De kloof is dieper binnen de stad dan tussen stad en platteland

Tussen de Randstad en de regio zou een ware ‘cultuurstrijd’ opgelaaid zijn. Maar wie beter kijkt, zoals onderzoeker Twan Huijsmans deed, ziet dat stad- en plattelandsbewoners zeker niet in alle opzichten steeds meer tegenover elkaar staan. Veeleer zijn de stedelingen onderling verdeeld. En dat lijkt vooral aan opleidingsniveau te wijten.

Commentatoren en politici benadrukken de afgelopen jaren steeds vaker een vermeende politieke kloof tussen de (Rand)stad en het platteland in Nederland. In het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) geven inwoners van landelijke regio’s vaker aan dat ze zich niet goed vertegenwoordigd voelen door de nationale politiek.

Deze kloof krijgt veel aandacht door de stikstofcrisis en de aanhoudende boerenprotesten en wordt daardoor ook opgepakt in de campagne voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Het CDA zal bijvoorbeeld stevig inzetten op betere vertegenwoordiging van burgers buiten de Randstad en er doet zelfs een nieuwe partij  mee met de slogan: ‘De stem van en voor het platteland!’.

Behalve het gevoel van ongelijke vertegenwoordiging lijken inwoners van landelijke gebieden ook anders te denken over culturele thema’s dan inwoners van grote steden. Rond deze tijd van het jaar wordt de Pietendiscussie bijvoorbeeld veelal geplaatst in een frame van een cultuurstrijd tussen Randstad en platteland.

Kosmopolitisch-nationalistische vraagstukken

Wetenschappelijk onderzoek in andere Europese landen laat inderdaad zien dat de stad-platteland-kloof vooral zichtbaar is als het gaat om attituden over dit soort ‘nieuwe’ culturele vraagstukken, zoals de multiculturele samenleving, immigratie en Europese integratie. Deze kosmopolitisch-nationalistische vraagstukken zijn ook in Nederland steeds bepalender in het politieke debat.

Aangezien stad en platteland in Nederland zo dicht bij elkaar liggen – je bent vanaf Amsterdam binnen drie uur rijden in ieder willekeurig plattelandsdorp in de rest van het land – is het goed om eens precies te kijken in hoeverre een dergelijke kloof in Nederland ook bestaat, en zo ja, of deze inderdaad is toegenomen.

Het is aannemelijk dat stad en platteland steeds verder van elkaar afdrijven doordat steeds meer jonge hoger opgeleiden met bovengemiddelde inkomens naar de grote steden trekken, terwijl er een grote groep oudere mensen met een lagere opleiding achterblijft op het platteland. Daarnaast zou toegenomen etnische diversiteit in steden en toegenomen regionale economische ongelijkheid in Nederland een eventuele toename van de stad-platteland kloof in politieke attituden kunnen verklaren.

Toenemende sociaal-culturele kloof tussen stedelijke en landelijke gebieden

In recent onderzoek vergeleken mijn collega’s en ik politieke attituden van inwoners uit meer- en minder-stedelijke gemeenten over de afgelopen decennia in Nederland. Hiervoor maakten we gebruik van de vijf stedelijkheidscategorieën van het CBS. Op basis van data uit het NKO en Culturele Veranderingen (CV) van het SCP blijkt dat inwoners van grote steden steeds meer zijn gaan afwijken van inwoners van kleinere steden, dorpen en het platteland als het gaat om attituden ten opzichte van de Europese Unie en de multiculturele samenleving. Inwoners van (middel)grote steden zijn steeds positiever geworden over de EU en etnische minderheden, terwijl dit niet of veel minder geldt voor inwoners van andere gebieden. De kloof tussen stad en platteland is dus toegenomen als het gaat om kosmopolitisch-nationalistische vraagstukken. Verschillen in andere attituden, zoals politiek wantrouwen of tevredenheid, zijn niet toegenomen. Verschillen in houdingen over economische herverdeling of moraal-religieuze onderwerpen zijn zelfs (licht) afgenomen.

De toegenomen kloof in kosmopolitische-nationalistische opvattingen tussen steden en andere gebieden is ook terug te zien in de recente verkiezingsuitslagen. De steun voor de vier partijen die de uiteinden van de nieuwe culturele dimensie vertegenwoordigen – GroenLinks en D66 aan de kosmopolitische kant en Forum voor Democratie en PVV aan de nationalistische kant – is sterk geconcentreerd in verschillende gebieden (zie Figuur 1). In totaal kregen GroenLinks en D66 21 procent van de stemmen in de Provinciale Statenverkiezingen van 2019, terwijl ze in steden als Amsterdam, Utrecht en Groningen tot wel 40 procent van de stemmen kregen. PVV en FvD kregen samen in totaal 15 procent van de stemmen, maar dit was in sommige kleine en middelgrote gemeenten in Limburg en Zeeland wel 40 procent.

 

Figuur 1. Geografische spreiding van de steun voor kosmopolitische partijen (GL & D66) en nationalistische partijen (PVV & FvD) in de Provinciale Statenverkiezingen van 2019.

Maar het is niet stad versus platteland

Hoewel bovenstaande trends en verkiezingsuitslagen suggereren dat ‘kosmopolitische steden’ steeds verder afdrijven van de rest van het land, is dit beeld te simpel als je verder inzoomt op buurtniveau. Net als in andere Europese landen en de VS is het verschil in attituden het meest zichtbaar tussen inwoners van (middel)grote binnensteden aan de ene kant, en inwoners van buitenwijken en inwoners van grote dorpen aan de andere kant, die op hun beurt gemiddeld genomen weer wat kosmopolitischer zijn dan plattelandsbewoners.

Data van de vier meest recente NKO-meetmomenten laten zien dat 47 procent van de inwoners van (middel)grote binnensteden vindt dat Europese integratie te ver is gegaan, vergeleken met 57 procent van de inwoners van de buitenwijken van deze steden. Ook 57 procent van de inwoners van kleinere steden of grote dorpen is het hiermee eens, vergeleken met 63 procent van de plattelandsbewoners.

Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar bij de stelling dat allochtonen zich beter moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur in plaats van dat ze hun eigen waarden en tradities behouden. Het verschil binnen de stad – tussen binnenstad en buitenwijken – is dus groter dan het verschil tussen buitenwijk en platteland.

Laten we deze kloof niet overdrijven

Ook al zijn er duidelijke verschillen tussen (middel)grote binnensteden en andere gebieden, lang niet alle binnenstadsbewoners zijn kosmopolieten. Bijna de helft van de binnenstadsbewoners vindt dat Europese integratie te ver is gegaan en ook de helft van de binnenstadsbewoners geeft aan dat allochtonen zich beter zouden moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur.

Daarnaast blijft opleidingsniveau de meest belangrijke voorspeller voor kosmopolitische of nationalistische attituden. Het aandeel Eurosceptici onder plattelandsbewoners is 16 procentpunten hoger dan het aandeel Eurosceptici onder binnenstadsbewoners, terwijl de verschillen tussen de hoog- en laagopgeleiden twee keer zo groot zijn.

Deze opleidingsverschillen zien we ook binnen de stedelijkheidscategorieën, zoals figuur 2 laat zien. Hierin verdeel ik de respondenten uit de vier meest recente meetmomenten van het NKO in vier groepen op basis van hun woonomgeving: platteland, kleine stad/groot dorp, buitenwijk en binnenstad. Binnen deze groepen verdeel ik de respondenten vervolgens in drie opleidingsgroepen: hoog, midden en laag. De figuur laat zien hoeveel procent van de respondenten binnen deze groepen vindt dat Europese integratie te ver is gegaan, en hoeveel procent vindt dat allochtonen zich beter moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur.

Wat opvalt, is bijvoorbeeld dat hoger opgeleide binnenstadsbewoners veel meer verschillen van lageropgeleide binnenstadsbewoners dan van hoger opgeleide plattelandsbewoners. Dit geeft aan dat de opleidingskloof in kosmopolitische-nationalistische attituden sterker is dan de stedelijkheidskloof, net als in andere Europese landen.

 

Figuur 2. Verschillen in Euroscepticisme en etnische intolerantie tussen opleidingsniveaus, binnen stedelijkheidscategorieën op buurtniveau

De stedelijkheidskloof in perspectief

Inwoners van stedelijke gebieden hebben meer kosmopolitische opvattingen vergeleken met inwoners van minder-stedelijke gebieden in Nederland. Deze verschillen zijn substantieel toegenomen in de laatste decennia. Dit is ook terug te zien in de geografische patronen in verkiezingsuitslagen. Voor andere typen politieke attituden, bijvoorbeeld links-rechts oriëntatie, politiek vertrouwen of attituden over economische en moreel-religieuze issues, vinden we geen toenemende verschillen of zelfs een lichte afname.

De grootste kloof bestaat tussen inwoners van (middel)grote binnensteden en de buitenwijken, en – anders dan vaak beweerd - veel minder tussen deze buitenwijken en landelijke gebieden. Het begrip stedelijkheidskloof vat deze verschillen daarom beter samen dan de aanduiding stad-platteland-kloof.

Dat de stedelijkheidskloof in kosmopolitische-nationalistische attituden is toegenomen betekent niet dat het de belangrijkste scheidslijn op de sociaal-culturele dimensie is geworden in Nederland. Verschillen tussen opleidingsgroepen zijn veel sterker, zelfs binnen stedelijkheidscategorieën. Als we dit niet erkennen, overschatten we de polarisatie tussen stads- en plattelandsbewoners. Met het risico dat we vervallen in het gebruik van stereotypen voor bepaalde gebieden en hun bewoners. Wie je bent blijkt nog altijd minstens zo belangrijk als waar je woont.

Twan Huijsmans is als promovendus verbonden aan de afdelingen Sociologie en Politieke wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

 

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)

Dit artikel is 1876 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Binnen de grote steden zijn de verschillen het grootst aangezien de groepen allochtonen hier ook het grootst zijn. De ‘volksverhuizing’ van autochtonen naar de randgemeenten heeft hier mee te maken. Alleen zij met hogere inkomens kunnen zich dit veroorloven. En voor een hoger inkomen dien je meestal ook over een hogere opleiding te beschikken.
    Binnen de grote steden vind je echter wel de ‘wereldburgers’ in de ‘betere’ buurten die veelal ook een betere maatschappelijke functie hebben al dan niet door opleiding verkregen.
    In Rotterdam wonen deze groepen in Hillegersberg en Kralingen. Veel autochtonen met veelal lage sociale status en opleiding wonen in de binnenstad.
    In de buitenplaatsen wordt deze ontwikkeling met argusogen bekeken zeker in die plaatsen waar veel autochtonen oorspronkelijk van de grote steden kwamen. Te denken valt aan Purmerend, Zoetermeer, Hoogvliet en Spijkenisse. In deze plaatsen wonen meer hoogopgeleiden maar scoren de PVV en FvD ook goed.
    Migratiegolven vormen in werkelijkheid de grote politieke en sociale splijtbom in de woongebieden.
    Opleidingsniveau vormt het spiegelbeeld hiervan. Veel allochtonen en sociaal lage milieu’s mogen in de ‘prachtwijken’ met elkaar in de slag.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *