COLUMN Waarom je bedelaars (vaker) geld moet geven

Marcel Canoy deed laatst wat velen ons doen bij het passeren van een bedelaar: strak voor je uitkijken om vooral geen oogcontact te maken. Maar dit keer draaide hij zich vervolgens om, pakte twee euro en maakte de man blij.

Het ongemakkelijke en dubbele gevoel is heel herkenbaar. De vraag is of je een bedelaar geld (of iets anders) moet geven, wanneer, hoeveel, hoe vaak en op welke manier. De vraag blijkt verrassend complex te zijn.

Laat ik bij mezelf beginnen. Ik heb mezelf hier wat atypisch opgevoerd als een spijt opterende  barmhartige Samaritaan, die ik in de meeste gevallen evenwel niet ben, want ik geef vaker niet dan wel aan bedelaars. Er zijn verschillende motieven die daarbij een rol spelen.

Niet per se valide

Ik beweer niet dat die motieven per se valide zijn, maar ze gaan op dat moment expliciet of impliciet door mijn hoofd. Daar hebben we de welvaartstaat voor uitgevonden, is er bijvoorbeeld zo een; waarom zou ik geld geven aan mensen die – ook als ze geen geld hebben – gewoon een uitkering kunnen aanvragen? In Nederland hebben we dat toch mooi geregeld. Toen ik laatst in Parijs kwam viel me op hoe onwaarschijnlijk veel daklozen en ongedocumenteerden daar rondliepen. In Brussel idem dito. Nee, in ons land hebben we dat toch beter voor elkaar. De bedelaars moeten die weg toch kunnen vinden.

Zijn officiële instanties niet beter om die mensen te helpen?

Of deze: het zijn misschien wel professionals, of mensen die geronseld worden door criminelen.

Toen ik in Brussel woonde, viel me op dat de meeste bedelaars Roma of Sinti waren, meestal vrouwen en niet zelden vergezeld van een kind om het extra zielig te maken. Geef je hen geld, dan ben je een criminele bende aan het spekken. Niet erg aanlokkelijk.

Wat gaan ze er mee doen? Dat vraag ik me ook vaak af. Ben ik, wanneer ik iets geef, niet de verslaving aan het financieren van de bedelaar in kwestie? Zijn officiële instanties niet beter om die mensen te helpen, zodat ze van hun verslaving af kunnen raken?

 Context

Ik merk bij mezelf dat de context er zeer toe doet of ik wat geef of niet. Zelfs nog meer dan bovenstaande redenen. Het maakt uit hoe opdringerig iemand iets vraagt en of het opzichtig een junk is of niet. Tal van andere moeilijk onder woorden te brengen contextuele argumenten spelen een rol.

Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de afweging om wel of niet iets te geven complex en persoonlijk is. Ik heb dan ook a priori geen oordeel over mensen die wel of niet iets geven. Toch kan het geen kwaad om eens objectief te kijken naar de houdbaarheid van de gegeven argumenten. Dan blijkt dat er niet zo veel overblijft om met een grote boog om bedelaars heen te lopen.

Ze gebruiken hun geld om de huur te betalen en hun kinderen eten te geven

Eerst over onze welvaartstaat die, anders dan bij de buurlanden, op rolletjes zou lopen. Ik raad u aan de berichten van Michelle van Tongerloo op Linkedin te volgen, dan weet u beter. Het Leger des Heils kan de vraag naar daklozenopvang nauwelijks aan. Het aanhoudende woningtekort en problemen binnen de jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg zijn de belangrijkste oorzaken, naast het ongure klimaat rondom asiel. De welvaartstaat is daarnaast zo ingewikkeld gemaakt dat er mensen zijn die tussen de wal en het schip vallen.

Vaker wel geven

Ook het argument van de vermeende professionaliteit houdt geen stand. Uit Belgisch onderzoek blijkt dat er weliswaar veel Romavrouwen in Brussel bedelen, maar dat die – anders dan ik dacht – doorgaans geen onderdeel uitmaken van criminele netwerken. Eerder is het zo dat ze uitzichtloze situaties in het thuisland ontvlucht zijn. Ze hebben doorgaans geen rechten, kunnen geen beroep doen op sociale zekerheid en spreken de taal beroerd. Ze gebruiken hun geld om de huur te betalen en hun kinderen eten te geven. Dat zal in ons land echt niet anders zijn.

Een verslaafde kan een appel niet direct bij een dealer inwisselen voor drugs

Dan de vraag of je geen verslaving aan het financieren bent. Die is wat ingewikkelder, maar genuanceerder dan op het eerste gezicht lijkt. Voor het toch geven van geld aan verslaafden pleit dat het criminaliteit en de ontmenselijking (waar verslaafden de hele dag door mee worden geconfronteerd), verkleint. Sommige mensen geven in plaats van geld eten. Daar valt zeker wat voor te zeggen. Een verslaafde kan een broodje of een appel niet direct bij een dealer inwisselen voor drugs. Het dwingt de persoon om op dat specifieke moment te eten, wat de fysieke achteruitgang remt en verwaarlozing van hun lichaam tegengaat.

Blijven over de contextuele argumenten. Die zijn en blijven persoonlijk en verschillen daarmee van persoon tot persoon en van dag tot dag. Ik kan en wil niet in uw hoofd kijken naar de beweegredenen om wel of niet te geven. Feit is wel dat ik zelf heb besloten om vaker te geven, nadat ik me in de objectievere factoren had verdiept. Want de redenen waarom ik het niet zou doen blijken immers deels ongeldig. Bij verslaafden (voor zover zichtbaar) geef ik dan voedsel en bij niet-verslaafden geld.

En dan nog dit. Om te geven aan bedelaars hoef je geen Moeder Theresa te zijn. Want het heeft vaak iets wederkerigs: de gever krijgt ook iets terug. Mijn redacteur gaf afgelopen winter haar handschoenen aan een bedelaar. Hoewel ze die dag verder koude handen had, hield ze er wel een warm (pun intended) gevoel aan over. Ze kon die ervaring bovendien mooi doorgeven aan haar drie puberkinderen. Dat allemaal dankzij die bedelaar.

Een praatje kost niets

Een aspect dat bij dit alles volledig is onderbelicht, is dat het geven van geld maar één kant van het verhaal is, en misschien niet eens de belangrijkste. Bedelen is voor vrijwel alle bedelaars een vernederende ervaring, een uit nood geboren complexe overlevingsstrategie die emotioneel uitputtend is. Het is vooral zo uitputtend omdat het sociale verhoudingen ontmenselijkt.

Dat ik die man in Den Haag aanvankelijk niet eens in de ogen wilde kijken, is eigenlijk diep droevig. Mocht u overwegen iets voor bedelaars te doen, dan is het raadzaam om op de hoogte te zijn van de objectieve beweegredenen, zodat u voorkomt dat u om de verkeerde reden niet geeft. En heeft u geen geld op zak of geen zin om iets geven: een praatje kost niets en maakt verhoudingen weer wat menselijker. Mijn recentste poging in die richting liep niet helemaal gesmeerd omdat mijn Moldavisch wat roestig is, maar dat heeft me niet ontmoedigd.

 Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).