Katie Jayne Eppenhof heeft geen negen-tot-vijf-mentaliteit. Als jongerenwerker is ze er wanneer jongeren daar behoefte aan hebben. Ook in de avond. Pas vlak voordat ze gaat slapen, zet ze haar telefoon op afwezig. Jongeren die haar dan appen, krijgen automatisch een bericht. Je kunt altijd chatten met In je bol* of met 113, staat erin. Voor het geval ze in nood zijn en niet weten wie hen kan helpen.
Dertienenhalf jaar werkt Eppenhof nu als jongerenwerker bij R-Newt waarbij, na jaren actief te zijn in de Tilburgse wijken, ze zich nu met name richt op programma’s rond mentaal welzijn en ervaringsdeskundigheid voor jongeren in Tilburg. Samen met haar collega’s is ze op de plekken waar jongeren zijn. De hangplekken in de wijk, op scholen in de pauze of in het jongerencentrum. Daarnaast komt ze op scholen, waar ze aanschuift voor een praatje tijdens de pauze. Ook via sociale media maakt ze contact met jongeren. ‘We leren jongeren kennen door op hun plekken te zijn. De ene keer gaan we voetballen, de andere keer muziek maken. Soms hebben jongeren behoefte aan ondersteuning, bijvoorbeeld bij een sollicitatie. Of ze willen gewoon even kletsen. We vinden het belangrijk om met jongeren te praten over hun talenten en de dingen waar ze energie van krijgen.’
Zonder hulpvraag
Eppenhof en haar collega’s bouwen een band op met de jongeren. ‘Ze hebben gauw door dat je er echt voor hen bent’, vertelt ze. ‘En daardoor komen ze vaak uit zichzelf naar ons jongerencentrum toe. Niemand komt omdat het moet. En een hulpvraag heb je niet nodig. Bij ons mag je er gewoon zijn.’
Dat Eppenhof dertien jaar geleden besloot om jongerenwerker te worden, is niet voor niets. Ooit was zij zelf een jongere die aan zelfdoding dacht. ‘Ik heb enorm geworsteld met het leven’, vertelt ze. ‘Hulp vragen vond ik moeilijk. Daardoor voelde ik me eenzaam en was er altijd een soort leegte. Niet dat de mensen er niet waren, maar ik durfde hen niet in vertrouwen te nemen en was bang om tot last te zijn. Ik worstelde steeds vaker met suïcidale gedachten.’
‘Oh, maar… jij vindt mij dus niet gek of gestoord?’
Met hulp van een psycholoog ging het langzaam beter. ‘Zij vroeg niet alleen naar mijn problemen, maar wilde ook weten waar ik energie van kreeg. Ik weet nog dat ik dacht: oh, maar… jij vindt mij dus niet gek of gestoord? Bij haar kon ik meer zijn dan mijn probleem. Dat heeft me veel gebracht. Ik leerde omgaan met mijn emoties en ik raakte bevriend met mensen die mij serieus namen. Het lukte steeds beter om contact te maken met mijn hart en steun van anderen te accepteren.’
Energie krijgen
In diezelfde periode behaalt Eppenhof een diploma voor sociaal werk. Twaalf jaar later – in 2024 – wordt ze uitgeroepen tot Sociaal Werker van het Jaar. ‘Ik had zoiets van: wow, ik heb écht iets heel groots bereikt! Als puber had ik dat nooit kunnen bedenken, toen dacht ik dat ik helemaal niks kon.’
Je zit beter in je vel als je het gevoel hebt dat je iets kunt, weet Eppenhof uit ervaring. Daarom laat ze jongeren graag ervaren waar ze goed in zijn en waar ze energie van krijgen. ‘Soms sta ik te zingen met iemand met wie het helemaal niet lekker gaat. Maar op dat moment draait het daar even niet om. Bij ons mag het over problemen gaan, maar het mag ook gewoon leuk zijn.’
‘Dat zet je soms voor een dilemma. Deel je signalen van zelfdodingsgedachten wel of niet?’
Als jongerenwerker kan ze er niet omheen om te praten over zelfdoding. Eppenhof vindt het een belangrijk thema. ‘Ik stel me weleens voor wat het mij gebracht zou hebben als iemand naar mij had kunnen luisteren. Juist daarom wil ik het er graag over hebben als iemand met die gedachten worstelt.’
Spagaat
Maar ze weet ook dat dit niet voor iedere jongerenwerker even makkelijk is. ‘Als een jongere zegt dat hij er niet meer wil zijn, dan heb je als jongerenwerker te maken met allerlei regels rond veiligheid. Tegelijkertijd wil je dat jongeren weten dat je te vertrouwen bent. Dat zet je soms voor een dilemma: deel je de signalen van zelfdodingsgedachten wel of niet met anderen?’ legt Eppenhof uit.
‘Terwijl jongeren juist niet willen dat je het tegen de ouders vertelt omdat ze denken dat de problemen thuis alleen maar erger worden. ‘Als jij het gaat vertellen, dan deel ik niets meer met jou’, zeggen ze dan.
Daardoor durven jongerenwerkers er niet altijd naar te vragen. Anders belanden ze mogelijk in een spagaat: deel ik de signalen wel of niet? En om dat te voorkomen, twijfelen ze om door te vragen naar zelfdodingsgedachten. Ze willen niet dat jongeren stoppen met praten of niet meer meedoen met activiteiten, terwijl dat juist een lichtpuntje is in hun week.’
‘Ik kan tegen jongeren zeggen dat ik ze wél snap, want ik heb ook zo gedacht’
Dat Eppenhof ervaringsdeskundige is, biedt voordelen. ‘Niemand begrijpt mij’, zeggen jongeren soms, en: ‘Het komt nooit meer goed’. ‘Ik kan dan zeggen dat ik ze wél snap, want ik heb ook zo gedacht. Heel erg lang. En ik weet dat het ook anders kan. Dan vertel ik over mijn eigen ervaringen en maak soms zelfs grappen. Ik denk dat jongeren pas echt open worden als ze gelijkwaardigheid en veiligheid voelen. Dat ze zien dat ze niet de enigen zijn die zich zo voelen en dat het leven soms moeilijk is.’
Ertoe doen
Eppenhof is even stil en denkt na: ‘Weet je wat ik zo graag zou willen? Dat jongeren zichzelf door mijn ogen kunnen zien. Dan zouden ze in de gaten krijgen dat ze zoveel sterker zijn dan ze denken! Jongeren die in de hulpverlening vertellen hoe slecht het met ze gaat, worden vaak ook zo behandeld. ‘Jeetje, dat is heel heftig wat je hebt’, horen ze dan. Ze krijgen een diagnose. Hun probleem wordt uitgebreid onderzocht. Ja, zie je wel… denken ze, ik ben echt niet orde!’
‘Natuurlijk is het belangrijk om te kunnen vertellen waar je mee zit’, benadrukt ze. ‘Aan iemand die goed kan luisteren en die je echt ziet. Alleen: als je je slecht voelt, vergeet je vaak ook waar je goed in bent’, legt ze uit. ‘Daarom wil ze van jongeren weten waar ze blij van worden. Dat is zo belangrijk, anders is het alleen maar donker. Ik geloof dat je altijd lichtpuntjes kunt vinden.’
‘Jongeren hebben het gevoel dat ze geen waardig mens zijn als ze niet genoeg presteren’
Door de vele ontmoetingen met jongeren weet Eppenhof goed waar zij mee zitten. ‘In de kern worstelt het merendeel van de jongeren met het zelfbeeld: wie ben ik en doe ik ertoe? Ze hebben het gevoel dat ze geen waardig mens zijn als ze niet genoeg presteren. Ook de communicatie met ouders verloopt niet altijd vlekkeloos. Jongeren willen hun ouders niet tot last zijn of voelen zich onbegrepen door hen.’
Ook scheidingen, schooluitval, zorgen om geld en het vinden van een woonplek zijn zaken waar jongeren mee zitten. En ze ziet steeds meer jongeren met genderproblematiek die zich onbegrepen en onveilig voelen.
Keerzijde
Eppenhof maakt ook contact met jongeren via WhatsApp en sociale media. ‘Jongeren weten elkaar daar te vinden en ze zijn er beter in geworden om te delen wat er in ze omgaat’, vertelt ze. Dat is mooi, maar ze ziet ook een keerzijde. ‘Waar jongeren vroeger zeiden: ‘Ik heb een kutdag’, zeggen ze nu veel sneller: ‘Ik wil dood’. Ik denk dat TikTok jongeren soms ook op ideeën brengt. Omdat ze zich herkennen in het gevoel van een persoon die deelt dat hij dood wil, of dat ze merken dat het aandacht oplevert.’
‘Het algoritme past zich aan het lage zelfbeeld aan en speelt in op hun onzekerheden’
Er is een verschil tussen jongeren die eigenlijk willen zeggen ‘zie mij’ en jongeren die diep vanbinnen echt niet meer weten waarom ze leven. Beide groepen hebben iets anders nodig, aldus Eppenhof. ‘Een zorgtraject is bij de eerste groep meestal niet nodig. Zij hebben baat bij goede gesprekken met mensen in de omgeving. Ik maak me zorgen om jongeren die thuis komen te zitten. Wachtend op hulp, scrollen ze dag in dag uit door sociale media. Het algoritme past zich aan het lage zelfbeeld aan en speelt in op hun onzekerheden, waardoor ze zich alleen maar slechter gaan voelen.’
Dwarsdenker
Door de benoeming tot Sociaal Werker van het Jaar kan Eppenhof het jongerenwerk nog beter onder de aandacht brengen. ‘Ik ben een heel eigenwijze jongerenwerker die dwars tegen systemen ingaat’, lacht ze. ‘Maar blijkbaar is dat juist iets goeds en word je als dwarsdenker gewaardeerd.’
Het podium dat ze nu heeft, benut ze graag om de kracht van het jongerenwerk te laten zien. Ervaringsdeskundigheid wil ze een nog grotere plek geven. Onderzoek bewijst dat dit werkt. ‘En laten we ook vooral luisteren naar de stem en ervaringen van de jongeren zelf!’ zegt ze. ‘Daarom neem ik jongeren graag mee als ik ergens word uitgenodigd om te vertellen over het jongerenwerk.’
‘Ik geef de garantie dat een jongere geen enkel pad alleen hoeft te bewandelen’
Eppenhof vindt dat Sociaal Werk Nederland en 113 meer moeten samenwerken om zelfdoding te voorkomen. ‘Het zou mooi zijn als jongeren die een gesprek voeren met 113 vaker worden verwezen naar de jongerenwerkers in hun buurt’, zegt ze. ‘Tijdens het gesprek vertelt 113 aan hulpvragers waar ze meer hulp kunnen vinden. Het jongerenwerk is een van de mogelijkheden. We hebben inloopcentra waar jongeren altijd welkom zijn. Voel je je eenzaam? Hier zijn mensen om mee te praten en die naar je luisteren. Of je vindt bij ons een plek waar je gewoon even kan gamen zonder dat iemand je lastigvalt. Of een plek waar je nieuwe vrienden ontmoet. We hebben niet alle antwoorden op problemen klaarliggen, maar ik geef wel de garantie dat een jongere geen enkel pad alleen hoeft te bewandelen.’
Samen minder suïcide met jongerenwerkJongerenwerkers zijn van grote betekenis in het voorkomen van zelfdoding onder jongeren en jongvolwassenen. Ze maken contact, organiseren activiteiten en praten met jongeren. Soms ook over zelfdoding. Voor jongerenwerkers die zich zekerder willen voelen om het gesprek hierover te voeren, organiseert 113 gesprekstrainingen, zoals de gatekeeper-training. Wil je weten wat je als jongerenwerker kunt doen of wil je meer weten? Kijk op 113.nl/jongvolwassenen. |
Denk je aan zelfdoding? Bel dan 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl.
Noot
* In je bol is een gezamenlijk initiatief van zeven organisaties die hun krachten hebben gebundeld om jongeren tussen 16 en 27 jaar één centrale vindplek te bieden voor mentale gezondheid.