Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) publiceerde recent Een sociaal-maatschappelijke reflectie op het coalitieakkoord. Een belangrijk aandachtspunten daarin is dat de ‘hoge verwachtingen van buurtcohesie en lokale initiatieven wat betreft het oplossen en voorkomen van maatschappelijke problemen’ in schril contrast staan met de beperkte budgetallocatie op dit thema.
Dit sluit aan bij de ontwikkeling van Nederland naar een participatiemaatschappij, waarbij klassieke welvaartsstaat-idealen zoals dat de overheid een sociaal vangnet biedt voor iedereen, langzaam worden losgelaten. Daarvoor in de plaats komen meer individualistische idealen als ‘zelfredzaamheid’ en het gemeenschappelijke ‘samenredzaamheid’. In de praktijk betekent dit dat sociale problemen steeds meer door de burgers zelf moeten worden opgelost, veelal op vrijwillige basis.
Deelnemers aan het onderzoek willen niet dat vrijwilligerswerk te veel op betaald werk gaat lijken
In dit recente artikel onderzochten wij de motivaties van vrijwilligers bij negen lokale initiatieven in Noord-Nederland. Daaruit blijkt dat vrijwilligers de sociale contacten, de zinvolle activiteit, en een mate van flexibiliteit en informaliteit waarderen. Tegelijkertijd zijn zij minder gelukkig wanneer er sprake is van een toenemende formalisering, bijvoorbeeld in rapportage, planning of fondsenwerving. Simpel gezegd: de deelnemers aan het onderzoek willen liever niet dat vrijwilligerswerk te veel op betaald werk gaat lijken.
Contradictie
Dit wijst op een cruciale contradictie in één van de modus operandi van de participatiesamenleving: het bieden van zorg en ondersteuning vanuit de gemeenschap. Daarmee herkennen we ons in de SCP-reflectie dat de verwachtingen van buurtcohesie en lokale initiatieven te hoog gespannen zijn.
Vrijwilligerswerk dat aansluit bij de wensen van vrijwilligers is informeel, vaak kleinschalig en biedt autonomie
Het soort vrijwilligerswerk dat aansluit bij de wensen van vrijwilligers is informeel, vaak kleinschalig en biedt autonomie. Voor dit soort initiatieven is het echter moeilijk om de structurele hulp te bieden die individuen en huishoudens nodig hebben – zeker wanneer deze ondersteuning complex is.
Vrijwilligers zijn vaak zeer gemotiveerd vanwege het sociale en flexibele karakter van vrijwilligerswerk. Wanneer het bieden van structurele zorg leidt tot toenemende professionalisering en formalisering, raakt dit deze motivatie. Hierdoor kunnen vrijwilligers afhaken en verliest het vrijwilligersinitiatief de mogelijkheid om deze zorg te bieden.
Ongelijkheid tussen buurten
Deze contradictie kan leiden tot grote ongelijkheid tussen buurten. In aandachtswijken ligt de vraag naar zorg gemiddeld hoger, maar liggen de middelen (geld, vrije tijd, organisatiecapaciteit) om vrijwillig aan de slag te gaan gemiddeld lager.
Hiermee wordt de bestaande buurtsegregatie enkel versterkt
Gemeenten zullen in dit soort buurten dus wellicht eerder bij moeten springen om lokale initiatieven te ondersteunen, waardoor professionalisering en formalisering op de loer liggen en het moeilijker wordt vrijwilligers aan te trekken of vast te houden. In de meer welvarende buurten zullen bewoners sneller iets op kunnen zetten, zonder te veel inspraak van de gemeente. Dat maakt dat de voorwaarden om vrijwilligers te behouden eenvoudiger te realiseren zijn.
De inwoners van de buurten die het dus het meest nodig hebben, zullen toegang hebben tot zorginitiatieven met de minst consistente basis aan vrijwilligers. Hiermee wordt de bestaande buurtsegregatie enkel versterkt.
Illusie
Dat de participatiemaatschappij dezelfde kwaliteit aan zorgtaken kan verzorgen als de welvaartsstaat is een illusie. Sterker nog: zelfs de voorwaarden om het ten minste een beetje in goede banen te leiden ontbreken op dit moment.
Vrijwilligerscapaciteit kan gesteund worden door fondsen die deels vrijstellen van betaald werk
Een belangrijke voorwaarde voor duurzaamheid van lokale initiatieven die leunen op vrijwilligers, is dat de samenwerking tussen de vrijwilligers en professionals goed is georganiseerd. Dit brengt echter ook risico’s met zich mee, bijvoorbeeld wanneer zorgprofessionals zich meer bezig moeten houden met het begeleiden van vrijwilligers dan met het bieden van zorg.
Een andere voorwaarde voor duurzame en effectieve lokale initiatieven is dat ze voldoende budget hebben. Vrijwilligerscapaciteit kan gesteund worden door fondsen die de vrijwilligers deels vrijstellen van betaald werk – zo laat onderzoek zien dat bij een vierdaagse werkweek meer mensen vrijwilligerswerk zouden willen doen.
Daarnaast zouden regelingen de organisatorische capaciteit van vrijwilligersinitiatieven kunnen ondersteunen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een afdeling bij de gemeente die administratie deels uit handen neemt, of aan duidelijke informatie over effectief organiseren, of aan een – al dan niet publiek gefinancierd – trainingsaanbod.
Niemand buiten de boot
Hoewel ze wel zo behandeld wordt door de politiek, is de participatiemaatschappij geen goedkoop alternatief voor de welvaartsstaat. Het vergt ook stevige investeringen om het draaiende te houden. Als zorg door lokale initiatieven gedragen moet worden, moet het budget in lijn zijn met de verwachtingen over de rol van deze initiatieven, zoals het SCP ook stelt. Bovendien dient de nieuwe coalitie de rollen van vrijwilligers en de lokale ongelijkheden hierin serieus te nemen om uiteindelijk tot een structureel en eerlijk aanbod van zorg te kunnen komen, waarbij niemand buiten de boot valt.
Jaap Nieuwenhuis is universitair docent sociologie aan de Universiteit Groningen. Sander van Lanen is universiteit docent stedelijke armoede en ongelijkheid aan de Universiteit Groningen.
Foto: nous (Flickr Creative Commons)