COLUMN Racisme: de diagnose en het juiste medicijn

‘Wat moeten we aan racisme doen? Ik constateer een probleem. Waarom moet ik ook met de oplossing komen?' Aan het woord is de gepensioneerde professor Gloria Wekker vorige week in de Volkskrant. Op het interview is verhit gereageerd, maar juist dit punt, dat je niet zelf de oplossing hoeft te bedenken als je een probleem signaleert, bleef onbesproken.

Het maatschappelijk debat over de ernst en frequentie van racisme is heftig, maar waarom gaat het nauwelijks over de vraag hoe je racisme effectief vermindert? Wekker heeft de diagnose gesteld, laten we het nu over het juiste medicijn hebben.

Honderden wetenschappelijke onderzoeken bestaan er over hoe je de negatieve houding ten aanzien van minderheidsgroepen vermindert. De meeste gaan over het veranderen van de houding van witte naar zwarte mensen, maar er is ook behoorlijk veel onderzoek over hoe je de negatieve houding verandert van heteroseksuelen naar homo- en biseksuelen, van de religieuze meerderheid naar religieuze minderheden zoals moslims en van mensen zonder handicap naar mensen met een handicap. In laboratoria en in de praktijk is uitvoerig getest en gemeten welke aanpak het verschil maakt. En ook wat niet werkt of zelfs averechts uitpakt. Met alleen een gesprek maakt een dokter een zieke patiënt niet beter en net zo min  heeft slechts discussiëren weinig effect op het verminderen van discriminatie en vooroordelen.

Wat werkt om het probleem aan te pakken hangt af van de doelgroep. Veel ‘witte’ mensen keuren discriminatie af en vinden het vervelend als ze zichzelf betrappen op een vooroordeel. Maar desondanks hebben onbewuste, impliciete vooroordelen ook greep op hen. Zo kan het gebeuren dat ze in een sollicitatiegesprek Mark onterecht beter vinden dan Mohammed. Of zij vinden die donkere man in die dure auto er verdacht uitzien. Deze groep kan baat hebben bij een bewustwordingsaanpak. Dat start met confrontatie met de eigen vooroordelen. Wanneer je bereid bent je eigen vooroordelen aan te pakken kun je je zelf leren corrigeren, blijkt uit diverse onderzoeken. Uitgevoerd onder de juiste omstandigheden laat een testgroep dan significant minder discriminerend gedrag zien.

Bewustwording heeft echter weinig zin of werkt averechts bij die mensen die sowieso liever Mark aannemen dan Mohammed. Deze groep heeft een ander medicijn nodig. Zij keuren discriminatie expliciet goed. Het zijn de mensen die berichten op Facebook liken waarin donkere voetballers worden vergeleken met apen of die een bom op een moskee geen probleem vinden. Voor deze groep zijn verschillende aanpakken mogelijk. Bijvoorbeeld het goede voorbeeld laten geven door mensen die mensen met een andere huidskleur zien als ‘echte Hollanders’. Als bijvoorbeeld populaire volkszangers of voetballers laten zien dat zij prima overweg kunnen met zwarte mensen en racisme niet tolereren, is de kans groot dat hun fans uit de doelgroep, hun houding deels gaan veranderen. Goed voorbeeld doet goed volgen.

Een andere zinvolle aanpak is het inzetten op het vergroten van empathische gevoelens. Bijvoorbeeld door een film, theaterstuk of persoonlijk verhaal waarin de kijker of luisteraar zich kan inleven en meekrijgt hoe het voelt om gediscrimineerd te worden. Door even niet je eigen perspectief voorop te stellen maar uit gaan van het perspectief van een ander, kunnen vooroordelen verminderd worden, zo laten tal van onderzoeken zien. Maar ook deze aanpak werkt weer niet voor iedereen: mensen die zich moeilijk in kunnen leven in een ander of zich weigeren in te leven, laat deze aanpak koud.

Een doelgerichte aanpak is dus de oplossing. Maar wie moet hier mee aan de slag? Wie is verantwoordelijk voor het produceren en distribueren van de juiste “medicijnen”? Vaak wordt er naar de groep gekeken die het probleem aankaart. Homofobie op school? Dan komen homo- en biseksuelen op school om de leerlingen van gedachten te doen veranderen. Racisme in de wijk? Dan wordt de zelforganisatie van migranten of vluchtelingen gevraagd een aanpak te bedenken. Maar moet diegene die last heeft van het probleem het ook oplossen? Wekker geeft aan dat het een diepgeworteld maatschappelijk probleem is. Dat vraagt om een collectieve verantwoordelijkheid in de aanpak. De landelijke overheid speelt hier al een rol in, maar ook lokale overheden en maatschappelijke organisaties kunnen het nog meer als een belangrijke taak oppakken.

Honderden jaren aan kolonisatie lossen we niet op met een speldenprikje. Meer doordachte en onderbouwde aanpakken hebben we nodig en we moeten blijven investeren in het verbeteren van de kwaliteit van onze aanpakken. Misschien krijgt Gloria Wekker dan over een paar jaar dan meer tijd om van haar pensioen gaan genieten.

Hanneke Felten, onderzoeker en projectleider Diversiteit & Effectiviteit bij Movisie en Saskia Keuzenkamp, teamleider Movisie en bijzonder hoogleraar participatie en effectiviteit.

Dit artikel is 1031 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Racisme staat bekend als een modern monster, waarvan niets goeds valt te zeggen. Maar neem nu Naipaul. Hij schrijft:

    ‘‘The racial sense, which contains respect for the individual and even that concept of ‘people’, remains as remote from India as ever. The racial sense is alien to India. Historically, this absence of cohesiveness has been the calamity of India.’’ (Naipaul, V.S. (I), pp. 158-159; 154).
    Vert. Het raciale gevoel dat respect bevat voor de individu en zelfs de idee van ’volk’, blijft als immer ver van India. Historisch is deze afwezigheid van saamhorigheid India’s ramp.

    Als ik Naipaul goed lees had India wel een dosis racisme kunnen gebruiken. In gunstige zin. Dus is racisme misschien toch niet helemaal zwart/wit slecht*, Wat zou Wekker hiervan vinden? Kunt u dat nagaan?

    * Lees ook D.’Souza’s: ‘The End of Racisme’, The Free Press, USA 1995.

  2. Ik vraag me af waarom Indische Nederlanders en hun verwanten niet meedoen in dit debat. Niet omdat zij toen ze aankwamen in Nederland niet ervaren hebben wat racisme is en wat het te maken heeft met de koloniale geschiedenis, maar ook omdat de ouderen ook hebben gezien dat het een algemeen menselijk, zo niet antropologisch fenomeen is waarin een correcte historische visie er nauwelijks toe doet! Casus: toen mijn nichtje met haar joods-chinees-indische moeder in 1942 in Bandoeng uit het kamp kon blijven, terwijl haar witte vader achter prikkeldraad verdween, uitgehongerd en gemarteld werd, drukte mijn tante Ethel haar op het hart dat ze ‘de Jap’ nooit mocht aankijken, want dan zag die de blauwe ogen van haar vader… Andere witte ooms, tantes, neven en nichtjes verdwenen ook achter prikkeldraad, lieten het leven, werden gek. Opmerkelijk omdat de Japanners nooit door blanken/witten gekoloniseerd werden. Er is nu een belangrijk dik boek over de oorliogsmisdaden van Nederlandse militairen die hen bevrijd hebben in de periode daarna. Indonesië werd daarna onafhankelijk en Soekarno president. Hij had vrolijk samen gewerkt met de Jap. Hij ontving in zijn paleis in Bogor/Buitenzorg… ook nog eens vrolijk Sinterklaas en Zwarte Piet. Ik krijg deze postmoderne discussie over racisme daarom niet in het correcte historische spoor, laat staan met een aanwijsbare duidelijke incarnatie van het kwaad. https://javapost.nl/…/sinterkl…/sinterklaas-mw-soekarno/

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *