COLUMN Psychologie maakt meer kapot dan je lief is

Beleidsmakers en uitvoerders, een beetje minder psychologie graag, vindt Monique Kremer. Psychologie houdt ons af van het analyseren van structurele machtsverhoudingen.

Psychologie is overal. Op het werk, waar je met een kleurenschema in de hand de blauwe persoonlijkheid van je collega leert begrijpen. In de liefde, waar je te maken hebt met bindingsangst of anders verlatingsangst. In de politiek, waar de populist wint door te appelleren aan ‘universele instincten die ons onderbewuste sturen’. En in de spreekkamers van de verzorgingsstaat, waar het draait om gedragsverandering en stressreductie. Naast achttien miljoen bondscoaches hebben we ook achttien miljoen psychologen.

Een beetje meer ‘zelfreiniging’  kan in de psychologie geen kwaad

Veel is psychologie van de koude grond. Onder dat kleuterschema met kleurtjes – zogenaamd gebaseerd op Carl Gustav Jung ‒ ligt helemaal geen wetenschappelijke basis. Ook van de stelling dat armoede het IQ verlaagt, blijft weinig heel, blijkt uit een recent proefschrift.* Niet gek, want veel van de psychologische experimenten worden gedaan door jonge, mannelijke studenten van Amerikaanse universiteiten. En een aanzienlijk deel ervan blijkt bij herhaling helemaal niet dezelfde uitkomsten te krijgen. Een beetje meer ‘zelfreiniging’  kan in de psychologie dus geen kwaad.

Temeer vanwege de vele nadelige neveneffecten van onze psychologische cultuur. Te beginnen bij de lange wachtlijsten in de jeugdzorg en de ggz. Er zijn heus mensen met serieuze psychische problematiek. Maar nu diagnosticeren doodgewone jonge mensen continu hun menselijk tekort: lieve ChatGTP, heb ik autisme of borderline? Hun doorgeslagen zelfbewustzijn is ziekmakend.

Dan liever literatuur of kunst als balsem voor de ziel, of de kerk of de moskee

Natuurlijk moeten we aandacht hebben voor de menselijke ziel. Toch is dat wat psychologie helemaal niet doet, ondanks haar naam (studie van de ziel). Wie weleens te maken krijgt met een psycholoog – en wie niet – ziet al snel de bodem van de trukendoos, met daarin onder andere ‘piekerkwartieren’ (max 15 minuten per dag). Nee, dan liever literatuur of kunst als balsem voor de ziel, of desnoods de kerk of de moskee.

Heel wat te fixen

Onlangs bladerde ik in de stationsboekhandel door het goed verkochte Psychologie Magazine. ‘Somber na de feestdagen? Januariblues zijn heel normaal (en dit helpt ertegen).’ ‘Wat maakt jouw leven de moeite waard? 4 oefeningen om dat te onderzoeken.’ We hebben blijkbaar heel wat te fixen. De psychologie zet ons aan om heel erg op onze gevoelens te letten, constateert sociologe Eva Illouz in haar boek Explosieve moderniteit. En die worden vaak geïnterpreteerd als schendingen van onze waardigheid; we voelen ons snel gekrenkt. Het ‒ onbedoelde – gevolg volgens haar is dat er ongekend veel boosheid is. Op hulpverleners, op bazen en collega’s, op buren, op politici. We hebben zelfs een tv-programma met als titel Boos.

De bestseller The Let Them theory van Mel Robbins lag er ook. Die komt erop neer dat je je niets van anderen moet aantrekken, want je kan toch geen invloed hebben op hun acties, gevoelens en keuzes. Je moet alleen maar doen waar je zelf controle over kan hebben. De locus of control – ook zo’n term uit de psychologie. Wat is dát nu? Hoezo hebben we geen invloed op anderen?  We zijn door en door sociale wezens. ‘Ik doe alleen maar wat binnen mijn controle ligt’, zei een gefortuneerde ondernemer onlangs tegen mij. Dus geen geld naar ontwikkelingsprojecten meer. Dergelijke psychologiepraat legitimeert dus ook nog eens een gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Me, myself and I

Het ergste is dat psychologie ons afhoudt van het analyseren van structurele machtsverhoudingen. We kijken naar de stress van het individu en stellen de schuldenindustrie niet ter discussie. We proberen mensen van hun gokverslaving af te praten met cognitieve gedragstherapie, maar stellen geen paal en perk eraan door de wetgeving terug te draaien. We werken aan het zelfvertrouwen van werklozen en veranderen niets aan de arbeidsmarkt. Dus: departementen, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, een beetje minder psychologie aub. Want door de stille ideologie van de psychologie besteden we al onze energie aan  me, myself, and I. Of is dat nu projectie?

Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en voorzitter van de Adviesraad Migratie

 

Noot

*     Ernst-Jan de Bruijn, Laten we stoppen met uitspraak dat armoede het IQ verlaagt. ESB, 107(4813), 15 september 2022

 

Foto: Joris van den Einden

Dit artikel is 2104 keer bekeken.

Reacties 1

  1. De Systeemfout van de Psychologische Schijnoplossing: Waarom Symptoomberijding de Maatschappelijke Zorg Verlamt
    Reactie op: Psychologie maakt meer kapot dan je lief is (Monique Kremer, 1 juli 2026).

    1. Erkenning van de Diagnose: De Foppasteken van de Individuele Schuld
    Monique Kremer legt in haar essay een pijnlijke en volkomen terechte vinger op de zere plek: de doorgeslagen psychologisering van maatschappelijke en systemische problemen. Wanneer we armoede reduceren tot “stressreductie”, gokverslaving tot “cognitieve gedragstherapie”, en arbeidsmarktdiscriminatie tot “een gebrek aan zelfvertrouwen”, maken we van een maatschappelijk en fysiek probleem een individueel menselijk tekort.

    Door alles te vangen in de taal van de psychologie (me, myself and I, “locus of control”, kleurenschema’s en piekerkwartieren), ontstaat er een gevaarlijke paradox:

    De institutionele schuld wordt afgewenteld op het individu. De burger of cliënt moet “zijn gedrag veranderen”, terwijl de faciliterende industrieën (schulden, gokken, bureaucratie) buiten schot blijven.

    Er ontstaat enorme ‘coderingsruis’. De echte fysiologische en maatschappelijke noodzaak van mensen wordt gevangen in een administratief/psychologisch format, wat leidt tot ellenlange intake-trajecten, diagnosticeringsdrang en vastlopende GGZ- en jeugdzorgwachtlijsten.

    Kremer ziet dit scherp. Maar waar zij oproept tot “een beetje minder psychologie” en een terugkeer naar puur maatschappelijke machtsanalyses of kunst, mist zij de cruciale fysiologische en systeemtechnische werkelijkheid op de werkvloer.

    2. De Verdieping: Waarom ‘Praat-Psychologie’ Faalt in de Praktijk
    Als Systeem-Tolk zie ik dagelijks op de werkvloer van de (forensische) zorg en maatschappelijke opvang waarom de klassieke psychologische benadering faalt. Kremer bekritiseert de psychologie vanuit sociologisch perspectief, maar de kernoorzaak ligt op neurobiologisch en fysiologisch niveau:

    A. Het Ineffectieve ‘Praat-en-Denk-Paradigma’
    Veel psychologische interventies richten zich op de Neocortex (het denkbrein): praten, reflecteren, analyseren, invullen van vragenlijsten. Maar een mens die klem zit in armoede, trauma, uitsluiting of een onveilig systeem, verkeert fysiologisch in een toestand van chronische sympathische activatie (fight/flight) of dorsale shutdown (freeze).
    Op het moment van acute overleving staat de prefrontale cortex letterlijk uit. Een psychologische “trukendoos” of praattherapie aanbieden op een overprikkeld zenuwstelsel is fysiek onmogelijk. Het roept alleen maar meer frustratie, machteloosheid en afweer op.

    B. De Vervreemding door ‘Gedragssturing’
    Wanneer instanties “gedragsverandering” eisen van burgers die vastlopen in de bureaucratie, negeren zij dat het gedrag een logische reactie is op een onlogisch of onveilig systeem. De psychologie wordt zo misbruikt als een institutioneel beheersinstrument: “Pas je aan de regels van het systeem aan, anders ben je ‘onbehandelbaar’ of ‘ongemotiveerd’.”

    3. De Oplossing: De Systeem-Tolk als Interface tussen Leefwereld en Systeem
    We moeten niet alleen “minder psychologie” willen, we moeten de Systeem-Mismatch oplossen. Zowel de kille sociologische machtsanalyse als de individuele psychologisering missen de menselijke maat op de werkvloer.

    De oplossing ligt in het model van de Systeem-Tolk (Project Resonance): een interface die de ruis uit de communicatie haalt en de maatschappelijke realiteit vertaalt naar verantwoorde, werkbare kaders.

    [ BESTUURS- EN BELEIDSNIVEAU ] ──► (Regels, Wetgeving, Systeemstructuren)

    │ [ DE SYSTEEM-TOLK INTERFACE ]
    │ – Sloopt administratieve & psychologiserende ruis weg
    │ – Vertaalt fysiologische/maatschappelijke nood naar beleid

    [ DE REËLE LEEFWERLD ] ──► (Fysiologie, Bestaanszekerheid, Echte Hulp)
    Hoe de Systeem-Tolk de Aangesneden Problematiek Oplost:
    Herstel van de Fysiologische Basis (Noodzakelijke Nuchterheid):
    In plaats van problemen kapot te analyseren met cognitieve labels of protocollen, brengt de Systeem-Tolk de rust en nuchterheid terug. Eerst zorgen voor fysiologische veiligheid (de-escalatie, rust in het zenuwstelsel, praktische bestaanszekerheid) voordat er überhaupt aanspraak wordt gemaakt op cognitieve gedragsverandering.

    Filteren van Coderingsruis:
    De Systeem-Tolk stript de overbodige psychologische kwalificaties en vragenlijsten uit de zorg- en uitvoeringsprocessen. Door de Signal-to-Noise Ratio te verhogen, zien we weer wat er écht aan de hand is: geen “motivatiestoornis”, maar een gebrek aan perspectief, huisvesting of geld.

    Systeem-Tolken naar het Bestuur:
    In plaats van dat de burger zich moet aanpassen aan de GGZ-taal, vertaalt de Systeem-Tolk de rauwe werkelijkheid van de straat en de werkvloer direct naar de bestuurstafel. Hierdoor worden beleidsmakers gedwongen om niet de burger “bij te sturen”, maar de systeemfouten (zoals de schuldenindustrie of starre regelgeving) aan te pakken.

    4. Conclusie: Van Zelfreflexie naar Resultaatgericht Handelen
    Monique Kremer heeft gelijk: de doorgeslagen psychologische cultuur houdt ons gevangen in een kramp van me, myself and I, terwijl de maatschappelijke structuren afbrokkelen.

    Maar de oplossing is niet om de menselijke ziel aan haar lot over te laten. De oplossing is de Systeem-Tolk: de specialist die met een realistisch, bescheiden en noodzakelijk perspectief de ruis uit het systeem haalt. Niet eindeloos praten of etiketteren, maar rust brengen, de eenvoud herstellen en de juiste sleutel gebruiken op een slot dat al jaren vastzit. Pas als we de fysiologische en maatschappelijke werkelijkheid weer centraal stellen, maken we de weg vrij voor echte menselijke hulp en systeemherstel.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *