COLUMN Waarom vrijdenken urgenter is dan ooit

Vrijdenken staat los van de hersenverlammende links-rechtstegenstelling, schrijft socioloog Jolande Withuis. Beide zijden kunnen wel wat vrijdenkersbeginselen gebruiken.

Zaterdag 26 september 2026 viel mij de eer te beurt door Vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte te worden benoemd tot Vrijdenker van het Jaar 2026. Vrijdenken probeer ik, dus ik aanvaardde de voordracht, zij het op voorwaarde dat die geen propagandistische verplichtingen met zich bracht.

Sinds ik mij zo'n halve eeuw geleden begon te bevrijden uit de zelfgekozen ketenen van het communisme mijd ik lidmaatschap en loyaliteit jegens welke geloofsgemeenschap dan ook, waarbij komt dat ik dergelijke bindingen voor wetenschappers en columnisten sowieso precair acht.

Feminist noem ik mij wel, met overtuiging, aangezien aan dat gedachtegoed geen beginselprogramma of club vastzit en ik het dus zonder gewetenswroeging of vrees voor excommunicatie oneens kan zijn met wat andere feministen zoal te berde brengen.

Mijmerend over de vrijdenkerij dacht ik aan Spinoza, Multatuli en Aletta Jacobs, en ook aan mijn vader in de korte periode tussen gereformeerde jongeling en overtuigd marxist. Hem leek het opkomende nazisme beter te bestrijden met de georganiseerde kracht van de CPH, inclusief leer, dan met het losse zand van De Dageraad, die overigens dit najaar als De Vrije Gedachte 170 jaar bestaat.

De rebel in mij

Verder kwam me een zwartwit-tv voor ogen, waarop een nogal rechtlijnig heerschap ons voorhield dat God niet bestaat, wat me al vanaf mijn geboorte was ingepeperd, en dat we ons moeten laten leiden door ratio en wetenschap. Het was de toenmalige voorzitter van de vereniging, die in de jaren tachtig nog per kwartaal een kwartier zendtijd had.

De rebel in mij verhief direct haar stem: zo simpel was het allemaal niet. Ja, leve de rede en de wetenschap. Ben ik ook van. Maar ik ben ook van verlichtingsdenker Freud, die ons erop wees dat wij, worstelend met een reservoir aan tegenstrijdige verlangens en gevoelens, zelfs in eigen brein de baas niet zijn. Bovendien doceerde ik indertijd vrouwenstudies aan de VU, waar ik als eerste en enige vrouw in een staf van mannenbroeders het gegeven belichaamde dat wetenschap een arena is van elkaar bestrijdende opvattingen. Dat is er nu net de kracht van.

De relatie tussen feminisme en vrijdenkerij is lang onderbelicht gebleven

Onlangs nog las ik zowel in een brochure van het sociaaldemocratische Nivon als in NRC dat Nederland in 1917 algemeen kiesrecht kreeg, zoals generaties historici is wijsgemaakt. (Hopelijk denkt u nu niet: dat klopt toch?) Boeken over wat de medische stand onder het mom van wetenschap mijn sekse heeft aangedaan passen niet in één kast. En dan de biologen, onder wie veel vrijdenkers, die Multatuli's juffrouw Laps terecht tot zoogdier verklaarden, maar ook met diergedrag trachtten te bewijzen dat vrouwen op aarde zijn om nageslacht te produceren en mannen te verzorgen.

De relatie tussen feminisme en vrijdenkerij is lang onderbelicht gebleven, niet in de laatste plaats doordat de vereniging zich zelden bezondigde aan steun voor de tweede golf. Ook voordien kwam de liefde nogal van één kant. Voor de radicaalste denksters van de eerste golf was Multatuli een bron van inspiratie. Naast Jacobs voelden ook bijvoorbeeld Wilhelmina Drucker, Kartini, Mina Kruseman en Titia van der Tuuk zich aangetrokken tot diens ideeën. Zij zagen het christendom en de daarop gebaseerde patriarchale huwelijkswetten als bron van het kwaad dat vrouwen werd aangedaan en vonden in De Dageraad medestanders voor zaken als anticonceptie, echtscheiding, kiesrecht, opleidingen en werk (zie De minotaurus onzer zeden. Multatuli als heraut van het feminisme, onder redactie van Myriam Everard en Ulla Jansz).

Terwijl de rede het onderspit delft, wint autoritarisme terrein

De lijst van Vrijdenkers van het Jaar telt negentien namen. Na Karin Spaink en Lale Gül ben ik de derde vrouw. 'De Vrije Gedachte is een oudemannenclub', zei een bestuurslid. Ze is bovendien marginaal. Dat is jammer van het gedachtengoed. Want toen ik me midden jaren tachtig ergerde aan de leerstelligheid van de voorzitter leken vrijheid, secularisatie en emancipatie onstuitbaar.

Dat is nu anders. Complotdenken floreert. Cabaretiers zijn huiverig de islam te bespotten. Opgestookt door influencers pompen meisjes hun lippen op en jongens hun ego. Ouders ontzeggen kinderen levensreddende vaccinaties. Jongeren worden religieus. Terwijl de rede het onderspit delft, wint autoritarisme terrein.

Individu als uitgangspunt

Het vrijdenken staat los van de hersenverlammende links-rechtstegenstelling. Beide zijden kunnen wel wat vrijdenkersbeginselen gebruiken. Om maar wat te noemen: bestrijding van kwakzalverij, scheiding van kerk en staat, stopzetten van de financiering van bijzonder onderwijs, vrijheid van meningsuiting en bovenal: het individu als uitgangspunt.

Jolande Withuis is socioloog en erelid van de Nederlandse Sociologische Vereniging. Deze column is eerder verschenen in de Volkskrant.

 

Foto: Keke Keukelaar