COLUMN Buurtinitiatieven: de Wet van 10

Jos van der Lans schrijft in zijn column over buurtinitiatieven, waar voortrekkers en optimisten staan voor het optimisme van de hoop.

Er is een sociologische wet die zegt dat je drie typen mensen hebt als het gaat om sociale actie: de voortrekkers (optimisten, hardlopers), de niet-uitgesprokenen (kat-uit-de-boom-kijkers, volgers) en de chagrijnen (wantrouwigen, negativisten).

Het is geen echte sociologische wet − ik heb hem zelf verzonnen − maar hij werkt illustratief om buurtinitiatieven te beschrijven. Het is mijn Wet van 10. Als je tien mensen hebt, zijn er twee/drie die van alles willen, vier/vijf die het zelf niet zouden bedenken, maar zich laten overtuigen, en dan zijn er weer twee/drie die er niet in geloven. De kunst voor de voortrekkers is dat ze de middengroep meekrijgen. Daarbij helpt een misstand, een noodzaak of potentieel financieel gewin.

Energiecoöperatieven

Als dat lukt, kunnen er meters gemaakt worden. Kijk bijvoorbeeld naar energiecoöperatieven. De initiatiefnemers zijn vaak pure idealisten, overtuigd dat we wat moeten doen aan het klimaat. Maar het coöperatief gaat pas werken als mensen er voordeel bij zien − handzame isolatiepakketten, goedkopere energie. Dan kunnen ideaal en praktisch voordeel samengaan en hebben de chagrijnen, de sceptici, het nakijken.

Eigenlijk is het een persoonlijke variant van een normaalverdeling, de meest krachtige statistische wet die er bestaat. Die wet leert ons dat er rondom het gemiddelde een massief midden is, geflankeerd door twee afwijkende uitersten, die pakweg aan beide zijden zo’n 15% van het totaal uitmaken.

Met de normaalverdeling brengen we doorgaans zaken in beeld als de verdeling van het IQ of de lichaamslengte over de bevolking. De normaalverdeling is echter ook van toepassing op kwesties als armoede, schulden en multiproblemen. Let maar op: in al die gevallen gaat het om zo’n 15% van de bevolking die kampt met problematische schulden of grote sociale problemen. Terwijl je aan de andere kant 15% veel vermogenden en gelukzaligen aantreft.

Het ingedutte midden provoceren

Maar de normaalverdeling helpt ook om sociale en politieke veranderingen te begrijpen. In de jaren zestig en zeventig stond er een groep jongeren en intellectuelen op die zich begon te roeren. Zij provoceerden het ingedutte midden en de regenten die erover waakten. Ze zagen tot hun verrassing dat ze een sluimerende bron van onvrede losmaakten over de verzuilde benauwenissen waarin regenten het grote midden opgesloten hielden.

De maatschappelijke stemming is in de ban gekomen van de wantrouwigen

Vervolgens trad mijn Wet van 10 in werking. Overal roerden voortrekkers de trom en trokken ze de volgers over de streep, waarna er een golf van democratisering en emancipatie door het land trok en Nederland in een mum van een tijd veranderde van een gezagsgetrouw land in een ‘prudent-progressieve’ natie, zoals het SCP het graag aanduidde. De 15% die zich aan het andere kant van het spectrum ophield − de sceptici, de conservatieven, de racisten − was er wel, maar werd in de nieuwe hegemoniale orde genegeerd en doodgezwegen.

Het populistische uiterste

Die dynamiek is inmiddels uitgeblust, verzand in de neo-liberale tijdgeest die ze zelf heeft voortgestuwd. En zie: de 15% die zich niet gehoord voelt, die de weldenkende elite - die nu al decennia de dienst uitmaakt - wantrouwt, begint zich te roeren. En zoals de generatie babyboomers in de jaren zeventig de ludieke actie hadden, zo hebben de wantrouwigen, de sceptici, nu de sociale media, waarin ze zich groter maken dan hun 15% rechtvaardigt.

Steeds vaker slagen ze erin om delen van het midden mee te krijgen; dat zijn de momenten dat LPF, PVV, SP, Rita Verdonk of Forum in peilingen, en een enkele keer in echte verkiezingen, op zo’n 25 zetels (+15%) staan.

Het gevolg was wel dat het omvangrijke midden onder leiding van traditionele partijen naar het populistische uiterste begon te bewegen. Ja, en toen kwam corona. Een type game changer, vergelijkbaar met mei 1968. Hoe langer het virus huishield, hoe luider de wantrouwigen zich roerden, en hoe meer het grote midden begon te twijfelen, en hoe minder de officials wisten te overtuigen.

Voortrekkers en optimisten

De grote verliezer was politiek links, dat ineenschrompelde tot zo’n 25 zetels (+15%) en de connectie met het grote midden zag vervliegen. Zo is de maatschappelijke stemming, gevoed door zowel klassieke als sociale media, geheel in de ban gekomen van de wantrouwigen, met een forse uitstraling naar het midden. Hoop en optimisme hebben het in de hogere mediale sferen afgelegd tegen scepsis en wantrouwen.

Maar op het laagste niveau van de samenleving, in buurten en wijken, liggen de kaarten anders. Daar functioneert nog mijn Wet van 10; daar heersen nog steeds de voortrekkers, de optimisten, die werken aan duurzaamheid, leefbaarheid en gemeenschappelijkheid; daar leeft wel degelijk het optimisme van de hoop.

De progressieve opgave van de toekomst is om aan deze beweging van onderop volop ruimte te geven. Een dam tegen de nieuwe hegemonie van het wantrouwen werp je niet op in Den Haag, noch op televisie of sociale media, maar in de realiteit van het gewone leven. In de sociale werkelijkheid van mijn Wet van 10.

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist

 

Dit artikel is 1521 keer bekeken.

Reacties 2

  1. Mag ik er hier op wijzen dat uw Wet van 10 verdacht veel lijkt op de S-curve van de innovatie-theorie van de socioloog Everett Rogers uit de jaren ’60 van de vorige eeuw! Hij baseerde overigens zijn theorie op die van Tarde uit de 19e eeuw. Het zou netjes zijn deze bronnen te noemen. Rogers beschrijft in zijn theorie vijf te onderscheiden factoren die de verandering/vernieuwing kunnen afremmen en bevorderen. Deze zijn belangrijk voor het meekrijgen van de volgers. Rogers’ zogeheten diffusie- en adoptieprocessen zijn geenszins zo statisch als u ze beschrijft. U creëert hiermee valkuilen voor verander- en innovatieprocessen. Koplopers, vroege en latere volgers, en achterblijvers kunnen namelijk ook bij sociale acties in een wijk of buurt van personen en organisaties wisselen. Ik zou, naast het vermelden van de bronnen, uw stuk daar zeker nog eens goed op aanpassen. Want u doet met ‘uw’ Wet van 10 de beproefde innovatietheorieën en innovatievaardigheden te kort en daarmee verkleint u de slagingskans van wat u met uw stuk beoogt; het meekrijgen van de overheden bij gewenste en noodzakelijke veranderingen in de wijk.

  2. Het is een interessant stuk met een goede aanvulling. Ik laat het op me inwerken. En wat de bron betreft: het concept kan (on)bewust zijn overgenomen van Rogers en het is ook mogelijk dat Van der Lans dit vanuit eigen intuïtie heeft ontwikkeld. Was het niet de kunststroming impressionisme die op meerdere plekken (tegelijk) ontstond?

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *