Convenant Stevige Lokale Teams biedt jeugdconsulenten geen rugdekking

Met de inrichting van stevige lokale teams zou een impuls gegeven worden aan een duurzame transformatie van de jeugdzorg. Emeritus hoogleraar Harrie Verbon ziet veel wazigheid rondom bevoegdheden en definities. Hij vreest dat jeugdconsulenten het straks aan adequate rugdekking ontbeert.

In maart dit jaar ondertekenden Rijk, gemeenten en uitvoerders van jeugdzorg het Convenant Stevige Lokale Teams dat is opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De komst van deze teams was drie jaar eerder in de Hervormingsagenda Jeugd (HJ) aangekondigd. De bedoeling is dat ze in alle gemeenten worden opgezet, om laagdrempelig hulp en ondersteuning te verlenen aan gezinnen en jongeren wier veerkracht versterking behoeft.

Herhaling

Ik vroeg mij eerder op Sociale Vraagstukken af hoe de regering denkt dat gemeenten dergelijke teams kunnen opbouwen. Een andere, minstens zo belangrijke vraag is of de jeugdconsulenten in stevige lokale teams voldoende zijn toegerust om te kunnen beslissen over de te verlenen jeugdhulp.

De hulpvragers moeten dus zo snel mogelijk zelf hun problemen leren oplossen

Het convenant begint met een herhaling van de eisen die in de Hervormingsagenda Jeugd werden gesteld. Oftewel, professionals in stevige lokale teams moeten over een brede expertise beschikken, domein overstijgend te werk gaan en in staat zijn om direct hulp te verlenen.

Tegelijkertijd moet alle hulp gericht zijn op het versterken van de eigen regie. De hulpvragers moeten dus zo snel mogelijk zelf hun problemen leren oplossen. De gedachte daarachter is dat niet iedere hulpvraag gespecialiseerde jeugdhulp vereist. Sommige problemen van, en met opgroeiende kinderen zijn normaal.

Het convenant spreekt van een transformatiebeweging ‘waarin niet het losse individu centraal staat, maar het individu in de context van zijn of haar sociale omgeving. Een beweging (…) van een nauwe medische blik (die soms noodzakelijk is) naar betekenisvol meedoen, van professioneel doorverwijzen naar samen zoeken wat het beste past, en van losse hulpvragen beantwoorden naar achterliggende oorzaken aanpakken.’[i]

Gemeenten moeten ervoor zorgen dat ze professionals in huis hebben die in staat zijn een hulpvraag op een integrale wijze te beoordelen. Bij die professionals staat niet het doorverwijzen naar een jeugdhulpaanbieder voorop, maar het gezamenlijk vinden van een oplossing voor de problemen van de hulpvrager.

Geen antwoord

Stel dat de gemeenten in staat zijn dergelijke jeugdprofessionals daadwerkelijk te contracteren: hoe moeten deze professionals de hulpvragers benaderen? Het convenant zegt daar het volgende over: ‘Gemeenten moeten ervoor zorgen dat stevige lokale teams de ondersteuning van inwoners en gezinnen bij het voeren van regie en waakvlamcontact vormgeven en/of beleggen op een wijze die past bij hun wensen, normen, waarden en context en leefwereld.’[ii]

Hoe moeten jeugdprofessionals handelen als hulpvragers geen eigen regie wensen te voeren?

De opstellers van het convenant bedoelen hier kennelijk uit te drukken dat de jeugdprofessionals de hulpvragers moeten leren zelf hun problemen op te lossen, op een manier die de hulpvragers tevredenstelt. Maar hoe moeten jeugdprofessionals handelen als hulpvragers geen eigen regie wensen te voeren? Mogen jeugdprofessionals dan tegen die wens ingaan, of is dat dan in strijd met de normen en waarden van de inwoners en gezinnen met een hulpvraag? Daar geeft het convenant geen antwoord op.

In het convenant zijn ook opdrachten voor het Rijk opgenomen, zoals het afbakenen van de zogeheten jeugdhulpplicht. In Sociale Vraagstukken schreef ik eerder dat de jeugdhulpplicht inhoudt dat elke gemeente voorzieningen moet treffen die jeugdigen of hun ouders nodig kunnen hebben bij een behoefte aan hulp. Maar hoe ver de verantwoordelijkheid van gemeenten bij hulpvragen reikt, is niet eenduidig in de wet vastgelegd.

Verduidelijking blijft uit

In de Hervormingsagenda Jeugd belooft het Rijk dat het die verplichting gaat verduidelijken. En inderdaad, in februari van dit jaar verscheen het Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. In het coverblad van dit wetsvoorstel staan ‘regels die gemeenten helpen om beter te bepalen wie jeugdhulp krijgt en wanneer. Hiermee willen we bereiken dat jeugdhulp alleen wordt ingezet als dit echt nodig is, en dat de hulp past bij de problemen van de jongere’.

Het wetsvoorstel is in consultatie geweest. Uit de reacties blijkt dat veel organisaties er geen enkele verduidelijking in zien. Ook de opstellers van het convenant niet overigens, want ze vragen het Rijk om helderheid over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht.

Het antwoord wordt aan gemeenten overgelaten

Het begrip eigen kracht dat al tijden in jeugdhulpland rondwaart, is eveneens aan verduidelijking toe. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdhulp geeft de volgende definitie van eigen kracht: ‘de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, diens ouders en de personen die tot hun sociale netwerk behoren.’[iii]

Maar wanneer is de eigen kracht voldoende sterk om de hulpvraag mede of uitsluitend door de hulpvrager en zijn netwerk zelf te laten oplossen? Het antwoord wordt aan gemeenten overgelaten.

 Nauwelijks houvast

Bij het opzetten van stevige lokale teams moeten gemeenten grotendeels zelf bepalen tot hoever de jeugdhulpplicht gaat. Zowel het Convenant Stevige Lokale Teams als het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet geeft hen daarvoor nauwelijks houvast. En dus zullen het uiteindelijk de jeugdconsulenten op de werkvloer zijn die door hun indicatiebeslissingen de reikwijdte van de jeugdhulp vastleggen.

Echter als een indicatiebeslissing inhoudt dat een om hulp vragend gezin zelf de verantwoordelijkheid voor zijn hulpvraag moet nemen, dan kan het betrokken gezin die beslissing altijd juridisch aanvechten. Althans zolang de gemeente geen juridisch aanvaardbare definitie van eigen kracht in haar verordening jeugdhulp heeft opgenomen.

Maar als het Rijk en de VNG er al niet in slagen zo’n definitie te formuleren, waarom zouden gemeenten dat dan wel kunnen? Het komt er al met al op neer dat jeugdconsulenten in hun eigen stevige lokale team straks hulpbeslissingen moeten gaan nemen zonder bestuurlijke of juridische rugdekking.

Harrie Verbon is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en lid van een lokale rekenkamer in Midden-Brabant. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

 

Noten:

[i] https://vng.nl/sites/default/files/2026-03/convenant-stevige-lokale-teams.pdf, pagina 3

[ii] https://vng.nl/sites/default/files/2026-03/convenant-stevige-lokale-teams.pdf, pagina 7

[iii] https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/02/13/wetsvoorstel-reikwijdte-jeugdwet-in-internetconsultatie, pagina 26

 

Foto: Pavel Danilyuk via Pexels.com