Dringend gezocht: morele autoriteit!

Als er een woord is dat nu veel gebruikt wordt, dan is het crisis. Eurocrisis, vluchtelingencrisis, bankencrisis, Syriëcrisis. Maar toch horen we vrijwel niets over de morele en levensbeschouwelijke stoornis die eraan ten grondslag ligt.

De bankencrisis lijkt op het eerste zicht niets te maken te hebben met moraal, maar zelfs de vorige Belgische premier Di Rupo sprak in het parlement onomwonden over de hebzucht van de bankiers. Of neem de klimaatopwarming, die wordt vooral veroorzaakt door kortzichtig eigenbelang van hen die voor snelle rijkdom kiezen zonder aan komende generaties te denken. Onderliggend dus.

Kerk heeft aan moreel gezag ingeboet

De morele crisis bestaat eruit dat er geen algemeen erkende morele autoriteit meer is. Vroeger was de kerk dit, gedurende eeuwen was zij de hoedster van de waarden en de onbetwiste morele leidster van Europa. Er was weliswaar regelmatig kritiek op misbruik door haar dienaren, maar niet op haar positie of mandaat zelf. Vandaag is de situatie totaal anders. Door het secularisatieproces heeft de kerk haar politieke macht en maatschappelijke invloed grotendeels verloren. Maar ook haar morele gezag is, door enkele onfrisse schandalen, behoorlijk aangetast. Waar men vroeger een algemeen respect had voor de pastoor en het instituut, lijkt het vandaag bijna een sport om met haar te spotten. Het is niet dat de kerk vandaag helemaal géén moreel gezag meer heeft: gelovigen zijn nog altijd de grootste groep, en ook al komen ze weinig in de kerk, respect is er nog altijd. Maar de kerk in Europa is duidelijk verhuisd naar de oppositiebanken.

De grote vraag is welke andere levensbeschouwelijke instantie het morele gezag van de kerk heeft overgenomen. Je zou mogen verwachten dat degenen die de kerk het sterkst bekritiseerden, de fakkel verder dragen: de vrijdenkers, de atheïsten en humanisten. Zij hebben met succes het christelijke monopolie doorbroken en zijn de grootste pleitbezorgers van morele vrijheid. Dus is het Humanistisch Verbond of de Unie van Vrijzinnige Verenigingen vandaag dé grote verkondiger van morele waarden? Nee, hoewel hun gedachtengoed wijd verspreid is, blijven zij een erg kleine groep in onze samenleving. Maar ook uit principe zijn zij het niet: volgens hun levensvisie bepaalt elk mens zélf zijn eigen waarden en normen: er is geen instantie van buitenaf of bovenaf die dit kan doen, geen God, geen Bijbel, geen kerk, zelfs geen humanistische Hoge Raad.

We bevinden ons in een moreel vacuüm

Het is vreemd dat we die morele autoriteit vandaag niet kunnen aanduiden. De morele troon is leeg, de functie is vacant, of, beter gezegd: er is helemaal geen vacature uitgeschreven. We bevinden ons in een moreel vacuüm, waarbij sommigen verkiezen deze bewust leeg te laten of deze functie voorgoed af te schaffen: vrijheid-blijheid alom. Maar dat is buiten de harde realiteit gerekend. Want overal waar er een machtsvacuüm is, zijn er groepen die gretig de lege plaats claimen.

Velen denken dat de staat deze nobele rol heeft overgenomen, de wetgever, onze geachte volksvertegenwoordigers; of de media, de culturele sector of het onderwijs. Sommigen van hen proberen inderdaad wat aan volksverheffing te doen. Maar de verschillende religies zijn nog niet uitgespeeld, en laten hun stem klinken in het morele debat. Ook radicale groepen en sekten floreren op de voedingsbodem van de morele leegte. Met andere woorden de nieuwe morele meerderheid is een coalitie van vele groepen, een amalgaam van honderden splinterpartijen, waaronder veel éénmanspartijtjes, waarbij ieder zijn eigen paus is. Op een sterke morele regering moeten we duidelijk niet hopen.

Vanwaar moeten zogenaamde universele morele waarden dan komen? Moeten ze misschien democratisch worden vastgelegd? Dit klinkt leuk, maar in theorie is dit absurd: als 51 procent van de bevolking zou beslissen dat belastingontduiking moreel aanvaardbaar is, is het dat dan ook? Zullen we voortaan per referendum vastleggen of liegen of moord in bepaalde situaties wél toegestaan wordt? Het morele vacuüm, dat sommigen zo graag hebben, is eigenlijk morele anarchie. Het is niet veel anders dan wat we in Syrië zien, in Somalië of Libië. De Arabische lentes tonen het ons ook al: een dictator wegjagen is niet zo moeilijk, maar wat komt erna? We hebben nog nergens een Arabische zomer gezien: de lente gaat direct over in herfst of winter. Op moreel gebied is dit niet anders.

Voor radicale vrijdenkers is het éérste gebod: ‘Gij zult niet moraliseren’. Niemand moet mij vertellen wat ik moet doen, is hun devies. Maar op zich is ‘ieder bepaalt zijn eigen waarden’ een onzinnige uitspraak: we leven toch sámen met anderen, of niet? Zodra je met één ander samenwoont, werkt dit niet meer.

Aanbidding van morele vrijheid leidt tot vastlopen van samenleving

In feite is de belangrijkste vraag wat morele autoriteit is en hoe het werkt. Ze is namelijk wezenlijk anders dan politieke autoriteit: deze laatste wordt in de praktijk vaak gevestigd door geweld, bedrog of door (min of meer) democratische verkiezingen. Eenmaal aan de macht gekomen, hebben leiders de feitelijke macht om wetten af te dwingen. Maar vaak hebben machthebbers geen morele autoriteit bij hun bevolking, of verliezen ze die na een tijd, tot op een punt dat heel de bevolking de leider veracht en haat. Enkel door een terreurregime kan hij zijn positie nog vasthouden. Morele autoriteit daarentegen zit binnenin. Wanneer de mens aan de binnenkant is wie hij aan de buitenkant is: iemand uit één stuk, die door het vuur gaat, die grote offers brengt, niet voor eigen verrijking, maar voor anderen. Mensen houden van zulke leiders!

Gandhi is hiervan een mooi voorbeeld: hij bekleedde nooit een politiek mandaat, maar zijn morele autoriteit was sterker dan die van de hele regering samen. Als hij aan het vasten ging, stopten de rellen over het ganse land, enkel door zijn morele appél. Nelson Mandela had veel morele autoriteit: het lijkt wel alsof énkel zijn persóón het land samenhield. Jezus is een nog véél sterker voorbeeld: zijn woorden zijn op moreel gebied onovertroffen: ‘heb uw vijand lief’, ‘keer uw rechterwang toe’, ‘laat uw ja ja zijn. De kerk kan veel moreel gezag verloren hebben, maar dat geldt niet voor haar stichter.

Er ís dus nog wel moreel gezag vandaag, maar niemand kan het meer opleggen of afdwingen. We vinden het hier en daar bij leiders met grote persoonlijke integriteit, maar ook dezen kunnen snel, na één morele uitschuiver, van hun voetstuk tuimelen. Dit wil zeggen dat het erg versnipperd is, voorwaardelijk, tijdelijk en fragiel. Stel je even voor dat mensen zo met de verkeersregels zouden omgaan: ‘ik gehoorzaam alleen die verkeersregels die ik persoonlijk goed vind, en ik luister alleen naar een politieagent wiens privé morele integriteit ik erken’. Hoe lang zou het duren voordat we onszelf compleet vastgereden hebben?

Dat verklaart de spirituele leegte van vandaag: ieder beslist vrij welke morele principes hij volgt en welke niet. Ieder shopt op de levensbeschouwelijke markt en vult zijn morele winkelkarretje met wat hij ‘liket’. Maar in deze sfeer van vrijheid-blijheid zijn er nog nooit zoveel verslavingen en depressies geweest. Hoelang zal het duren vooraleer onze samenleving zich door de tomeloze aanbidding van morele vrijheid volkomen vastgereden zal hebben?

Ignace Demaerel is godsdienstleraar en auteur. Dit artikel is een ingekorte versie van zijn column in Knack.

Afbeeldingsbron:
Creativecommons

Reacties op dit artikel (2)

  1. Ja, wij leven samen. We leven echter niet meer in een homogene samenleving zoals zestig jaar geleden. Bij de diversiteit waar vandaag de dag in de samenleving sprake van is – vol tegengestelde levensovertuigingen, waarden, normen en daarmee samenhangende morele principes – past geen statige morele autoriteit die bepaalt wat hoort voor iedereen. De diversiteit vraagt om een samenleving waarin iedereen zijn overtuigingen kan uiten (wat wel een bepaalde mate van moraliseren in zich kan hebben), en waarin mensen met uiteenlopende opvattingen met elkaar daarover in dialoog gaan. Die dialoog zet aan tot een reflectie op je eigen normen en waarden en draagt op die manier bij aan de bewustwording en ontwikkeling van eigen overtuigingen.

  2. Van de dialoog heb ik nog niet veel gemerkt. Van ontwikkeling van eigen overtuigingen nog minder.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *