Sociaal werkers kiezen het vak niet voor het prestige of de schijnwerpers. Ze zijn het werk gaan doen omdat ze iets willen betekenen voor mensen die hun problemen niet zelf de baas kunnen. Uit de Grote Raadpleging van het Sociaal Werk 2025 van kennisinstituut Movisie, ingevuld door ruim 1100 sociaal werkers, blijkt een trotse beroepsgroep: ‘Ik doe werk dat ertoe doet’, vindt de overgrote meerderheid.
Sociaal werkers voelen zich verbonden met hun cliënten en met hun directe collega’s. Ze halen veel voldoening uit het begeleiden van mensen, het opbouwen van vertrouwen, en het werken aan doorbraken in complexe situaties. Maar er is ook iets geks aan de hand.
Hoe kunnen sociaal werkers, ondanks gebrek aan maatschappelijke waardering, trots zijn op wat zij doen?
Diezelfde bevlogen professionals geven aan dat ze zich nauwelijks gewaardeerd voelen door de buitenwereld. Waardering vanuit cliënten is er volop. Maar van de maatschappij, de politiek of hun opdrachtgevers ervaren zij veel minder erkenning.
Zelden op een voetstuk
Hoe kan het dat sociaal werkers, ondanks een gebrek aan maatschappelijke waardering, trots zijn op wat zij doen? De Duitse filosoof Axel Honneth stelt dat erkenning cruciaal is voor ons gevoel van eigenwaarde. Honneth onderscheidt drie vormen van erkenning: liefde en waardering van je omgeving, formele erkenning in wet- of regelgeving, en maatschappelijke waardering.
Werkplezier halen zij vooral uit het contact met hun cliënten en collega’s
Met de waardering door cliënten en collega’s zit het goed, blijkt uit de raadpleging. Maar het ontbreekt aan formele erkenning – sociaal werk is geen beschermde titel – en van maatschappelijke waardering is al helemaal weinig sprake. Het sociaal werk blijft vrijwel onzichtbaar in de media, wordt zelden op een voetstuk geplaatst door de politiek en de publieke opinie is dat waardering voor het sociaal werk vooral van hun cliënten moet komen – die hebben er immers baat bij.
Het werkplezier blijft desondanks groot onder sociaal werkers. Dat halen zij vooral uit het contact met hun cliënten en collega’s. Enerzijds goed nieuws, anderzijds een risico. Wie het puur van contact met cliënten en collega’s moet hebben, blijft voor hen door muren gaan zo lang als dat lukt. Maar zodra het niet meer gaat, kun je op weinig begrip rekenen van je omgeving.
Dat is geen verwijt aan die omgeving, het is een logisch gevolg van het zwaarder worden van het werk. De Amerikaanse socioloog Jason Rodriquez stelde in zijn onderzoek vast dat de cirkel van mensen met wie ic-verpleegkundigen tijdens corona konden praten over wat zij meemaakten, steeds kleiner werd. Totdat zij het alleen nog met hun directe collega’s konden bespreken. Het gebrek aan maatschappelijke waardering was daar debet aan. Zij merkten dat hun inzet steeds vaker in twijfel werd getrokken, terwijl het werk steeds zwaarder werd.
Erkenning krijgen begint bij sociaal werkers zelf
Sociaal werkers zijn van nature gericht op anderen en vragen zelden aandacht voor zichzelf. Toch is het van belang dat zij ook zélf actief het belang van hun werk uitdragen. Maatschappelijke waardering ontstaat immers niet vanzelf; die vraagt om zichtbaarheid én een duidelijk verhaal over wat sociaal werk betekent voor mensen én voor de samenleving als geheel. Niet pas tijdens een crisis, wanneer hun inzet ineens onmisbaar blijkt, maar structureel.
Expertise, ervaringen en successen delen
Door zich uit te spreken over de impact die zij dagelijks maken, dragen sociaal werkers bij aan het maatschappelijk bewustzijn over het belang van hun werk. Tv-programma’s als 100 dagen in de vergeten wijk helpen dat beeld versterken, maar het begint bij sociaal werkers zelf: door hun expertise, ervaringen en successen vaker te delen, creëren zij de voorwaarden voor erkenning. En die erkenning is geen applaus als het moeilijk wordt, het is het fundament waarop je goede werkcondities bouwt: naast een goede cao is dat de ruimte om je werk naar eigen inzicht te doen en serieus genomen te worden.
Thomas Kampen is socioloog en hoogleraar Sociaal Werk aan de Universiteit voor Humanistiek
Foto: Jos Kuklewski