Over arbeidsmigratie doen twee verhalen de ronde. Het eerste verhaal wordt vooral verkondigd door het bedrijfsleven en economen en luidt dat we arbeidsmigranten hard nodig hebben om te voorzien in personeelstekorten en om onze welvaart op peil te houden. Door de vergrijzing zijn er immers steeds minder mensen om het werk te doen en de voorzieningen voor de groeiende groep ouderen op peil te houden.
Het tweede verhaal, waarvan de Nederlandse Arbeidsinspectie en vakbonden belangrijke vertolkers zijn, rept over lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden en regelrechte uitbuiting van arbeidsmigranten. Bijna wekelijks brengt de Arbeidsinspectie berichten naar buiten over illegale tewerkstelling, onderbetaling, extreem lange werktijden en gevaarlijke werkomstandigheden van buitenlandse werknemers.
Tekortschietende arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden
Beide verhalen lijken strijdig met elkaar. Als we arbeidsmigranten zo hard nodig hebben, waarom behandelen we hen dan niet beter? Blijkbaar is er iets mis met de huidige arbeidsmigratie naar Nederland.
De lusten zijn voor de bedrijven, de lasten voor de samenleving
Dankzij het vrij verkeer van personen en diensten kunnen bedrijven onbelemmerd personeel van binnen de Europese Unie aanstellen. Te vaak trekken zij echter arbeidsmigranten aan louter om te besparen op arbeidskosten. Dat zij in Nederland geen arbeidskrachten kunnen vinden, heeft dan niet te maken met een tekort aan mensen, maar met tekortschietende arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.
De maatschappelijke kosten van deze vorm van arbeidsmigratie – het beslag op de toch al schaarse ruimte en woningen, buurten waarin de oorspronkelijke bewoners zich niet meer herkennen – worden afgewenteld op de gemeenschap. De lusten zijn voor de bedrijven, de lasten voor de samenleving. Al profiteert wel iedereen van goedkopere tomaten en ‘gratis’ pakjesbezorging.
Nu is de vraag van het bedrijfsleven naar ‘goedkope’ arbeidskrachten te leidend
Tegelijkertijd is er een groeiend tekort aan vakkrachten in cruciale sectoren als de energietransitie en de zorg. De mogelijkheden zijn beperkt om hiervoor arbeidskrachten van buiten Europa aan te trekken. Nederland kent weliswaar een populaire kennismigrantenregeling, maar die stelt een relatief hoge inkomenseis. Hierdoor komen veel vakmensen – technici, verpleegkundigen – niet in aanmerking voor een verblijfs- en werkvergunning.
Hogere eisen stellen
De Adviesraad Migratie pleit daarom voor een meer gericht arbeidsmigratiebeleid. Nu is de vraag van het bedrijfsleven naar ‘goedkope’ arbeidskrachten te leidend en wordt te weinig ingezet op arbeidsmigratie die bijdraagt aan onze huidige en toekomstige welvaart in brede zin. Daarmee bedoelen we dat het niet alleen gaat om de bijdrage aan de economie, maar ook aan de samenleving in bredere zin en aan de ecologische duurzaamheid.
De Nederlandse overheid kan wel degelijk invloed uitoefenen op de arbeidsmigratie van binnen de EU
Anders dan vaak wordt gedacht, kan de Nederlandse overheid wel degelijk invloed uitoefenen op de arbeidsmigratie van binnen de EU. Weliswaar niet direct – er geldt immers vrij verkeer van personen – maar wel indirect, door de vraag van het bedrijfsleven naar arbeidsmigranten te beïnvloeden. Dit kan door hogere eisen te stellen aan werkzekerheid, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Dan kunnen arbeidsmigranten minder gemakkelijk worden ingezet als kostenbesparing.
Bij het stimuleren van bepaalde economische activiteiten en het verlenen van vestigingsvergunningen aan bedrijven die naar verwachting veel gebruik zullen maken van arbeidsmigranten, moeten de maatschappelijke kosten, zoals het beslag op de woningvoorraad, worden afgewogen tegen de economische baten. Maar als het saldo voor de samenleving positief is, moeten bedrijven gebruik kunnen blijven maken van buitenlandse arbeidskrachten.
Veel beleidsvrijheid
Bij de toelating van arbeidsmigranten van buiten de EU heeft de nationale overheid veel beleidsvrijheid. Wij pleiten ervoor om hierbij een bredere set aan criteria te hanteren dan nu het geval is. Behalve met de economische baten – zoals gemeten met het loon – moet ook rekening worden gehouden met de bijdrage van de arbeidsmigrant en diens werk aan maatschappelijk essentiële sectoren, het beslag op de woningvoorraad en de sociale samenhang (op basis van kennis of bereidheid tot het leren van Nederlands).
Arbeidsmigranten die via werk bijdragen aan ecologische duurzaamheid en onze samenleving in brede zin, zijn welkom
Dit betekent dat er meer eisen worden gesteld aan kennismigranten, maar ook dat er ruimte ontstaat om in essentiële sectoren vakkrachten aan te trekken die nu niet aan de eisen van de kennismigrantenregeling voldoen. Arbeidsmigranten die via hun werk bijdragen aan ecologische duurzaamheid en aan onze samenleving in brede zin, zijn welkom. Het doel is niet méér of minder arbeidsmigratie, maar gerichte arbeidsmigratie die bijdraagt aan onze welvaart in brede zin, nu en in de toekomst.
Paul de Beer en Monique Kremer zijn respectievelijk lid en voorzitter van de Adviesraad Migratie. Lambert Oberman en Anita Strockmeijer zijn medewerkers van de Adviesraad.
Foto: Noborder Network (Flickr Creative Commons)