Coronamaatregelen leiden tot nieuwe inzichten over dagbesteding

Het plotsklaps stoppen van hun dagbesteding door het coronavirus had grote invloed op mensen met een handicap. Eenzaamheid en verveling staken de kop op. Tegelijkertijd bood het ruimte om na te denken over wat goede en zinvolle dagbesteding is. Bijvoorbeeld geen activiteiten ergens in een dagactiviteitencentrum, maar bij de mensen thuis, in kleine groepen.

Dagbesteding is voor veel cliënten in de gehandicaptensector een belangrijke en zinvolle activiteit. Vaak worden de activiteiten in groepsverband aangeboden op een bepaalde locatie. Voordeel hiervan is dat cliënten met een gemeenschappelijk belangstellingsgebied bij elkaar komen in een centrum waar voorzieningen en activiteitenbegeleiders zijn om activiteiten – houtbewerken, schilderen, musiceren, et cetera – te faciliteren.

Tegelijkertijd zien we dat dagbesteding een organisatie-gestuurde vorm is waar cliënten aan mee kunnen doen. De vraag is of deze vorm altijd passend is voor mensen met bijvoorbeeld niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Hoeveel inspraak hebben zij als het gaat om de activiteiten die ze doen?

En wie bepaalt welke activiteiten ‘goed’ zijn als dagbesteding?

De stem van de cliënt wordt niet altijd gehoord

De stem van cliënten wordt in het bedenken en organiseren van dagbesteding niet altijd goed gehoord. Pas als het een en ander op poten is gezet, worden zij betrokken en uitgenodigd om mee te doen.

Als je cliënten vraagt wat zij het liefste zouden willen doen, antwoorden zij vooral: ‘Gewoon leven.’ Of in het geval van mensen met NAH: ‘Weer gewoon leven.’

Aan het begin van de coronacrisis ontplooide zich een belangrijk inzicht

Tijdens de coronamaatregelen bezochten activiteitenbegeleiders van de dagbesteding noodgedwongen de cliënten thuis. Het zoeken naar meer individueel gerichte activiteiten was geboren. Hierbij ontplooide zich een belangrijk inzicht: cliënten zoeken naar vormen van dagbesteding die normaal niet of te weinig worden aangeboden.

Zij willen graag dieper contact maken, hebben behoefte aan rouwverwerking, sociaal emotioneel werk, verbinding met hun woonwijk en inclusiviteit. Tijdens de ontmoetingen in kleine groepen bij de cliënten thuis kwamen we hier juist wel aan toe. Juist het ‘erbij horen’ en weer deelnemen in een diverse groep in de maatschappij zijn gemeenschappelijke wensen die tegemoetkomen aan een verlangen ‘iets te kunnen betekenen’.

In de georganiseerde en gestuurde dagbesteding is daar dikwijls te weinig gelegenheid voor vanwege financiële voorschriften. Met kleinere groepen werken, betekent financieel in de knel raken. Tijdens de coronacrisis zijn deze voorschriften wat versoepeld, omdat het onmogelijk was hieraan vast te houden.

Dagbesteding herzien: ‘Er is meer rust om echt met elkaar te praten’

Dat bracht ons bij de vraag: wat is zinvolle dagbesteding? En voor wie? Want hoewel cliënten aangaven dat het contact met anderen belangrijk is tijdens georganiseerde dagbesteding, vertelden ze ook dat het niet meer hoeven reizen met de bus hen veel minder energie kostte. Bovendien vonden ze de activiteiten in kleine groepen op de eigen woonlocatie vaak beter aansluiten bij wat ze echt wilden, namelijk erbij horen, zich verbinden met hun wijk, contact maken.

Corona biedt activiteitenbegeleiders de kans om nieuwe vormen aan te bieden die gericht zijn op kennismaking en contact. Zo zijn er middels mobiele telefoons en tablets opnames gemaakt van cliënten, personeelsleden en vrijwilligers die in een ‘handen-dans’ reageren op elkaar. Cliënten, personeel en vrijwilligers leerden elkaar op andere manier kennen dan normaal in het dagelijkse leven. Een medewerker: ‘Wat leuk, ik wist niet dat zij vroeger danseres was, je kan dat nog steeds zien!’

Daarnaast hoeft het verzorgend personeel op de woonlocatie niet te haasten om cliënten op tijd klaar te hebben voor vervoer. Zoals een cliënt zegt: ‘Er is nu meer tijd om elkaar echt te leren kennen. Ik vind het leuk te zien wat ik in mijn buurt allemaal kan doen. Er is meer rust om echt met elkaar te praten, de dag en de week te plannen.’

Activiteitenbegeleider wordt bruggenbouwer

Het abrupt stoppen van de georganiseerde dagbesteding in het kader van de eerste coronamaatregelen had veel impact op cliënten. Het contact in de groep werd gemist en ook de geboden activiteit. Toch bood en biedt deze periode ook veel mogelijkheden en kansen.

Het geeft cliënten en professionals de kans en de ruimte om na te denken wat een zinvolle dagbesteding eigenlijk is. De rol van activiteitenbegeleider heeft een ander accent gekregen, namelijk die van bruggenbouwer tussen cliënten en mensen en activiteiten in de wijk. De cliënten worden niet ‘ontworteld’ uit hun wijk, maar uitgenodigd deel te nemen in de wijk.

De cliënt krijgt meer regie

De activiteitenbegeleider gaat samen met hen actief op zoek en bezoek bij wijkvoorzieningen. Dit draagt bij aan het zelfstandig kunnen functioneren van de cliënt in de wijk waar hij of zij woont. De cliënt weet voortaan zelf de supermarkt of buurtkamer te vinden en daar contacten te maken.

Daarnaast kunnen op de woonlocatie activiteiten worden georganiseerd (theater, muziek, koken) waardoor cliënten zich kunnen verbinden met bewoners uit de wijk. Zo loopt nu een muziek- en theaterproject gericht op inclusie, diversiteit en contact maken waarin cliënten en mensen uit de wijk deelnemen met spel, beweging, muziek en kunst.

Een groot voordeel van deze meer individuele manier van dagbesteding is dat de cliënt meer regie krijgt over dat wat hij of zij wil doen. Bij veel cliënten is het energieniveau wisselend en hoe fijn is het als je tijdens het ontbijt zelf kan beslissen waar je zin of behoefte aan hebt en met wie?

Hemmo Drexhage is spel-, muziek- en bewegingsagoog bij Ons Tweede Thuis (OTT). Simone le Noble is activiteitenbegeleider bij OTT. Marieke Breed is onderzoeker bij Amsterdam UMC.

 

Foto: Nenad Stojkovic (Flickr Creative Commons)