COLUMN Er is genoeg waarmee we beter kunnen stoppen

Met het ravijnjaar in het vooruitzicht is nog harder sturen op controle, beheersing en gehoorzaamheid een doodlopende weg, vindt lector Henk Spies. Kies voor investeren in gezond verstand, praktische wijsheid en menselijk vakmanschap.

In 2010 waren we met een Nederlandse delegatie op werkbezoek in Nieuw-Zeeland. Het was kort na de bankencrisis met haar wereldwijde economische gevolgen. Een paar dingen die op dit moment relevant lijken te zijn, hebben toen indruk gemaakt.

Door bezuinigingen kunnen we niet zonder gevolgen doorgaan met wat we doen. Hoe erg is dat?

Allereerst: never waste a good crisis. Preventie en bestaanszekerheid zijn belangrijk, en bezuinigingen zorgen ervoor dat we niet zonder gevolgen kunnen doorgaan met wat we doen. Maar hoe erg is dat? Zo succesvol zijn we immers niet. Om een paar eigen voorbeelden te geven:

  • Een jongen die in zijn leven al zeker honderd hulpverleners heeft gehad, noemt er zeven die iets voor hem hebben betekend, de rest niet;
  • In de caseload van bijna elke professional zit een deel ‘pappen en nathouden’: goede intenties, maar geen voortgang. Om politieke, ideologische of morele redenen willen we niet opgeven, maar realistisch gezien lukt het niet om iets te bereiken. Diagnosticeren lijkt soms belangrijker dan behandelen;
  • Vanuit professioneel en beleidsoptimisme schrijven we positieve ontwikkelingen in het leven van mensen toe aan het effect van interventies en beleid, terwijl de impact daarvan verwaarloosbaar of averechts was. Een grote gemeente presenteerde bijvoorbeeld al jarenlang succescijfers van 50-60 procent positieve resultaten van allerlei interventies en aanpakken. Maar diezelfde cijfers op een andere manier gepresenteerd, lieten een effectiviteit van ongeveer 10 procent zien (als we zaken als afromen, afhaken, wegsturen en capaciteitsgebrek ook meetellen). Er lijkt een discrepantie te zijn tussen de alarmerende berichten over wachtlijsten en de praktische ervaring dat het veel aanpakken en interventies niet lukt om cliënten te vinden, te binden en te boeien;
  • Op organisatieniveau gaat heel veel tijd op aan coördinatie, controle en beheersing. Bij de grootste sociale dienst van Nederland hebben we ooit een simpel rekensommetje gemaakt om een antwoord te vinden op de vraag: wat doen al die mensen die er werken eigenlijk? Geen harde wetenschap, maar wel ontluisterend. Ongeveer de helft van alle medewerkers heeft geen of nauwelijks contact met burgers. Zij zijn bezig met beleid, managen, administreren, controleren, controleren van de controleurs, adviseren en coördineren. Van de helft die overbleef, viel ook weer de helft af. Die hebben wel contact met burgers, maar alleen om die burgers te controleren, niet om ze te helpen. Een kwart van de medewerkers had als taak om mensen daadwerkelijk vooruit te helpen in het leven. En dat deden ze ongeveer een derde van hun werktijd, want de rest van de tijd ging op aan administratie en overleg.
    Die uitvoeringsorganisatie kostte toen 100 miljoen euro per jaar, waarvan zo’n 90 miljoen werd uitgegeven om de belastingbetaler – en de politiek – gerust te kunnen stellen: we doen niks verkeerds met uw belastinggeld. Sindsdien lijkt de focus op rechtmatigheid alleen maar toegenomen.
    Iets soortgelijks geldt voor de meeste publieke organisaties, al zullen de percentages verschillen. Contract- en subsidierelaties vereisen ook van niet-overheidspartijen dat ze een omvangrijk registratie- en verantwoordingssysteem inrichten. De vraag is hoe gerust de belasting- en premiebetalers er eigenlijk op zijn als ze weten hoeveel belasting- en premiegeld er wordt uitgegeven om hen te kunnen geruststellen. Het idee is toch dat we voorzieningen hebben waarmee we elkaar vooruit kunnen helpen in het leven als het even niet meezit?

Gezond verstand, praktische wijsheid

Dat brengt me bij het tweede inzicht: een wire number 8 mentality. Wire number 8 is een bepaalde dikte ijzerdraad waar je heel veel dingen op het platteland mee kunt fixen. Een soort ducttape. Niet perfect, maar het werkt. Een economische vuistregel is dat je 80 procent van het resultaat met 20 procent van de inspanning kunt bereiken.

Perfectionisme is erg duur en arbeidsintensief. Mensen en samenlevingen zijn bovendien minder maakbaar dan we zouden willen. Met gezond verstand en praktische wijsheid komen we een heel eind. Met een ravijnjaar in het vooruitzicht, lijkt het goed om dit voor ogen te houden: investeer in vakmanschap en bezuinig op controle en streven naar top-down-beleidsperfectionisme.

Als professional doe je wat nodig is. Fouten maken is de bedoeling, ervan leren ook

Het sturings- en controlesysteem in Nieuw-Zeeland was op dat moment heel simpel: als professional doe je wat nodig is, bonnetjes stuur je naar de accountant en je hoort het als je je boekje te buiten gaat. Fouten maken is de bedoeling, ervan leren ook. Misbruik aan de kaak stellen, gebeurde door de media via naming en shaming en via rechtszaken. Wederom: geen perfect systeem, maar stukken goedkoper dan hoe we het hier doen.

Geen overdaad aan beleidsnota’s, richtlijnen, financieringsmodellen en overleggen, maar gezond-verstand-accountancy: zeg wat je doet en doe wat je zegt. Afspraken maken (niet eenzijdig opleggen), nakomen en elkaar eraan houden. Vertrouwen ontstaat in een relatie waarin je op elkaar rekent en waarin je samen ook door moeilijke situaties heen komt.

Niets werkt altijd

Een derde inzicht is people, people, people – toen een ondertitel op elk overheidsdocument in Nieuw-Zeeland. Bij een bezoek aan een integraal wijkteam (inclusief wijkagent en woonconsulent) werden we, net als alle andere bezoekers, welkom geheten door een Maori-oudste die een traditioneel ritueel met ons uitvoerde om de geesten in de stemming te brengen voor een constructief gesprek.

Sommige aspecten niet willen zien, leidt ertoe dat aannames en veronderstellingen die lacune gaan vullen

Wij hebben dit soort spiritualiteit uit onze organisaties verbannen, maar zingeving, spiritualiteit en rituelen zijn vrij menselijk. Het gaat niet om de vraag welke zingeving waar, niet waar, beter of slechter is, maar om de erkenning dat iedereen levensvragen heeft. Mensen verder helpen, vraagt oog voor praktische, expressieve en betekenisgevingsaspecten. Sommige aspecten niet willen zien, leidt ertoe dat aannames en veronderstellingen die lacune gaan vullen. Die moeten dan weer getoetst worden door kwantitatieve wetenschap met een ontmenselijkte blik op effectiviteit van interventies.

Die benadering staat maatwerk net zo hard in de weg als dat het helpt. Want alles werkt weleens, niets werkt altijd. Het gaat om een klik, en die is per definitie subjectief. Interventies zijn relationeel, het gaat om matching.

Het naderende ravijnjaar zorgt voor urgentie. Waarmee gaan we stoppen? Waarmee gaan we door, en wat moeten we nieuw creëren? Er is genoeg waar we beter mee kunnen stoppen. Nog harder sturen op controle, beheersing en gehoorzaamheid is een doodlopende weg. Laten we investeren in gezond verstand, praktische wijsheid en menselijk vakmanschap.

Henk Spies is lector Mind the Gap bij Avans Hogeschool

 

Bronnen

Spies, H. (2017). A theory of effective policies on social exclusion. Sirovatka, T. & H. Spies (eds.) Effective Interventions for Unemployed Young People in Europe. Social Innovation or Paradigm Shift? London: Routledge

Spies, H., S. Tan & M. Davelaar (2016). De jeugd maar geen toekomst? Naar een effectieve aanpak van sociale uitsluiting. Amsterdam: SWP

Spies, H. & N. van de Vrie (2014). From legitimacy to effectiveness: Developments in Activation in the Netherlands. Lodemel, I. & A. Moreira (eds.) Activation or Workfare? Governance and the neo-liberal convergence. Oxford: Oxford University Press

Dit artikel is 909 keer bekeken.

Reacties 1

  1. Henk Spies levert op deze wijze beleidsmakers die ver van de burger staan perfect materiaal op om hun beoogde bezuinigingen door te zetten. Op soortgelijke wijze plaveiden Bram Peper met zijn proefschrift en Hans Achterhuis met ‘de Markt van welzijn en geluk” destijds de weg om opbouwwerk weg te bezuinigen, waar nu weer sterk behoefte aan blijkt te bestaan.
    Mijn punt is dat Henks opmerkingen nooit los mogen staan van hoe het wel anders kan met de welzijnsgelden. Irene Niessen doet daar (zie TSV van 7/7) een onbeholpen poging toe door te beweren dat de welzijnssector beter burgerinitiatieven zou kunnen ontwikkelen en ondersteunen “want dat is populairder onder wethouders”. Nu was ik zelf na opbouwwerker drie perioden wethouder : het heeft niets met een trend of populariteit te maken, maar druk vanuit bewoners weerstaan is voor gekozen bestuurders het moeilijkste wat er is en anderzijds zeer bruikbaar voor goede bestuurders!
    Het betoog van Thijs van Mierlo (TSV 27/6) is daarom belangwekkend: er dient structurele bekostiging te komen voor wat hij ‘buurtmakers’ noemt.
    Dus Henk Spies: beweer nooit het een zonder het ander want voor je het weet wordt je gretig misbruikt, ook al heb je nog zo gelijk met de vaak falende effectiviteit van zorg- en welzijnsinstellingen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *