Helft Nederlanders wil nivellering inkomens via belastingen

Moet het nieuwe belastingstelsel voorzien in een lastenverlichting voor de hardwerkende Nederlander, of de rijken extra zwaar belasten? De helft van de Nederlandse bevolking heeft een voorkeur voor meer nivellering.

In het bij tijd en wijle felle debat over belastingen in ons land framen rechtse politieke partijen belastingen voor hoge inkomens als ‘jaloeziebelasting’ (Financieel Dagblad 2015) en bepleiten zij lastenverlichting voor de ‘hardwerkende Nederlander’ (Financieel Dagblad 2014). Politici ter linkerzijde daarentegen houden juist een pleidooi voor het verhogen van de belastingen, vooral voor de ‘allerrijksten’ met de invoering van een ‘dagobertducktaks’ (AD 2014). Zij eisen ook een strengere aanpak voor multinationals die belastingen ontduiken (Volkskrant 2015).

De gemiddelde lastendruk in Nederland, rond 38 procent van het bruto binnenlands product (bbp), ligt dichtbij het gemiddelde van de 34 landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Kenmerkend voor ons land is verder dat de belastinginkomsten voor een relatief groot deel bestaan uit sociale zekerheidspremies, terwijl de inkomstenbelasting veel minder dominant is.

Hoewel het Nederlandse belastingsysteem met al zijn verschillende heffingen en tarieven veel te ingewikkeld is voor de gemiddelde burger, heeft hij wel een globaal idee over faire belastingdruk en een dito verdeling van belastingen. Hij heeft met andere woorden een mening over de vraag of rijken te veel of te weinig betalen, of de middenklasse overbelast wordt, of dat vooral de lagere inkomens onder hoge belastingen zuchten. De perceptie van de burger over de belastingdruk is vanuit wetenschappelijk oogpunt relevant voor het onderzoek naar de legitimiteit van de verzorgingsstaat. En vanuit maatschappelijk oogpunt is de opvatting van de burger relevant voor beleidsmakers die benieuwd zijn naar het draagvlak voor een bepaalde opzet van het belastingstelsel.

Factoren die belastingattitudes van burger verklaren

Er zijn vier verschillende attitudes te onderscheiden tegenover belastingen in de samenleving. Ten eerste vinden burgers dat belastingen progressiever zouden moeten zijn. Zij menen dat de hoge inkomensgroep meer belasting moet betalen en de lage inkomensgroep minder. Ten tweede vindt een deel van de bevolking dat álle belastingen te hoog zijn. Dit standpunt vertegenwoordigt de politieke stellingname dat de overheid de burger minder moet belasten. Ten derde leeft bij burgers het idee dat de middeninkomensgroep te zwaar belast wordt. En ten slotte zijn sommige mensen gewoonweg tevreden met de huidige verdeling van belastingen.

De factoren die de attitudes van de burger tegenover een belastingstelsel verklaren, zijn: eigenbelang, ideologische voorkeur, sociaal vertrouwen en opleiding. In de verklarende theorieën van de verzorgingsstaat vloeien solidair gedrag en opvattingen over solidariteit voort uit eigenbelang. Burgers zijn bereid via belastingen bij te dragen aan collectieve arrangementen omdat zij zien dat zij uiteindelijk zelf ook profiteren van collectieve actie. Rationele afwegingen over eigenbelang bepalen dus gedrag en opvattingen.

Ook politiek-economische theorieën stellen dat steun voor belastingen voortvloeit uit eigenbelang. Burgers steunen belastingen zolang ze netto profiteren van de herverdeling. Dat betekent dat mensen met een hoger inkomen minder hoge belastingen en minder herverdeling willen, terwijl mensen met een lager inkomen meer belastingen en meer herverdeling willen omdat zij van die herverdeling meer zullen profiteren.

Perspectief van de homo sociologicus

Tegenover de factor eigenbelang wordt vaak het perspectief van de homo sociologicus geplaatst. De mens handelt volgens dat perspectief volgens sociale normen en ideologische ideeën. In verschillende empirische studies naar de determinanten van verzorgingsstaatopinies wordt aangetoond dat zowel eigenbelang als ideologische overwegingen een rol spelen. Belastingen hebben vaak een sterke politieke lading. Linkse partijen hangen sterk aan het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen en pleiten ervoor dat belastingen nodig zijn om herverdeling via sociale verzekeringen te realiseren, terwijl rechtse partijen belastingen willen verlagen om ondernemerschap, private consumptie en werk te stimuleren.

Naast deze twee gebruikelijke verklarende factoren, speelt sociaal vertrouwen een belangrijke rol in de opinies van burgers over belastingen. Theorieën over sociale en economische samenwerking suggereren dat mensen bereid zijn om samen te werken mits ze erop kunnen vertrouwen dat anderen ook bereid zijn om samen te werken en bij te dragen aan het collectief. Onderzoekers noemen dit ‘voorwaardelijke samenwerking.’ Sociaal vertrouwen kan leiden tot meer tevredenheid met het belastingstelsel aangezien dit vertrouwen het idee versterkt dat iedereen zijn steentje bijdraagt. Ten slotte zijn burgers die meer kennis van het belastingsysteem hebben positiever over de hoogte en verdeling van belastingen, onafhankelijk van hun inkomenspositie. Mispercepties over hoe belastingen geïmplementeerd worden, leiden omgekeerd tot grote ontevredenheid doordat mensen vaak geen idee hebben hoeveel anderen betalen.

Inkomen en politieke voorkeur bepalen tevredenheid met belastingstelsel

De respondenten uit ons onderzoek zijn gemiddeld van mening dat vooral de lage inkomensgroep te veel belasting betaalt. Bijna 70 procent vindt dat de belastingen voor hen te hoog zijn. Ongeveer de helft van de respondenten vindt dat de belastingen voor de middeninkomensgroep ‘ongeveer goed’ zijn. De andere helft vindt de belastingen voor deze groep te hoog. Meer dan 50 procent vindt de belastingen voor de hoge inkomensgroep te laag, terwijl ongeveer 17 procent deze belastingen te hoog vindt. Deze data zijn vergelijkbaar met de uitkomsten van eerdere studies die concluderen dat mensen progressievere belastingen willen.

We zien dus dat een lager inkomen de kans vergroot dat iemand meer progressieve belastingen wil. Een hoger inkomen daarentegen vergroot de kans dat iemand tevreden is met de huidige belastingdruk. Ook de politieke voorkeur van de respondenten speelt een rol. Niet-stemmers en vooral rechtse stemmers willen graag lastenverlaging voor de lage en middeninkomensgroepen en vinden dat de hoge inkomensgroepen te veel belastingen te betalen.

Een effect voor sociaal vertrouwen zien we ook. Mensen met groot sociaal vertrouwen zijn eerder tevreden met de belastingen, terwijl mensen met weinig sociaal vertrouwen de belastingen over het algemeen te hoog vinden. In de data vinden we signalen dat het afwijzen van belastingen gegrond is in een lager sociaal vertrouwen. Hoewel opleiding een ineffectieve maat voor kennis van het belastingstelsel is, blijken burgers met meer kennis van het stelsel meer tevreden te zijn.

Helft van bevolking wil progressievere belastingen

Het publieke debat over belastingen gaat gepaard met sterke frames. Waar sommigen vinden dat de allerrijksten meer moeten betalen, beschouwen anderen hogere belastingtarieven voor de rijken als een uiting van ‘jaloezie’. Tegelijkertijd is draagvlak voor de verdeling van de lasten een belangrijke voorwaarde voor de legitimiteit van herverdeling via het stelsel van sociale zekerheid en voorzieningen. De resultaten van ons onderzoek laren zien dat de opinies over het belastingstelsel erg divers zijn. Het meest opvallend is dat een groot deel van de respondenten - bijna 30 procent - tevreden is met de huidige verdeling van belastingen over de verschillende inkomensgroepen. Deze groep is in eerdere onderzoeken vaak veronachtzaamd. Het is ook een groep die in het debat minder gehoord wordt.

Een groot deel - 50 procent -  van de respondenten wenst een progressievere verdeling van de belastingen, en een niet te veronachtzamen minderheid  - circa 20 procent - is ontevreden over de hoogte van álle belastingen. De grootste gemene deler in de belastingopinies is dat de lage inkomensgroep het meest als overbelast worden gezien. Het is interessant om te onderzoeken of kennis de tevredenheid met de verdeling van belastingen vergroot, zoals gesuggereerd wordt door het positieve effect van een hogere opleiding op tevredenheid met de lastenverdeling. Dat lijkt te  suggereren dat simpelere stelsels op meer draagvlak onder de bevolking kunnen rekenen.

Steun voor nivellering

In internationale studies naar variëteit in belastingopinies komt vaak een cluster voor van respondenten die zich sterk uitspreken voor het verlagen van de lasten van de hogere inkomensgroep. In de Nederlandse data komt die groep in het geheel niet terug. Dit is opvallend omdat in het politieke debat in ons land de laatste jaren veel is gediscussieerd over de te hoge belastingen voor de hoge inkomensgroep. Er zou sprake zijn van ‘jaloeziebelasting’ (Financieel Dagblad 2015) en de nivellering zou doorgeslagen zijn (NRC 2012). Ook zijn er voorstellen gedaan om de belastingenschijven te versimpelen en verlagen (Telegraaf 2013).

De stemmen in het politieke debat dat de hoge inkomensgroep te zwaar wordt belast, komt niet overeen met de bevindingen van ons onderzoek. De respondenten wijzen eerder op overbelasting van de lage inkomensgroep. Uit de analyse blijkt er grote publieke steun voor meer nivellering via progressievere belastingen.

Femke Roosma is postdoctoraal onderzoeker aan Tilburg University. Dit artikel is een bewerkte versie van Roosma’s bijdrage aan de bundel ‘Voorbij de hype: naar verklaringen van ongelijkheid in Nederland’, Sociologie 2015 (3/4).

Reacties op dit artikel (1)

  1. Ik mis in dit artikel de correlatie tussen ‘wie iets vindt’ en ‘wat-ie vindt’. Als je zelf weinig verdient vind je het misschien prima dat mensen die meer krijgen meer belasting moeten betalen. En mensen die uit de schatkist leven (ik en mijn collega’s zijn per saldo een ‘belastinghaler’) vinden het misschien ook prima dat belastingen hoog zijn. Naar schatting leeft de helft van de Nederlanders direct of indirect uit de schatkist.
    Mw. Roosma lijkt te suggereren dat politici er niet verkeerd aan doen ‘de wens van het volk’ uit te voeren. Maar als mijn gevoel klopt dat de helft die dit wil, dat wil omdat ze aan de ‘halende’ kant zitten, dan hebben we toch wel een probleem. Er mag in Nederland best een steviger debat plaatsvinden over de legitimiteit van belastingheffing, zeker als je ziet hoe gemeenschapsgeld wordt uitgegeven zonder dat er veel belangstelling is voor radicale versoberingsideeën. Er zijn bijv. onderwijsmodellen te verzinnen die 8 miljard minder gemeenschapsgeld kosten zonder fundamenteel slechter te zijn dan het huidige model. De ‘brengers’ van belastingen (die dus de ‘halers’ betalen) hebben op zijn minst recht op onafhankelijke studies naar of en hoe het veel goedkoper kan. Nu is zelfs het gesprek over goedkoper onderwijs taboe. En dat geldt voor meer sectoren in het publieke domein.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *