Haal slechte leraren weg voor de klas

Vandaag wordt er een kamerdebat gehouden over het invoeren van bonussen in het onderwijs. Staatssecretaris Zijlstra is voorstander, maar de meeste leraren vinden het niks. Beter zou het zijn om slecht presterende leraren te ontslaan. Dat scheelt geld en het krikt het niveau van het onderwijs in Nederland een stuk omhoog.

Er moet meer ruimte komen voor het extra belonen van goed functionerende leraren, staat in in het regeerakkoord. Hiervoor heeft het kabinet al een bedrag gereserveerd van 200 miljoen euro. Veel onderwijsinstanties, zoals de Algemene Onderwijsbond (AOb), staan kritisch tegenover een dergelijke prestatiebeloning. Reden hiervoor is dat het moeilijk te meten valt wanneer een leraar goed presteert. Bovendien hangt dit ook af van het niveau van de leerlingen die hij tegenover zich heeft. Het is ook nog eens de vraag of een bonus werkelijk aanzet tot betere prestaties voor de klas.

De AOb hield kort geleden een panelenquête onder ca. 3900 leden. De overgrote meerderheid van de geënquêteerden staan afwijzend tegenover alle varianten van de prestatiebeloning. Opvallend is dat driekwart van de ondervraagden het een beter idee vindt om slechte docenten te ontslaan. Een ander onderzoek, door organisatiepsycholoog Kilian Wawoe van de Vrije Universiteit Amsterdam, peilde de mening van 5000 leraren. Hieruit blijkt dat 70 procent van de leraren tegen invoering van de prestatiebeloning is. Tevens geven de leraren aan dat naar hun mening 15 procent van de docenten niet goed functioneert en dat daar nu niet op een goede manier mee wordt omgegaan. Er wordt gesproken over een ‘gedoogcultuur’. Van deze leraren vindt 73 procent dat het beter is om slecht presterende leraren te ontslaan. SP-kamerlid Manja Smits heeft naar aanleiding van deze uitkomsten een kamerdebat aangevraagd over de omstreden prestatiebeloning in het onderwijs.

Kwaliteit leraren is bepalende factor
De aangewezen manier om het onderwijs in Nederland te verbeteren is door goede leraren voor de klas te hebben. Dat is evident. Goede leraren zijn veel belangrijker voor het onderwijsresultaat dan bijvoorbeeld klassengrootte, omvang van de school, organisatorische kenmerken of salarisniveau, zo blijkt telkens weer uit wetenschappelijk  onderzoek. Het verschil in kwaliteit tussen leraren is enorm. Sommige leraren weten hun leerlingen in één schooljaar anderhalf jaar vooruit te helpen, terwijl collega’s – op dezelfde school – maar een half jaar leerwinst boeken.

Wie het een paar jaar slecht treft met zijn docenten, loopt achterstanden op die niet meer in te halen zijn. Als de gemiddelde effectiviteit van leraren met 5% zou stijgen – dus 5% slechte leraren weg en 5% goede erbij – zou Nederland van de elfde plaats op de ranglijst van landen met het beste onderwijs opschuiven naar de vierde plaats, pal achter Finland. Daarmee zou de kabinetsdoelstelling worden bereikt.

Maar: hoe krijg je effectievere leraren? Tot nu toe is het onmogelijk gebleken precies te specificeren wat iemand tot een goede docent maakt. Onderwijsbond AOb pleit voor méér bevoegde leraren voor de klas, maar uit onderzoek komt geen duidelijk verband naar voren tussen bevoegdheden en onderwijsprestaties. Het aantal jaren ervaring voor de klas toont – met uitzondering van de eerste jaren – ook geen significant verband met onderwijsrendement: gemiddeld doet een leraar met vijf jaar ervaring het even goed als een leraar met 25 jaar ervaring. Ook het salarisniveau is niet bepalend voor het leerresultaat in de klas. Natuurlijk moet er in het onderwijs genoeg betaald worden om voldoende gekwalificeerde en gemotiveerde mensen aan te trekken en vast te houden, maar op individueel niveau is er geen duidelijk verband tussen salaris en onderwijsresultaat. Zelfs zeer intensieve trainings- en begeleidingsprogramma’s blijken weinig bij te dragen aan de effectiviteit van de leraar voor de klas.

Prestatiebeloning zal niet werken
Het regeerakkoord ziet prestatiebeloning als middel om kwaliteit te verbeteren. Helaas zal dat niet werken. Prestatiebeloning mislukt om de hierboven al genoemde reden dat het onmogelijk is om precies te definiëren waarin een effectieve leraar zich van een minder effectieve collega onderscheidt. Als de criteria voor prestatiebeloning niet duidelijk en transparant zijn en als de productiviteit van de leraar niet ondubbelzinnig kan worden vastgesteld, ontaardt prestatiebeloning in willekeur en vriendjespolitiek. Dat draagt zeker niet bij aan betere onderwijsprestaties.

Een veel doelmatiger manier om onderwijsresultaten te verhogen is afscheid nemen van slecht presterende leraren. Die zijn wel duidelijk herkenbaar. Leerlingen, ouders, collega’s en teamleiders weten bij wie het een rommeltje is in de klas en welke leraren onbekwaam of uitgeblust zijn. Zij kennen de docenten bij wie leerlingen zich opzichtig vervelen, geen leergedrag vertonen en slechte resultaten boeken. Daar worden echter geen consequenties aan verbonden. Het is in onderwijsland niet gebruikelijk om beslissingen over ontslag of contractverlenging te baseren op gegevens over productiviteit en onderwijsresultaat. Zelfs functioneringsgesprekken blijven vaak achterwege.

Niet alleen vanwege de strikte ontslagbescherming, maar ook vanuit misplaatste solidariteit en een cultuur die incompetentie gedoogt. Maar stel, dat het zou lukken om de 5% slechtste leraren in het basis- en middelbare onderwijs te vervangen door gemiddelde leraren, dan heeft dat al een enorm effect op de productiviteit. De achterstand op Finland wordt ingelopen en Nederland keert terug in de top van onderwijslanden. In economische groei scheelt ons dat 0,3% bbp oftewel € 1,8 miljard per jaar. Daarmee incasseert niet alleen een groepje docenten, maar de hele Nederlandse bevolking een ‘bonus’ van ruim € 100,- per jaar.

Natuurlijk zijn aan het ontslaan van docenten ook kosten verbonden. Het beroep van leraar wordt minder veilig als ontslag tot de mogelijkheden behoort. Misschien moeten hogere salarissen worden betaald om voor dit risico te compenseren. Daarnaast zijn er kosten verbonden aan het beter monitoren van leeropbrengsten en de prestaties van leraren. Maar doormodderen betekent dat we niet alleen onze leerlingen, maar ook ons zelf te kort doen als het gaat om onze toekomstige welvaart. Misschien helpen we zelfs ontslagen leraren, die in een ander beroep of een andere sector beter tot hun recht komen.
Leo van der Geest is directeur van economisch onderzoeksbureau NYFER.

Referenties:

Hanushek, E.A. (2010): The Economic Value of Higher Teacher Quality. NBER Working Paper 16606

Hanushek, E.A. en L. Woessmann (2010): How much do educational outcomes matter in OECD countries?, Economic Policy, Fifty-Second Panel Meeting. EIEF 22-23
October 2010

OECD (2010): PISA 2009 Results: Executive Summary

Dit artikel is 3679 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Oeioeioei we zijn van nr.4 naar nr. 11 gezakt in een lijst. Ik ben zelf in het alom geprezen Finland geweest waar ik een week in een ROC heb mogen rondkijken. Er valt inderdaad een hoop voor ons te leren. Net zo als in Engeland, Duistsland, Amerika enz. Zo kunnen zij ook van ons leren. Eén van de dingen die opvallen in Finland is de erg autochtone gezagsgetrouwe populatie van leerlingen in een samenleving waarin gezag en kennis veel hoger staan aangeschreven dan in Nederland. Wanneer je een Finse school in een Nederlandse stad neerzet, betwijfel ik of de resultaten van deze school beter zullen zijn dan die van Nederlandse scholen. Voor zover de in de media geschetste probelemen in het nederlands onderwijs echt bestaan, wordt als oorzaak van al deze ‘ellende’ wel heel makkelijk naar de docenten gewezen. We leven in een sterk veranderende, sterk individualistische samenleving. De hiermee gepaard gaande problemen zijn uiteraard ook in het onderwijs terug te vinden. De oplossing ligt m.i. niet in het ontslaan, maar wel in het belonen van docenten.
    Een arbeidsorganisatie komt tot de hoogste rendementen wanneer iedereen doet waar hij goed in is. Laat een 60 jarige docent die moeite heeft met een huidige generatie dus niet doormodderen voor de klas. Laat hem zijn collega’s ontlasten door lesstof en activiteiten te organiseren, absentiegegevens te verwerken, stageadressen zoeken, vergaderingen voorbereiden/voorzitten, notuleren, stagebegeleiden enz. enz. Werk zat in het onderwijs. Kan zijn collega meer tijd doorbrengen daar waar hij tot zijn recht komt, n.l. tussen de leerlingen. Lijkt mij een stuk effectiever dan ontslaan of bonussen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *