Etnisch profileren is onderdeel van vooringenomen criminaliteitsbeleid

De politie maakt steeds meer gebruik van data om crimineel gedrag te analyseren en te voorspellen. Vooral burgers van andere afkomst of met donkere huidskleur hebben er last van. Zij worden vaker staande gehouden.

De Nederlandse politie maakt steeds meer gebruik van ‘predictive policing’. Met deze methode, overgewaaid uit de Verenigde Staten, probeert de politie op basis van historische criminaliteitsgegevens vaste en opvallende patronen in criminele gedragingen te ontdekken.

Voorspellen criminaliteit past in trend van securitisering

Het idee achter deze methode is dat crimineel gedrag kan worden voorspeld omdat criminelen vaak dezelfde misdrijven plegen en veelal rond dezelfde locaties, dicht bij goede uitvalswegen en op dezelfde tijdstippen. Bovendien is er meestal sprake van een relatief duidelijk daderprofiel. Wat ook helpt bij het ontdekken van patronen in criminele gedragingen is dat er steeds meer data beschikbaar zijn, die ons iets over menselijk gedrag vertellen én dat er meer dingen uit onze omgeving zijn die data produceren. Al die data kunnen bruikbare informatie opleveren over wie en wanneer van plan is strafbare feiten te plegen. Data die het in theorie voor de politie mogelijk maken om te anticiperen op eventuele gebeurtenissen.

Het voorspellen van criminaliteit past in een trend die ik eerder ‘securitisering’ heb genoemd: de neiging om veiligheid breder te definiëren en steeds meer preventieve instrumenten in te zetten voor de vergroting ervan. Denk aan preventief fouilleren, samenscholingsverboden, bewakingscamera’s en poortjessystemen waarmee mensen de toegang wordt ontzegd tot locaties als metro’s en treinstations.

Etnisch profileren in Nederland is structureel fenomeen

Het huidige beleid is erop gericht om met behulp van onder meer de zojuist genoemde maatregelen de samenleving veiliger te maken, maar de vraag is of dat ook werkelijk lukt. Van de digitale glazen bol van de politie kun je in ieder geval zeggen dat mensen met een andere etnische afkomst of huidskleur zich er eerder onveiliger door gaan voelen. Dat komt vooral omdat in de selectie van de data en de interpretatie daarvan door de politie allerlei vooronderstellingen zijn ingesloten. Deze bias kwam heel duidelijk naar voren in het onderzoek van het journalistenplatform Propublica naar risicoprofielen van de Amerikaanse justitie. Uit dit onderzoek blijkt dat zwarte burgers ten onrechte twee keer zo vaak als toekomstige criminelen uit het politiesysteem rollen dan blanke personen.

Diezelfde bias leidt tot de recent veelbesproken praktijk van etnische profilering, waarbij politieagenten burgers op basis van etnische afkomst of huidskleur disproportioneel vaak staande houden. Rapper Typhoon en Feyenoord-doelman Kenneth Vermeer bijvoorbeeld hebben onlangs voor de zoveelste maal mogen ervaren hoe naar het is om door de politie naar de kant van de weg te worden gedirigeerd, zonder dat hiervoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.

Ook de aanpak ‘hot spots’ dupeert minderheden

Met predictive policing worden correlaties en patronen zichtbaar (descriptive) die het mogelijk maken om gedrag en handelen van personen te voorspellen (predictive) die vervolgens de politie sturen in hun aanpak van criminaliteit (prescriptive). Zo sluiten de analytische mogelijkheden van predictive policing nauw aan op nieuwe interventiemethoden van de politie. ‘Hot spot policing’ is daarvan een bekend voorbeeld. Deze methode bestaat uit het gericht en langdurig aanpakken van bepaalde plekken in een park, wijk, huizenblok of een straathoek met een slijterij, waar veel criminaliteit voorkomt. De gedachte achter de aanpak is dat het veilig maken van deze ‘hot spots’ net zolang moet duren totdat er geen sprake meer is van een probleemplek.

De hotspot benadering is bekend geworden uit New York. Maar de aanpak van ‘hot spots’ gebeurt daar vooral op plekken en in arme delen van de stad waar minderheden wonen. Dit gaat gepaard met ingrijpende en agressieve methoden, waaronder ‘stop & frisk’ (tegenhouden & fouilleren) waarbij de politie mensen willekeurig mag aanhouden en fouilleren op verdenking van criminele activiteiten. Deze methode is zeer omstreden omdat, al weer, vooral minderheden er de dupe van zijn. Inmiddels is ‘stop & frisk’ door de rechter als ongrondwettelijk beoordeeld omdat het in strijd is met grondwetsartikelen die onredelijke aanhoudingen verbieden en gelijke behandeling garanderen.

Het ontstaan van een gedachtenpolitie dreigt

De belofte van predictive policing is dat door het gebruik van grootschalige datasets kan worden voorspeld wie, waar en wanneer criminaliteit gaat plegen. Duidelijk is dat het politiewerk hierdoor een volledig nieuw gezicht krijgt. Zo staat de nieuwe werkwijze haaks op de klassieke manier van opsporen waarin het draait om het achteraf ondernemen van actie, vanuit het misdrijf dat heeft plaatsgevonden. Nu wil de politie al ingrijpen vóórdat er een misdaad is gepleegd. Daardoor dreigt niet alleen het gevaar dat rechtsbeginselen zoals de onschuldpresumptie en het beginsel van doelbinding in de knel komen, maar ook dat bepaalde bevolkingsgroepen, door etnische profilering en ‘hot spot policing’, worden gestigmatiseerd.

Ook het ontstaan van een gedachtenpolitie is niet denkbeeldig. Immers, met het inschatten van het risico of iemand crimineel gedrag gaat plegen, wordt ook de neiging van de politie groter om het gedrag van burgers te psychologiseren. Je zou kunnen zeggen dat de gedachten van burgers hierdoor onder verdenking komen, zonder dat er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Met predictive policing wordt namelijk een opsporingsmethode ingezet tegen niet-verdachte burgers in de hoop een willekeurig strafbaar feit op het spoor te komen.

Ondanks deze bezwaren is de toepassing van predictive policing niet terug te draaien. Daarvoor is de angst voor criminaliteit en een nieuwe terroristische aanslag te groot. Met andere woorden: welkom in het tijdperk waarin data, algoritmes en statistieken beslissingen voor de politie gaan nemen.

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn nieuwste boek heet: ‘The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order’.

Foto: Shirley de Jong (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. Een aantal relativerende opmerkingen over ‘predictive policing’.

    Van 1979 tot 1985 werkte ik als (eerste) socioloog bij een korps gemeentepolitie. Mijn opmerkingen zijn mede op deze ervaring gebaseerd.

    Politiewerk is voornamelijk gericht op kleinschalige, dicht in de buurt problemen. Grootschalige of georganiseerde criminaliteit is iets van de laatste jaren. Of nog steeds helemaal niet. Want gelegaliseerd zoals bijvoorbeeld belastingontduiking door grote ondernemingen.

    Politiewerk is voornamelijk gericht op degenen die zijn ‘aangespoeld’ in de onderste laag van onze samenleving. Mensen vaak van buiten die hun draai moeten vinden in een nieuwe situatie. Wat vaak niet eenvoudig is. Met als gevolg onrust, problemen en criminaliteit waar deze mensen wonen.
    Het is dus hun sociaal-economische status die hen meer verdacht maakt. Niet hun kleur: ” De Eilander beschouwt de immigrant uit de noordelijke provincies en van deze weer speciaal de Drentenaar………….etc. De ‘boeren’ zijn in hun ogen smerig, slordig, ……..etc”.
    (Rotterdams rapport uit 1956.)
    Tegenwoordig zijn het vooral mensen met een niet-strak-witte kleur die onder deze categorie vallen. Een kwaliteit die hier helaas in hun nadeel werkt. Met name populisten maker er gebruik van.

    Patronen die nu met predictive policing naar voren komen zijn niet nieuw. Mijn eigen onderzoeksserie ‘En dan nemen we de wijk’ m.b.t. politiezorg, thuiszorg en ziekenhuiszorg in drie verschillende steden laten zien dat de SES een goede voorspeller is over ‘hoe’, ‘wat’ en ‘waar’.
    Door het ter beschikking hebben van o.a. ‘tijdstippen waarop’ is preventie door de politie een stap dichterbij gekomen.

    Het grote gevaar van ‘predictive policing’, niet alleen door de politie (!), zit hem in het feit dat er niet zelf meer wordt nagedacht. In de Groene van deze week een verhaal van een gemeente die op grond van patronen aan preventie van schooluitval probeert te doen. Maar daar zitten (dus !) ook kinderen tussen die daar niet thuis horen. Daar gaat men dan toch maar naar toe. Ook al weet men niet waarom.
    Zolang de computer hier de status van heilig orakel houdt en de gebruikers daarvan niet weten en begrijpen dat statistiek hoogstens 30 procent van de verschillen in gedrag etc. tussen mensen kan verklaren is de kans op geklungel, gevaarlijk geklungel, groot. Want de kans dat men er naast zit is minstens twee zo groot dan dat men goed zit.
    Het probleem zit hem dus bij onze politici en beleidsmakers die niet weten waar ze mee bezig zijn. En dat is pas echt gevaarlijk. Want onze samenleving wordt er zo bepaald niet veiliger op.

  2. Er is een denkfout waar etnisch profileren mede op gebaseerd is…

    Wiskundige /statisticus Wald was tijdens WOII door het amerikaanse leger gerecruteerd om mee te denken over hoe de verliezen te beperken zijn; de bommenwerpers van de geallieerden kwamen terug met kogelgaten, dit werd geturfd; 137 in de vleugels, 88 in de romp, 2 in de motor etc. De vraag aan Wald was waar de vliegtuigen extra bepantserd moesten worden, waarop Wald antwoordde; je moet de vliegtuigen bepantseren waar de kogelgaten NIET zitten. Daarin heeft hij volkomen gelijk.

    Wat denkt u dat Wald (zelf gevlucht voor de nazi’s) van etnisch profileren zou vinden, sociaal /politiek gezien en qua logica?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *