Sociale veiligheid op werkvloer: cursusje is niet genoeg

Om op werkvloeren destructief leiderschap, racistische uitlatingen, seksistische grappen enzovoort tegen te gaan, moeten we de fundamenten van onze maatschappij herzien. Wat in organisaties op kleine schaal gebeurt, vindt op grote schaal in de samenleving plaats, schrijft promovendus Stijn Klarenbeek.

Sinds de uitzending van BOOS in januari 2022 over de misstanden bij The Voice of Holland volgen de journalistieke scoops over ‘angstculturen’ of ‘burn-out-fabrieken’ elkaar in hoog tempo op; schreeuwende sterrenkoks, intimiderende presentatoren, veeleisende advocaten en seksueel grensoverschrijdende hoogleraren moeten één voor één het veld ruimen. In organisaties is dan ook grote paniek ontstaan. Iedereen vraagt zich af: wie is de volgende?

Er is een hele industrie opgetuigd die organisaties bijstaat om de ‘sociale veiligheid’ te vergroten

Om deze publicitaire ellende voor te zijn, is er een hele industrie opgetuigd die organisaties bijstaat om de ‘sociale veiligheid’ te vergroten. Massaal trekken teamcoaches, communicatie-experts, trainers, management-consultants en andere ‘organisatiedeskundigen’ naar deze nieuwe bron van vraagstukken (en van inkomsten). Tegen een royale vergoeding zijn ze bereid leiderschapscursussen, omstanderstrainingen, intervisiebijeenkomsten, dialoogsessies, workshops, seminars, inspiratiesessies, masterclasses, lezingen, symposia en vast nog meer ‘interactieve’ bijeenkomsten te verzorgen over sociale veiligheid en grensoverschrijdend gedrag. Ze ‘zetten het onderwerp op de agenda’, ‘gaan met elkaar de dialoog aan’, ‘kijken waar de pijnpunten liggen’ of ‘zorgen voor persoonlijke groei’.

Perfecte dekmantel

Wat het effect van dit alles is? Geen idee, maar ‘het staat goed, het is high profile en het is ook niet heel tijdrovend’, aldus socioloog Frank Dobbin, die samen met Alexandra Kalev jarenlang onderzoek heeft gedaan naar diversiteitscursussen. Voor organisaties is dit tegelijkertijd de perfecte dekmantel: ze laten hun werknemers wat verplichte cursussen afnemen, presenteren zich zo naar buiten toe alsof ze heel begaan zijn met het onderwerp, terwijl er vanbinnen niets verandert. Sociale veiligheid, zo laten ze zien, is simpelweg te koop.

Wat deze commercialisering vooral laat zien, is hoe de beweging tegen grensoverschrijdend gedrag door de tijd heen is afgezwakt – zowel in energie als in de scherpte van de inzichten. Toen ‘ongewenste intimiteiten op de werkvloer’ voor het eerst in de jaren zeventig door feministische actiegroepen op de publieke agenda werd gezet, maakten ze één ding heel duidelijk: grensoverschrijdend gedrag komt voort uit machtsongelijkheid. Het is ‘dominantie verpakt in erotiek’, zoals de Amerikaanse jurist Catharine MacKinnon het in die tijd verwoordde. Maar juist deze machtsfactoren vergeten de organisatiedeskundigen op te nemen in hun powerpoints.

Feministen tegen grensoverschrijdend gedrag

De strijd tegen grensoverschrijdend gedrag is begonnen op het hoogtepunt van de tweede feministische golf. In 1975 kwam in de Verenigde Staten de zaak van Carmita Wood naar buiten, die op dat moment werkte als assistent in een laboratorium aan Cornell University, waar ze structureel te maken kreeg met allerlei ongewenste seksuele handelingen door haar baas, de gerenommeerde hoogleraar Boyce McDaniel.

Farley ontdekte het patroon dat vrouwelijke slachtoffers vroeg of laat ontslag nemen of anders ontslagen worden

Tijdens de acht jaar dat ze dit moest ondergaan, heeft ze haar werkgever verschillende keren gevraagd overgeplaatst te worden, wat keer op keer werd afgewezen, waarna ze door de toenemende stress uiteindelijk geen andere optie meer zag dan te vertrekken. Toen Wood vervolgens aanspraak wilde maken op een werkloosheidsuitkering weigerde haar voormalig werkgever dit resoluut; ze zou immers uit eigen beweging zijn vertrokken om ‘persoonlijke redenen’.

Wood accepteerde dit niet en zocht contact met de feministische schrijfster Lin Farley, die op dat moment toevallig aan dezelfde Cornell University een vak doceerde over vrouwen en werk. In de praatgroepen die ze voor dat vak organiseerde, kreeg ze een idee van de ellende die vrouwen in werksituaties ondergaan. Farley ontdekte het patroon dat vrouwelijke slachtoffers vroeg of laat ontslag nemen of anders ontslagen worden.

Sexual harassment

Toen Wood vervolgens bij haar aanklopte, besloot Farley actie te ondernemen. Samen met een aantal collega’s richtte ze in 1975 de actiegroep Working Women United op, die zich inzette tegen de behandeling van vrouwen op de werkvloer als ‘seksuele objecten’. Tijdens een openbare bijeenkomst sprak Farley zich publiekelijk uit over het ‘totaal onderbelichte probleem waar iedereen vanaf weet’ en gaf het voor het eerst een naam: sexual harassment. Met een groot artikel in de New York Times kregen haar woorden landelijke aandacht en verwierf de term sexual harassment een vaste plaats in de taal.

Met de heropleving van de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag is tegelijkertijd een conservatieve backlash opgekomen

Voor Farley is seksueel grensoverschrijdend gedrag niet alleen het gevolg maar ook de oorzaak van machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen, zo schrijft ze in haar boek Sexual shakedown, voor het eerst gepubliceerd in 1978. In organisaties nemen mannen over het algemeen de hogere, machtiger posities in, terwijl vrouwen de ondergeschikte, laagbetaalde functies vervullen – nu nog altijd, maar zeker in de tijd toen Farley haar boek schreef. Vanuit deze ongelijkheid wordt grensoverschrijdend gedrag mogelijk gemaakt, zo stelt ze: mannen komen ermee weg omdat zij bepalen wat wel en wat niet mag; terwijl vrouwen zich uit angst voor ontslag vaak niet uitspreken. Tegelijkertijd houdt het diezelfde ongelijkheid ook in stand: het houdt vrouwen klein en op hun traditionele plek.

Angst voor de Grote Feminisering

Met de heropleving van de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag is tegelijkertijd een conservatieve backlash opgekomen. Zo serveerde hoogleraar Michiel de Vries de wereld rondom sociale veiligheid al af als een ‘vileine deugindustrie’. Filosoof Gabriel van den Brink voegde daaraan toe dat het ‘toegenomen klagen’ over grensoverschrijdend gedrag is veroorzaakt door ‘een zekere feminisering’ die is opgetreden in organisaties, met als gevolg dat we ‘geen waardering meer hebben voor het harde, zakelijke, hiërarchische, rationele en functionele gedrag dat kenmerkend was voor een klassieke mannencultuur’. In zijn klaagzang klinken de woorden van Mark Zuckerberg door, die zelfs stelde dat bedrijven tegenwoordig ‘gecastreerd’ zouden zijn.

In haar virale essay The Great Feminization probeert de rechtse commentator Helen Andrews deze kroegpraat verder te onderbouwen. Zo beschrijft ze dat verschillende sectoren – onderwijs, zorg, advocatuur, journalistiek – de afgelopen jaren het tipping point hebben bereikt waarin er meer vrouwen dan mannen werken, met alle desastreuze gevolgen van dien. Nu ‘mannelijke’ eigenschappen als rationaliteit en competitiviteit steeds meer wegebben, komen ‘vrouwelijke’ kenmerken als empathie, samenwerking en veiligheid steeds meer op – en die eigenschappen zijn nu eenmaal niet geschikt om bedrijven winstgevend te maken, universiteiten te leiden, journalistieke organisaties aan te sturen, zo schrijft Andrews. Onder een vrouwelijke meerderheid zijn het geen serieuze instituten meer, maar eerder ‘Montessori-schoolpleinen’.

‘De rechtsstaat zal het niet overleven als de meerderheid van de juristen uit vrouwen bestaat’

Voor de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag betekent dit dat de ‘vrouwelijke logica’ (sympathie tonen met slachtoffers, emoties serieus nemen) de overmacht aan het krijgen is, terwijl de ‘mannelijke logica’ (naar hard bewijs zoeken, hoor en wederhoor plegen) ondergeschikt raakt. Het is dan ook niet toevallig, zo gaat ze verder, dat de grote feminisering van organisaties precies samenvalt met de opkomst van ‘woke’ en de ‘cancel-cultuur’ – en dat is niet zonder gevolgen, aldus Andrews. ‘Om eerlijk te zijn’, zo waarschuwt ze, ‘zal de rechtsstaat het niet overleven als de meerderheid van de juristen uit vrouwen bestaat.’

Het argument is belachelijk en overdreven, gebaseerd op seksistische dooddoeners uit de evolutionaire psychologie, maar het raakt wel de kern van de discussie over grensoverschrijdend gedrag. Wat Andrews en haar conservatieve mannelijke volgelingen namelijk wél begrijpen en wat de organisatiedeskundigen en hun trainingen níét doorhebben, is dat grensoverschrijdend gedrag gaat om machtsongelijkheid, dat het een politiek probleem is dat niet opgelost kan worden met een cursus of een informatiefolder. Nu de conservatieven zich verenigen en een duidelijk doel voor ogen hebben – minder vrouwen in organisaties – is deze naïviteit extra gevaarlijk.

Afkopen van sociale veiligheid

Toen Lin Farley in 1975 de term sexual harassment in het leven riep, had ze niet kunnen weten welke invloed het zou gaan hebben. Voor miljoenen slachtoffers zou het hulp bieden, troost geven, voor gerechtigheid zorgen; voor veel daders bood het een abrupt en eerloos einde aan hun carrière. ‘In het begin had ik het gevoel dat de term de kracht had om alles te veranderen’, zo zegt Farley.

De term sexual harassment is ‘gestolen door bedrijven’ met als doel om het onschadelijk te maken

Al snel begon de term te circuleren, ervaringen en verhalen werden massaal gedeeld; mensen konden eindelijk een woord plakken op het onrecht dat hun was aangedaan, maar waarvan ze niet goed wisten wat het was. Met dit nieuwe vocabulaire, zo gaat Farley hoopvol verder, zijn we in staat om werkplekken fundamenteel te transformeren, om een revolutie te ontketenen, om gelijkheid tussen mannen en vrouwen voor elkaar te krijgen.

Maar niets van dat alles is gebeurd, zo moet ze achteraf, in 2017, vlak na de start van de MeToo-beweging, helaas toegeven. Teleurstellend, zo noemt Farley de acties die sinds de publicatie van haar boek zijn ondernomen. Niet alleen is er geen revolutie uitgebroken, ook is de term sexual harassment ‘overgenomen door bedrijven, gezuiverd, ontdaan van zijn kracht om te choqueren, te verstoren en te mobiliseren’. Ja, er zijn regels opgesteld om wangedrag tegen te gaan en er worden trainingen georganiseerd om mensen bewust te maken van hun handelingen, maar de machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de werkvloer is verder volledig intact gebleven. Sexual harassment is dan ook een bloedeloze term geworden, zo concludeert Farley. Het is ‘gestolen door bedrijven’ met als doel om het onschadelijk te maken.

‘Bijna maatschappelijke revolutie’

Als we nu naar de strijd tegen grensoverschrijdend gedrag kijken, zien we dus dat de inzichten van de feministen uit de tweede golf verloren zijn gegaan en hun energie is afgezwakt. We horen niemand meer over diepliggende, structurele ongelijkheid in de samenleving die alle vormen van wangedrag mogelijk maakt en straffeloos laat – en waarvoor een maatschappelijke revolutie nodig is om het op te lossen. In plaats daarvan krijgen we cursussen en presentaties.

Als we echt iets tegen grensoverschrijdend gedrag willen doen, moet er ‘gesleuteld worden aan de herverdeling van de macht tussen mannen en vrouwen’ – en dat is oproepen tot een ‘bijna maatschappelijke revolutie’, in de woorden van feministisch icoon Hedy d’Ancona. Om destructief leiderschap, racistische uitlatingen, seksistische grappen, schreeuwen en intimideren, slaan en kleineren op de werkvloer tegen te gaan, moeten we de fundamenten van onze maatschappij herzien – want wat in organisaties op kleine schaal gebeurt, vindt op grote schaal in de samenleving plaats.

Stijn Klarenbeek is promovendus aan de Universiteit voor Humanistiek.

 

Foto: Ketut Subianto via Pexels.com