Kan iemand een goede arts of verpleegkundige zijn zonder de juiste opleiding te hebben gevolgd? Nee, dat kan niet en de wet sluit dat ook uit. Alleen met de juiste beroepsopleiding kan je je registreren als arts of verpleegkundige.
Voor de uitoefening van het beroep sociaal werker gelden nauwelijks wettelijke beroepsvereisten, alleen voor de 50.000 sociaal werkers in de jeugdzorg is er bij wet geregeld dat je de juiste (bachelor-)opleiding moet hebben gevolgd. Aan de ruim 100.000 andere sociaal werkers worden geen wettelijke opleidingseisen gesteld.
Workshop Bruins tijdens Agenda van het Sociaal WerkJan Willem Bruins verzorgt op 24 september 2026 de workshop Professionele autonomie en de professionele standaard tijdens de Agenda van het Sociaal Werk in Utrecht. Het evenement heeft ‘Sociaal werker aan zet: meer professionele autonomie’ als thema. De workshop van Bruins gaat over de professionele standaard van het beroep van sociaal werker dat een belangrijk fundament is voor professionele autonomie. In deze workshop wordt verkend wat de standaard inhoudt aan de hand van praktijkvoorbeelden van sociaal werkers. Je kunt je hier aanmelden voor het evenement en de workshop. |
Uit het laatste CBS-arbeidsmarktonderzoek voor de sectoren zorg en welzijn blijkt dat het aantal sociaal werkers zonder de gelijknamige beroepsopleiding snel toeneemt.[1] Dat is deels te verklaren uit de schaarste op de arbeidsmarkt, maar die schaarste is er ook voor verpleegkundigen. En voor die beroepsgroep blijven de wettelijke eisen in tact.
Er is dus ook iets anders aan de hand. Op de één of andere manier bestaat het idee dat het beroep sociaal werk ook door mensen zonder de beroepsopleiding gedaan kan worden. Terwijl sociaal werkers een vergelijkbare grote verantwoordelijkheid dragen voor goede hulp aan mensen in kwetsbare omstandigheden.
Opleidingseis
Het is een hardnekkig misverstand dat je voor dit werk geen opleiding hoeft te doen. De beroepsvereniging van sociaal werkers pleitte al bij haar oprichting in 1947 voor een opleidingseis. En ook toen was er sprake van schaarste op de arbeidsmarkt, er studeerden nog niet veel studenten af van een beroepsopleiding. In landen als België en Frankrijk kwam direct na de oorlog al wel de wettelijke eis dat sociaal werkers een beroepsopleiding moeten volgen.
Men vond het beroep sociaal werker nog niet voldoende geprofessionaliseerd
Nederlandse sociaal werkers hebben vanaf de oprichting van hun beroepsvereniging ook geprobeerd een wettelijke erkenning te regelen. Die erkenning leek er ook te komen toen de minister van maatschappelijk werk Marga Klompé in 1955 kwam met een ‘Ontwerp subsidiewet maatschappelijk werk’ waarin ook de wettelijke erkenning van het vak was opgenomen. Het wetsvoorstel haalde het echter net niet. Men vond het beroep nog niet voldoende geprofessionaliseerd om de bedenkingen vanuit andere ministeries en de politiek overtuigend te weerleggen.
Professionele standaard
De mate van professionalisering wordt onder andere bepaald door de mate waarin een beroepsgroep haar eigen beginselen goed heeft beschreven. We noemen die beginselen de ‘professionele standaard’ van een beroep. Die standaard bevat vrijwel altijd:
- de gemeenschappelijk beroepsethiek vast gelegd in een beroepscode;
- een nauwkeurige beschrijving van de beroepsexpertise of de bekwaamheden van de beroepsbeoefenaar;
- een ontsluiting van relevante wetenschappelijke en praktijkkennis voor het beroep in ‘professionele richtlijnen’;
- een zekere consensus over de wetenschappelijke theoretische grondslagen van het beroep.
Beroepsethiek
Inmiddels heeft het sociaal werk de professionele standaard goed op orde. [2] De beroepsvereniging realiseerde een gemeenschappelijke beroepsethiek [3], een beschrijving van de bekwaamheden van het beroep [4], ontwikkelt in hoog tempo professionele richtlijnen en een wetenschappelijke kennisbasis voor het beroep.[5]
Er is dus alle reden om de professie sociaal werk een wettelijke erkenning te geven
Er is inmiddels dus alle reden om de professie sociaal werk een wettelijke erkenning te geven. Daarmee bedoelen we vooral dat er een relatie wordt geborgd tussen beroepsuitoefening en beroepsopleiding. Daarom heeft de BPSW aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Samenleving gevraagd welke mogelijkheden er zijn om tot zo’n erkenning te over te gaan. Het ministerie heeft vier opties beschreven en op haalbaarheid onderzocht. Het is nog niet duidelijk wat hier uit gaat komen, in tijden van een krappe arbeidsmarkt is er terughoudendheid in het eisen stellen van aan de beroepsuitoefening.
Meerdere wetten
Maar zo lang nog niet duidelijk is of er een wettelijke opleidingseis aan het beroep gesteld gaat worden, is er al wel een andere wettelijke grondslag voor het beroep, gevormd door die professionele standaard.
De wetten borgen dat sociaal werkers in voldoende relatieve professionele autonomie kunnen werken
Hoewel de beroepsgroep zelf die standaard ontwikkelt en de inhoudelijke normen bepaalt, is het handelen conform deze standaard verankerd in meerdere wetten waar sociaal werkers mee te maken hebben.
Zo stelt de jeugdwet:[6]
‘De hulpverlener neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard.’ Dit artikel geldt voor alle sociaal werkers in de jeugdzorg.
En de Wmo:[7]
De professional werkt ‘in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard.’ Dit geldt dus voor sociaal werkers die binnen het Wmo-kader actief zijn, bijvoorbeeld in wijkteams of maatschappelijke ondersteuning.
Deze wetten zijn bedoeld om goed sociaal werk te borgen voor burgers. Maar de wetten borgen ook dat sociaal werkers in voldoende relatieve professionele autonomie kunnen werken. Jurja Steenmeijer zal in haar Marie Kamphuis Lezing op 24 september 2026 een boeiende beschouwing geven over het gelaagde begrip professionele autonomie.
Meer bewustzijn
In de geschiedenis van het sociaal werk zijn veel voorbeelden te vinden waaruit blijkt dat een beroep op de professionele standaard ook door werkgevers of overheden gerespecteerd moet worden.[8] Toen maatschappelijk werker Julius van der Ven op grond van zijn beroepscode weigerde mee te werken aan de uitzetting van een meisje uit een pleeggezin naar het buitenland, werd hij door zijn werkgever ontslagen. Maar de rechter eiste dat het ontslag werd teruggedraaid, de sociaal werker had terecht gehandeld volgens zijn beroepsethiek.
Kennis van de professionele standaard is een belangrijke grondslag voor de professionele autonomie van de sociaal werker. Het is belangrijk dat er meer bewustzijn komt over die standaard bij iedereen die zich met sociaal werk bezighoudt.
Jan Willem Bruins is directeur van de beroepsvereniging van sociaal werkers (BPSW).
Noten:
[1] https://www.bpsw.nl/actueel/columns/meer-of-minder-sociaal-werkers/
[2] https://www.bpsw.nl/kennisdossier-professionele-autonomie/de-professionele-standaard/ De standaard wordt nu verder ontwikkeld dankzij een subsidie van het ministerie van VWS.
[3] https://www.bpsw.nl/app/data/uploads/2021/10/BPSW-Beroepscode-2021.pdf
[4] https://www.bpsw.nl/app/data/uploads/2023/11/BPSW-Beroepsprofiel-Sociaal-Werker-digitale-versie-november-2023.pdf
[5] Hierover verschijnt eind van dit jaar een baanbrekend proefschrift: L. Koeter, Evidence based werken in opleidingen Social Work? Universiteit van Amsterdam.
[6] Jeugdwet, artikel 4.1.1, derde lid.
[7] Wmo, artikel 3.1, tweede lid.
[8] Meer voorbeelden in https://www.bpsw.nl/app/data/uploads/2022/12/canon-beroepsverenigingen-sociaal-werk.pdf