Ervaringswerkers zijn er wel, maar ze zijn er nog niet

Het ervaringswerk in het sociaal domein heeft een nieuwe stimulans nodig. Na een enthousiast onthaal en veel aandacht in tijdschriften en op congressen, lijkt de aandacht nu wat weg te ebben. Meer en beter kwartier maken is hard nodig.

Er zijn inmiddels tal van organisaties die ervaringsdeskundigen in dienst hebben. Maar een grote vlucht neemt deze innovatie nog niet en degenen die in de praktijk als ervaringswerker aan de slag zijn, zijn vaak nog steeds aan het pionieren. Een stevige en doordachte aanpak van de inzet van ervaringswerkers in het sociaal domein is nu een zaak van groot belang.

In 2019 interviewden wij een kleine dertig ervaringswerkers, die in dienst zijn van een reguliere organisatie (sociaal werk, buurt- of wijkteam, schuldhulpverlening, veilig thuis, beschermd wonen, bij de overheid). We vroegen hen naar hun meerwaarde, hun rol en hun inbedding. Het zijn stuk voor stuk stevige mensen.

Uit hun verhalen klinkt een sterk zelfbeeld en zelfvertrouwen en een goed begrip van de bijdrage die zij als ervaringswerker leveren. Zij bieden hun cliënten weer hoop, er is herkenning, ze sluiten aan bij waar de cliënt staat en zijn nabij. Ze interpreteren en waarderen het gedrag van de cliënten anders dan reguliere professionals vaak doen. Ze oordelen niet en hebben geen plan dat ze moeten realiseren. Ze nemen de tijd en vermijden regels en protocollen.

We vroegen de ervaringswerkers naar hun rol. Daarbij gingen wij uit van drie belangrijke rollen die een ervaringswerker idealiter vervult: de rol van hoopverschaffer/rolmodel, de rol van bruggenbouwer tussen klant en organisatie en tussen systeem en leefwereld, en de rol van gids naar collectieve ervaringskennis. Die drie rollen vormen met elkaar een normatief model van wat wij grosso modo onder goed ervaringswerk verstaan.

De hoopverschaffer

De rol van hoopverschaffer wordt alom herkend. Cliënten zien in de ervaringswerker dat het mogelijk is dat de situatie waarin zij verkeren verandert. Zo zei een van de geïnterviewden: ‘De opluchting dat ze iemand tegenkomen die redelijk is opgedroogd, daar ontlenen de mensen met wie ik werk hoop aan.’ En een ander: ‘Ik zie er tegenwoordig iets te goed uit om als rolmodel herkend te worden door verslaafden, ‘wat weet jij daar nou van’, zie ik ze denken. Wat ik dan soms doe is een foto meenemen van hoe ik er vroeger uitzag. Zodat ze goed kunnen zien waar ik vandaan kom.’

De bruggenbouwer

Ook de rol van brug of bruggenbouwer is veel en op tal van manieren genoemd. Ervaringswerkers leggen verbindingen met organisaties die een rol moeten vervullen in de verbetering van de positie van de cliënt. In de eigen organisatie houden ze de collega’s en bestuurders een spiegel voor om duidelijk te maken wat de ongewenste en vaak negatieve gevolgen zijn van hoe de organisatie werkt en wat beter zou werken. Overigens, niet altijd zijn organisaties bereid of in staat om in die spiegel te kijken.

En: ‘Ik brug ook naar cliënten zelf. Kijk ook eens naar jezelf en niet naar de organisatie of de overheid. Want mensen met een beperking zeuren vaak te veel dat ze niks kunnen en dat ze toch niet aangenomen worden. Maar ik zeg dan: “kom je bed uit en schrijf een sollicitatiebrief, want mensen zonder beperking tussen aanhalingstekens vinden het ook spannend om een sollicitatiebrief te schrijven”. Het komt van twee kanten, weet je.’

De gids naar collectieve ervaringskennis

De derde rol, die van gids naar collectieve ervaringskennis (‘wij’-kennis), komt het minst uit de verf en wordt ook niet altijd begrepen. Men verwart het bijvoorbeeld met belangenbehartiging. Maar vaak wordt het wel begrepen, en onderschrijft men het belang van het horen en gebruiken van ervaringen van anderen. ‘Nou, ik ken een aantal mensen die heel veel weten en die leg ik het dan voor. En ik heb een boek, daar staan ervaringen van langdurig verslaafden in.’ Er wordt gepleit voor ‘een soort ervaringskennisbank, die is er niet, dat zou fijn zijn. Ik doe het nu met de kennis van collega’s, kennis die ik in mijn netwerken tegenkom, niet systematisch.’

Er moet nog heel wat gebeuren

Het geheel overziend stellen we vast dat de meeste ervaringswerkers hun glansrol en meerwaarde ervaren in het directe contact met de cliënt, wanneer de ervaringswerker hoop en ruimte verschaft. De brug tussen leef- en systeemwereld, waar een ervaringswerker de organisatie een spiegel voorhoudt vindt men zinvol, hoewel men die niet altijd zelf wil of kan oppakken. Soms wordt die rol gerealiseerd, maar even vaak bemoeilijkt door weinig doorzettingsmacht en een lage status in de organisatie. De gids naar collectieve ervaringskennis komt amper uit de verf en wordt bemoeilijkt door het ontbreken van systematische collectieve ervaringskennis.

Kortom: ze zijn er dus zeker, ervaringswerkers in het sociaal domein, maar ze zijn er nog lang niet. Er moet nog heel wat gebeuren, zeker ook binnen organisaties zelf, wil het ervaringswerk tot bloei kunnen komen.

Maak een plan over de rol van ervaringswerkers

Om te voorkomen dat ervaringswerkers overal opnieuw (blijven) pionieren, is goed kwartier maken van belang. Het is wenselijk een ervaren ervaringswerker als kwartiermaker aan te stellen in organisaties. Een ervaringswerker die de geesten rijp maakt, helder maakt waar en hoe ervaringswerkers in de organisatie ingezet kunnen worden, die draagvlak zoekt door de hele organisatie en die vervolgens een plan maakt voor de inzet van een aantal ervaringswerkers.

In dat plan moet duidelijk worden welke rollen die ervaringswerkers zullen vervullen, wat hun taken zijn en welke invloed zij kunnen hebben op het beleid en de outcome van de organisatie. Maak gebruik van de kennis en ervaring die er al is in de omgeving, door een aantal senior ervaringswerkers bij dat kwartier maken te betrekken. Voorkom verdunning en kwantitatieve marginalisering, en ga niet een klein aantal ervaringswerkers opdelen over tal van onderdelen van de organisatie. Monitor en evalueer hun bijdrage op verschillende niveaus en zorg dat de organisatie een lerende is waar het gaat om de evolutie van het ervaringswerk in de organisatie.

Leg vast hoe binnen de organisatie collectieve ervaringskennis wordt verzameld en bewaard en hoe die gebruikt kan worden. En faciliteer externe contacten van de ervaringswerkers, bijvoorbeeld via intervisie, opleidingen en lidmaatschap van een beroepsvereniging. En ga vooral niet met ervaringswerk aan de slag omdat dat tegenwoordig nu eenmaal ‘in’ is. Daar heeft de organisatie niks aan, het bemoeilijkt het werk voor de ervaringswerkers en uiteindelijk schieten de mensen die bij de organisatie aankloppen om hulp en ondersteuning er niks mee op.

En het resultaat van zo een inspanning? Minder fricties tussen vraag en aanbod in het sociale domein.

Saskia Keuzenkamp is directeur kennis en innovatie bij Movisie en bijzonder hoogleraar participatie en effectiviteit aan de Vrije Universiteit. Ed van Hoorn was onder meer voorzitter van de Cliëntenbond. Margit van der Meulen is adviseur bij Movisie.

Het onderzoek Ervaringswerk in het sociaal domein is hier te downloaden.

 

 

Foto: Ritzo ten Cate (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 4050 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Ikheb nooit een mededeling gezien waar of wie een ervaringswerker werd gevraagd. Gebruiken instanties misschien een andere naam (titel)?

  2. Hartelijk dank voor dit artikel. Jullie leggen de vinger op een diepe wond: er is een gebrek aan systematische collectieve ervaringskennis. Dat komt mijns inziens omdat vele ervaringswerkers hun oren laten hangen naar wetenschappelijke en praktische kennis in de handen van deskundigen. De opleidingen tot ervaringswerker worden helaas dominant bestiert door experts. Ervaringswerkers zijn vooral aandragers van verhalen; de reflecties worden overgelaten aan experts.
    Terwijl de expertkennis per definitie is afgedreven van de alledaagsheid, van de empirie, van de dagdagelijkse zaken die er voor het ervaringsweten toe doen. Expertkennis veralgemeniseert en categoriseert, de alledaagsheid is warrig en blijft deels onbegrepen – dat is het basale verschil.
    Mijns inziens ligt de oplossing niet (meer) in meer-van-hetzelfde-aanpakken, maar in het collectiveren en systematiseren van wijzen waarop het ervaren tot spreken wordt gebracht. Juist de aandacht van de wisselende aan-/afwezigheid van verwarring en het voort-durend onbegrip, bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van de ervaringswerker. De expert heeft deze kwaliteit veelal opgelost in potenties van gecategoriseerde kennis.
    Alleen vanuit de positie van degene die de ervaring ervaart is ervaringskennis op collectief niveau te systematiseren. De expert of kenniswerker heeft door zijn opgedane expertkennis al een achterstand opgelopen ten opzichte van het weten van de ervaringsspreker; een achterstand die hij/zij zelden meer kan inlopen.
    Wordt het geen tijd dat we als ervaringsdeskundigen ons ervaringsspreken en ons ervaringsweten onder onze eigen regie (als regisseur, om met de participatieladder te spreken) gaan collectiveren en systematiseren?

  3. Slecht artikel. Herstel van een psychische kwetsbaarheid is goed omschreven door Anthony in 1993. Deze omschrijving ontbreekt in stukken van Movisie over ervaringsdeskundigheid en de inzet hiervan. Grote instellingen saboteren en vertragen op dit moment de herprofessionalisering in het sociaal domein (generalist, normalisering). De kwaliteit blijft zo achterwege en dus willen gemeenten en instellingen een grote kloof forceren met een steeds ontevredener groep mensen in het sociaal domein. Zij worden geweerd uit hun eigen adviesraden, bijvoorbeeld, en wie de stukken van Movisie over cliëntparticipatie of de inzet van ervaringsdeskundigen in het sociaal domein leest, ziet dat Movisie dezelfde discriminerende en stigmatiserende opvattingen heeft over cliënten van het sociaal domein als onze Nederlandse gemeenten. Professionals en anderen drukken ons helemaal weg. Wij mogen niet meepraten. Alleen via extra onderzoekjes van o.a. Movisie worden we zogenaamd ‘gehoord’. Als herstelbeweging moeten we heel erg oppassen voor de mensen van Movisie. Dit zijn vijanden van herstel. Ze behartigen alleen de belangen van grote, anonieme instellingen.

  4. Heldere weergave van de huidige knelpunten die ervaringswerkers in de praktijk tegenkomen!

    Ik herken alle punten en die raken allen precies mijn drijfveer: als zorgpionier faciliteer en coach ik vanuit het Inzetbureau ervaringsdeskundigheid ervaringswerkers. Met als doel om de eigenheid van ervaringsdeskundigheid (kennis en kunde) meer handen en voeten te geven zodat deze expertise kan doorgroeien naar een vakmanschap. Ik vind dat ervaringswerkers een zeer belangrijke waardevolle aanvulling zijn in het anders denken over ziekte en gezondheid.
    Als zorgpionier faciliteer ik ervaringswerkers die gezamenlijk meer onderlinge verbinding wensen om de eigenheid te verstevigen en te bewaken en daarmee kansen op de arbeidsmarkt vergroten.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *