‘Waarom kijk je zo boos?’ ‘Ik ben niet boos...’ Dat was het laatste zetje dat ik blijkbaar nodig had. Twee niet-zo-stiekeme tranen rollen over mijn wang. Shit. Doe eens niet, huilebalk, denk ik nog. Tevergeefs. Mijn cliënt kijkt me aan: ‘Als ik jou zo zie, word ik ook emotioneel.’
Staan we dan, met onze rug naar de ingang van de instelling waar ik werk. We hebben net mijn andere cliënt, zijn maatje, uitgezwaaid naar een langdurige klinische opname, na maandenlange intensieve samenwerking. Wat ben ik trots dat hij deze stap zet. En mijn hart breekt bij de gedachte aan wat hem nog te wachten staat. Toen ik vroeg of ik hem een knuffel mocht geven, liet hij me zowat niet meer los. Bij mijn cliënt zelf en de twee kerels die hem kwamen ophalen, kon ik mijn gezicht nog net in de plooi houden. Bij degene die bij mij achterblijft mooi dus niet meer.
‘Het laat alleen maar zien dat je mens bent en dat je om ons geeft’
We barsten allebei in lachen uit. Ik blablabla dat ik dit toch niet kan maken, op de werkvloer en in zijn bijzijn. ‘Lekker professioneel ook’, grinnik ik nog. ‘Wat moeten jullie wel niet denken? Sta ik hier zomaar te janken.’ Hij corrigeert me meteen en zegt dat hij het eigenlijk wel kan waarderen. ‘Mariek, dat is toch helemaal niet erg. Het laat alleen maar zien dat je mens bent en dat je om ons geeft. Je staat hier maar mooi weer veel te vroeg in de ochtend, hè. Toen ik ging, kwam je ook hier naartoe om me gedag te zeggen. Je gaf mij ook een knuffel. Ik ben dat niet vergeten.’
Professionele nabijheid
Hoewel we maanden verder zijn, is dit de rode draad in mijn contacten gebleven. Ik heb het al vaker over professionele nabijheid gehad, in het kader van gelijkwaardigheid en de kwaliteit van de (hulpverlenings)relatie als uitgangspunt. Over de presentiebenadering van Andries Baart; aansluiten bij de ander en er gewoon zijn. Volledige acceptatie van de persoon, ook als het gedrag niet oké is. En het nodige van jezelf kunnen laten zien.
Ik sta er onder cliënten om bekend dat ik altijd tijd heb en overal opduik waar het nodig is. Ook na werktijd. Ik eet regelmatig mee en hou toezicht op iemand die eigenlijk te veel onder invloed is om binnen te komen bij de opvang, maar die anders weer een avond niet eet. En als ik moet de-escaleren, pikken ze het ook. Tegenwoordig schoppen mijn cliënten me met een knipoog naar huis als het half 7 is geweest. Eén keer kreeg ik gigantisch de wind van voren van een cliënt, een week nadat we een heel erg goed gesprek hadden gehad. Logische reactie als iemand in je kop heeft zitten wroeten, denk ik dan maar. ‘Leuk’ spelletje van aantrekken en afstoten. Alleen: ik ga niet weg. Nooit. Een week later kreeg ik heel veel sorry, en weer een prachtgesprek.
Lastig spanningsveld
We werken in een lastig spanningsveld tussen maatwerk en orde en veiligheid. Het zal niemand ontgaan dat er veel agressie voorkomt in de maatschappelijke opvang. Een middel dat kan worden ingezet om orde en veiligheid te bewaken, is het uitdelen van een schorsing. Dan moet iemand voor een aantal uren, soms dagen of weken, vertrekken. Een keuze die wij voor cliënten maken, vanwege uitingen van onmacht, angst of frustratie. Controleverlies waarvoor zij dus niet bewust gekozen hebben, maar waarvan zij wel de consequenties moeten dragen. Voor sommigen een vicieuze cirkel van actie en reactie.
In tijden van crisis hou ik mijn koppie er wel bij, gelukkig
Ik ben begonnen met ze letterlijk achternalopen. Liefst zonder beveiliging. Wat zit er achter al die boosheid? Hoe kunnen we er samen voor zorgen dat we dit patroon doorbreken? Samen spulletjes inpakken, al duurt het een uur. Heb je genoeg warme kleding? Heb je alles? Er zijn als iemand weer terugkomt. En ik heb gemerkt: het is niet eens zozeer wát er wordt besloten, maar hóé die boodschap wordt gebracht. Ik heb zelf dan ook eigenlijk nooit last van agressie. Wel tranen en een kijkje in hun hart dat ze aan niemand anders durven laten zien. Bij sommigen heeft dit het aantal incidenten drastisch naar beneden geholpen. En dán kunnen we weer vooruitkijken.
Koppie erbij
Een paar jaar geleden ging ik op vakantie naar Marokko, met een – dacht ik – goede vriend. Het werd een roadtrip through hell. Niet alleen ontpopte hij zich tot een ware tiran, ik kon ook geen kant op. Ik rij geen auto, spreek de taal niet, en hij heeft dagen geweigerd een Marokkaanse simkaart voor mijn telefoon te kopen. Twee dagen voor vertrek liet hij me na een boel explosieve bombarie in Marrakech achter, terwijl we vanuit Tanger naar huis vlogen. Ik voelde me zo dom en machteloos, maar wat me het meeste is bijgebleven is het gevoel van totale afhankelijkheid en gedwongen overgave. Wat kan dat een mens klein maken.
Dezelfde nacht nog heb ik een ticket naar Schiphol geboekt. Mijn vriendinnen gesproken. Locaties, foto’s, adressen en telefoonnummers doorgestuurd (ja, ook van die persoon). Iemand die de taal sprak vanuit Nederland stand-by. Route naar het vliegveld uitgestippeld. In tijden van crisis hou ik mijn koppie er wel bij, gelukkig.
Iemand klein maken, is iemand hulpeloos houden
Waar het hulpeloze kleine meisje in mij naar boven kwam toen ik geen enkele invloed op de situatie had, liet de sterke, zelfstandige volwassene zich zien toen ik de regie kon pakken. Wel met de steun en aanmoediging van mijn vriendinnen, die me hielpen zelf te bedenken wat ik moest doen. Ik mocht op mijn bek gaan, maar ze stonden er wel toen ik het nodig had. Ze hadden allang vraagtekens bij waarom ik in hemelsnaam dacht dat deze vakantie een goed idee was. Trouwens, ik sta erom bekend dat ik toch wel doe wat ik zelf wil. Een deel deden we samen en de rest lieten ze aan mij over. Het heeft me een enorme boost gegeven dat ik het toch maar mooi geflikt heb om binnen een dag weer veilig thuis te komen.
Waarom ik dit vertel? Omdat ik dit op de werkvloer ook zie. Iemand klein maken, is iemand hulpeloos houden. Voor een ander bepalen welke kant-ie op moet, ontneemt diegene zeggenschap en eigen invulling.
Overnemen, overdragen, overlaten
In de afgelopen maanden heb ik de training Krachtwerk gevolgd. Een herstelgerichte methodiek die eigen krachten en groeimogelijkheden ziet als vertrekpunt van de begeleiding. Deze is gebaseerd op de presentiebenadering en de herstelvisie, en ik vind het een verschrikkelijk fijne, positieve methodiek om mee te werken. Ik maak me al jaren hard voor wat ik hierin terugvond.
Blijf vooral de mens zien waar het gedrag of de samenwerking frustreert
In Krachtwerk komen de drie O’s voor. Wanneer we Overnemen, doen en beslissen wij als hulpverleners in feite alles; overdragen betekent het samen doen; overlaten staat voor de regie bij de cliënt laten (Wolf 2023). Misschien herken je delen hiervan al uit mijn vakantieverhaal. Ik ben gewend om in de genoemde volgorde te werken. Krachtwerk heeft me laten inzien dat we soms veel eerder dingen mogen overlaten aan de ander. Lukt het niet, dan stellen we bij. Net zoals ik zelf in Marokko op mijn bek ging. En wat ik ook weer scherp heb: vraag het aan de ander. Wie doet wat?
Kleine, maar belangrijke rol
Wat ben ik trots op die gasten. Die er ‒ met vallen en opstaan ‒ telkens weer voor gaan. Die met ons willen samenwerken en ons het vertrouwen geven dat wij ze mogen begeleiden naar een volgende stap. Onze rol is klein en tegelijkertijd zo belangrijk. Ik wil je vragen om vooral de mens te blijven zien waar het gedrag of de samenwerking frustreert. We kunnen het niet altijd oplossen. We kunnen er wel zijn en we mogen ook geraakt worden. Ik vind het een geluk dat ik dit fantastische, soms verschrikkelijk moeilijke werk mag uitvoeren. En dat betekent dat ik vast nog weleens een potje sta te janken tijdens het uitzwaaien.
Marieke Bourgonje is verslavingsdeskundige.
Foto: Liza Summer via Pexels.com