COLUMN Met de paplepel? Racisme voorkomen bij kinderen

Heeft u voor de kerstdagen ook Wit is ook een kleur gezien? In deze documentaire van Sunny Bergman wordt de ‘witte’ kijker geconfronteerd met het eigen privilege en onderhuidse racisme. Vooral de ‘poppentest’ riep reacties veel op. In dit bekende wetenschappelijke experiment wordt gekeken hoe kleine kinderen reageren op poppen met verschillende huidskleuren. Te zien is onder meer dat wanneer de kinderen moeten kiezen of de witte of zwarte pop ‘stout’ is, ze kiezen voor de zwarte pop. Als de kinderen moeten kiezen welke pop de leider is, kiezen ze juist voor de witte pop.

Dit is zeker niet het enige experiment dat aantoont dat kinderen al racistisch gedrag vertonen. Als ‘witte’ moeder van twee kleine kinderen besef ik dat ik ‘hier wat mee moet’. Maar wat dan?

Als moeder wil ik er liever niet aan denken: kleuters die racistisch gedrag kunnen vertonen. Maar ook kleuters delen fanatiek kinderen in jongens en meisjes in en schrijven daar allerlei eigenschappen aan toe (‘Nee, dat is niet voor meisjes! Dat is voor jongens!’) Bijna gelijktijdig met de docu van Sunny Bergman werd er nog een andere interessante documentaire uitgebracht die pijnlijk de vinger op de zere plek legt. Ida Does interviewt in Hear Her ’zwarte’ of ‘bruine’ vrouwelijke professionals uit de mediawereld die vertellen over de eerste keer dat ze met hun kleur of afkomst geconfronteerd werden. De vrouwen vertellen over hoe ze al als jong kind niet mee mochten spelen met witte kinderen of uitgelachen werden. Bij Anousha Nzume gebeurde dit al toen zij pas 3 (!) jaar oud was.

Maar wat kun je eraan doen als ouder? Wetenschappelijke studies geven een paar handvaten. Een voor de hand liggende methode is contact met kinderen van verschillende kleur en afkomst. Hoogleraar Judi Mesman legde in Trouw uit hoe contact met ‘andere’ groepen de voorkeur voor de ‘eigen’ groep vermindert. Bij volwassenen was dat al bekend: Allport’s contacttheorie uit 1954 is uitgebreid getest en de resultaten daarvan zijn onder meer geanalyseerd door de Amerikaanse wetenschappers Thomas Pettigrew en Linda Tropp. De uitkomst is dat contact, in het bijzonder vriendschappen met iemand met een andere kleur of afkomst, kan zorgen voor minder vooroordelen. Maar in de praktijk is dit niet altijd meteen haalbaar. Je hoeft dus niet als ‘witte’ ouder krampachtig aan te pappen met het Somalische gezin in je straat als die daar niet op zitten te wachten. Maar sta open voor contacten met mensen die met jou van kleur of afkomst verschillen.

In een Brits onderzoek kregen kinderen tussen de 5 en 11 jaar verhaaltjes voorgelezen over vriendschap tussen Britse kinderen en vluchtelingenkinderen. Onderzoeker Cameron en zijn collega’s pakten het grondig aan: de kinderen werden ‘gerandomiseerd’, dus per toeval, ingedeeld in een groep die wel het verhaal hoorde en een groep die niet het verhaal hoorde maar alleen in gesprek ging over het onderwerp. Wat bleek? Het voorlezen van de verhaaltjes had effect op de houding van de kinderen; de kinderen die de verhalen te horen hadden gekregen, vertoonden een positievere houding naar vluchtelingen in vergelijking met kinderen die deze verhalen niet hadden gehoord. Een voorleesreeks met titels als Emir en Emma, Sam en Solange en Mandy en Mohammed is dus geen gek idee.

Dit is niet het enige media-onderzoek dat positieve resultaten laat zien. Goed voorbeeld doet goed volgen, zo blijkt uit allerlei studies onder kinderen van verschillende leeftijdsgroepen. Dat kan bijvoorbeeld kan via een boekje maar ook via een tv-programma. Een bekend voorbeeld is Sesamstraat. Voor mij als kleuter in een ‘witte’ buurt was Gerda Havertong de eerste Surinaamse die ik leerde ‘kennen’. En de kleuters van nu zien hoe Mamoun Elyounoussi verstoppertje speelt met een schoolklas. Ook de wetenschap omarmt Sesamstraat. Psycholoog Shalom Fisch bijvoorbeeld ziet verschillende aanwijzingen dat dit tv-programma een positief effect heeft op hoe kinderen omgaan met mensen die verschillen van kleur en afkomst. Dus schuif gezellig aan in Sesamstraat!

Is met een goed boek of tv-programma dan alles opgelost? Niet helemaal. Ouders moeten zelf ook het goede voorbeeld geven en erover durven praten. En dat blijken veel ‘witte’ ouders nog steeds ontzettend moeilijk te vinden, zo ondervond de Amerikaanse onderzoeker Brigitte Vittrup. In haar experimenten vroeg zij ‘witte’ ouders om te zorgen dat hun kinderen scenes van educatieve programma’s zoals Sesamstraat bekeken waarin onder meer vriendschap werd getoond tussen mensen die verschillen in kleur en afkomst. Ze vroeg de ouders samen met hun kinderen te kijken. Een deel van de groep vroeg zij om ook met hun kinderen over huidskleur te praten. Ondanks de duidelijke instructies deden de meeste ouders dit niet. Ze wisten niet hoe zij dit moesten aanpakken en voelden zich ongemakkelijk. Bij de ouders die dit wel deden had dit een positief effect op de houding van hun kinderen.

Ik hoop dat de documentaire van Sunny Bergman eraan bijdraagt dat binnen de opvoeding het verminderen of voorkomen van racisme net zo vanzelfsprekend wordt als kinderen leren tellen, spellen of netjes hun handen te wassen na het plassen. Alle studies op dit terrein laten zien dat dit niet vanzelf gaat. Vergelijk het met seksuele voorlichting; als ouder moet je ook daarbij over ongemakkelijke gevoelens heenstappen en je kind vertellen hoe het zit met de bijtjes en de bloemetjes en zo meer.

Ik ben er thuis al mee begonnen: met boekjes, met het vooraf zorgvuldig bekijken van het Netflix-aanbod en met het gesprek erover. Want net als andere ouders, wil ik dat mijn kinderen niet uitgesloten of gepest worden om wie ze zijn, maar ook dat zij dat een ander kind niet aandoen.

Hanneke Felten is onderzoeker en projectleider Diversiteit & Effectiviteit bij Movisie.