Hoe suïcidepreventie vorm te geven?

De individualistische maatschappij, verzwakte sociale verbanden, sociale media en online contact waardoor fysiek samenzijn wordt vervangen. Allemaal factoren die van invloed zijn op het aantal zelfdodingen. Onderzoeker Derek de Beurs over het werken aan effectieve suïcidepreventie.

In het huidige politieke klimaat zijn er maar weinig onderwerpen waar partijen het over eens zijn. Suïcidepreventie is een van die onderwerpen. Van SP tot JA21, van D66 tot SGP: alle stemden zij voor de nieuwe Wet integrale suïcidepreventie. Elke dag overlijden er gemiddeld vijf mensen door zelfdoding, en de impact van een suïcide op de maatschappij is enorm. Kortom: investeren in suïcidepreventie is een noodzaak, met een breed maatschappelijk draagvlak.

Waarom zulke hoge cijfers?

De fundamentele vraag is: hoe kan het toch dat in een land als Nederland, waar we op nationaal niveau zoveel beschermende factoren hebben voor suïcidaliteit, met een goed gezondheidssysteem, een vangnet van uitkeringen en een hoog opleidingsniveau, de suïcidecijfers relatief hoog zijn?

Hoe meer beschermende factoren voor suïcidaliteit op nationaal niveau, hoe hoger de relatieve suïcidecijfers

Gebruikmakend van suïcidecijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie en de zogeheten kwetsbaarheidsindex van landen zien we een paradox: hoe meer beschermende factoren voor suïcidaliteit op nationaal niveau, hoe hoger de relatieve suïcidecijfers (Dückers e.a. 2019). Een land als Nederland laat hogere suïcidecijfers zien dan landen waarin deze beschermende factoren ontbreken. Dit zien we niet alleen bij suïcide, maar ook bij bijvoorbeeld PTSS (Dückers e.a. 2016).

Een logische verklaring is dat landen zoals Nederland betere registraties hebben dan meer kwetsbare landen. Een andere verklaring is dat we in Nederland minder overlijden door geweld of infectieziekten, waardoor suïcide relatief zwaarder meetelt. De derde verklaring is dat we een maatschappij hebben ingericht die sterk gericht is op individueel succes, prestatie en competitie.

Wanneer we naar verschillende verklarende modellen kijken, springen er twee factoren uit: (gebrek aan) verbondenheid en hopeloosheid (O’Connor e.a. 2024). Sinds de jaren tachtig is onze maatschappij steeds individualistischer geworden: jij bent je eigen succes, jij bent verantwoordelijk voor je levensgeluk, de ander is je tegenstander. Sociale verbanden zijn verzwakt; lidmaatschappen van kerken, sportverenigingen en hobbyclubs zijn sterk afgenomen. De wereld is een dorp geworden, maar wel een dorp van individuen. Sociale media en online contact hebben fysiek samenzijn deels vervangen, maar niet volwaardig gecompenseerd (RVS 2026).

Hoogrisico-groepen

De grote vraag is hoe suïcidepreventie vorm te geven. Het antwoord daarop is tegelijkertijd eenvoudig en ingewikkeld. Vanuit decennia onderzoek naar suïcidaliteit blijkt ‘geïndiceerde preventie’, preventie voor hoogrisico-groepen, het meeste effect te hebben op het aantal suïcides, suïcidepogingen en zelfbeschadigend gedrag (WHO 2014). Het meest effectief binnen de geïndiceerde preventie blijkt het verminderen van de toegang tot middelen. Meta-analyses laten zien dat bijvoorbeeld het beperken van de beschikbaarheid van pesticiden in landen als India en Suriname daadwerkelijk tot minder geslaagde pogingen leidt (Steeg e.a. 2025). Ook het beperken van toegang tot geweren in bepaalde staten in de Verenigde Staten heeft een positief effect op het aantal zelfdodingen.

Wat werkt in Engeland of Suriname, heeft niet automatisch hetzelfde effect in Nederland

Het ingewikkelde is dat we in Nederland nagenoeg geen suïcides kennen door pesticiden of geweren. De meeste suïcides vinden plaats door verhanging (CBS 2021). Dit blijkt lastig te verhinderen. Je kunt moeilijk bij de Gamma iedereen die een touw koopt, gaan screenen. Wel kun je in ggz-instellingen het gebouw nakijken op aanhechtingspunten, wat op veel plaatsen al gebeurt.

Een van de meest gebruikte methoden onder vrouwen is het innemen van pillen. Sinds 2013 heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen het aantal paracetamoltabletten per doosje gelimiteerd tot 50. In Engeland resulteerde vergelijkbaar beleid in een spectaculaire daling van het aantal suïcides met paracetamol van 43 procent (Hawton e.a. 2013). In Nederland zagen we dit effect helaas niet terug. In 2022 bleek uit cijfers van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum dat er onder jongeren van 13 tot 17 jaar juist een toename was van 37 procent, meestal met paracetamol of ibuprofen (UMC Utrecht 2023). Deze voorbeelden illustreren een belangrijk aandachtspunt: effectieve suïcidepreventie is sterk contextafhankelijk. Wat werkt in Engeland of Suriname, heeft niet automatisch hetzelfde effect in Nederland.

Lokale context

De Wet integrale suïcidepreventie geeft gemeenten de ruimte om suïcidepreventie zelf vorm te geven. Een van de adviezen is om te kijken naar multilevel-strategieën zoals de European Alliance Against Depression (EAAD). Dit is een programma dat is gestart in Duitsland en vier of vijf pijlers omvat, afhankelijk van de versie die je bekijkt. De eerste studie gaf indrukwekkend grote effecten, namelijk een reductie van 34 procent in het aantal suïcides en pogingen in de interventieregio (Arensman e.a. 2026).

Dit grote effect is in latere studies in andere regio’s en andere landen minder consistent teruggevonden, wat onderstreept hoe sterk de effectiviteit van dergelijke programma’s samenhangt met de lokale context en implementatiekwaliteit. Ierland liet zelfs na implementatie van het programma een stijging zien van het aantal suïcide(pogingen) (Arensman e.a. 2026).

In Nederland is een vergelijkbaar programma geïmplementeerd onder de naam Supranet Community, waarbij het meten van effecten complex bleek, mede door verschillen in lokale uitvoering en beschikbare data (Van der Burgt 2026).

Duurzaam en zorgvuldig implementeren van multilevel-interventies vraagt om substantiële en structurele investeringen

Recent is een Australische multilevel-interventie, LifeSpan, succesvol gebleken in het terugdringen van het aantal aanmeldingen van zelfbeschadiging op de spoedeisende hulp in bepaalde regio’s in Australië (Shand e.a. 2025). Dit is een robuuste studie geweest, met een sterk design. De effecten waren, zoals de auteurs aangeven, klein maar significant. LifeSpan is een uitgebreidere versie van EAAD, met niet vier of vijf maar negen aandachtsgebieden.

Toegang tot het spoor

Er zit een onweerstaanbare logica in multilevel-interventies. Suïcide is complex, dus als je op zoveel mogelijk gebieden aan preventie doet, zal het effect het grootst zijn. Het is echter ook een zeer kostbare interventie die moeilijk goed te implementeren is. Zoals 113 Zelfmoordpreventie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zelf ook benadrukken, vraagt het duurzaam en zorgvuldig implementeren van dergelijke multilevel-interventies om substantiële en structurele investeringen, die verder reiken dan de momenteel beschikbare middelen (VNG 2025).

Wat in Nederland succesvol blijkt, is het verminderen van toegang tot het spoor. De NS en ProRail hebben verschillende initiatieven ontplooid om het spoor moeilijker bereikbaar te maken, bijvoorbeeld door hekken en loopmatten te plaatsen. Studies laten zien dat het aantal suïcides daadwerkelijk daalt op die locaties, zonder dat er een verplaatsing naar een andere locatie plaatsvindt (Van Houwelingen 2021). Ook het verwijderen van bebossing bij hotspots rond het spoor lijkt een positief effect te hebben; het wordt dan minder aantrekkelijk om op die plek tot een poging over te gaan.

Een voorbeeld van effectieve geïndiceerde suïcidepreventie is verbetering van de continuïteit van zorg bij hoogrisico-patiënten

Een ander voorbeeld van effectieve geïndiceerde suïcidepreventie is het verbeteren van de continuïteit van zorg bij hoogrisico-patiënten. We weten dat het risico op een (herhaalde) suïcidepoging het grootst is in de maanden direct na ontslag uit een kliniek, of na opname in het ziekenhuis voor een suïcidepoging of een episode van zelfbeschadigend gedrag. Het trainen van verpleegkundigen en artsen op de spoedeisende hulp (SEH) en het verbeteren van de nazorg vermindert het risico op een herhaalde poging (Lommerse e.a. 2023). In Nederland verdient het initiatief Sumona (Suïcidepreventie, monitoring, nazorg) brede navolging. Sumona is een programma, gefinancierd door gemeenten, waarin actieve nazorg wordt geboden aan patiënten na een opname op de SEH voor een suïcidepoging (Sumona 2026).

Mentale gezondheid jongeren

Al ruim vóór corona zagen we dat de mentale gezondheid van jongeren aan het afnemen was. Corona heeft hierin een versnelling aangebracht. Het aantal jongeren dat suïcidale gedachten rapporteert, was in 2022 16 procent, vergeleken met 9 procent vóór corona (RIVM 2022).

Als ik naar mijn eigen pubers kijk, hebben zij voornamelijk één behoefte: bij hun peers zijn. Dat wordt niet alleen bemoeilijkt door sociale media, maar ook doordat ze geen plek hebben waar ze naartoe kunnen. Discotheken en kroegen zijn sinds het verhogen van de leeftijdsgrens voor alcohol niet beschikbaar voor hen, waardoor ze gedwongen zijn buiten rond te zwerven. Ouders stellen, als het mogelijk is, om beurten hun huis beschikbaar, maar dat is toch anders dan autonoom zelf op stap zijn. Drinken doen ze alsnog, maar dan zonder toezicht van oudere jongeren of kroegeigenaren.

Toekomstperspectief

Ondertussen wordt hun toekomstperspectief zeer somber geschetst. Er zijn geen huizen beschikbaar, door AI verdwijnen juniorposities op de werkvloer, er dreigt een nieuwe wereldoorlog en het klimaat staat er ook niet goed voor. En dan vinden we het gek dat de mentale gezondheid van jongeren achteruitgaat. Dit toegenomen isolement en deze spanningen leiden bij een deel van de jongeren tot meer psychische klachten en ook tot meer suïcidaliteit.

Naast het verminderen van beschikbare middelen en het verbeteren van de continuïteit van nazorg zou ik gemeenten ook interventies willen aanbevelen die de algehele maatschappelijke cohesie versterken. Een concreet voorbeeld is het zogeheten IJslandse model (Smeets e.a. 2021). Om het probleem van alcoholgebruik onder jongeren in IJsland aan te pakken, startte de overheid daar een programma dat onder andere was gericht op het verbeteren van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Samen met het Trimbos-instituut werken diverse Nederlandse gemeenten reeds aan de implementatie van deze interventie.

De essentie van het IJslandse model is een gezonde omgeving creëren voor jongeren, ter verbetering van hun algemene welbevinden. Gezien de cijfers over de mentale gezondheid van jongeren lijkt mij dat een belangrijk streven, ook (of juist!) in het kader van suïcidepreventie.

Derek de Beurs is als onderzoeker en docent in de klinische psychologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich onder andere op suïcidepreventie, het trainen van professionals en het implementeren van richtlijnen.

Denk je aan zelfdoding? Bel dan 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl

 

Foto: Alex Bian via Pexels.com