praktijk met vragen zoals hoe je om moet gaan met ideeën die (nog) niet wetenschappelijk onderbouwd zijn, hoe je diverse en kwetsbare jongeren zorgvuldig kunt betrekken, en wanneer je jongereninitiatieven moet ondersteunen.
Wanneer
Verantwoorde en betekenisvolle jongerenparticipatie bij drugspreventie is extra complex. Dat komt doordat jongeren soms knelpunten signaleren of voorstellen doen die haaks staan op bestaande wetenschappelijke inzichten.
Voor een effectieve inzet van jongerenparticipatie bij drugspreventie is een aantal randvoorwaarden cruciaal
Zo kan frequent praten over drugsgebruik leiden tot normalisering en is kennis over drugs alleen onvoldoende voor effectieve preventie. Drugspreventie is vaak bewust onzichtbaar, juist om normalisering of averechts effect te voorkomen.
Voor een effectieve inzet van jongerenparticipatie bij drugspreventie is een aantal randvoorwaarden cruciaal. De hier genoemde adviezen zijn geformuleerd op basis van verschillende en elkaar aanvullende methoden. Te weten een literatuurstudie over jongerenparticipatie en drugspreventie; een jongerenpanel waarin jongeren hun perspectieven en ideeën delen; een expertmeeting met professionals en jongereninitiatieven, waarin gereflecteerd wordt op de input van jongeren; en een kwalitatieve reflectie onder professionals over betekenisvol luisteren naar jongeren.
Waarom
Jongerenparticipatie kan verschillende voordelen hebben voor jongeren, organisaties, en voor de kwaliteit en effectiviteit van interventies. Voor jongeren kan participatie resulteren in empowerment, gevoel van agency, en zelfvertrouwen om een betekenisvolle bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving.
Voor organisaties kan jongerenparticipatie zorgen voor toegang tot innovatieve ideeën en perspectieven, grotere legitimiteit, maatschappelijke impact, en versterking van democratische waarden. Als jongeren actief meedenken over de ontwikkeling van preventie- en interventiestrategieën kan dit ervoor zorgen dat die strategieën beter aansluiten bij hun leefwereld, een groter draagvlak hebben en daardoor effectiever en duurzamer kunnen worden ingezet.
Wie
Het kiezen van de juiste doelgroep is bepalend voor de effectiviteit van een interventie. Wanneer de interventie niet de juiste doelgroep bereikt, kan dit leiden tot ongewenste of averechtse effecten. Zo kan een interventie gericht op middelengebruik waarmee de doelgroep niet bekend is, de nieuwsgierigheid naar die middelen vergroten.
Jongeren vormen geen homogene groep, dat verschil zie je terug in hun betrokkenheid
We adviseren om jongeren boven de 18 jaar te betrekken als het gaat om communicatie en co-creatie rondom preventie van middelengebruik. Jongeren die ervaring hebben met participatie zijn relatief makkelijk te betrekken. Ze spreken de taal van beleid, maar daar staat tegenover dat ze minder representatief zijn voor de doelgroep van toekomstige interventies.
Jongeren met ervaringskennis of in kwetsbare posities, die meer risico lopen bij middelengebruik, zijn daarentegen doorgaans moeilijker te bereiken, en participeren minder vaak in beleid en onderzoek. Deze groep jongeren is ook kwetsbaarder voor slecht doordachte interventies.
Jongeren vormen geen homogene groep, dat verschil zie je terug in hun betrokkenheid. Dat verschilt per individu, en vraagt om maatwerk. Van belang is het om goed te kijken naar welke begeleiding en zorg jongeren met ervaringskennis of in kwetsbare posities nodig hebben, ook gedurende de participatie zelf. Over het algemeen geldt: betrek jongeren die de relevante ervaring, affiniteit, en motivatie hebben om mee te kunnen denken over drugspreventie.
Bij jongerenparticipatie is het belangrijk onderscheid te maken tussen betrokkenheid en participatiegraad
Betekenisvolle jongerenparticipatie draait niet alleen om óf maar ook hoe jongeren betrokken worden. Bij jongerenparticipatie is het belangrijk onderscheid te maken tussen betrokkenheid en participatiegraad. Betrokkenheid verwijst naar de fasen van een project waarin jongeren meedoen. Participatiegraad gaat over de rol en de mate van invloed die jongeren hebben binnen die fasen. Een jongere kan in alle fasen betrokken zijn, maar als de samenwerking enkel gestoeld is op deelname en aanwezigheid, blijft de participatiegraad laag. Andersom kan een jongere in minder fasen meedoen, maar wel een grote stem of beslissingsmacht hebben, wat wijst op een hoge participatiegraad.
Wat?
We hebben drie adviezen voor professionals.
- Kies voor een vorm en een participatiegraad die aansluiten bij de beschikbare tijd en financiële middelen van de organisatie. Betekenisvolle betrokkenheid vraagt van professionals dat zij actief luisteren, jongeren goed begeleiden en ondersteunen in hun ontwikkeling. Zodat ze openstaan voor andere perspectieven en bereid zijn om hun eigen overtuigingen te herzien.
- Communiceer helder over de verwachtingen, verantwoordelijkheden en invloed van jongeren binnen het project. Zorg ook voor een duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheden, en bepaal wie in welke fase het voortouw neemt.
- Laat jongeren meedoen op een manier en in een tempo dat aansluit bij hun capaciteiten, behoeften en dagelijkse realiteit. Houd bijvoorbeeld rekening met hun ontwikkelingsfase en de looptijd van een project, want jongeren worden ouder. Qua ontwikkelingsfase zijn de gevolgen van gedrag voor jongeren moeilijker te overzien dan voor volwassenen. Daarnaast kan nieuwsgierigheid (naar middelengebruik) groter zijn dan risicobewustzijn.
Hoe je jongeren begeleidt bij hun participatie, is afhankelijk van de participatiegraad. Een hogere mate van participatie vraagt meer tijd en begeleiding van zowel de jongeren als van de onderzoekers en/of beleidsmakers. Om bij de participatie de jongeren ook te versterken in hun autonomie en competentie, is begeleiding van volwassenen noodzakelijk. Als bron van sociaal kapitaal kunnen ze jongeren positief bekrachtigen. Aldus kan participatie bijdragen aan de ontwikkeling van talenten en vaardigheden van jongeren waardoor participatie tevens leidt tot persoonlijke groei.
Jongvolwassenen voelen zich niet altijd aangesproken door de term jongeren of jongerenparticipatie
Voorts is het van belang om tijdens en na afloop van de participatie terug te koppelen naar jongeren over wat er met hun input is gedaan. Door terugkoppeling ervaren jongeren dat hun bijdrage serieus wordt genomen
Waar?
Voor betekenisvolle participatie is het van belang dat jongeren zich comfortabel voelen om zich uit te spreken. Wederzijdse openheid en respect kan daaraan bijdragen, maar ook de locatie van de participatie doet ertoe. Het moet een plek zijn waar jongeren zich veilig voelen. Daarnaast is het praktisch gezien van belang om na te denken over tijd en bereikbaarheid. Professionals moeten rekening te houden met de andere verplichtingen die jongeren hebben, zoals school, studie of werk. Tot slot behoort het gebruik van woorden en termen aan te sluiten bij dat van jongeren. Zo voelen jongvolwassenen zich bijvoorbeeld niet altijd aangesproken door de term jongeren of jongerenparticipatie.
Om participatie onlosmakelijk onderdeel te maken van een organisatiecultuur, om de stem van jongeren structureel te kunnen horen, is inbedding in beleid, werkprocessen en kwaliteitsborging nodig. Door participatie te baseren op effectieve preventieprincipes kunnen bovendien averechtse effecten worden voorkomen.
Hoe?
Het is belangrijk om duidelijke richtlijnen te hebben voor beloning en participatievoorwaarden, financieel, sociaal, educatief of een combinatie daarvan. Hou hierbij rekening met andere organisatorische randvoorwaarden, zoals privacyregels en het voorkomen van misbruik van de inzet van jongeren.
Input van jongeren kan botsen met wetenschappelijke inzichten, onbedoelde normalisering van middelengebruik ligt op de loer
Als we jongeren serieus willen betrekken, moeten we dat als professionals goed organiseren. Met heldere kaders en concrete invloed voor jongeren wordt participatie echt betekenisvol. Vooral rondom drugspreventie is die organisatie extra belangrijk, omdat input van jongeren kan botsen met wetenschappelijke inzichten en onbedoelde normalisering van middelengebruik altijd op de loer ligt.
We moeten uitgaan van effectieve en bewezen preventieprincipes als basis om averechtse effecten te voorkomen en de creatieve inbreng van jongeren koppelen aan erkende en onderbouwde preventiemethoden.
Ilse van de Groep en Yara Toenders zijn (postdoctoraal) onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, binnen het SYNC-lab en de afdeling Klinische Psychologie. Ze zijn tevens verbonden aan Healthy Start en jongerenparticipatieplatform YoungXperts. Michelle van der Horst is wetenschappelijk medewerker en projectleider Studenten & Middelengebruik. Roos Capel is wetenschappelijk medewerker Alcohol- en Drugspreventie. Beiden zijn verbonden aan het Trimbos-instituut.
Verder lezen:
https://www.eur.nl/essb/nieuws/betrek-jongeren-voor-effectieve-drugspreventie
https://www.trimbos.nl/kennisbank/tri-65-078-niet-zonder-ons/
https://www.trimbos.nl/kennisbank/tri-65-080-visual-jongerenparticipatie-drugspreventie/
Foto: Ron Lach via Pexels.com