COLUMN Mieke van Stigt: Oma past op. Maar hoe ideaal is dat eigenlijk?

Elke dag zie ik ze langskomen, de opa’s met een kleinkind op de fiets, de oma’s met kleinkinderen in de supermarkt. Het is een typisch Nederlandse oplossing voor het kinderopvangprobleem: opa en oma passen wel op. Maar hoe ideaal is het eigenlijk?

Natuurlijk zijn er ook andere landen waar de zorg voor de kleinkinderen door opa en oma wordt opgevangen, zodat de vaders en moeders kunnen werken. En met verwijzing naar de evolutie heb ik wel eens horen beweren dat de grootouders belangrijk zijn voor de instandhouding van de soort.  In Spanje, Italië en Griekenland past de helft van de grootouders op. Van Nederland hangt het percentage af van de definitie die gehanteerd wordt (en sowieso werken de meeste ouders in Nederland in deeltijd[1]). Er zijn immers diverse arrangementen denkbaar, variërend van volledige opvang door de grootouders, tot een combinatie met formele kinderopvang (twee dagen opvang, één dag bij oma), combi’s met peuterspeelzalen, voor- en naschoolse opvang door opa en oma, avondopvang, opvang bij ziekte van het kind, en natuurlijk ook oppassende opa’s en oma’s als de ouders een keertje uitgaan. Als je al deze scenario’s meerekent, stijgt het aandeel oppassende grootouders in Nederland tot 58 procent. De grootouders in de leeftijd van 58-68 jaar zijn het actiefst als oppas.[2]

Er zitten mooie kanten aan. Allereerst zijn je eigen ouders of schoonouders het meest vertrouwd met hun kleinkinderen. Het is “eigen” en de toewijding is groot. Daarnaast zijn ze beschikbaar en veel flexibeler dan de formele opvang. Bovendien zijn hun diensten gratis tot (veel) minder duur[3]. Voor de oma’s en opa’s versterkt het oppassen hun band met hun kleinkinderen, ze beleven er veel plezier aan en het houdt ze fit.  Ook zou je kunnen stellen dat de belangrijke rol die grootouders spelen in de opvoeding van kinderen, bijdraagt aan het overdragen van normen en waarden. Deze vindt daarmee niet alleen van generatie op generatie plaats, maar ook over de generaties heen. Voor de ouders geeft de betrokkenheid van opa (s) en oma(s) een geestelijke en financiële zekerheid die elders moeilijk  te krijgen is. Zo blijkt uit onderzoek dat “gezinnen waar grootouders vaak oppasten, een aanmerkelijk grotere kans op gezinsuitbreiding hadden dan gezinnen waar grootouders niet op de kinderen pasten.”[4]

Maar natuurlijk zijn er ook nadelen. Ten eerste op persoonlijk vlak. Niet alleen kunnen er conflicten ontstaan over opvattingen in de opvoeding, maar ook fricties over het oppassen zelf. Voor sommige grootouders kan het moeilijk zijn om te weigeren om op te passen, terwijl ze er zelf geen zin in hebben of het fysiek of anderszins te zwaar vinden (worden). Of ze voelen zich afgewezen als ze juist niét gevraagd worden. Voor de ouders is het schipperen tussen onafhankelijkheid van hun ouders en afhankelijk zijn van hun diensten als oppas. En kun je kritiek hebben op je ouders als die roken in huis, terwijl ze op je kinderen passen? Of als ze teveel snoep geven? Als ze het kind los in de auto vervoeren in plaats van in het zitje? Of televisieprogramma’s aanzetten die niet geschikt zijn voor kleintjes?[5] Het zijn stuk voor stuk onderwerpen die gevoelig komen te liggen als oma en opa een structurele rol krijgen in de opvoeding en opvang van hun kleinkinderen.

De gevoelens van de grootouders kunnen variëren van vreugde tot wanhoop, vaak tegelijk. Ik heb de afgelopen tijd meerdere grootmoeders gesproken en ze zeiden grofweg hetzelfde: het oppassen is een mooie taak, ze genieten enorm van hun kleinkinderen. Maar het is ook zwaar en na zo’n lange dag zijn ze doodmoe. Een grootmoeder vertelde dat ze zo blij was dat ook het jongste kleinkind nu naar school gaat en het oppassen veel lichter wordt. Ze heeft jarenlang opgepast, vaak ook `s nachts. Ze heeft het ervaren als heel mooi, maar ook zwaar. Nu komt er wéér een kleintje bij en ze ziet er tegenop om te zeggen dat ze niet meer wil, niet meer kan…

Daarnaast zijn er nadelen van praktisch belang. De leeftijd van de grootouders speelt een rol, met daarmee vaak samenhangend hun fysieke en geestelijke gezondheid. Het passen op kleintjes is erg zwaar, in hoeverre kun je daar je ouders (nog) mee belasten? Daarnaast is ook hun woonplaats van belang, hoe dichtbij wonen ze, hebben ze eigen vervoer, wonen ze in de buurt van de scholen van de kinderen?

Voor het overheidsbeleid zijn vooral maatschappelijke ontwikkelingen van belang. De huidige generatie werkende vaders en moeders heeft ouders die vervroegd gestopt zijn met werken en vooral moeders (de oma’s) die niet of weinig werken. Veel grootouders wonen in de buurt, maar dat geldt niet voor iedereen. Juist veel hoogopgeleide ouderstellen wonen verder van hun ouders vandaan (meestal in of bij grote steden), die op zelf bovendien ook vaak weer ouder zijn[6]. Daarnaast zijn er grote verschillen in gezondheid tussen lageropgeleide grootouders en hogeropgeleide, die op hun beurt wèl weer vaker werken.[7] Bovendien blijkt dat hoogopgeleide ouders vaker gebruik maken van formele kinderopvang, terwijl kinderen van lageropgeleide ouders vaker door hun (ook vaak lageropgeleide) grootouders worden opgevangen[8]. Je kunt je afvragen of juist die groep niet meer gebaat is bij formele opvang door gekwalificeerde leidsters.

Het huidige streven van de overheid is dat vrouwen economisch zelfstandig zijn èn dat werknemers (uiteindelijk) tot hun 67e werken. Het is moeilijk voor te stellen dat de overheid het welslagen hiervan laat afhangen van de min of meer vrijwillige inzet van grootouders in de opvang van hun kleinkinderen. Toch is dit wat er nu gebeurt. Het afgelopen decennium is veel geïnvesteerd in kinderopvang (waarbij kinderopvang geen overheidsvoorziening is maar overgelaten wordt aan commerciële bureaus) en vergoeding daarvan voor werkende ouders. Dit wordt nu te duur gevonden en in hoog tempo teruggeschroefd, met desastreuze gevolgen voor de sector, die de laatste jaren juist hard heeft geïnvesteerd in huisvesting en professionalisering. [9]

Voor ouders geven deze ontwikkeling aanleiding tot grote zorgen. Kinderopvang wordt steeds duurder, waardoor met name vrouwen zich gaan afvragen of ze dan toch niet beter zullen stoppen met werken. Of het beroep op grootouders wordt versterkt, wat óók maar moet kunnen. Je zult maar 67 zijn, net een nieuwe heup hebben en 7 kleinkinderen. Of -zoals één van mijn naasten- 58 jaar zijn, 8 kleinkinderen hebben en een fulltime baan in haar eigen winkel. Of –zoals een vriendin destijds- hoogzwanger zijn en beurtelings je bejaarde vader in het ziekenhuis en je moeder in een verpleeghuis moeten bezoeken. Al met al ondergraaft de overheid, met de afbraak van de kinderopvang, zowel de kwaliteit van de kinderopvang, als de emancipatie van vrouwen, als de economie zelf.

De Deense socioloog Gösta Esping-Andersen heeft o.a. in zijn WRR-lecture in 2005 al berekend dat een structureel kinderopvangbeleid de staat juist geld oplevert, via de inkomsten van ouders die daardoor in staat zijn economisch te participeren.[10] Een voorwaarde hiervoor is dat de voorzieningen over een langere termijn stabiel en betrouwbaar zijn, zodat ouders hun leven en hun keuzes daarop kunnen baseren. Heel even leek het er in Nederland op dat de overheid op de goede weg was, met structurele en professionele kinderopvangvoorzieningen voor iedereen. Maar dat wordt nu weer ondergraven, met niet alleen een groter beroep op grootouders als gevolg, maar ook een verminderd vertrouwen van ouders in de overheid en op termijn onvermijdelijk een lagere arbeidsparticipatie van moeders, al dan niet in combinatie met een lager geboortecijfer.

Laten we wel zijn, opa en oma zijn onvervangbaar als individuele voorziening, als noodoplossing of anderszins. Maar alleen àls ze het kunnen en àls ze het willen. Maar voor een structureel streven naar emancipatie van vrouwen èn voor de kwaliteit van de samenleving als geheel, is ander beleid nodig. Dat kun je niet op de schouders van grootouders leggen, hoe lief ze ook zijn.

[1] Met name de moeders, maar ook vaders nemen steeds vaker een zorgdag voor hun rekening.
[2]
http://www.nu.nl/binnenland/2915679/grootouders-nemen-deel-kinderopvang.html
[3]
Over de vergoedingen die Opa en Oma kunnen krijgen valt een apart stuk te schrijven. Vaststaat dat ze in vergelijking met formele kinderopvang goedkoper zijn.
[4]
http://www.scientias.nl/meer-kinderen-als-opa-en-oma-oppassen/20236
[5]
Om misverstanden te voorkomen: ik bedoel het journaal.
[6]
Dit is althans mijn sterke indruk bij de ouderparen die ik interviewde voor een project van het NKPS: de jonge ouders hadden zelf vaker ook jonge ouders, de stellen die op latere leeftijd kinderen kregen hadden óók vaak juist oudere ouders. zie het proefschrift van Arieke Rijken (2009): Happy Families, High Fertility? Childbearing choices in the context of family and partner relationships. Daarnaast is er samenhang tussen opleidingsniveau van ouders en hun kinderen en krijgen hoger opgeleiden later kinderen, hetgeen de leeftijdskloof tussen de generaties vergroot.
[7]
http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/sterfte-levensverwachting-en-daly-s/gezonde-levensverwachting/de-gezonde-levensverwachting-samengevat
[8]
http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/D93F7028-3F95-41FB-A00D-42B31178B4C8/0/2006k3v4p24art.pdf
[9]
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/11698/Kabinet-Rutte-II/article/detail/3358253/2012/12/05/Bezuiniging-op-kinderopvang-is-door-leegloop-al-behaald.dhtml
[10]
http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/bezuiniging-kinderopvang-is-gebaseerd-op-onevenwichtige-kostenbatenanalyse

Dit artikel is 9822 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (8)

  1. “waarbij kinderopvang geen overheidsvoorziening is maar overgelaten wordt aan commerciële bureaus”. Ik vind het nog steeds bijzonder dat een niet-overheidsvoorziening zo’n enorm pakket aan voorschriften heeft meegekregen, wat de vraag opwerpt wat datgene nog is wat “overgelaten” wordt aan commerciele bureaus.

  2. Aanvulling: de húidige generatie opa’s en oma’s is relatief jong en ook nog eens (vaak) vroeg gestopt met werken. De toekomstige of nu jonge opa’s en oma’s werken nog en zullen langer blijven doorwerken, ook dit is overheidsbeleid. Daarnaast is te verwachten dat met de relatief hoge leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen, de toekomstige oma’s ook ouder zullen zijn, waardoor de oppastaken hen zwaarder zullen vallen. Boodschap blijft dat de overheid en niet oma moet zorgen voor goede en stabiele kinderopvang.

  3. Interessant artikel! Ik zie nog een belangrijk verschil tussen de oppas door opa en oma en de kinderdagverblijven. Leidsters hebben een pedagogische opleiding en kdv’s werken met een pedagogisch plan. Vaak werken ze met programma’s als Puk en Co oid. Daarmee bieden ze een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. Een simpele tip als ‘ ze kan haar jas zelf al aandoen’ zal een leidster eerder kunnen geven dan een opa/oma. Ook doen kinderen op een kdv veel meer contact met leeftijdgenootjes op. Dit geeft hun een voorsprong in hun sociale ontwikkeling. Al met al enorm zonde dat aan de kdv’s nu zo’n afbreuk wordt gedaan!

  4. Is de boodschap dan ook dat de overheid moet blijven zorgen voor goed en stabiel welzijnswerk, en niet de buurtoma? En moet de overheid ook blijven zorgen voor goede thuiszorg, en niet de mantelzorger uit de buurt? Of geldt dit criterium alleen als er sprake is van economische rendementen? Daar is overigens wel een ander verhaal over te vertellen. Met 600.000 werklozen, waaronder veel hoogopgeleiden, gaat het argument dat ‘twee-verdienen’ goed is voor de economie niet meer op. Als er in elk huishouden één kostwinner is (man of vrouw, ik discrimineer niet) draait de economie even goed als wanneer in sommige huishoudens twee mensen werken, en in andere niemand.

  5. @Saskia Henderson: ik het met je eens dat de pedagogische meerwaarde van een kinderdagverblijf groot kan zijn (mits de kwaliteit niet al te zeer wordt wegbezuinigd). Dat is ook waar ik op doelde. Hoe groot de opvoedkwaliteiten van oma ook kunnen zijn, in sommige gevallen is een kind beter af op een kinderdagverblijf (mits, enz.). In ieder geval is daar meer toezicht op.
    @Klaas Mulder: interessant punt. Maar hoe wil jij het werk in Nederland herverdelen? Een wet instellen dat samenwonende stellen samen maar één baan mogen hebben, ongeacht de vragen van de arbeidsmarkt (naar sommige vakkrachten en vooral hoogopgeleiden is nog steeds grote vraag)? En als die stellen gaan scheiden, hoe komt dan degene met een gat in het CV weer aan het werk? Dat is voor veel vrouwen nu al een probleem.
    Daarnaast zorgt een goed stelsel van kinderopvang ook voor werkgelegenheid van de leidsters, die daarmee meer te besteden hebben en productiever zijn dan werklozen. Wat betreft buurtoma’s en vrijwillige mantelzorg: die bestaan nu al en zijn goud waard. Helaas heeft niet iedereen een dergelijk persoon in zijn/haar netwerk. Wanneer alle zorg wordt wegbezuinigd, zal willekeur heersen.

  6. Wel fijn om te lezen dat er zo goed tegemoet gekomen wordt aan de ouders met kinderen. Ik pleit hier zelf ook voor hier op de basisschool in Amsterdam van onze jongste, om mee aandacht aan de oma’s en opa’s te besteden.

  7. Net bij het programma pauw het onderwerp opvang en ook ouderrol toegeschreven aan de ouders gezien de moeder in dit geval het zelf niet aankan vanwege borderline diagnose, momenteel na wat ik begrijp neemt de moeder afstand van kind en ouders na 13 jaar, ik concludeer de moeilijke situatie voor moeder om dit te doen, het kind gaat de goede kant op de grootouders beweren dat het vaststaat dat zij, de grootouders door alles gezien beter opvoeden dan eigen ouders, dit raakte mij gezien de moeder verder weg geraakt door ouders die een kind hebben met borderline, ik vind de uitspraak gruwelijk je bent niet rijp geweest voor je eigen kind en ben benieuwd naar de oorzaak, krijg het zowat aan mijn hart en houd het vast met oog op het feit dat deze gebeurtenissen steeds vaker voorkomen, ofwel werkende ouders beter iig, kan iemand zich vinden in hetgeen ik zeg, graag reactie, ik ben blij dat mijn vader bv geen invloed heeft gehad op de opvoeding en ook met mijn lieve moeder was het niet de oplossing, wat een zorg al het gezorg evenwel moeilijk gr Ad

  8. het zal tijd raken dat moeders of een van beide partners man/vrouw man/man of vrouw /vrouw die hun kinderen willen opvoeden een basisinkomen krijgen zodat werk als opvoeder makkelijker kunnen combineren meer vrije tijd en ook meer hechting krijgen met hun eigen kinderen .de sociale impact van het alleen economisch groeien zullen we vroeg of laat moeten bekopen meer geweld meer het eigen ik meer eenzaamheid zal het gevolg zijn .het is nu tijd om andere keuzes te maken .
    er zal een beweging moeten ontstaan die welvaart niet allen koppelt aan economie en luxe .

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *