Pesten hangt nauw samen met populariteit in de klas

Veel scholen hebben inmiddels een anti-pestprogramma, toch gaat het pesten nog altijd door. Dat heeft veel te maken met sociale status: van pesten word je populair. Maar nu blijkt dat ook verdedigers van slachtoffers populair zijn in de klas.

Pesten komt op bijna alle scholen voor. Onlangs nog meldde het RIVM dat een op de negen kinderen op school wordt gepest. Het is een wereldwijd probleem met negatieve korte- en langetermijngevolgen voor alle betrokkenen. Slachtoffers hebben vaak psychische klachten en vinden het niet leuk op school. Omstanders voelen zich vaker onveilig op school en zijn bang om zelf slachtoffer te worden. Kinderen die pesten, hebben een hoger risico op schooluitval en gedrags- en ontwikkelingsproblemen.

In de afgelopen decennia is er veel onderzoek gedaan naar mechanismen achter slachtoffer- en daderschap van pesten en zijn er talloze anti-pestinterventies ontwikkeld. Desondanks blijft het lastig om pesten op scholen effectief aan te pakken. Het is een complex groepsproces waarbij verschillende emotionele en sociale factoren een rol spelen.

Pesten gebeurt in een groep

Pesten speelt zich niet alleen af tussen de pester en het slachtoffer. Het gebeurt bijna altijd in een groep. In die groep nemen kinderen verschillende rollen aan. Pesters profiteren van alle kinderen die hen niet actief tegenwerken. Ze worden vaak gesteund door kinderen die mee gaan doen bij het pesten (assistenten) of die om het pesten lachen (versterkers).

Ook de kinderen die niets doen (passieve omstanders) geven hierdoor indirect hun steun aan de pester. Er zijn maar weinig kinderen die ingrijpen als er gepest wordt (verdedigers), terwijl verdedigen bij uitstek belangrijk is in het tegengaan van pesten. Verdedigen helpt om pestgedrag te stoppen en geeft slachtoffers meer zelfvertrouwen en een betere sociale positie in de groep.

Sociale status speelt een centrale rol

Bij onderzoek naar pesten draait het om twee cruciale vragen die beantwoord moeten worden voordat pesten effectief kan worden aangepakt. Ten eerste: waarom pesten kinderen? Ten tweede: waarom nemen sommige kinderen het voor de slachtoffers op, terwijl anderen niks doen om pesten te stoppen? Sociale status is een belangrijk deel van het antwoord op de eerste vraag. Met name ‘populair zijn’ is belangrijk. Populariteit is niet hetzelfde als aardig gevonden worden. Pesters willen graag een dominante positie hebben in de groep en willen cool gevonden worden door hun klasgenoten. Zij proberen dit te bereiken door antisociaal gedrag en kiezen hun slachtoffers – vaak kinderen die zichzelf niet goed kunnen verdedigen en een lage sociale status hebben – zorgvuldig uit. We weten dat deze strategie effectief is: pesten maakt kinderen populairder en helpt bovendien populaire kinderen hun hoge status te behouden.

De populariteit van pesters levert ook deels een antwoord op de tweede vraag. De dominante positie die pesters innemen in de klas zorgt ervoor dat veel kinderen niet ingrijpen als er gepest wordt. Zij zien het verdedigen van slachtoffers als risicovol. Ze zijn bang om het volgende slachtoffer te worden of denken dat klasgenoten hen niet meer leuk vinden als ze het voor het slachtoffer opnemen. Daarnaast weten veel kinderen niet goed wat ze moeten doen als er gepest wordt. Degenen die wél besluiten in te grijpen in pestsituaties zijn kinderen die zich goed kunnen inleven in de gevoelens van slachtoffers van pesten.

Ook het verdedigen van een slachtoffer maakt populair

De angst om door te verdedigen zelf een lagere status in de groep te krijgen, is niet altijd gegrond. Uit ons onderzoek is gebleken dat ook verdedigen een effectieve manier kan zijn om populair te worden. De resultaten laten zien dat kinderen die het opnamen voor slachtoffers van pesten, bijvoorbeeld door in te grijpen in de pestsituatie of door het slachtoffer achteraf te steunen, populairder gevonden werden door hun klasgenoten. Dit was echter alleen zo wanneer deze verdedigers zelf niet gepest werden.

De populariteit die sommige kinderen kunnen ontlenen aan het verdedigen biedt kansen voor het aanpakken van pesten op school. Interventies moeten elementen bevatten die bijdragen aan het creëren van een positief groepsklimaat waarin prosociaal gedrag wordt beloond met een hoge status. Om verdedigen van slachtoffers te stimuleren kunnen bijvoorbeeld oefeningen gebruikt worden die het empathisch vermogen van kinderen vergroten. Tegelijkertijd moet de link tussen pestgedrag en populariteit verbroken worden. De leerkracht speelt hierin een grote rol. In klassen waar de leerkracht duidelijk optreedt tegen pesten, zal pesten een minder effectieve strategie zijn om een hoge sociale status te krijgen.

Ombuigen van de groepsnorm is niet genoeg

In veel bestaande anti-pestinterventies wordt al geprobeerd het gedrag van de pesters en omstanders te veranderen. Een voorbeeld van een dergelijke interventie is het KiVa-programma, waar ons onderzoek op gebaseerd is. Het doel van KiVa is om de groepsnorm in de klas zodanig om te buigen dat pesters met hun negatieve gedrag geen hogere status meer krijgen. Op deze manier wordt beoogd dat de motivatie om te gaan pesten afneemt en er uiteindelijk minder gepest wordt op school. Deze aanpak lijkt te werken: het pesten is op KiVa-scholen afgenomen.

Desondanks worden ook op deze scholen nog steeds kinderen gepest. Het lijkt erop dat met name de meest populaire pesters antisociaal gedrag blijven vertonen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook de populaire pesters stoppen met pesten?

Dat weten we nog niet. Wel is het van belang om deze kinderen ervan bewust te maken dat ook prosociaal gedrag, zoals anderen helpen, kan bijdragen aan een hoge sociale status in de groep. Een mogelijke vervolgstap voor het verder terugdringen van pesten op scholen zou dan ook zijn om populaire pesters te leren hoe ze hun populariteit kunnen behouden zonder anderen te domineren.

Rozemarijn van der Ploeg werkt als docent en onderzoeker bij de opleiding Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij promoveerde onlangs op het proefschrift ‘Be a buddy, not a bully?: Four studies on emotional and social processes related to bullying, defending, and victimization’, RUG, 2016.

Foto: Lennart Tange (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1662 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. “Bij onderzoek naar pesten draait het om twee cruciale vragen die beantwoord moeten worden voordat pesten effectief kan worden aangepakt. Ten eerste: waarom pesten kinderen? Ten tweede: waarom nemen sommige kinderen het voor de slachtoffers op, terwijl anderen niks doen om pesten te stoppen?” Het zijn terechte vragen, maar het beginpunt van je onderzoek zou eigenlijk nog iets meer moeten uitzoomen. Want ten eerste pesten niet alleen kinderen, maar ook volwassenen. De vraag waarom kinderen pesten heeft dan ook ten dele hetzelfde antwoord als de vraag waarom volwassenen pesten, namelijk omdat zij zich in een onveilige sociale omgeving bevinden waaraan zij zich niet kunnen onttrekken. Volwassenen pesten voornamelijk op het werk, waar zij niet zomaar kunnen weglopen en waar hun sociale context bepaald wordt door negatief leiderschap en een strakke hiërarchie waarop zij weinig invloed hebben. Kinderen pesten omdat zij door de leerplicht dagelijks tot elkaar veroordeeld zijn, in een sociale en structurele omgeving die niet op veiligheid is gericht: klaslokalen, dertig leeftijdgenoten met even weinig sociale kennis als zijzelf, weinig volwassen toezicht en veel sociale spanningen. Daarbij komt nog dat kinderen nog volop sociaal aan het leren zijn. In de omgeving van het onderwijs betekent dit dat zij sociale kennis vooral van onervaren leeftijdgenoten opdoen, in een context die vaak niet veilig is en bij afwezigheid van hun ouders.
    Daarbij is het zoeken naar populariteit helemaal niet zo vanzelfsprekend als de onderzoekers nu aannemen. Het is geen natuurwet, maar gedrag dat ontstaat in specifieke sociale situaties. In het geval van scholen is het juist het gegeven dat we kinderen op leeftijd bij elkaar zetten (dus niet in de meer natuurlijke menselijke groepen waarin de generaties van elkaar kunnen leren) in een sociaal onveilige omgeving: zonder voldoende volwassen toezicht- het schoolplein, de gangen, gym, de weg van en naar school. Het zoeken naar hiërarchie, populariteit, ontstaat juist in dat vacuüm van onveiligheid en gebrek aan positief leiderschap. Dat is overigens bij volwassenen ook zo, zie de populariteit van Donald Trump. In het artikel komt de invloed van de leraar pas laat kijken, maar het is juist het onderwijssysteem, de school zelf, dat het vertrekpunt zou moeten zijn van gericht kijken naar oorzaken van pesten. Beweerd wordt dat op vrijwel alle scholen wordt gepest. Is dat niet interessant? Dus niet op alle scholen, waarom niet? En klopt onze aanname dat er in elke klas wel wordt gepest en dat dat ligt aan individuele eigenschappen van pesters en slachtoffers? Juist door uit te zoomen naar pesten als sociaal verschijnsel, als sociaal probleem, zouden nieuwe inzichten kunnen ontstaan waar de onderzoekers veel aan zouden hebben.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *