Communiceer beter over hoe je te gedragen tegen het virus

Ons gedrag is cruciaal in de strijd tegen het coronavirus. Om dat te beïnvloeden is meer en betere communicatie nodig dan op persconferenties meedelen wat de maatregelen zijn, betogen twaalf hoogleraren.

Zolang er geen vaccin is, is ons gedrag de belangrijkste verdedigingslinie tegen de verspreiding van het coronavirus. Het is daarom van groot belang dat de maatregelen en adviezen van de overheid gericht zijn op het bevorderen van het juiste preventieve gedrag. Hoewel een tweede lockdown het meest effectief is om het virus te bestrijden, is deze gedragsmaatregel buitengewoon ingrijpend voor onze maatschappij en ontbeert het voldoende draagvlak.

Hoe houden we de maatschappij draaiende en tegelijk de verspreiding van het virus tegen? De overheid roept ons als burgers op onze verantwoordelijkheid te nemen en ons gezond verstand te gebruiken. Dat is een goed uitgangspunt. Maar op persconferenties meedelen wat de maatregelen zijn, is niet voldoende. Wat is nodig?

Ten eerste, geef mensen informatie om de risico’s van besmetting en andere gevolgen goed in te schatten. Het coronavirus is een onzichtbaar en ongrijpbaar risico dat voorstelbaar en hanteerbaar gemaakt moet worden.

Ten tweede, geef duidelijke adviezen hoe mensen in verschillende situaties zo veel mogelijk het juiste preventieve gedrag kunnen vertonen. Wat kan je doen als voldoende afstand houden niet altijd lukt.

Ten derde, communiceer gericht met doelgroepen voor wie het nodig is. Lang niet alle Nederlanders volgen de persconferenties op tv of volgen de reguliere on- en off-line nieuwsmedia.

Goede risico-communicatie: maak bewust en alert

Het is van belang mensen bewust en alert te maken en te houden. Toen het aantal besmettingen begin juli in Nederland laag was, veranderde het gedrag van mensen en het leek of het virus weg was. Nu er geen beelden meer zijn van overvolle IC’s en doodzieke patiënten, kunnen ervaringsverhalen van mensen die Covid-19 hebben gehad ertoe bijdragen dat de ernst van de gevolgen van een besmetting op het netvlies blijft. Tegelijkertijd blijft ondanks het oplopende aantal besmettingen van de laatste tijd het individuele risico op besmetting laag.

Hoe breng je zo’n laag persoonlijk risico met mogelijk grote maatschappelijke gevolgen over? Rutte en minister De Jonge deden een goede poging toen ze tijdens een persconferentie in juni de metafoor gebruikten van het water en de dijken die het water tegen moeten houden. Ook al zijn ze lang niet altijd nodig, we halen de dijken niet weg want het water is er nog.

Het is verder zo dat sommige situaties een groter risico vormen op besmetting dan andere, maar deze zijn niet altijd even herkenbaar. Onze intuïtie laat ons bij dit onzichtbare risico in de steek, zoals besmettingen in de huiselijke kring laten zien. Geef mensen daarom informatie om risicovolle situaties te herkennen, zoals kleine ruimtes, gebrekkige ventilatie, en langdurig contact.

Geef mensen naast concrete gedragsregels, inzicht in hoe besmetting plaats vindt en waarom preventief gedrag besmetting kan voorkomen. Met duidelijke informatie die inzicht geeft, zijn mensen beter in staat eigen keuzes te maken. En gebruik affectieve ervaringsverhalen om de risico’s voorstelbaar en invoelbaar te maken. Het doel van herhaalde en heldere communicatie is om een bewuste en alerte houding van voorzichtigheid en voorzorg te creëren: ‘bij twijfel, niet inhalen’, om maar een andere metafoor te gebruiken.

Concrete gedragsinformatie: motiveer en maak competent

Om mensen tot het gewenste gedrag te motiveren moeten ze dit zelf willen en kunnen doen. Dreigen met boetes helpt niet als er geen groot draagvlak is en de pakkans laag. Je kunt met straf geen onwillig volk meekrijgen.

Mensen worden gemotiveerd als ze de urgentie voelen en begrijpen waarom het voor henzelf belangrijk is om zich aan de regels te houden. Het afnemende draagvlak voor de maatregelen in de zomer van 2020 laat zien dat dreigen met het risico op besmetting en een lockdown bij groeiende groepen niet meer werkt. Overtuigen lukt niet door de eigen argumenten eindeloos te herhalen, maar door het perspectief van de doelgroep serieus te nemen.

Dat vraagt inzicht in waarom mensen zich niet meer aan de regels houden, zodat daar op kan worden ingegaan. Een veel gehoord argument is dat mensen niet snappen waarom zij iets niet mogen, terwijl iets anders wel mag. Een sterke versimpeling van de regels – hou altijd 1,5 meter afstand en draag een mondkapje als afstand houden niet lukt– kan hierbij helpen. Mensen die de regels volgen, zijn gevoelig voor argumentatie gericht op beschermen van kwetsbare groepen. Echter, dit argument spreekt niet iedereen meer aan. Laat hen dan inzien dat ze er zelf baat bij hebben als we met zijn allen de maatregelen opvolgen.

Het is belangrijk dat mensen niet alleen informatie krijgen over wat niet mag, maar ook vooral wat ze wél kunnen doen. Geef aansprekende concrete voorbeelden hoe je dit aanpakt. Er zouden dagelijks frontberichten kunnen komen waarin mensen uitleggen wat ze precies doen om afstand te houden, drukte te vermijden, en op afstand hun sociale contacten te onderhouden.

Daarmee geef je ook aandacht aan mensen die zich juist wel aan de regels houden. Belangrijk is herhaling via alle media, toegespitst op de concrete problemen van doelgroepen, en visueel aantrekkelijk. Als tegenwicht van de vele dagelijkse verleidingen en sociale druk, moet communicatie er zijn op plekken en juist op momenten dat het ertoe doet en de verleiding om je ‘even’ niet aan de regels te houden groot is. De alomtegenwoordige matrixborden kunnen vast creatiever gebruikt worden.

Communicatie met doelgroepen: ondersteun en betrek

Effectieve communicatie moet aansluiten bij de diversiteit binnen de Nederlandse bevolking in leeftijd, geslacht, etnische afkomst en opleidingsniveau. Risicofactoren voor infectie en een ernstiger ziekteverloop komen veel vaker voor onder Nederlanders met een laag opleidings- en inkomensniveau, en bij mensen met een migratieachtergrond. Juist deze mensen horen vaak tot de groep van 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met lezen en digitale vaardigheden.

Ze hebben niet alleen meer uitleg nodig, maar ook uitleg op een andere manier. Minder informatie tegelijk en in begrijpelijke taal, liefst via andere informatiekanalen dan alleen NPO1. Animaties en filmpjes via WhatsApps, YouTube, Facebook en andere websites kunnen helpen. Voor mensen met een migratie-achtergrond kan informatie via vertrouwde sleutelpersonen uit de gemeenschap of de wijk, of vertrouwde organisaties zoals kerken en moskeeën, en informatie in eigen taal, het vertrouwen vergroten.

Voor jongeren is de sociale norm belangrijk, hun gedrag is sterk afhankelijk van wat leeftijdgenoten doen. Behoefte aan sociaal contact maakt het voor jongeren extra moeilijk om de maatregelen te volgen. Ook daar kunnen sleutelpersonen en rolmodellen worden ingeschakeld, bijvoorbeeld influencers op Instagram en TikTok. Maar ook ouders en leerkrachten kunnen jongeren helpen om zich op sociale wijze aan de maatregelen te houden.

Belangrijk bij dit alles is om de doelgroep goed te betrekken om te garanderen dat informatie echt aansluit bij hun behoeften. Haal creatieve ideeën op in de samenleving en maak mensen mede-eigenaar van beleid en maatregelen. Schakel deskundige organisaties in zoals Pharos, Stichting Voorlichters Gezondheid, en jongerenvertegenwoordigers om communicatiematerialen op maat te ontwikkelen en via de juiste kanalen bij de doelgroepen te brengen. En vermijd schuld geven aan bepaalde groepen. De ingestelde maatregelen moeten niet worden opgevat als een straf.

Het doel moet zijn versterking van de goed geïnformeerde verantwoordelijkheid, competentie en motivatie van de burger, en samenwerking en solidariteit met iedereen om het gewenste gedrag wel goed te kunnen toepassen. Communiceren doen we altijd en overal, laat de overheid deze kansen nu niet onbenut laten.

 

Daniëlle Timmermans, hoogleraar risicocommunicatie AmsterdamUMC VU

Charles Agyemang, hoogleraar migratie en gezondheid AmsterdamUMC UvA

Moniek Buijzen, hoogleraar communicatie en gedragsverandering EUR

Semiha Denktas, hoogleraar psychologie en gedragsverandering EUR

Andrea Evers, hoogleraar gezondheidspsychologie LU

Gerard Molleman, hoogleraar preventie publieke gezondheid RadboudUMC

Maria van den Muijsenbergh, hoogleraar gezondheidsverschillen RadboudUMC

Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie UvA

Denise de Ridder, hoogleraar psychologie UU

Robbert Sanderman, hoogleraar gezondheidspsychologie UMCG RUG

Julia van Weert, hoogleraar gezondheidscommunicatie UvA

John de Wit, hoogleraar sociale wetenschappen UU

 

Een verkorte versie van dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad.

 

Foto: Geoff Livingston (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 3112 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Ik ben het met deze benadering erg eens. Alleen de versimpeling (‘hou altijd 1,5 meter afstand en draag anders een mondkapje’) lijkt me in strijd met de rest van het stuk.
    Juist het niet maken of erkennen van onderscheid tussen binnen en buiten en tussen langdurige en vluchtige ontmoetingen is naar mijn mening de oorzaak van veel onbegrip en situaties van niet-houden-aan.
    De corona-app bijvoorbeeld slaat pas aan na 10 of 15 minuten nabijheid. Daarvan gaat het signaal uit dat iemand op korte afstand passeren (en desnoods even adem inhouden) voor anderszins gezonde mensen geen serieus risico oplevert.

  2. En weer, bij zoveel gecombineerde geleerdheid, wordt vergeten dat de eerste en beste verdediging tegen een virus een goed functionerend immuunsysteem is. Dat kun je versterken en je kunt het schaden. Niemand in een verantwoordelijke functie heeft er tot nu ook maar één woord aan vuil gemaakt: zorg voor een goed immuunsysteem. Dat is niet zo ingewikkeld. Waarom doen we het niet? Waarom al die nadruk op sturen en informatiebehoeften en controle en afstand. Zorg voor je immuunsysteem!

  3. Wat een tenenkrommend slecht verhaal van maar liefst twaalf hoogleraren. En dat nog wel op de website van ‘Sociale’ Vraagstukken.

    De auteurs nemen klakkeloos het kabinetsbeleid als vertrekpunt. Het is hen kennelijk ontgaan dat vele medici en wetenschappers in binnen- en buitenland inmiddels forse kritiek hebben op de afstandsregels en het gebruik van mondkapjes.

    De hoogleraren stellen bijvoorbeeld dat “een tweede lockdown het meest effectief om het virus te bestrijden.” Hiermee suggereren zij dat de lockdown in maart 2020 effectief is geweest.

    Verschillende onderzoekers hebben echter geen causale relatie gevonden tussen de verschillende lockdowns (licht tot zeer streng) en de afname van ziekenhuisopnames en sterfgevallen: de curve ziet er overal hetzelfde uit.

    Daarnaast praten zij over het “oplopende aantal besmettingen van de laatste tijd”. Hiermee papegaaien ze de massamedia na. Want het betreft uitsluitend positieve testresultaten van coronatesten. Dit zijn testen die virusresten aantonen, maar niét of mensen besmettelijk zijn. En ja, als je flink meer gaat testen, zul je automatisch meer positieve testresultaten vinden.

    Virologische testen bij huisartsen tonen echter sinds eind mei 2020 al geen COVID-19 meer aan bij mensen die zich met griepachtige klachten melden bij de huisartsen. Zie https://www.rivm.nl/griep-griepprik/feiten-en-cijfers.

    Bijzonder storend is het gebruik van oorlogstaal: “strijd tegen het coronavirus”, “verdedigingslinie” en “frontberichten”. Oorlogstaal is taal die mensen angstig maakt. En als dat langdurig gebeurt, verzwakt het hun immuunsysteem. En dat maakt hen gevoeliger voor virussen en bacteriën. Is dat de bedoeling van de hoogleraren?

    In Trouw verscheen in mei 2020 een opinieartikel over de schadelijke effecten van oorlogstaal. Zie https://www.trouw.nl/zorg/corona-is-geen-oorlog-hoe-militaire-metaforen-angst-aanwakkeren~b3b68af5/. In het artikel staat onder meer: “Die oorlogstaal versterkt het gevoel van apocalyptische dreiging. Daarmee doen we onze werkelijkheidszin en onze menselijkheid geweld aan.”

    Nu even de feiten: COVID-19 is even gevaarlijk als een flinke griep. Niet voor niets zei Rutte in maart 2020 dat de meeste mensen slechts milde klachten zullen krijgen.

    Dat blijkt te kloppen: voor 98% van de mensen heeft besmetting met COVID-19 nauwelijks gevolgen. Voor de overige 2% is het gevaarlijk; dit zijn mensen met een ernstig verzwakt immuunsysteem, waarbij een griepje, longontsteking of zomerhitte ook het spreekwoordelijke ‘laatste zetje’ kan geven.

    In die zin zijn COVIID-19 en griep qua doodsoorzaak communicerende vaten. De cijfers illustreren dit. In het afgelopen griepseizoen zijn ruim 6.000 minder griepdoden gevallen dan gemiddeld in de vorige vijf griepseizoenen. Zie https://www.rivm.nl/monitoring-sterftecijfers-nederland en https://kompanje.org/2020/03/23/een-longontsteking-the-friend-of-the-elderly/.

    Maar ik begrijp de houding van de hoogleraren wel. Zij zijn waarschijnlijk doodsbang gemaakt voor COVID-19. Door alle persconferenties van het kabinet en de onophoudelijke angstberichten in de media. Daardoor stellen ze zich helemaal niet meer de vraag of het kabinetsbeleid gericht op preventie (is dat het doel?), nog wel opweegt tegen alle nadelen ervan.

    Nee, ze stellen zelfs een sterke versimpeling voor van de regels: “Hou altijd 1,5 meter afstand en draag een mondkapje als afstand houden niet lukt.”

    Zonder dat zij zich ervan bewust zijn, pleiten de hoogleraren voor een bizarre, inhumane maatregel. Want mensen zijn sociale wezens, waarvoor lichamelijk contact een basisbehoefte is. Wie bedenkt nu om dat te verbieden? Het betekent bijvoorbeeld dat er geen nieuwe intieme relaties kunnen ontstaan.

    Filosoof René ten Bos zei in juli 2020 in een interview: “Noem mij één bewind dat mensen verbood om elkaar aan te raken.” Zie https://www.youtube.com/watch?v=Waqbuy2wpAs.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *