Er is een sociologische wet die zegt dat je drie typen mensen hebt als het gaat om sociale actie: de voortrekkers (optimisten, hardlopers), de niet-uitgesprokenen (kat-uit-de-boom-kijkers, volgers) en de chagrijnen (wantrouwigen, negativisten).
Het is geen echte sociologische wet − ik heb hem zelf verzonnen − maar hij werkt illustratief om buurtinitiatieven te beschrijven. Het is mijn Wet van 10. Als je tien mensen hebt, zijn er twee/drie die van alles willen, vier/vijf die het zelf niet zouden bedenken, maar zich laten overtuigen, en dan zijn er weer twee/drie die er niet in geloven. De kunst voor de voortrekkers is dat ze de middengroep meekrijgen. Daarbij helpt een misstand, een noodzaak of potentieel financieel gewin.
Energiecoöperatieven
Als dat lukt, kunnen er meters gemaakt worden. Kijk bijvoorbeeld naar energiecoöperatieven. De initiatiefnemers zijn vaak pure idealisten, overtuigd dat we wat moeten doen aan het klimaat. Maar het coöperatief gaat pas werken als mensen er voordeel bij zien − handzame isolatiepakketten, goedkopere energie. Dan kunnen ideaal en praktisch voordeel samengaan en hebben de chagrijnen, de sceptici, het nakijken.
Eigenlijk is het een persoonlijke variant van een normaalverdeling, de meest krachtige statistische wet die er bestaat. Die wet leert ons dat er rondom het gemiddelde een massief midden is, geflankeerd door twee afwijkende uitersten, die pakweg aan beide zijden zo’n 15% van het totaal uitmaken.
Met de normaalverdeling brengen we doorgaans zaken in beeld als de verdeling van het IQ of de lichaamslengte over de bevolking. De normaalverdeling is echter ook van toepassing op kwesties als armoede, schulden en multiproblemen. Let maar op: in al die gevallen gaat het om zo’n 15% van de bevolking die kampt met problematische schulden of grote sociale problemen. Terwijl je aan de andere kant 15% veel vermogenden en gelukzaligen aantreft.
Het ingedutte midden provoceren
Maar de normaalverdeling helpt ook om sociale en politieke veranderingen te begrijpen. In de jaren zestig en zeventig stond er een groep jongeren en intellectuelen op die zich begon te roeren. Zij provoceerden het ingedutte midden en de regenten die erover waakten. Ze zagen tot hun verrassing dat ze een sluimerende bron van onvrede losmaakten over de verzuilde benauwenissen waarin regenten het grote midden opgesloten hielden.
De maatschappelijke stemming is in de ban gekomen van de wantrouwigen
Vervolgens trad mijn Wet van 10 in werking. Overal roerden voortrekkers de trom en trokken ze de volgers over de streep, waarna er een golf van democratisering en emancipatie door het land trok en Nederland in een mum van een tijd veranderde van een gezagsgetrouw land in een ‘prudent-progressieve’ natie, zoals het SCP het graag aanduidde. De 15% die zich aan het andere kant van het spectrum ophield − de sceptici, de conservatieven, de racisten − was er wel, maar werd in de nieuwe hegemoniale orde genegeerd en doodgezwegen.
Het populistische uiterste
Die dynamiek is inmiddels uitgeblust, verzand in de neo-liberale tijdgeest die ze zelf heeft voortgestuwd. En zie: de 15% die zich niet gehoord voelt, die de weldenkende elite - die nu al decennia de dienst uitmaakt - wantrouwt, begint zich te roeren. En zoals de generatie babyboomers in de jaren zeventig de ludieke actie hadden, zo hebben de wantrouwigen, de sceptici, nu de sociale media, waarin ze zich groter maken dan hun 15% rechtvaardigt.
Steeds vaker slagen ze erin om delen van het midden mee te krijgen; dat zijn de momenten dat LPF, PVV, SP, Rita Verdonk of Forum in peilingen, en een enkele keer in echte verkiezingen, op zo’n 25 zetels (+15%) staan.
Het gevolg was wel dat het omvangrijke midden onder leiding van traditionele partijen naar het populistische uiterste begon te bewegen. Ja, en toen kwam corona. Een type game changer, vergelijkbaar met mei 1968. Hoe langer het virus huishield, hoe luider de wantrouwigen zich roerden, en hoe meer het grote midden begon te twijfelen, en hoe minder de officials wisten te overtuigen.
Voortrekkers en optimisten
De grote verliezer was politiek links, dat ineenschrompelde tot zo’n 25 zetels (+15%) en de connectie met het grote midden zag vervliegen. Zo is de maatschappelijke stemming, gevoed door zowel klassieke als sociale media, geheel in de ban gekomen van de wantrouwigen, met een forse uitstraling naar het midden. Hoop en optimisme hebben het in de hogere mediale sferen afgelegd tegen scepsis en wantrouwen.
Maar op het laagste niveau van de samenleving, in buurten en wijken, liggen de kaarten anders. Daar functioneert nog mijn Wet van 10; daar heersen nog steeds de voortrekkers, de optimisten, die werken aan duurzaamheid, leefbaarheid en gemeenschappelijkheid; daar leeft wel degelijk het optimisme van de hoop.
De progressieve opgave van de toekomst is om aan deze beweging van onderop volop ruimte te geven. Een dam tegen de nieuwe hegemonie van het wantrouwen werp je niet op in Den Haag, noch op televisie of sociale media, maar in de realiteit van het gewone leven. In de sociale werkelijkheid van mijn Wet van 10.
Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist